Landsverordening motorrijtuigbelasting en eindverwerkingsheffing autowrakken - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsverordening motorrijtuigbelasting en eindverwerkingsheffing autowrakken

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 125 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsverordening
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 11-05-2026
Datum inwerktreding: 08-02-1972
Geregistreerd in:
Klapper Afkondigingsblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen )


LANDSBESLUIT van de 11de mei 2026, no. 26/1289, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Eilandsverordening motorrijtuigbelasting en eindverwerkingsheffing autowrakken

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
08-02-1972 01-01-1972 n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 125 (GT) n.v.t.

Artikel 1

  1. Onder de naam “motorrijtuigbelasting” wordt in het Land Curaçao een belasting geheven op motorrijtuigen, waarmede van de openbare weg gebruik wordt gemaakt.
  2. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
    – motorrijtuigen: alle rij- en voertuigen, bestemd om uitsluitend of mede door een mechanische kracht op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig, te worden voortbewogen.
    – zware motorrijtuigen: loaders, trekkers, motorgraders, scrapers, backhoe-loaders, kranen, tractors, betontrucks, asfalttrucks, gasoline tankwagens, boortrucks, walsen en vorkheftrucks.
  3. Onder ,,Ontvanger” wordt in deze verordening verstaan de Ontvanger van het Land Curaçao.
  4. Onder ,,werkdagen” worden in deze verordening verstaan andere dagen dan zondagen en daarmede gelijkgestelde dagen.
  5. Onder “tegenaangifte” wordt in deze verordening verstaan een wijziging op de bij de aanvang van het belastingjaar ingediende aangifte, betreffende één van de in artikel 19a genoemde omstandigheden.

Artikel 2

  1. Belastingplichtig is degene die het motorrijtuig houdt.
  2. De belasting is verschuldigd over het gehele belastingjaar.
  3. Het belastingjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 3

1. a. De belasting voor een motorrijtuig op drie of meer wielen bedraagt per jaar……………………………………………………………………………………………………………. Cg 375,00
b. In afwijking van het bepaalde onder a bedraagt de belasting voor een motorrijtuig op drie of meer wielen:
1o waarvan naar genoegen van de Minister van Financiën kan worden aangetoond dat het bouwjaar meer dan acht jaar voorafgaand aan het belastingjaar is gelegen…………………………………………………………………………….. Cg 252,00
2o met accommodatie voor maximaal vijftien personen en bestemd voor het openbaar vervoer……………………………………………………………………………………… Cg 102,00
3o dat is ingericht voor vrachtvervoer en waarvan exploitatie de enige bron van inkomsten vormt voor de eigenaar, die zelf optreedt als bestuurder en die in het bezit is van een hiertoe door de Minister van Financiën kosteloos afgegeven verklaring………………………………………………………………… Cg 133,00
4o dat door een diesel- of gasmotor wordt voortbewogen………………………… Cg 1.133,00
5o als bedoeld onder 4◦ en bestemd voor het openbaar vervoer.……….……….. Cg 581,00
6o als bedoeld onder 4◦, dat is ingericht voor vrachtvervoer en waarvan de exploitatie de enige bron van inkomsten vormt voor de eigenaar, die zelf optreedt als bestuurder en die in het bezit is van een hiertoe door de Minister van Financiën kosteloos afgegeven verklaring …………………………. Cg 761,00
7o zijnde een zwaar motorijtuig……………..…………………………………………………….. Cg 1.496,00
8o als bedoeld onder 7o dat door een diesel- of gasmotor wordt voortbewogen…………………………………………………………………………………………… Cg 1.870,00
9o met accommodatie voor maximaal vijftien personen en bestemd voor vervoer van schoolkinderen op grond van een met het Land Curaçao gesloten vervoerovereenkomst …………………………………………………………….. Cg 102,00
2. a. De belasting van een motorrijtuig op twee wielen al dan niet met zijspan bedraagt per jaar………………….………………………………………………………………… Cg 182,00
b. In afwijking van het bepaalde onder a bedraagt de belasting van een motorrijtuig, hetwelk, voor zover de bouw betreft, alle voor rijwielen normale eigenschappen bezit en mede door mechanische kracht op of aan het rijwiel zelf aanwezig, kan worden voortbewogen, zodat daarmede geen hogere snelheid kan worden bereikt dan 40 km. per uur…………………………………………………………………………………………………. Cg 48,00
3. In het geval bijzondere platen, als bedoeld in artikel 8, derde lid, worden verstrekt, wordt de belasting verhoogd met.……………………………………………… Cg 550,00

Artikel 4

  1. Bij aanvang van de belastingplicht in de loop van het belastingjaar is de belasting verschuldigd over de nog niet verstreken kwartalen van het belastingjaar.
  2. Bij vervanging van een motorrijtuig in de loop van het belastingjaar door een ander, waarvoor een hoger belastingtarief geldt, alsmede ingeval een motorrijtuig, bestemd voor het openbaar personenvervoer, niet langer daarvoor wordt gebruikt, wordt de meer verschuldigde belasting berekend over de nog niet verstreken kwartalen van het belastingjaar.

Artikel 5

  1. Hij die bezwaar heeft tegen het bedrag dat aan hem aan belasting wordt geheven op grond van de vorenstaande artikelen, kan zich met een gemotiveerd bezwaarschrift wenden tot de Minister van Financiën, hetwelk in hoogste instantie beslist en eventueel restitutie verleent van teveel betaalde belasting.
  2. Van de teruggaaf wordt aantekening gesteld op het in artikel 7 bedoelde ontvangstbewijs.

Artikel 6

  1. De belasting wordt geheven door voldoening op aangifte die gelijktijdig met de betaling van de verschuldigde belasting wordt gedaan bij de Ontvanger. Deze belasting wordt vervolgens jaarlijks op aangifte betaald, met dien verstande dat de belasting voor motorrijtuigen op drie of meer wielen in twee gelijke termijnen kan worden voldaan en wel de eerste uiterlijk op 31 januari en de tweede uiterlijk op 30 juni van elk jaar.
  2. Een nummerplaat van een motorrijtuig is verbonden aan het chassisnummer van het betreffende motorrijtuig.
  3. Een nummerplaat van een motorrijtuig op drie of meer wielen die bij de Ontvanger is ingeleverd en,
    a. waarvoor er meer dan vijf jaar geen belasting is betaald; of
    b. die niet beschikt over een goedkeuringsbewijs als bedoeld in artikel 95 van de Wegenverkeersverordening Curaçao 2000,
    kan door de Ontvanger opnieuw worden verstrekt voor een ander motorrijtuig of overeenkomstig het tweede lid aan het chassisnummer van die andere motorrijtuig worden verbonden. Het eerste lid is hierop van overeenkomstige toepassing.
  4. Bij eerste uitgifte of her-uitgave worden de nummerplaten verstrekt door de Ontvanger tegen betaling van de belasting en de prijs van de platen alsmede tegen indiening van de afgifte.
  5. Aangifte geschiedt op formulieren ten behoeve van de motorijtuigbelasting welke worden vastgesteld door de Ontvanger.
  6. Aan de houder van een motorrijtuig wordt het benodigde aantal aangifteformulieren verstrekt, hetzij op diens verzoek, hetzij ambtshalve. De aangifteformulieren zijn te verkrijgen bij de Ontvanger en bij andere door de Minister van Financiën aan te wijzen instanties.
  7. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de belasting voor motorrijtuigen, die tot het internationaal verkeer op de openbare weg zijn toegelaten, geheven tegen afgifte van het in artikel 7 bedoelde ontvangstbewijs.

Artikel 6a

  1. De Ontvanger is belast met het heffen, innen en invorderen van de bij of krachtens de landsverordening verschuldigde belastinggelden en boeten.
  2. Indien de belastingplichtige niet of niet tijdig de op grond van artikel 6, eerste lid, verschuldigde belasting heeft aangegeven en voldaan kan de Ontvanger door middel van een aanslag:
    a. de verschuldigde belasting naheffen;
    b. een boete opleggen van ten hoogste honderd procent van de verschuldigde belasting.
  3. De overeenkomstig het tweede lid verschuldigde bedragen zijn invorderbaar na het verstrijken van de op de betrokken aanslag vermelde vervaldatum. De invordering geschiedt overeenkomstig de voorschriften opgenomen in Hoofdstuk II van de Invorderingsverordening 1954.

Artikel 7

  1. Ter zake van de betaling van de belasting wordt door de Ontvanger aan de belanghebbende tevens een ontvangstbewijs afgegeven en wordt door hem in zijn administratie aantekening gehouden van de gedane betaling met vermelding van:
    a. de naam en de woonplaats van de houder van het motorrijtuig door wie of ten wiens name betaald wordt;
    b. het nummer van de afgegeven nummerplaten;
    c. het type, merk en bouwjaar van het motorrijtuig, behoudens ingeval belasting wordt betaald op grond van het bepaalde in de artikelen 13 en 14;
    d. de soort en het nummer van de motor in het motorrijtuig geplaatst, behoudens ingeval belasting wordt betaald op grond van het bepaalde in de artikelen 12, 13 en 14.
  2. Op verzoek van de belanghebbende geeft de Ontvanger van het in het eerste lid bedoelde ontvangstbewijs een afschrift af, dat voor de toepassing van deze landsverordening voor het oorspronkelijke in de plaats treedt.
  3. Het in het eerste lid bedoelde ontvangstbewijs moet gedurende het rijden met het voertuig op de openbare weg in het voertuig aanwezig zijn en op de eerste vordering van de ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving en met het opsporen van de overtredingen van deze verordening, worden vertoond.
  4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid dient in het motorrijtuig, hetwelk wordt vervoerd of waarmede wordt proefgereden ingevolge de bepalingen in de artikelen 12, 13 en 14, aanwezig te zijn een door de handelaar of door de onderneming/ondernemer afgegeven, deugdelijk en naar waarheid ingevuld formulier waarvan het model bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt vastgesteld. Met betrekking tot het vervoer en het proefrijden kunnen bij dit besluit nadere voorwaarden worden gesteld.

Artikel 8

  1. De Minister van Financiën stelt voor één of meer belastingjaren in overleg met de Minister van Justitie of een door hem aan te wijzen ambtenaar de kleur, de nummerreeksen alsmede de kentekenen voor de te gebruiken platen en verdere bijzonderheden met betrekking tot die platen vast en bepaalt tevens het aantal platen dat voor elke categorie aan het motorrijtuig moet worden aangebracht en de plaats waar zulks moet geschieden.
  2. De Minister van Financiën bepaalt voor welk belastingjaar of belastingjaren de in het eerste lid bedoelde platen zullen gelden en kan bepalen dat hierbij gebruik gemaakt wordt van controleplaten of controlestickers, welke geldig zijn voor een bepaalde periode.
  3. De Minister van Financiën kan, onder nader bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen te stellen voorwaarden, bepalen dat bijzondere platen aan de belastingplichtige worden verstrekt met daarop een door de belastingplichtige te kiezen combinatie van maximaal zes letters en/of cijfers, mits de gekozen letter- en/of cijfercombinatie in dat belastingjaar niet reeds is uitgegeven of uitgegeven zou kunnen worden en de gebruikte letters geen woord vormen, dat naar het oordeel van de Minister van Financiën aanstotelijk is voor de eerbaarheid, beledigend is of verwarring kan scheppen ten aanzien van de status of de identiteit van de gebruiker van het motorrijtuig.
    De bijzondere platen dienen te voldoen aan de afmetingen en kleurencombinatie voor dat belastingjaar bepaald in het landbesluit bedoeld in artikel 8. Op deze platen worden controleplaten of controlestickers aangebracht.
    De artikelen van deze landsverordening zijn van overeenkomstige toepassing op de bijzondere platen, tenzij anders is bepaald.
  4. In afwijking van het bepaalde in artikel 6, tweede lid, wordt bij verkoop van een motorrijtuig met een bijzondere plaat, op verzoek van de verkoper van het motorrijtuig, de bijzondere plaat door de Ontvanger vervangen door een normale nummerplaat. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt nader bepaald voor welke categorie motorrijtuigen tevens van het bepaalde in artikel 6, tweede lid, wordt afgeweken.
  5. Onder nummerplaat of nummerplaten worden voor de toepassing van deze landsverordening tevens begrepen controleplaten of controlestickers tenzij kennelijk het tegendeel is bedoeld.
  6. Een besluit ter uitvoering van het eerste en tweede lid wordt bekend gemaakt door aankondiging in het blad, waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst.
  7. Het bepaalde in het derde lid is uitsluitend van toepassing op motorrijtuigen bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, en eerste lid, onder b, onderdeel 1 en 4.

Artikel 9

Ieder motorrijtuig, waarmede van de openbare weg wordt gebruik gemaakt, behalve een motorrijtuig als bedoeld in artikel 6, tweede lid, en artikel 16, onder c en d, dient voorzien te zijn van het voor elke categorie ingevolge artikel 8 vastgestelde aantal geldige nummerplaten.

Artikel 10

  1. De nummerplaten zijn voor elk belastingjaar vanaf de eerste werkdag van de maand januari tegen betaling van het daarvoor vastgestelde bedrag verkrijgbaar ten kantore van de Ontvanger. De Ontvanger is bevoegd het in de vorige volzin vermelde tijdstip van verkrijging van de nummerplaten met een maand te vervroegen.
  2. Aan hem echter die op grond van artikel 16, onder a, b of f, vrijgesteld is van belasting, wordt voor de motorrijtuigen, waarvoor hij geen belasting betaalt, kosteloos nummerplaten verstrekt.

Artikel 11

  1. Vanaf de eerste werkdag van de maand januari van het belastingjaar wordt aan de houder van een motorrijtuig de voor de motorrijtuig bedoelde nummerplaat verstrekt ten kantore van de Ontvanger, na indiening van de aangifte en betaling van de verschuldigde belasting en het voor de nummerplaat verschuldigde bedrag.
  2. De houder van een motorrijtuig is gehouden om bij de betaling van de belasting over te leggen een geldig bewijs van verzekering, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de “Landsverordening aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen”, alsook zodanig bij het motorrijtuig behorende geldige bescheiden als de Ontvanger nodig oordeelt voor de vaststelling van het belastingbedrag en de bepaling van de soort en het aantal van de af te geven nummerplaten.
  3. (vervallen)

Artikel 12

  1. a. Aan handelaren in motorrijtuigen, die over een verkooplokaal beschikken, kan de Ontvanger op schriftelijk verzoek, tegen betaling van belasting naar de tarieven, vermeld in artikel 3, eerste lid, en van de prijs van de platen, nummerplaten uitreiken tot ten hoogste een aantal gelijk aan het aantal merken dat zij vertegenwoordigen, met dien verstande echter dat elke nummerplaat uitsluitend mag worden gebezigd op het merk waarvoor hij werd afgegeven.
    b. De ingevolge dit lid uitgereikte nummerplaten zijn slechts geldig op werkdagen tussen 06.00 uur en 20.00 uur.
    c. Zij mogen uitsluitend worden gebruikt om, in verband met het bedrijf van de handelaren, motorrijtuigen, tot hun handelsvoorraad behorende, op de openbare weg te vervoeren of te beproeven.
    d. In dit geval is belasting verschuldigd slechts voor zoveel motorrijtuigen als nummerplaten aan de handelaren zijn uitgereikt.
    e. Voor de toepassing van dit artikel worden nummerplaten, die op grond van het in artikel 8 bedoel
  2. In het verzoek dienen het merk of de merken die worden vertegenwoordigd en de plaats of plaatsen, waar de verkooplokalen zijn gelegen, te worden opgegeven.
  3. Bij gebleken misbruik van een op voet van dit artikel verstrekte nummerplaat kan de Ontvanger het betreffende nummer intrekken. De intrekking wordt bij aangetekend schrijven, onder opgave van redenen ter kennis van belanghebbende gebracht, die binnen tweemaal 24 uur de betrekkelijke platen dient in te leveren.
  4. Bezwaren tegen de intrekking alsmede tegen niet- of gedeeltelijke inwilliging van het in het eerste lid bedoelde verzoek, kunnen schriftelijk onder opgave van redenen binnen een maand nadat de beslissing ter kennis van belanghebbende is gekomen, bij de Minister van Financiën worden ingediend, dat in hoogste instantie beslist.

Artikel 13

  1. Aan handelaren, als in artikel 12 bedoeld, die mede of uitsluitend motorrijtuigen verhandelen waarvan zij de merken niet vertegenwoordigen, kan de Ontvanger op schriftelijk verzoek tegen betaling van belasting naar de tarieven, vermeld in artikel 3, eerste lid, en van de prijs van de platen, nummerplaten uitreiken tot een aantal van ten hoogste twee, met dien verstande echter dat elke nummerplaat uitsluitend mag worden gebezigd op tot hun handelsvoorraad behorende motorrijtuigen waarvan de handelaren het merk niet vertegenwoordigen.
  2. Het bepaalde in artikel 12, eerste lid, sub b tot en met e, en tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14

  1. Aan bedrijven en/of personen, die over een lokaliteit tot het verrichten van reparaties aan motorrijtuigen beschikken, kan de Ontvanger op schriftelijk verzoek tegen betaling van belasting naar de tarieven, vermeld in artikel 3, eerste lid, en van de prijs van de platen, nummerplaten uitreiken tot een aantal van ten hoogste twee, met dien verstande echter dat elke nummerplaat uitsluitend mag worden gebezigd om motorrijtuigen, die aan deze bedrijven en/of personen ter reparatie zijn afgegeven en die ten tijde van de afgifte niet van geldige nummerplaten waren voorzien, op de openbare weg te vervoeren of te beproeven.
  2. In het verzoek dienen de plaats of plaatsen, waar de lokaliteiten tot het verrichten van reparatiewerkzaamheden aan deze motorrijtuigen zijn gelegen, te worden opgegeven.
  3. Het bepaalde in artikel 12, eerste lid, onder b, d en e, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15

  1. Anderen dan handelaren in motorrijtuigen — en ook deze handelaren voor wat betreft motorrijtuigen, niet behorende tot hun handelsvoorraad — die een motorrijtuig, dat niet of nog niet in gebruik is, voor een bepaald doeleinde op de openbare weg willen vervoeren of beproeven, zijn verplicht zich tot de Ontvanger te wenden, die, tenzij het hem blijkt, dat het een poging betreft tot belastingontduiking, voor dat doel kosteloos een nummerplaat of
    -platen afstaat, terwijl hij het tijdstip, waarop deze te zijnen kantore moet of moeten worden terugbezorgd, vaststelt.
  2. In zeer bijzondere gevallen kan de Ontvanger ook aan handelaren in motorrijtuigen, voor wat betreft motorrijtuigen behorende tot hun handelsvoorraad, een nummerplaat of -platen, als bedoeld in het eerste lid, afstaan.
  3. Bij niet terugbezorging binnen de voorgeschreven termijn of bij niet terugbezorging in goede staat ten ontvangerskantore van de nummerplaat of -platen wordt de in het eerste of tweede lid bedoelde persoon de prijs van de plaat of platen in rekening gebracht en wordt voorts het betrekkelijke nummer ingetrokken, welke intrekking de Ontvanger schriftelijk ter kennis van de betrokken persoon brengt.

Artikel 16

Van de belasting zijn vrijgesteld:
a. motorrijtuigen, welke worden gehouden door de Gouverneur van Curaçao, mits zij in hoofdzaak zijn bestemd voor officieel gebruik;
b. motorrijtuigen, welke worden gehouden door consuls en consulaire ambtenaren van vreemde mogendheden, mits zij vreemdeling zijn en overigens binnen Curaçao geen beroep of bedrijf uitoefenen, onder voorwaarde van wederkerigheid;
c. in Nederland, Aruba of in Staten, aangesloten bij het Verdrag van Geneve van de 19de september 1949 nopens het wegverkeer ingeschreven voertuigen, gehouden door in Nederland, Aruba of in voormelde Staten wonende of gevestigde personen, onder voorwaarde van wederkerigheid;
d. motorrijtuigen, welke worden gehouden door in een ander land wonende of gevestigde personen en welke voorzien zijn van voor dat land geldige nummerplaten, mits daarmede gedurende niet langer dan drie maanden van de openbare weg gebruik wordt gemaakt, onder voorwaarde van wederkerigheid;
e. motorrijtuigen, die naar hun aard zijn bestemd om elders dan op de openbare weg te worden gebruikt met uitzondering van zware motorrijtuigen;
f. motorrijtuigen welke worden gehouden door in het Land Curaçao aanwezige personen als bedoeld in artikel I, onder c, d en g, van het Verdrag inzake samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika betreffende toegang tot en gebruik van faciliteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba voor drugsbestrijding vanuit de lucht (Trb. jrg. 2000 Nr. 34).

Artikel 17

Hij die op grond van het bepaalde in artikel 16, onder a, b, e en f, recht heeft op vrijstelling van de belasting, moet zich ter bekoming van nummerplaten schriftelijk wenden tot de Ontvanger, die deze nummerplaten eerst uitgeeft nadat hem het recht op vrijstelling is gebleken.

Artikel 18

Onder voorwaarde van wederkerigheid is de houder van een motorrijtuig geen belasting verschuldigd over het kwartaal waarin hij zich, komende van een ander land, in het land vestigt, mits door hem wordt overgelegd het bewijs dat de belasting over dit kwartaal in het land van herkomst is voldaan en de aldaar gebruikte nummerplaten zijn ingeleverd.

Artikel 19

  1. Hij die een motorrijtuig waarvoor de opvorderbare belasting over het lopende belastingjaar is betaald, vervangt door een ander motorrijtuig is verplicht het hem uitgereikte ontvangstbewijs, bedoeld in artikel 7, eerste lid, tot wijziging aan de Ontvanger aan te bieden alsmede tegenaangifte te doen zoals bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel a.
  2. Nadat van de vervanging in de administratie van de Ontvanger aantekening is gehouden en na toepassing, zo nodig, van artikel 4, tweede lid, wordt hem het overeenkomstig de gewijzigde omstandigheden veranderde ontvangstbewijs teruggegeven.
  3. (vervallen)
  4. Ingeval krachtens artikel 8 voor het nieuwe motorrijtuig andere nummerplaten zijn vereist, worden, in afwijking van het derde lid, tegen betaling nieuwe nummerplaten uitgereikt na inlevering van de oude nummerplaten.
  5. Wanneer de belasting voor het vervangende motorrijtuig lager is dan de voor het afgeschafte motorrijtuig betaalde belasting, wordt op verzoek van belanghebbende door of namens de Minister van Financiën teruggaaf verleend van het verschil, berekend over de nog niet ingetreden kwartalen van het belastingjaar, mits het terug te geven bedrag tenminste Cg 5,- bedraagt.
  6. Het eerste, tweede, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing ingeval een motorrijtuig voor het openbaar personenvervoer wordt bestemd.

Artikel 19a

  1. In de volgende gevallen dient tegenaangifte te worden gedaan bij de Ontvanger:
    a. bij verkoop van een motorijtuig of vervanging van een motorrijtuig door een ander motorrijtuig;
    b. indien geen gebruik van de openbare weg wordt gemaakt met het motorrijtuig; in dit geval dienen de nummerplaten bij de Ontvanger te worden ingeleverd;
    c. in geval van diefstal van de nummerplaat of -platen.
  2. De in het eerste lid bedoelde tegenaangifte geschiedt op formulieren ten behoeve van de motorrijtuigbelasting en worden door de Ontvanger vastgesteld.
  3. De belastingplicht blijft bestaan tot en met het kwartaal waarin tegenaangifte wordt gedaan.

Artikel 20

Hij die een motorrijtuig, waarvoor de opvorderbare belasting over het lopende belastingjaar is betaald, van een ander overneemt, is verplicht, het ontvangstbewijs, bedoeld in artikel 7, eerste lid, of een afschrift daarvan, ten kantore van de Ontvanger te doen wijzigen alsmede aangifte te doen, alvorens hij zich met het motorrijtuig op de openbare weg begeeft.

Artikel 21

  1. Bij onleesbaar of onbruikbaar geraken van één of beide nummerplaten dient of dienen deze, op eerste aanzegging vanwege de politie of op eigen initiatief, bij het kantoor van de Ontvanger te worden ingeleverd ter vervanging door andere platen met hetzelfde kentekennummer, die tegen betaling worden uitgereikt.
  2. Bij verlies of vermoedelijke ontvreemding van één of beide nummerplaten worden, mits hiervan bij de politie aangifte is gedaan en het verlies of de ontvreemding voldoende aannemelijk is gemaakt, zo mogelijk tegen inlevering van het overgebleven exemplaar van de oorspronkelijk uitgereikte platen, andere tegen betaling uitgereikt, dan wel wordt op schriftelijk verzoek van betrokkene door of namens de Minister van Financiën ontheffing of teruggaaf van belasting verleend over de op het tijdstip van indiening van het verzoek nog niet ingetreden kwartalen.
  3. (vervallen)
  4. (vervallen)

Artikel 22

Aan hem wiens belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt op zijn verzoek, door of namens de Minister van Financiën ontheffing of teruggaaf van de betaalde belasting verleend over de op het tijdstip nog niet ingetreden kwartalen, mits hij het in artikel 7, eerste lid, bedoelde ontvangstbewijs of afschrift daarvan inlevert en ingeval geen gebruik meer van de openbare weg wordt gemaakt met het voertuig, alsmede tegen inlevering van de uitgereikte nummerplaat of -platen.

Artikel 23

De sector directeur Fiscale Zaken kan teruggaaf verlenen van te veel of ten onrechte betaalde belasting, zolang niet sedert de aanvang van het belastingjaar drie jaren zijn verstreken.

Artikel 23a

  1. Ingesteld wordt een fonds, genaamd Landswegenfonds, ten behoeve van de aanleg, het onderhoud en de beveiliging van de door het Land beheerde en te beheren wegen en het daarop aanbrengen van verkeerstekens.
  2. Bij landsverordening worden nadere regelen vastgesteld betreffende de instelling en het beheer van het fonds.

Artikel 24

  1. Met een geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:
    a. hij, die op de openbare weg als bestuurder optreedt van een motorrijtuig, dat niet of niet zichtbaar en leesbaar of niet op de ingevolge artikel 8 aangewezen plaatsen voorzien is van de voorgeschreven geldige nummerplaten of waaraan zodanige voorwerpen zijn aangebracht, dat daardoor de indruk wordt gewekt, dat de nummerplaten afwijken van de voorgeschreven geldige nummerplaten;
    b. hij die op de openbare weg als bestuurder optreedt van een motorrijtuig zonder dat daarvoor de verschuldigde en opvorderbare belasting is voldaan;
    c. hij die houder is van een motorrijtuig, waarmede van de openbare weg gebruik wordt gemaakt, zonder dat daarvoor de verschuldigde en opvorderbare belasting is voldaan;
    d. hij, die op de openbare weg als bestuurder optreedt van een motorrijtuig gebruik makende van nummerplaten afgegeven op grond van de artikelen 12, 13 of 14, zonder in het bezit te zijn van het deugdelijk en naar waarheid ingevulde formulier bedoeld in artikel 7, vierde lid.
  2. Hij, die in strijd handelt met enig andere bepaling van deze verordening, wordt met een geldboete van de eerste categorie gestraft.

Artikel 25

De feiten, bij het vorige artikel strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 26

  1. De met het toezicht op de naleving en met het opsporen van overtredingen van de bepalingen dezer verordening aangewezen personen zijn bevoegd ieder motorrijtuig dat zij op de openbare weg aantreffen, te onderzoeken en de bestuurder te doen stilhouden.
  2. Bij ontdekking ener overtreding zijn zij bevoegd het betreffende motorrijtuig, namens de Ontvanger, in bewaring te nemen. Het motorrijtuig wordt teruggegeven zodra aan de bepalingen dezer verordening is voldaan.

Artikel 27

  1. Tot het opnemen, onderzoeken en in bewaring nemen van de onder deze verordening vallende motorrijtuigen hebben de met het toezicht op de naleving en met het opsporen van overtredingen van de bepalingen van deze verordening belaste ambtenaren toegang tot alle terreinen en bergplaatsen.
  2. Indien hun de toegang geweigerd wordt, verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm.
  3. Is een hierbedoelde plaats tevens een woning of is deze alleen door een woning toegankelijk, dan treden zij de woning niet binnen tegen de wil van de bewoner, dan in het bijzijn van de rechter-commissaris, de officier van Justitie of een hulpofficier van Justitie.
  4. Van dit binnentreden wordt door de ambtenaar binnen tweemaal 24 uur proces-verbaal opgemaakt, dat aan degene wiens woning is binnengetreden in afschrift wordt toegezonden.

Artikel 28

Deze verordening is niet van toepassing op motorrijtuigen van de Koninklijke Marine.

Artikel 28a

  1. Onder de naam ,,eindverwerkingsheffing autowrakken” wordt een belasting geheven ter bestrijding van de kosten gemoeid met de opruiming en verwerking van autowrakken van de openbare weg.
  2. De belasting wordt geheven bij wijze van een toeslag op de ingevolge artikel 3 verschuldigde motorrijtuigbelasting en bedraagt Cg 16,- per belastingjaar of gedeelte daarvan.
  3. De belasting wordt voldaan gelijktijdig met de voldoening van de motorrijtuigbelasting, althans wanneer voor het eerst motorrijtuigbelasting wordt betaald voor een belastingjaar.

Artikel 28b

De artikelen 5, eerste lid, 7, eerste lid, 16, 17, 23, 24, eerste lid, onder b en c, en tweede lid, 25, 26, 27 en 28 zijn van overeenkomstige toepassing op de in artikel 28a bedoelde eindverwerkingsheffing autowrakken.

Artikel 29

(vervallen)

Artikel 30

Deze verordening wordt aangehaald als: Landsverordening motorrijtuigbelasting en eindverwerkingsheffing autowrakken.

Naar boven