

VERKORTE BALANS VAN DE
CENTRALE BANK VAN CURAÇAO EN SINT MAARTEN

In de maand april 2025 heeft de Bank het percentage van de verplichte reserve op 18,50% gehandhaafd. Niettemin nam het bedrag van de verplichte reserves met Cg 27,3 miljoen toe door een stijging van de basis[1] waarover deze wordt berekend. Het bedrag aan uitstaande Certificates of Deposit (CD’s) nam met Cg 47,5 miljoen toe doordat de commerciële banken voor een hoger bedrag hadden ingeschreven op de wekelijkse veilingen van CD’s met een looptijd van twee weken.
De basisgeldhoeveelheid[2] nam met Cg 43,5 miljoen af door een daling van de rekening-couranttegoeden van de commerciële banken (Cg 28,4 miljoen) en een afname van de bankbiljetten en munten in omloop (Cg 15,1). De afname van de bankbiljetten en munten in omloop was met name het gevolg van een lagere vraag naar geld door het publiek in april na de feestdagen. De daling van de rekening-couranttegoeden was grotendeels toe te schrijven aan de netto aankoop van CD’s en de opname van dollartegoeden door de commerciële banken bij de Bank. Daarnaast droegen ook de toename van de verplichte reserves en de overmakingen van de overheden van Curaçao en Sint Maarten naar hun rekeningen bij de Bank bij aan de daling van de rekening-couranttegoeden. De afname werd echter gematigd door de netto verkoop van deviezen door de commerciële banken aan de Bank en de overmakingen van pensioenfondsen en een onder de noodregeling geplaatste financiële instelling van hun rekeningen bij de Bank ten gunste van hun rekeningen bij de commerciële banken.
De post “Verplichtingen aan niet-ingezetenen” nam met Cg 52,3 miljoen toe door een stijging van de deposito’s van het Nederlandse Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), de commerciële banken in Bonaire, de Centrale Bank van Aruba en een onder de noodregeling geplaatste internationale financiële instelling bij de Bank. De stijging van de deposito’s van het Ministerie van BZK kwam vooral door rente- en aflossingsbetalingen door zowel Curaçao en Sint Maarten op obligaties die zijn uitgegeven door beide landen en in handen zijn van de Nederlandse Staat.
De netto positie van de overheden bij de Bank is met Cg 5,8 miljoen verslechterd door een daling van de deposito’s van Curaçao (Cg 5,4 miljoen), terwijl de deposito’s van Sint Maarten nagenoeg onveranderd zijn gebleven, met een lichte daling van Cg 0,4 miljoen. De afname van de deposito’s van beide overheden was voornamelijk het gevolg van aflossing- en rentebetalingen aan de Nederlandse Staat, gematigd door de overmakingen van gelden van hun rekeningen bij de commerciële banken. Daarnaast heeft de overmaking van door de Bank geïnde licentierechten (license fee) over de maand maart 2025 de daling van de deposito’s van Curaçao enigszins beperkt, terwijl ontvangen gelden uit het trustfonds bij de Wereldbank voor de wederopbouwprojecten na de orkaanramp van 2017 de daling van de deposito’s van Sint Maarten heeft gematigd.
Voorts is de post “Verplichtingen aan overige ingezetenen” met Cg 84,2 miljoen afgenomen, wat vooral het gevolg was van overmakingen door pensioenfondsen en een onder de noodregeling geplaatste financiële instelling naar hun rekeningen bij de commerciële banken. De daling van deze post werd echter gematigd door ontvangen gelden in verband met een annuïteitenlening die, in het kader van de schuldsanering, door de Nederlandse Staat was overgenomen en zich in de portefeuille van een van de pensioenfondsen bevindt.
Aan de activazijde van de balans is de post “Deviezen” nagenoeg onveranderd gebleven, met een lichte daling van Cg 0,5 miljoen wat voornamelijk kan worden toegeschreven aan de transacties van de Centrale Bank van Aruba en de opname van dollartegoeden door de commerciële banken bij de Bank. De daling werd echter verzacht door de netto verkoop van deviezen door de commerciële banken, de transacties van de commerciële banken in Bonaire en de overmakingen van gelden uit het buitenland door het Nederlandse Ministerie van Financiën, de Wereldbank, en pensioenfondsen.
Tenslotte steeg de post “Goud” aan de activazijde van de balans met Cg 98,8 miljoen door een hogere marktwaarde op de balansdatum vergeleken met eind maart 2025 als gevolg van de aanhoudende vraag naar goud als “veilige haven”, veroorzaakt door oplopende handelsspanningen, wereldwijde economische onzekerheid en een zwakkere Amerikaanse dollar. De stijging van de post “Kapitaal en reserves” aan de passivazijde van de balans was onder andere gerelateerd aan de hogere marktwaarde van de goudvoorraad.
Willemstad, 25 juli 2025
Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten
[1] Binnenlandse schuld -/- lange-termijndeposito’s.
[2] Gedefinieerd als de som van de bankbiljetten en munten in omloop en de rekening-courant tegoeden van de commerciële banken bij de Bank.
Bij exploit van de achtentwintigste juli 2025, waarvan afschrift is gelaten aan de E.A. Heer Officier van Justitie bij het Gerecht in Eerste Aanleg op het eiland Curaҫao, heb ik, ROBERTICO ALEJANDRIO RAMAZAN, deurwaarder bij het Gerecht op Curaҫao, ten verzoeke van GEORGE FLORIS JOESPH MARIE VAN ZINNIQ BERGMANN, wonende in Curaçao, die voor deze zaak domicilie kiest in Curaçao aan de Scharlooweg no. 29, ten kantore van de advocaat mr. S.H. Barten, aan NARDY LINDA CRAMM, zonder bekende woon- en verblijfplaats in Curaçao of elders, BETEKEND, de grosse van een vonnis d.d. 30 juni 2025, gewezen door het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao.
De deurwaarder voornoemd,
R.A. RAMAZAN.

A A N K O N D I G I N G
Bij exploot van negenentwintigste juli tweeduizendvijfentwintig waarvan afschrift is gelaten aan de Heer Officier van Justitie bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao, die het oorspronkelijk voor “Gezien” heeft getekend, heb ik, PATRICK ELOGIO KIRINDONGO, deurwaarder voor burgerlijke zaken bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en bij het Gerecht in Eerste Aanleg Curaçao, wonende te Curaçao en kantoorhoudende aan de Jan Noorduynweg No. 58-3, gevolg gevend aan de beschikking van de 16de juli 2025 van de E.A. Rechter in het Gerecht voormeld is Jerry VEURINK, zonder bekende woon of verblijfplaats hier te lande noch elders OPGEROEPEN om op maandag, 24 november 2025, des voormiddag om 09.30 uur ter terechtzitting te verschijnen ten Raadhuize in het “Kas di Korte”, vroeger KPMG gebouw te Emancipatie Blvd Dominico “Don” Martina No. 18, voor de E.A. Heer Rechter, teneinde op de door 1. Pieter Michiel NOORDHOEK, procederende voor zichzelf in persoon, wonende te Curaçao en 2. Robbert Pieter-Jan de ZEEUW, wonende te Curaçao, te dezer zake domicilie kiezende aan het L.B. Smithplein No. 3, ten kantore van het advocatenkantoor HBN Law, van welk kantoor de advocaat mr. P.M. Noordhoek, als gemachtigde optreedt, tegen hem/haar ingestelde vordering te antwoorden.
De deurwaarder voornoemd,
P.E. Kirindongo.

A A N K O N D I G I N G
Bij exploit d.d. 31ste juli 2025, waarvan afschriften zijn gelaten aan de E.A.Heer/Vrouw Officier van Justitie op Curacao, heb ik CARMEN LOURDES VILLANUEVA, deurwaarder voor burgerlijke zaken bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curacao en St.Maarten en van Bonaire, St.Eustatius en Saba en bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Curacao, wonende op Curacao en kantoorhoudende aan de Mauritslaan no. 1 , ten verzoeke van NORBERTO JESUS GONZALEZ , wonende op Curacao, , aan ORATA ELFREDA BURNETT, zonder bekende woon-of verblijfplaats in en buiten Curacao, B E T E K E N D de grosse van een beschikking d.d. 3de februari 2004 gewezen door de E.A.Heer Rechter in het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curacao, waarbij de echtscheiding tussen partijen op 17 januari 1994 te Curacao, met elkander gehuwd, echtscheiding is uitgesproken.
De deurwaarder voornoemd,
C.L.Villanueva.
PHC Iris N.V.
in liquidatie
Op 3 juli 2025 heeft de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van bovengenoemde vennootschap besloten over te gaan tot ontbinding en vereffening van de vennootschap per 18 juli 2025. De vereffenaar heeft terstond bij zijn aantreden vastgesteld, dat geen aan hem bekende baten aanwezig waren.
Ingevolge Artikel 2:31 lid 7 BW eindigt de vereffening en houdt de rechtspersoon op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaar zal een slotverantwoording opstellen en deze ter inzage leggen ten kantore van de rechtspersoon en het handelsregister.
De liquidator.
ANDICURI PRIVATE FOUNDATION
(Geliquideerd)
KVK nr.: 117200
De vereffenaar heeft vastgesteld dat geen aan hem bekende baten aanwezig zijn en dat derhalve ingevolge 2:31 lid 7 BW Curaçao de vereffening van Andicuri private Foundation is beëindigd.
Datum: 25 juli 2025
Vereffenaar: Corporate Assistants and Managers N.V.
Securincasso B.V.
(in liquidatie)
In de op 28 juli 2025 gehouden buitengewone vergadering van aandeelhouders van Securincasso B.V. is besloten om tot ontbinding van deze vennootschap over te gaan.
SLOTVERANTWOORDING
De vereffenaar heeft terstond bij zijn aantreden vastgesteld dat er geen aan hem bekende baten aanwezig zijn en dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:31 lid 7 BW van Curaçao de liquidatie is beëindigd.
Getekend op Curaçao op 28 juli 2025
De vereffenaar
E.R.D. N.V., geliquideerd
gevestigd op Curaçao, hierna “de Vennootschap”
De vereffenaar heeft vastgesteld dat geen aan hem bekende baten meer aanwezig zijn. Overeenkomstig artikel 31 lid 6 boek BW is door onderhavige publicatie van dat feit de vereffening geëindigd en is de vennootschap opgehouden te bestaan. De slotverantwoording wordt ter inzage gelegd ten kantore van het Handelsregister.
BIV N.A. B.V. in liquidatie
(hierna te noemen “de vennootschap”)
In de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders gehouden op 25 juli 2025 is besloten de vennootschap per diezelfde datum te ontbinden.
Rekening en verantwoording en Plan van uitkering:
De rekening en verantwoording en het plan van uitkering liggen ter inzage voor alle belanghebbenden ten kantore van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid te Curaçao en bij het kantoor van de vennootschap.
De vereffenaar.
ADVERTENTIE
bekendmaking ex art. 2:25 BW
KITA B.V. (KVK 161663)
De algemene vergadering van aandeelhouders heeft bij besluit van 25 juli 2025 de rechtspersoon ontbonden en een vereffenaar benoemd.
De vereffenaar heeft terstond bij zijn aantreden vast moeten stellen, dat geen aan hem bekende baten aanwezig zijn. Krachtens de wet eindigt alsdan de vereffening en houdt de rechtspersoon op te bestaan op het tijdstip waarop deze verklaring bij het handelsregister is gedeponeerd en de bekendmaking hiervan ex art. 2:25, vierde lid, zijnde heden, heeft plaatsgevonden.
De Vereffenaar