Landsbesluit Kosteloze rechtskundige bijstand - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit Kosteloze rechtskundige bijstand

Publicatienummer: P.B. 2025, no. 80 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Sociale Ontwikkeling, Arbeid & Welzijn
Datum ondertekening: 08-04-2025
Datum inwerktreding: 01-01-1960
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK XII Maatschappelijke zorg; verzekeringswezen)


LANDSBESLUIT van de 8ste april 2025, no. 25/928, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Landsbesluit houdende algemene maatregelen van de 24ste december 1959 tot regeling van de kosteloze rechtskundige bijstand

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
01-01-1960 n.v.t n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2025, no. 80 (GT) n.v.t.

Artikel 1

  1. Namens Curaçao wordt voor onbepaalde tijd en tot wederopzegging door een der partijen een overeenkomst aangegaan met advocaten, waarbij deze zich verbinden tegen een nader overeen te komen vergoeding kosteloos overeenkomstig de bepalingen van dit landsbesluit rechtskundige bijstand te verlenen.
  2. Voor zover de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op rechtskundige bijstand in strafzaken, worden de bij of krachtens de artikelen 61 tot en met 69 van het Wetboek van Strafvordering gegeven voorschriften in acht genomen.

Artikel 2

  1. Aan iedere in Curaçao werkelijke woonplaats hebbende persoon, die on- of minvermogend is en rechtskundige bijstand behoeft, kan een kaart worden afgegeven, recht gevende op kosteloze rechtskundige bijstand.
  2. Vreemdelingen niet ingezetenen, die voldoen aan de vereisten van dit landsbesluit komen voor kosteloze rechtskundige bijstand in strafzaken in aanmerking.
    Voor zover een internationale overeenkomst zulks verplicht, komen vreemdelingen niet ingezetenen eveneens voor kosteloze rechtskundige bijstand in burgerlijke zaken in aanmerking.
  3. Hij die een kaart, als in het eerste lid bedoeld, wenst te verkrijgen, wendt zich daartoe tot het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn, onder overlegging van een verklaring, afgegeven door of namens de met de aanslagregeling inkomstenbelasting belaste autoriteit, waaruit de hoegrootheid van zijn zuiver inkomen ingevolge de bepalingen van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 blijkt.
  4. Voor de toepassing van dit landsbesluit worden als on- of minvermogend beschouwd, degene wiens inkomen gelijk is aan of minder bedraagt dan het voor de sectoren bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Landsverordening minimumlonen vastgestelde minimumloon.
  5. In bijzondere gevallen kan de Minister van Justitie beslissen, dat in afwijking van het bepaalde in het vorige lid, een kaart wordt afgegeven als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, indien de economische toestand van betrokkene zodanig is, dat hij, hoewel hij een hoger belastbaar inkomen heeft dan in het vierde lid gesteld, niet in staat moet worden geacht de vermoedelijke kosten van het honorarium van een advocaat te betalen.
  6. Indien zich in de omstandigheden van de persoon aan wie kosteloze rechtskundige bijstand wordt verleend, zodanige wijzigingen mochten voordoen, dat op grond daarvan aannemelijk geacht kan worden dat die persoon in staat is de kosten van een advocaat zelf te dragen, komt het recht op kosteloze rechtskundige bijstand te vervallen.

Artikel 2a

  1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2 kan ten aanzien van een geschil voortvloeiende uit een overeenkomst tot het verrichten van arbeid, degene wiens bruto-inkomen per jaar uit arbeid niet meer dan NAf 12.000,- bedraagt, aanspraak maken op een kaart die recht geeft op kosteloze rechtskundige bijstand.
  2. Voorts kan degene wiens bruto-inkomen per jaar meer bedraagt dan NAf 12.000,- doch niet meer dan NAf 22.500,- aanspraak maken op de kaart bedoeld in het eerste lid, mits hij aan de Ontvanger een eigen bijdrage heeft voldaan van:
    a. NAf 50,- als het bruto-inkomen per jaar meer bedraagt dan NAf 12.000,- doch niet meer dan NAf 15.000,-;
    b. NAf 125,- als het bruto-inkomen per jaar meer bedraagt dan NAf 15.000,- doch niet meer dan NAf 17.500,-;
    c. NAf 225,- als het bruto-inkomen per jaar meer bedraagt dan NAf 17.500,- doch niet meer dan NAf 20.000,-;
    d. NAf 350,- als het bruto-inkomen per jaar meer bedraagt dan NAf 20.000,- doch niet meer dan NAf 22.500,-.
  3. Onder inkomen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstaan:
    a. Alle inkomen uit arbeid, waaronder begrepen nevenbetrekkingen, van de belanghebbende, zoals het naar tijdruimte vastgestelde loon, het vakantiegeld, provisie, winstbonussen en dergelijke, die als grondslag dienen voor de inkomstenbelasting, met uitzondering van de vergoeding voor overwerk en de toeslag, bedoeld in artikel 11, negende lid, van de Arbeidsregeling 2000;
    b. Andere inkomsten dan inkomsten uit arbeid, indien die andere inkomsten ten opzichte van het inkomen uit arbeid, bedoeld onder a, tenminste één tiende deel van het totale bruto jaarinkomen van de belanghebbende uitmaken.
  4. Degene, die een kaart wenst te verkrijgen als bedoeld in dit artikel, wendt zich daartoe tot het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn onder overlegging van tenminste zijn meest recente loonstrook of loonstroken als bedoeld in artikel 1614pa van het Burgerlijk Wetboek, en, voor zover van toepassing, een verklaring van de Ontvanger van betaling van de in het tweede lid bedoelde eigen bijdrage. Als de belanghebbende geen loonstrook kan overleggen, dan wel als het bepaalde in het vierde lid van toepassing is, dient een verklaring, bedoeld in artikel 2, derde lid, te worden overgelegd, met dien verstande dat uit die verklaring niet enkel het zuiver inkomen doch tevens het bruto-inkomen uit arbeid dient te blijken.
  5. Het bepaalde in artikel 2, tweede en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3

Indien rechtskundige bijstand verleend wordt, hetzij in strafzaken, hetzij in een civiele procedure of een voorgenomen civiele procedure, welker aard naar het oordeel van het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn rechtskundige bijstand wettigt, wordt zulks op de in artikel 2 bedoelde kaart aangetekend en wordt daarop, voor zover het geen toevoegingen op grond van het Wetboek van Strafvordering betreft, tevens vermeld de naam van de advocaat die zich met de bijstand zal belasten.

Artikel 4

(vervallen)

Artikel 5

  1. Indien de belanghebbende van mening is, dat de aangewezen advocaat op enigerlei wijze de hem toegewezen zaak onvoldoende behartigt, kan hij dit gemotiveerd ter kennis brengen van de Minister van Justitie, waarna een onderzoek zal worden ingesteld naar de gegrondheid van de klachten.
  2. Indien de aangewezen advocaat op goede gronden meent, het on- of minvermogen van de hem voor het verlenen van rechtskundige bijstand toegewezen persoon te moeten betwijfelen, deelt hij dit, tenzij zijn beroepsgeheim zich daartegen verzet, gemotiveerd mede aan de Minister van Justitie, die hetzij de kaart intrekt, hetzij een nader onderzoek doet instellen.
  3. Ingeval intrekking van de kaart door de Minister van Justitie betrekking heeft op kosteloze rechtskundige bijstand in strafzaken, wordt daarvan onverwijld een kennisgeving gezonden aan de in artikel 2 van het Landsbesluit toevoeging in strafzaken bedoelde Commissie.

Artikel 6

Het is de aangewezen advocaat verboden, een ge¬schenk, beloning of vergoeding, van welke aard of waarde ook, in verband met de door hem te verlenen rechtskundi¬ge bijstand van wie dan ook te vragen, te bedingen of te aanvaarden.

Artikel 6a

Indien personen, die als eisende partij met kosteloze rechtskundige bijstand ingevolge dit landsbesluit procederen, veroordeeld worden in kosten, komt uitsluitend het salaris van de gemachtigde der wederpartij, tot het door de rechter vastgestelde bedrag voor rekening van het Land.
Indien de rechter een bedrag vaststelt voor salaris van de advocaat van een onvermogende, aan wie op grond van dit landsbesluit kosteloze rechtskundige bijstand wordt verleend stort de advocaat dit bedrag na ontvangst in ’s Lands kas, voor zover dit bedrag, dat door het Land aan de advocaat voor de behandeling van de zaak in de betreffende instanties is toegekend, niet overschrijdt.

Artikel 6b

  1. Bij voldoende draagkracht van de rechtzoekende kunnen de kosten van de ten onrechte genoten rechtskundige bijstand geheel of gedeeltelijk van overheidswege op hem worden verhaald.
  2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gegeven omtrent het verhaal op de goederen van de rechtzoekende.

Artikel 6c

Op de rechtskundige bijstand voor in verzekering gestelde personen zijn uitsluitend de artikelen 5, eerste lid, en 6 van toepassing.

Artikel 7

Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Landsbesluit Kosteloze rechtskundige bijstand.

Artikel 8

(vervallen)

Naar boven