Landsbesluit depositogarantiestelsel - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit depositogarantiestelsel

Publicatienummer: P.B. 2025, no. 53
Categorie: Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 31-03-2025
Datum inwerktreding: 01-07-2025
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK X Economische aangelegenheden)


LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 31ste maart 2025 ter uitvoering van artikel 39 van de Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
01-07-2025 n.v.t. n.v.t. inwerkingtredings­landsbesluit P.B. 2025, no. 65 n.v.t.
01-07-2025 n.v.t. n.v.t. uitvoering art. 39 Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen P.B. 2025, no. 53 n.v.t.

 

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Bank: de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten;
b. betalingsonmachtige kredietinstelling: een kredietinstelling is betalingsonmachtig indien:
i. de Bank constateert dat de kredietinstelling, om redenen die rechtstreeks verband houden met haar financiële positie, niet in staat is deposito’s van depositohouders onder de toepasselijke wettelijke en contractuele voorwaarden terug te betalen en zij daartoe ook op afzienbare termijn niet in staat kan worden geacht; of
ii. een rechterlijke beslissing die rechtstreeks verband houdt met de financiële positie van de betrokken kredietinstelling, leidt tot onmogelijkheid voor depositohouders om hun vorderingen op korte termijn op de kredietinstelling te verhalen;
c. deposito: een tegoed dat wordt gevormd door op een rekening staande gelden of dat tijdelijk uit normale banktransacties voortvloeit, en dat een kredietinstelling onder de toepasselijke wettelijke en contractuele voorwaarden dient terug te betalen, met inbegrip van een termijndeposito en een spaardeposito, met uitzondering van een tegoed waarvan:
1°. het bestaan alleen kan worden aangetoond met behulp van een ander financieel product, tenzij het een betaal- of spaarrekening betreft die wordt belichaamd in een certificaat van deposito dat op naam luidt;
2°. de hoofdsom niet a pari terugbetaalbaar is;
3°. de hoofdsom alleen a pari terugbetaalbaar is uit hoofde van een door de kredietinstelling of door een derde verstrekte garantie of overeenkomst;
d. depositogarantiestelsel: de regelingen omtrent een garantie voor schuldvorderingen van rekeninghouders, bedoeld in artikel 39, eerste en tweede lid, van de Landsverordening;
e. depositohouder: de houder of, in geval van een gemeenschappelijke rekening, elk van de houders van een deposito;
f. kredietinstelling: een onderneming of instelling waaraan door de Bank op grond van de Landsverordening een vergunning is verleend tot uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling in Curaçao;
g. kredietvereniging: een coöperatieve vereniging, ook wel aangeduid als een ‘credit union’, van natuurlijke personen, personenvennootschappen of rechtspersonen die gelden bijeenbrengen om op gemeenschappelijke basis te kunnen beschikken over kredieten en waaraan door de Bank op grond van de Landsverordening vergunning is verleend tot uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling in Curaçao;
h. Landsverordening: de Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen;
i. Minister: de minister van Financiën;
j. ministeriële regeling depositogarantiestelsel: de ministeriële regeling met algemene werking depositogarantiestelsel als bedoeld in artikel 4;
k. personenvennootschap: een contractuele samenwerking voor gemeenschappelijke rekening van twee of meer personen tot het uitoefenen van een beroep of bedrijf, dan wel tot het verrichten van beroeps- of bedrijfshandelingen, die op een voor derden duidelijk kenbare wijze naar buiten optreedt onder een door haar als zodanig gevoerde naam;
l. representatieve organisatie: een organisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Landsverordening;
m. Stichting Depositogarantiefonds: de stichting, opgericht door de Bank met inachtneming van de ministeriële regeling depositogarantiestelsel.

Artikel 2

  1. Er is een depositogarantiestelsel dat tot doel heeft depositohouders tot een maximumbedrag te compenseren in het geval een kredietinstelling niet in staat is te voldoen aan haar verplichtingen die voortvloeien uit vorderingen uit deposito’s.
  2. Het depositogarantiestelsel is van toepassing op kredietinstellingen, met uitzondering van kredietinstellingen die in het door de Bank gehouden register van kredietinstellingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Landsverordening, zijn ingeschreven als internationale kredietinstelling.
  3. Deposito’s die worden aangehouden bij een kredietinstelling waarvan de vergunning is ingetrokken, blijven onder de dekking van het depositogarantiestelsel vallen.

Artikel 3

  1. Met inachtneming van het tweede en derde lid, garandeert het depositogarantiestelsel de volgende deposito’s van natuurlijke personen, personenvennootschappen of rechtspersonen tot ten hoogste NAf 50.000,- per depositohouder, per betalingsonmachtige kredietinstelling, niet zijnde een kredietvereniging:
    a. deposito’s op eigen naam en voor eigen rekening bij de betalingsonmachtige kredietinstelling;
    b. deposito’s die tezamen met een persoon of vennootschap op eigen naam, al dan niet voor eigen rekening, bij de betalingsonmachtige kredietinstelling worden aangehouden; of
    c. deposito’s die ten behoeve van die natuurlijke personen, personenvennootschappen of rechtspersonen door een derde, op naam van die derde, worden aangehouden bij de betalingsonmachtige kredietinstelling, mits:
    1°. die deposito’s worden aangehouden op grond van reeds voor de toepassing van het depositogarantiestelsel tussen de derde en bedoelde natuurlijke personen, personenvennootschappen of rechtspersonen geldende wettelijke of contractuele bepalingen;
    2°. de identiteit van bedoelde natuurlijke personen, personenvennootschappen of rechtspersonen bij de kredietinstelling bekend is of aan de hand van een door de derde gevoerde professionele administratie kan worden vastgesteld; en
    3°. de hoogte van de deposito’s aan de hand van reeds voor de toepassing van het depositogarantiestelsel vastgelegde gegevens kan worden vastgesteld.
  2. Voor voldoening ingevolge het depositogarantiestelsel komen in aanmerking vorderingen uit deposito’s als bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van vorderingen uit deposito’s als bedoeld in de bijlage bij dit landsbesluit, die de betalingsonmachtige kredietinstelling aan de personen, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd is of die hen toebehoren en die de betalingsonmachtige kredietinstelling voor hen overeenkomstig de wettelijke en contractuele voorwaarden houdt.
  3. Indien op deposito’s rente is aangegroeid die nog niet is gecrediteerd op het tijdstip waarop is besloten tot toepassing van het depositogarantiestelsel, wordt het aangegroeide rentebedrag gerekend tot de deposito’s.
  4. Ingeval van een gezamenlijke rekening geldt de garantie voor elk van de depositohouders afzonderlijk voor een evenredig aandeel in het deposito, tenzij contractueel anders is bepaald.
  5. In afwijking van het eerste lid, garandeert het depositogarantiestelsel de deposito’s van natuurlijke personen, personenvennootschappen of rechtspersonen die worden aangehouden bij kredietverenigingen tot ten hoogste NAf 25.000,- per persoon per betalingsonmachtige kredietvereniging.
  6. De vergoeding als bedoeld in het eerste en vijfde lid wordt beschikbaar gesteld in Nederlands Antilliaanse gulden (NAf). Na de invoering van de Caribische gulden, wordt de vergoeding in Caribische gulden beschikbaar gesteld.

Artikel 4

Bij ministeriële regeling met algemene werking worden door de Minister nadere regels vastgesteld met betrekking tot de financiering van het depositogarantiestelsel, de toepassing van het depositogarantiestelsel en de toepassing van het depositogarantiestelsel bij een overdracht als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de Landsverordening, alsmede regels met betrekking tot de taken, bevoegdheden en inrichting van de Stichting Depositogarantiefonds.

Artikel 5

De Bank zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit landsbesluit een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit landsbesluit en het depositogarantiestelsel in de praktijk aan de Minister en de betrokken representatieve organisaties.

Artikel 6

Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van een bij landsbesluit te bepalen datum.

Artikel 7

Dit landsbesluit wordt aangehaald als: Landsbesluit depositogarantiestelsel.

Naar boven