| Publicatienummer: | P.B. 2025, no. 48 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Landsbesluit, houdende algemene maatregelen |
| Ministerie: | Bestuur, Planning & Dienstverlening |
| Datum ondertekening: | 08-04-2025 |
| Datum inwerktreding: | 24-02-2001 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK V Openbare orde )
|
LANDSBESLUIT van de 8ste april 2025, no. 25/932, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Landsbesluit voorlopige akten van de burgerlijke stand
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 24 februari 2001 | 15 januari 2001 | n.v.t. | Moederregeling | P.B. 2025, no. 48 (GT) | n.v.t. |
HOOFDSTUK 1
Het verbod van verkeer en andere buitengewone omstandigheden,
de voorlopige akten van geboorte en overlijden en de indeling en de inhoud
van de voorlopige akten van geboorte en overlijden
Afdeling 1
Het verbod van verkeer en andere buitengewone omstandigheden
Wanneer ten gevolge van een verbod van verkeer of ten gevolge van andere buitengewone omstandigheden de ambtenaar van de burgerlijke stand, naar zijn oordeel verhinderd wordt overeenkomstig bij of krachtens het in het Burgerlijk Wetboek bepaalde een akte van geboorte of overlijden in de registers op te nemen, maakt hij buiten die registers een voorlopige akte op, waarbij hij voor het overige, zoveel als het naar zijn oordeel mogelijk is, artikel 3, eerste lid, en de artikelen 6 tot en met 13 in acht neemt.
1. Tot de aangifte van een geboorte is bevoegd de moeder van het kind.
2. Tot de aangifte is verplicht de vader.
3. Wanneer de vader ontbreekt of verhinderd is de aangifte te doen, is tot aangifte verplicht:
a. ieder die bij het ter wereld komen van het kind tegenwoordig is geweest;
b. de bewoner van het huis waar de geboorte heeft plaatsgehad, of indien dit is geschied in een inrichting tot verpleging of verzorging bestemd, in een gevangenis of in een soortgelijke inrichting, het hoofd van die inrichting of een door hem bij onderhandse akte bijzonderlijk tot het doen van de aangifte aangewezen ondergeschikte.
4. Voor een in het derde lid, onderdeel b, genoemde persoon bestaat de verplichting alleen indien een in dat lid, onderdeel a, genoemde persoon ontbreekt of verhinderd is.
5. Wanneer de in het eerste tot en met het vierde lid genoemde personen ontbreken of nalaten de aangifte te doen, kan deze geschieden door een ieder die, naar het oordeel van degene die bevoegd is de voorlopige akte van geboorte op te maken, voldoende redenen van wetenschap heeft omtrent de geboorte.
6. Degene die de voorlopige akte opmaakt stelt zo mogelijk de identiteit vast van de aangever.
Tot de aangifte van overlijden is bevoegd wie daarvan uit eigen wetenschap kennis draagt.
Afdeling 2
De voorlopige akten van geboorte en overlijden
In de voorlopige akten worden opgenomen:
a. de naam en de voorletters, alsmede de hoedanigheid van degene die de akte heeft opgemaakt;
b. de plaats en de datum waarop de akte is opgemaakt;
c. de handtekeningen van degene die de akte heeft opgemaakt en van de aangever.
Bijvoegingen en doorhalingen bij het opmaken van de voorlopige akten worden duidelijk aan de voet van de akte aangegeven en worden goedgekeurd en ondertekend door degenen die de akte ondertekenen.
Afdeling 3
De indeling en de inhoud van de voorlopige akten
van geboorte en overlijden
De voorlopige akten van geboorte en van overlijden bestaan uit vijf gedeelten die door horizontale lijnen van elkaar zijn gescheiden. In het eerste gedeelte worden opgenomen de gegevens die in een uittreksel uit de akte moeten worden opgenomen. In het tweede gedeelte worden opgenomen de gegevens die wegens hun vertrouwelijk karakter niet in een uittreksel worden opgenomen. In het derde gedeelte worden de overige gegevens opgenomen. In het vierde gedeelte worden de ambtelijke gegevens en de handtekeningen opgenomen. In het vijfde gedeelte worden de door degene die de voorlopige akte opmaakt aan te brengen bijvoegingen of doorhalingen opgenomen.
1. De voorlopige akte van geboorte vermeldt in het eerste gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam van het kind;
b. de voornamen van het kind;
c. de datum en, voor zover bekend, het uur en de minuut van de geboorte;
d. de plaats van geboorte;
e. het geslacht van het kind,
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de vader;
b. de geslachtsnaam en de voornamen van de moeder.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte achtereenvolgens:
a. voor zover bekend, de plaats en de datum van de geboorte van de vader en van de moeder;
b. de geslachtsnaam en de voornamen, alsmede de plaats en de datum van geboorte van de aangever;
c. indien van toepassing, dat de voornamen ambtshalve zijn gegeven door degene die de akte heeft opgemaakt.
4. Is de plaats van de geboorte van het kind niet bekend, dan vermeldt de akte in het eerste gedeelte zo nauwkeurig mogelijk de plaats waar het is aangetroffen.
5. Is de datum van de geboorte van het kind niet bekend, dan vermeldt de akte in het eerste gedeelte de vermoedelijke datum van geboorte.
1. De voorlopige akte van overlijden vermeldt in het eerste gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de overledene;
b. voor zover bekend, de plaats en de datum van geboorte van de overledene;
c. het geslacht van de overledene;
d. de woonplaats of de gewone verblijfplaats van de overledene;
e. de datum en, voor zover bekend, het uur en de minuut van overlijden;
f. de plaats van overlijden;
g. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon met wie de overledene ten tijde van het overlijden gehuwd was.
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de voornamen van de ouders van de overledene, voor zover deze bekend zijn.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte achtereenvolgens:
a. voor zover bekend, de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon of van de personen, met wie de overledene eerder gehuwd was;
b. de geslachtsnaam en de voornamen alsmede de plaats en de datum van geboorte van de aangever.
4. Indien een lijk is gevonden en de plaats of de datum van overlijden niet met voldoende nauwkeurigheid kan worden vastgesteld, vermeldt de akte in het eerste gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de overledene;
b. voor zover bekend, de plaats en de datum van geboorte van de overledene;
c. het geslacht van de overledene;
d. voor zover bekend, de woonplaats of de gewone verblijfplaats van de overledene;
e. de plaats, de datum en het uur waarop het lijk is gevonden;
f. voor zover bekend, de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon met wie de overledene ten tijde van het overlijden gehuwd was.
5. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de voornamen van de ouders van de overledene, voor zover deze bekend zijn.
6. De akte vermeldt in het derde gedeelte:
voor zover bekend, de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon of van de personen, met wie de overledene eerder gehuwd was.
7. De plaats waar het lijk is gevonden, wordt zo nauwkeurig mogelijk aangeduid.
HOOFDSTUK 2
Slotbepalingen
(vervallen)
(vervallen)
***