Landsverordening Sociaal Economische Raad (bijlage p) - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsverordening Sociaal Economische Raad (bijlage p)

Publicatienummer: A.B. 2010, no. 87
Categorie: Landsverordening
Onderwerp(en): Sociaal Economische Raad
Ministerie: Algemene Zaken en Minister President
Datum ondertekening: 04-09-2010
Datum inwerktreding: 10-10-2010
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK XVIII Organisme van het land)
Klapper Afkondigingsblad ( HOOFDSTUK XVIII Organisme van het land)


Landsverordening van de regelende de instelling, inrichting, samenstelling en bevoegdheid van een Sociaal Economische Raad

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
26-08-2017 10-10-2010
Art I, onderdeel H
n.v.t. artt. 2, 3, 8, 12, 14, 15, lid 4, 16, 18, lid 2 P.B. 2017, no. 70 2016‒2017-101
11-03-2014 10-10-2010 n.v.t. art. 18, lid 2 P.B. 2014, no. 28 n.v.t.
10-10-2010 n.v.t. n.v.t. Nieuwe regeling A.B. 2010, no. 87, bijlage p n.v.t.

DOORLOPENDE TEKST

Artikel 1

Er is een Sociaal Economische Raad, hierna genoemd de Raad.

Artikel 2

  1. De Raad heeft tot taak de regering en de Staten van advies te dienen over de hoofdlijnen van het te voeren sociaal en economisch beleid, aangelegenheden van sociale of economische aard en over wettelijke regelingen van sociaal-economische aard.
  2. De Raad brengt zijn adviezen uit op daartoe strekkend verzoek van één of meer ministers, of van de voorzitter van de Staten.
  3. De Raad kan eveneens uit eigen beweging de regering of de Staten van advies dienen over onderwerpen van sociaal-economische aard, alsmede de uitvoering van deze landsverordening.

Artikel 3

  1. In afwijking van de Landsverordening adviescolleges2 bestaat de Raad uit negen leden bij landsbesluit te benoemen.
  2. Er worden:
    a. drie leden benoemd ter vertegenwoordiging van de werkgeversbelangen;
    b. drie leden ter vertegenwoordiging van de werknemersbelangen; en
    c. drie leden ter vertegenwoordiging van andere belangen dan die van het bedrijfsleven. Deze leden zijn geen actief dienend ambtenaar noch in dienst van de openbare rechtspersoon Curaçao.
  3. De leden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, worden benoemd op schriftelijke voordracht van algemeen erkende representatieve organisaties van werkgevers respectievelijk werknemers.
  4. De leden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, worden benoemd op voordracht van de Raad.
  5. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt een profielschets voor de leden en de plaatsvervangende leden van de Raad vastgesteld.
  6. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de representativiteit van organisaties van werkgevers en werknemers.

Artikel 4

Voor elk lid wordt tevens een plaatsvervanger benoemd. Het bepaalde in artikel 3 is te dien opzichte van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5

Lid of plaatsvervangend lid van de Raad kunnen alleen zijn ingezetenen van Curaçao.

Artikel 6

  1. Het lidmaatschap en het plaatsvervangend lidmaatschap van de Raad zijn onverenigbaar met het lidmaatschap van de Staten, de functie van minister of het lidmaatschap van de Raad van Advies.
  2. Bij aanvaarding van de in het voorgaande lid genoemde functie, van het lidmaatschap van de Staten of van de Raad van Advies, vervalt het lidmaatschap of  plaatsvervangend lidmaatschap van de Raad van rechtswege. Artikel 7

Artikel 7

  1. De leden van de Raad en hun plaatsvervangers treden om de twee jaren af met dien verstande dat elk jaar de helft volgens een van tevoren opgesteld rooster aftreedt. De afgetreden leden en hun plaatsvervangers kunnen terstond worden herbenoemd.
  2. De leden van de Raad en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde op hun daartoe strekkend schriftelijk verzoek ontslag bekomen.
  3. Degene die tot lid of plaatsvervangend lid is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene, wiens plaats was opengevallen, had moeten aftreden.
  4. Aan een lid, van wie degene die dat lid heeft voorgedragen schriftelijk aan de regering heeft kenbaar gemaakt, dat de betrokkene niet langer als diens vertegenwoordiger kan worden beschouwd, wordt als zodanig ontslag verleend.
  5. Bij de aanvang van de eerste zittingsperiode zal het rooster van aftreding bedoeld in het eerste lid, door de Raad worden vastgesteld.
  6. Bij periodieke aftreding blijft een afgetreden lid van de Raad zitting houden totdat in de door zijn aftreding opengevallen plaats is voorzien.

Artikel 8

  1. De voorzitter en diens plaatsvervanger worden op voordracht van de Raad bij landsbesluit benoemd en ontslagen.
  2. De voorzitter wordt uit de onafhankelijke leden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van de Raad benoemd.
  3. De plaatsvervangend voorzitter wordt jaarlijks bij afwisseling benoemd uit de leden die de werkgeversbelangen vertegenwoordigen en uit de leden die de werknemersbelangen vertegenwoordigen.
  4. De secretaris en zijn plaatsvervanger worden, op voordracht van de Raad, bij landsbesluit benoemd, geschorst en ontslagen. De secretaris staat aan het hoofd van het secretariaat.
  5. Het overig personeel van het secretariaat wordt op voordracht van de Secretaris bij landsbesluit, benoemd, geschorst of ontslagen.

Artikel 9

  1. De voorzitter roept de Raad bijeen, wanneer hem dat nodig of gewenst voorkomt onder mededeling van de aangelegenheden welke behandeld zullen worden.
  2. Wanneer tenminste twee leden van de Raad het gemotiveerd verlangen daartoe aan de voorzitter hebben kenbaar gemaakt, roept de voorzitter de Raad binnen 14 dagen na de datum van het verzoek bijeen onder mededeling van het gemotiveerde verlangen van de desbetreffende leden.

Artikel 10

  1. Een vergadering van de Raad vindt geen doorgang indien niet tenminste de helft van het aantal leden waaruit de Raad is samengesteld, aanwezig is.
  2. Nadat de Raad tweemaal tot een vergadering is bijeengeroepen, zonder dat aan het vereiste in het voorgaande lid blijkt te zijn voldaan, vindt de vergadering van de daarna bijeengeroepen Raad doorgang ongeacht het aantal opgekomen leden.

Artikel 11

De leden, en in voorkomende gevallen de plaatsvervangende leden, nemen aan de beraadslagingen en de stemmingen van de Raad deel zonder last of ruggespraak.

Artikel 12

  1. De Raad is bevoegd anderen tot de beraadslagingen in de vergaderingen van de Raad toe te laten.
  2. De Raad is bevoegd de desbetreffende minister of ministers schriftelijk te verzoeken een of meer medewerkers aan te wijzen om toelichting te geven in of buiten de vergadering.

Artikel 13

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze landsverordening en daarbij de beschikking krijgt over gegevens, waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van de gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht, of uit zijn taak bij de uitvoering van deze landsverordening noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 14

De minister verstrekt de Raad alle door deze, in verband met zijn adviezen, verlangde inlichtingen, tenzij naar zijn of hun oordeel deze inlichtingen gevallen als bedoeld in artikel 11 van de Landsverordening openbaarheid van bestuur betreffen.

Artikel 15

  1. De adviezen van de Raad worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
  2. De adviezen van de Raad worden opgesteld in overeenstemming met het gevoelen van de meerderheid van de vergadering.
  3. In de adviezen wordt van afwijkende gevoelens van de minderheid desverlangd melding gemaakt.
  4. Indien de Raad niet tot een eenstemmig advies kan geraken wordt een meerderheidsadvies uitgebracht ondertekend door de leden welke die meerderheid vormen, vergezeld van een minderheidsadvies, ondertekend door de desbetreffende leden.

Artikel 16

  1. De Minister van Algemene Zaken draagt zorg voor het openbaar maken van door een of meer ministers gevraagde adviezen van de Raad.
  2. Het tijdstip van openbaarmaking van de adviezen van de Raad, is wat betreft:
    a.  adviezen over door een of meer ministers om advies voorgelegde ontwerplandsverordeningen: gelijktijdig met de aanbieding door de Gouverneur aan de Staten ter goedkeuring;
    b. adviezen over landsbesluiten, houdende algemene maatregelen, en andere landsbesluiten: gelijktijdig met de bekendmaking.
  3. Adviezen aan de regering over door de Staten aan de Gouverneur voorgedragen ontwerp-landsverordeningen, worden, door de zorg van de Minister van Algemene Zaken openbaar gemaakt, gelijktijdig met de kennisgeving van de beslissing van de Gouverneur, bedoeld in artikel 80 juncto artikel 75 van de Staatsregeling van Curaçao4.
  4. Adviezen aan de Staten over aan de Gouverneur voor te gedragen ontwerplandsverordeningen, worden, door de zorg van de voorzitter van de Staten openbaar gemaakt, gelijktijdig met de indiening van het ontwerp voor beraadslaging en besluitvorming over de voordracht, bedoeld in artikel 77, tweede lid, van de Staatsregeling van Curaçao.
  5. Bij de openbaarmaking van de adviezen, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, worden tevens openbaar gemaakt de schriftelijke reactie en de aan de Raad voorgelegde tekst, voor zover in die tekst wijzigingen zijn aangebracht.
  6. Openbaarmaking van adviezen die niet kan geschieden zoals voorzien in het tweede, derde of vierde lid, geschiedt uiterlijk binnen zes weken na het indienen van het advies. De openbaarmaking heeft plaats op de wijze, voorgeschreven in artikel 9, tweede en derde lid, van de Landsverordening openbaarheid van bestuur.
  7. Indien de regering binnen zes weken na het ontvangen van het advies op een ontwerp als bedoeld in het derde lid, niet heeft beslist, kan de Raad het advies openbaar maken met inachtneming van artikel 9, tweede en derde lid, van de Landsverordening openbaarheid van bestuur.
  8. Openbaarmaking blijft achterwege:
    a. in de gevallen, bedoeld in artikel 11 van de Landsverordening openbaarheid van bestuur;
    b. indien een advies als bedoeld in het eerste lid, onder a, zonder meer instemmend luidt, dan wel uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.
  9. De Raad doet in zijn adviezen, bedoeld in het eerste lid, voorstellen omtrent de toepassing van het achtste lid.
  10. De Raad is bevoegd eenmaal openbaar gemaakte adviezen op zijn website toegankelijk te maken.

Artikel 17

De geldelijke voorzieningen van de leden van de Raad en van de secretaris worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

Artikel 18

  1. In afwijking van de in artikel 3, tweede, derde en vijfde lid, artikel 4 en 8 vastgelegde benoemingsprocedure voor de voorzitter en de leden van de Raad, treden als eerste leden van de Sociaal Economische Raad op de zittende leden van de Sociaal Economische Raad van de Nederlandse Antillen, voorzover zij door Curaçao zijn voorgedragen en namens Curaçao zitting hebben in deze Raad.
  2. De voorzitter en leden, bedoeld in het eerste lid, oefenen hun taken als bedoeld in artikel 2, uit gedurende de periode totdat een voorzitter en leden zijn benoemd overeenkomstig deze landsverordening, tenzij eerder ontslag wordt verleend.

Artikel 19

  1. Deze landsverordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
  2. Zij kan worden aangehaald als “Landsverordening Sociaal Economische Raad”.
Naar boven