| Publicatienummer: | P.B. 2024, no. 157 |
| Categorie: | Landsverordening |
| Ministerie: | Financiën |
| Datum ondertekening: | 20-12-2024 |
| Datum inwerktreding: | 24-12-2024 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK VI Openbare zedelijkheid)
|
LANDSVERORDENING van de 20ste december 2024 houdende regels betreffende kansspelen (Landsverordening op de kansspelen)
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 24-12-2024
24-12-2026 v.w.b art 1.5 en 5.16, vierde lid
Art. 15.6 ond. a en c treden in werking op een later te bepalen tijdstip |
n.v.t. | n.v.t. | Basisregeling | P.B. 2024, no. 157 | 2024-2025-215 |
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
§ 1 Begripsbepalingen
In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
| a. Curaçao Gaming Authority | de bij notariële akte van 19 april 1999 opgerichte Stichting Gaming Control Board, onder laatstgenoemde naam of bij wijziging van diens statuten aangepaste naam, hierna te noemen CGA; |
| b. Inspecteur der Belastingen: | de Inspecteur der Belastingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen; |
| c. gekwalificeerde deelneming: | een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste tien procent van het geplaatste aandelenkapitaal of een daarmee vergelijkbaar belang, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste tien procent van de stemrechten of een daarmee vergelijkbare zeggenschap; |
| d. kansspel: | ieder spel waaraan één of meerdere deelnemers tegen voldoening van geld of geldswaarde mededingen naar prijzen in de vorm van geld of geldswaarde, en waarvan de uitkomst wordt bepaald slechts door het toeval of door een combinatie van toeval en inzicht of behendigheid van de deelnemers, zonder dat de deelnemers op de uitkomst overwegende invloed kunnen uitoefenen, waaronder tevens begrepen sportsweddenschappen en poker; |
| e. kansspel op afstand: | een kansspel waartoe op afstand met elektronische communicatiemiddelen gelegenheid wordt gegeven en waaraan wordt deelgenomen zonder fysiek contact met degene die die gelegenheid geeft; |
| f. kansspelvergunning: | een vergunning voor het organiseren van of het gelegenheid geven tot deelname aan een kansspel; |
| g. kritieke diensten en goederen: | aan kansspel gerelateerde diensten of goederen die onmisbaar zijn bij het bepalen van de uitkomst van een kansspel, of die zo belangrijk zijn dat elke tekortkoming in de verrichting of de levering ervan een significant gevolg zou kunnen hebben voor de houder van de kansspelvergunning om te voldoen aan diens verplichtingen uit hoofde van deze landsverordening; |
| h. kwetsbaar persoon: | een persoon die:
i. die de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt; ii. diens gokgedrag niet of onvoldoende onder controle heeft waardoor hij aan een of meerdere kansspelen verslaafd is of dreigt te raken en daarmee schade kan berokkenen aan zichzelf of aan naasten; iii. gedwongen of op eigen verzoek de deelname tot enig kansspel is ontzegd; iv. failliet is verklaard of anderszins het beheer of de beschikking over diens vermogen geheel of ten dele heeft verloren; |
| i. leverancier: | degene die juridische, financiële of administratieve diensten, beheersdiensten of aan kansspel gerelateerde diensten of goederen levert aan een kansspelaanbieder; |
| j. leveranciersvergunning: | een vergunning voor het aanbieden van kritieke diensten of goederen; |
| k. minister: | de Minister van Financiën; |
| l. non-profit-kansspel: | een kansspel waarvan de netto-opbrengst in het geheel ten goede komt aan een maatschappelijk, sociaal of ideëel doel, waaronder mede begrepen een doel op het gebied van religie, sport, milieu, liefdadigheid, gezondheid, politiek, cultuur of onderwijs als bedoeld in artikel 4.1; |
| m. non-profitorganisatie: | enige in Curaçao gevestigde rechtspersoon zonder winstoogmerk, met een maatschappelijk, sociaal of ideëel doel, die verantwoordelijk is voor het non-profit-kansspel; |
| n. Ontvanger: | de Ontvanger, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen; |
| o. overtreder: | degene die een overtreding pleegt of medepleegt; |
| p. sleutelpersoon: | een natuurlijke persoon die in naam, dan wel feitelijk, indirect of rechtstreeks zeggenschap heeft over of significante invloed uitoefent op het bestuur, de activa of de vaststelling of uitvoering van het operationele beleid van een vergunninghouder; |
| q. uiteindelijk belanghebbende: | een natuurlijk persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft, via het direct of indirect houden van meer dan tien procent van de aandelen, over stemrechten of van het eigendomsbelang in de rechtspersoon. |
§ 2 Verboden handelingen
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een kansspelvergunning van de CGA, of zonder anderszins bij of krachtens wettelijke grondslag daartoe gerechtigd te zijn, om enig kansspel in of vanuit Curaçao te organiseren of gelegenheid ertoe te geven.
2. Het is verboden te handelen in strijd met de aan de kansspelvergunning verbonden voorschriften en beperkingen.
3. Het is verboden een kansspelvergunning over te dragen, of bij overeenkomst of anderszins in welke vorm dan ook aan een ander in gebruik te geven.
4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op gelegenheden die niet voor het publiek zijn opengesteld, noch bedrijfsmatig worden gegeven.
5. Het is verboden gelegenheid te bieden tot deelname aan een non-profit-kansspel indien niet ten minste vier weken tevoren aan de CGA hiervan melding is gedaan.
Het is een deelnemer verboden:
a. deel te nemen aan een kansspel indien de deelnemer reeds bekend is met de uitkomst van een aan dat kansspel afhankelijk gestelde gebeurtenis;
b. deel te nemen aan een kansspel indien de deelnemer is aan te merken als een sleutelpersoon van de aanbieder van dat kansspel; of
c. om zijn vordering op een houder van een kansspelvergunning onder welke titel dan ook te verkopen, schenken, verhuren, leasen, belenen of te verpanden.
Het is de kansspelvergunninghouder verboden:
a. kansspelen aan te bieden waarvan de uitkomst deels of volledig afhankelijk is van werkelijke gebeurtenissen die te maken hebben met een ramp of crisis als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening rampenbestrijding , met uitbuiting van mensen of mishandeling van mensen of dieren of met het anderszins in gevaar brengen van levens van mensen of dieren;
b. kansspelen aan te bieden die middels een afbeelding of voorwerp aanstotelijk voor de eerbaarheid zijn als bedoeld in artikel 2:194 van het Wetboek van Strafrecht of beledigend zijn als bedoeld in Titel XV van het Wetboek van Strafrecht ;
c. enige vorm van krediet te verstrekken aan deelnemers of daarbij te bemiddelen;
d. een minderjarige de gelegenheid te geven om deel te nemen aan kansspelen; of
e. een andere persoon dan een minderjarige, ten aanzien van wie redelijkerwijs moet worden vermoedt dat deze een kwetsbaar persoon is, de gelegenheid te geven om deel te nemen aan kansspelen.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een ingevolge deze landsverordening voorgeschreven leveranciersvergunning van de CGA in of vanuit Curaçao kritieke diensten of goederen te leveren.
2. Het is verboden te handelen in strijd met de aan de verleende leveranciersvergunning verbonden voorschriften en beperkingen.
Hoofdstuk 2
Kansspelvergunningen
1. Een kansspelvergunning kan door de CGA op schriftelijke aanvraag worden verleend aan een naamloze of besloten vennootschap die naar het recht van Curaçao is opgericht en bovendien statutair in Curaçao is gevestigd.
2. De CGA stelt een model-aanvraagformulier voor een kansspelvergunning op.
3. De aanvrager van een kansspelvergunning is verplicht om bij de aanvraag tijdig en naar waarheid alle informatie te verstrekken met gebruikmaking van het aanvraagformulier.
4. De rechtspersoon waarvoor de aanvraag gedaan wordt, wordt bestuurd door ten minste één natuurlijk persoon die ingezetene is van Curaçao of een rechtspersoon die naar het recht van Curaçao is opgericht en statutair in Curaçao is gevestigd en die wordt bestuurd door ten minste één natuurlijk persoon die ingezetene is van Curaçao.
5. Tenzij anders bepaald in deze landsverordening wordt een kansspelvergunning voor onbepaalde tijd verleend.
6. Het model-aanvraagformulier, bedoeld in het tweede lid, is bij de CGA verkrijgbaar en wordt op de website van de CGA bekendgemaakt.
1. De CGA kan een kansspelvergunning weigeren indien zij gronden heeft om aan te nemen dat zulks een veilig, verantwoord, transparant, controleerbaar en betrouwbaar kansspelaanbod in gevaar kan brengen.
2. De vergunning wordt in ieder geval niet verleend indien:
a. de identiteit, het bestaan en de betrokkenheid van alle uiteindelijk belanghebbenden, personen met een gekwalificeerde deelneming en degenen die het beleid bepalen of medebepalen die betrokken zijn bij de exploitatie van het kansspel waarvoor de kansspelvergunning wordt aangevraagd niet is komen vast te staan;
b. een uiteindelijk belanghebbende met een belang groter dan 25%, dan wel de houder van een gekwalificeerde deelneming met een belang groter dan 25%, dan wel degene die het beleid bepaalt of mede bepaalt, in de acht jaren voorafgaand aan de aanvraag is veroordeeld, al dan niet onherroepelijk, voor enig misdrijf dat gepleegd is ter verkrijging van wederrechtelijk voordeel, waaronder, doch niet beperkt tot diefstal, afpersing, heling, verduistering, bedrog, benadeling van schuldeisers, witwassen, of voor financiering van terrorisme.
c. de herkomst van middelen en de herkomst van vermogen gebruikt voor de financiering van de exploitatie niet voldoende is komen vast te staan dan wel geheel of gedeeltelijk kan worden herleid naar criminele activiteit;
d. de eventueel met de aanvraag gemoeide verschuldigde bedragen, niet volledig zijn voldaan;
e. de aanvrager van een kansspelvergunning openstaande belasting- en premieschulden bij de Ontvanger of de Sociale Verzekeringsbank heeft, dan wel een betalingsregeling heeft ter zake welke niet naar behoren wordt nagekomen, dan wel uitstel van betaling heeft;
f. de aanvrager of enige persoon die het beleid bepaalt of mede bepaalt, bij een andere exploitatie betrokken is of was die onderworpen is aan een schorsing van de kansspelvergunning of waarvan de kansspelvergunning is ingetrokken;
g. de aanvrager van een kansspelvergunning niet in voldoende mate kan aantonen dat hij beschikt over voldoende liquide middelen om de prijzen, die naar redelijke verwachting kunnen vallen, direct te kunnen uitbetalen aan de deelnemers;
h. de aanvrager niet beschikt over beleid ter waarborging van verantwoord kansspelaanbod;
i. de aanvrager niet voorziet in een door de CGA goedgekeurde vorm van alternatieve geschillenbeslechting, voor zover verplicht gesteld ingevolge deze landsverordening;
j. een sleutelpersoon die betrokken is bij de exploitatie een kwetsbaar persoon is; of
k. de aanvrager niet in het meldsysteem goAML, bedoeld in het Landsbesluit goAML meldportaal, voor zover op hem van toepassing, is geregistreerd.
3. Onder verantwoord kansspelaanbod als bedoeld in het eerste lid wordt ten minste begrepen:
a. het waarborgen dat de deelnemers spelen in een veilige en beveiligde omgeving;
b. het waarborgen dat kansspelen eerlijk en duidelijk zijn voor deelnemers;
c. het waarborgen dat kwetsbare personen niet kunnen deelnemen aan kansspelen;
d. het waarborgen dat deelnemers hun deelname aan kansspelen kunnen beperken dan wel stoppen als een dergelijke deelname een verslaving voor hen dreigt te worden.
De CGA kan een kansspelvergunning geheel of gedeeltelijk ten hoogste voor drie maanden schorsen op grond van ernstige vermoedens dat er grond bestaat om de vergunning in te trekken op grond van artikel 2.4. Deze termijn kan worden verlengd met een termijn van ten hoogste drie maanden.
1. De CGA kan de kansspelvergunning intrekken indien:
a. de kansspelvergunninghouder een verpichting voortvloeiende uit of krachtens deze landsverordening, niet zijnde een reden tot intrekking genoemd in het tweede lid, schendt of geschonden heeft;
b. een aan de vergunning verbonden voorschrift of beperking waaronder de vergunning is verleend, is overtreden;
c. de CGA vermoedt of ernstige redenen heeft om te vermoeden dat de kansspelvergunninghouder, een uiteindelijk belanghebbende, een persoon met een gekwalificeerde deelneming of enige sleutelpersoon verdacht wordt van het overtreden van een verbod zoals gesteld bij of krachtens deze landsverordening, of van een strafbaar feit dat direct verband houdt met de vergunningsactiviteiten voortvloeiend uit een wettelijke regeling, rechtstreeks werkend rijkswetgeving, rechtstreeks werkende verdragsbepalingen of vergelijkbaar buitenlandse wetgeving, waaronder maar niet beperkt tot diefstal, heling, witwassen, fraude, terrorisme of een ander misdrijf dat de openbare rechtsorde ernstig heeft geschokt.
d. de kansspelvergunninghouder niet voldoet aan zijn financiële verplichtingen jegens een deelnemer of uit hoofde van deze landsverordening;
e. de kansspelvergunninghouder de CGA niet tijdig en naar waarheid op de hoogte stelt van veranderingen die van invloed kunnen zijn op de status van de kansspelvergunning;
f. de kansspelvergunninghouder tegoeden van deelnemers, waaronder mede begrepen de door deelnemers behaalde speelwinsten, oneigenlijk gebruikt of heeft gebruikt;
g. zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan zo zij voor het tijdstip waarop de kansspelvergunning werd verleend zich hadden voorgedaan, of bekend waren geweest, de kansspelvergunning zou zijn geweigerd;
h. de kansspelvergunninghouder, voor zover daartoe gehouden ingevolge deze landsverordening, niet meer voorziet in een door de CGA goedgekeurde vorm van alternatieve geschillenbeslechting;
i. niet of niet meer wordt voldaan aan de bij of krachtens deze landsverordening, de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties , de Landsverordening identificatie bij dienstverlening , de Sanctielandsverordening of de Rijkssanctiewet gestelde regels; of
j. het naar het oordeel van de CGA, naar aanleiding van een onherroepelijk besluit van een autoriteit in een ander land, voldoende aannemelijk is geworden dat is komen vast te staan dat de kansspelvergunninghouder in strijd handelt met wettelijke regelingen aangaande kansspelen van dat betreffende land.
2. De CGA trekt de kansspelvergunning in indien:
a. de kansspelvergunninghouder het vebod, bedoeld in artikel 1.2, derde lid, overtreedt;
b. er gronden zijn om aan te nemen dat de kansspelaanbieder een veilig, verantwoord, transparant, controleerbaar en betrouwbaar kansspelaanbod in gevaar brengt;
c. de kansspelvergunninghouder van een kansspelvergunning niet in voldoende mate kan aantonen dat hij beschikt over voldoende liquide middelen om de prijzen, die naar redelijke verwachting kunnen vallen, direct te kunnen uitbetalen aan de deelnemers;
d. de kansspelvergunninghouder niet beschikt over in ieder geval beleid ter waarborging van een verantwoord kansspelaanbod;
e. de kansspelvergunninghouder daarom verzoekt;
f. de doelstellingen van het betrokken bedrijf van de kansspelvergunninghouder niet meer worden nagestreefd;
g. de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt bij de aanvraag van de kansspelvergunning dusdanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
h. de kansspelvergunninghouder de kansspelen waarvoor de kansspelvergunning is afgegeven gedurende een termijn van zes opeenvolgende kalendermaanden niet heeft geëxploiteerd;
i. de kansspelvergunninghouder rapporten en andere gegevens en bescheiden aan de CGA verstrekt welke onwaar of misleidend zijn;
j. het aan van de kansspelvergunninghouder te wijten is dat een belasting, overeenkomstig een van de belastingverordeningen, genoemd in artikel 1, eerste lid, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen, niet of gedeeltelijk niet is voldaan of afgedragen, of te weinig belasting is geheven, dan wel niet of niet tijdig is betaald;
k. het aan de kansspelvergunninghouder te wijten is, dat in strijd is gehandeld met het bepaalde bij of krachtens de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, de Landsverordening identificatie bij dienstverlening, de Sanctielandsverordening of de Rijkssanctiewet;
l. het aan de kansspelvergunninghouder of enige sleutelpersoon te wijten is, dat een overtreding van een bij of krachtens deze landsverordening gesteld verbod, dan wel voor diefstal, heling, witwassen, fraude of enig ander misdrijf dat de openbare rechtsorde ernstig geschokt, is begaan;
m. er sprake is van een onherroepelijke veroordeling van de kansspelvergunninghouder voor een overtreding van een bij of krachtens deze landsverordening verbod, of van een strafbaar feit of van een strafbaar feit dat direct verband houdt met de vergunningsactiviteiten voortvloeiend uit een wettelijke regeling, rechtstreeks werkend rijkswetgeving, of rechtstreeks werkende verdragsbepalingen strafbaar gestelde feit, waaronder maar niet gelimiteerd tot diefstal, heling, witwassen, terrorisme, fraude of enig misdrijf dat de openbare rechtsorde ernstig heeft geschokt.
3. De CGA kan aan de intrekking voorschriften verbinden ter waarborging van de belangen van deelnemers of andere belangen die een veilig, verantwoord, transparant, controleerbaar en betrouwbaar kansspelaanbod dienen. De houder van een ingetrokken kansspelvergunning is verplicht de voorschriften in acht te nemen.
1. Indien de CGA voornemens is de kansspelvergunning geheel of gedeeltelijk te schorsen of in te trekken, deelt zij dit voornemen mede aan de kansspelvergunninghouder. De artikelen 13.29 en 13.30 zijn hierbij van overeenkomstige toepassing op een voorgenomen intrekking van de vergunning.
2. De kansspelvergunninghouder wordt in staat gesteld zijn zienswijze binnen twee weken na de mededeling van het voornemen, bedoeld in het eerste lid, kenbaar te maken.
3. De CGA beslist binnen zes weken na ontvangst van de zienswijze als bedoeld in het tweede lid, en indien de zienswijze achterwege is gebleven, binnen zes weken nadat de termijn bedoeld in het tweede lid is verstreken.
4. De schorsing of de intrekking wordt gepubliceerd in het register, bedoeld in artikel 3.1.
5. Indien de CGA in het kader van de beslissing, bedoeld in het derde lid, een aanwijzing als bedoeld in artikel 13.43, geeft en deze niet wordt opgevolgd binnen de termijn die daarvoor is gegeven, kan de CGA alsnog overgaan tot geheel of gedeeltelijke schorsing van de kansspelvergunning dan wel tot de intrekking van de kansspelvergunning.
6. De houder van een ingetrokken kansspelvergunning is, onverminderd de door de CGA gestelde voorschriften verbonden aan de intrekking, gehouden om het aanbieden van kansspelen onverwijld te staken. Enig ingesteld of nog in te stellen gerechtelijke procedure heeft geen schorsende werking.
1. De CGA kan een kansspelvergunning wijzigen:
a. op schriftelijk verzoek van een vergunninghouder; of
b. ambtshalve ingeval van de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdelen a of b.
2. Artikel 2.5, eerste lid, eerste volzin, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
3. Ten aanzien van een wijziging van een vergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, beslist de CGA binnen zes weken na ontvangst van het volledige verzoek voor een wijziging. Deze termijn kan worden verlengd met een termijn van ten hoogste zes weken.
4. Artikel 2.1, tweede en derde lid, en artikel 2.2. zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging van een kansspelvergunning als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
5. De wijziging wordt gepubliceerd in het register, bedoeld in artikel 3.1.
Hoofdstuk 3
Het register
1. De CGA houdt een register bij van alle kansspelvergunningen, leveranciersvergunningen en certificaten.
2. In het register wordt inzake de vergunningen en certificaten, bedoeld in het eerste lid, vermeldt:
a. de soort vergunning of certificaat en de activiteiten waarvoor de vergunning of certificaat is verleend;
b. de naam van de vergunninghouder of degene aan wie certificaat is verleend;
c. het registratienummer van de vergunninghouder of degenen aan wie certificaat is verleend bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid;
d. de datum waarop de vergunning of certificaat is verleend; en
e. de geldigheidsstatus van de vergunning of certificaat.
3. Het register is kosteloos, openbaar en toegankelijk voor eenieder en wordt op de website van CGA gepubliceerd.
Hoofdstuk 4
Non-profit-kansspelen
1. Een non-profit-kansspel is een goederenloterij, bingo of bon ku ne:
a. dat nader is gereguleerd bij of krachtens landsverordening;
b. dat wordt georganiseerd door een non-profitorganisatie die is gevestigd in Curaçao;
c. dat slechts op Curaçao wordt aangeboden; en
d. dat niet meer dan:
1˚. tien keer per jaar wordt georganiseerd door dezelfde non-profitorganisatie en per keer niet meer dan NAf 250.000,- aan omzet opbrengt; of
2˚. vijf keer per jaar wordt georganiseerd door dezelfde non-profitorganisatie en per keer niet meer dan NAf 500.000 opbrengt.
2. Ten minste een bestuurder van een non-profitorganisatie is een ingezetene van Curaçao.
3. De voor het kansspel bij of krachtens landsverordening geldende spelregels en veiligheidseisen ten aanzien van de lokaliteit waarin het kansspel fysiek wordt aangeboden, worden in acht genomen.
4. Onverminderd het eerste lid, onderdeel d, zijn spelregels als bedoeld in het derde lid die strekken tot het voorschrijven van een maximale opbrengst of inzet per speler niet van toepassing op non-profitkansspelen.
5. Trekkingen van loterijen ten behoeve van non-profit-kansspelen vinden uitsluitend plaats door instellingen die zich bij de CGA hebben gemeld en die de verschuldigde vergoeding, genoemd in het zesde lid, hebben voldaan.
6. De vergoeding die is verschuldigd voor de melding van een non-profit-kansspel als bedoeld in het vijfde lid bedraagt NAf 100,-.
7. De non-profitorganisatie treft maatregelen om de gelden van deelnemers en hun winsten zeker te stellen en houdt ten behoeve van ieder non-profit-kansspel een administratie bij die bij de aard en de omvang van het aan te bieden kansspel past bij.
8. De non-profitorganisatie waarborgt dat de non-profit-kansspelen eerlijk en duidelijk zijn voor deelnemers en dat kwetsbare personen niet deelnemen aan de non-profit-kansspelen.
9. Een melding als bedoeld in artikel 1.2, vijfde lid, vindt overeenkomstig een door de CGA vastgesteld model en de ondersteunende documentatie.
10. Ter waarborging van de naleving van het bepaalde in dit artikel en ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme en proliferatie, wordt in het model als bedoeld in het negende lid in ieder geval opgenomen:
a. het non-profit-kansspel dat wordt aangeboden;
b. de identiteit van de bestuurders van de non-profitorganisatie;
c. de herkomst van de middelen die gebruikt worden in het kader van het aan te bieden non-profit-kansspel;
d. de omvang van de beoogde opbrengst van het aan te bieden non-profit-kansspel;
e. de bestemming van de beoogde opbrengst van het aan te bieden non-profit-kansspel;
f. de wijze waarop aan het bepaalde in het derde tot en met zevende lid van dit artikel wordt voldaan.
11. De non-profitorganisatie verzendt binnen zes weken nadat het non-profit-kansspel is beëindigd een staat van baten en lasten met betrekking tot het non-profit-kansspel. De CGA kan nadere stukken en inlichtingen opvragen ter waarborging van de naleving van het bepaalde in dit artikel en ter voorkoming van witwassen van geld en financiering van terrorisme.
12. Het model, bedoeld in het negende lid, is bij de CGA verkrijgbaar en wordt op de website van de CGA bekendgemaakt.
Hoofdstuk 5
Kansspelen op afstand
1. Tot het organiseren van kansspelen op afstand kan een vergunning worden verleend overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
2. De behandeling van een aanvraag voor een kansspelvergunning voor kansspelen op afstand geschiedt in twee fasen. De eerste fase heeft slechts betrekking op de beoordeling van de integriteit van in ieder geval degenen betrokken bij het organiseren van de kansspelen, de uiteindelijke belanghebbenden, de personen met een gekwalificeerde deelneming en degene die het beleid bepaalt of mede bepaalt, alsmede de beoordeling van de financiële toestand en levensvatbaarheid van de aanvrager. De tweede fase ziet op de andere dan in de vorige volzin genoemde voorschriften waaraan bij of krachtens deze landsverordening dient te zijn voldaan voor het verkrijgen van de kansspelvergunning.
3. De CGA stelt de door de aanvrager te verstrekken informatie en documentatie per fase vast.
4. De CGA beslist binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde informatie en documentatie ten behoeve van de beoordeling in de eerste fase tot verdere behandeling van de aanvraag in de tweede fase dan wel tot de weigering van de vergunning. Deze termijn kan met maximaal vier weken worden verlengd.
5. Indien de CGA beslist tot verdere behandeling van de aanvraag in de tweede fase, dient binnen vier weken na de dagtekening van deze beslissing alle benodigde informatie en documentatie te zijn ingediend bij de CGA ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag in de tweede fase.
6. De CGA beslist binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag ten behoeve van de beoordeling in de tweede fase tot afgifte van de vergunning dan wel de weigering daarvan. Deze termijn kan met maximaal vier weken worden verlengd.
7. Ten aanzien van de eerste en tweede fase stelt de CGA binnen twee weken na ontvangst van de daartoe ingediende informatie en documentatie vast of deze al dan niet volledig is. Indien aanvrager binnen vier weken na daartoe te zijn aangemaand in gebreke blijft met indiening van alle benodigde informatie en documentatie, wordt de aanvraag niet verder in behandeling genomen. De termijn in de tweede volzin kan kan worden verlengd met ten hoogste vier weken.
8. De CGA kan hangende het onderzoek in de tweede fase beslissen tot het verlenen van een voorlopige kansspelvergunning voor de duur van maximaal zes maanden. Deze termijn kan worden verlengd met ten hoogste zes maanden.
9. Een voorlopige kansspelvergunning wordt in ieder geval niet verleend indien één of meer van de gevallen genoemd in artikel 2.2, tweede lid, zich voordoen.
10. De bij of krachtens deze landsverordening geldende voorschriften die van toepassing zijn op een kansspelvergunning zijn van toepassing op de voorlopige kansspelvergunning, tenzij in deze landsverordening anders bepaald.
11. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen met betrekking tot de aanvraagprocedure nadere regels worden vastgesteld.
1. De aanvrager verstrekt alle inlichtingen en legt alle bescheiden over die nodig zijn voor het beoordelen van de aanvraag ter waarborging van een veilig, verantwoord, transparant en betrouwbaar kansspelaanbod.
2. De inlichtingen en bescheiden als bedoeld in het eerste lid kunnen door de CGA worden verlangd teneinde inzicht te verkrijgen in onder meer:
a. de statutaire zetel, de betrouwbaarheid en geschiktheid van de aanvrager;
b. de eigendoms- en zeggenschapsstructuur binnen de de groep waartoe de aanvrager behoort;
c. de identiteit, betrouwbaarheid en geschiktheid van diens sleutelpersonen;
d. de identiteit en de betrouwbaarheid van diens houders van een gekwalificeerde deelneming en uiteindelijke belanghebbenden;
e. de liquiditeit en solvabiliteit van diens onderneming;
f. de doelstellingen van diens onderneming en de aanvaardbaarheid en haalbaarheid van deze doelstellingen;
g. de geschiktheid, aanvaardbaarheid en betrouwbaarheid van de aan te bieden kansspelen;
h. de betrouwbaarheid, integriteit, controleerbaarheid en geschiktheid van diens bedrijfsvoering en de middelen en werkwijze die voor het aanbieden van de kansspelen worden gebruikt;
i. de betrouwbaarheid en geschiktheid van personen van wie hij diensten wenst af te nemen met het oog op de aan te bieden kansspelen;
j. de toegepaste geregistreerde domeinnaam of software applicaties waarop de kansspelen worden aangeboden;
k. de geschiktheid en transparantie van diens maatregelen ter waarborging van verantwoord kansspelaanbod;
l. het spel op afstand systeem, en alle software die wordt gebruikt bij de bediening van spelen op afstand;
m. de geschiktheid van diens maatregelen ter voorkoming van fraude met of misbruik van de aangeboden spelen of andere vormen van criminaliteit.
3. De aanvrager gebruikt een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door de CGA.
4. Het model, bedoeld in het derde lid, is bij de CGA verkrijgbaar en wordt op de website van de CGA bekendgemaakt.
1. Een deelnemer aan een kansspel kan zich binnen zes maanden na het voordoen van een incident in het kader van zijn deelname aan een kansspel kosteloos beklagen bij de vergunninghouder.
2. Binnen een week na de ontvangst van een klacht, als bedoeld in het eerste lid, draagt de vergunninghouder zorg voor schriftelijke bevestiging van ontvangst van het klaagschrift aan de klager met daarbij een toelichting op de wijze van behandeling.
3. Het beklag, bedoeld in het eerste lid is opgesteld op basis van het door de vergunninghouder beschikbaar gestelde model klaagschrift, dat volgens richtlijnen van de CGA is vastgesteld en
a. bevat de naam, het adres en de woonplaats van de klager;
b. bevat de dagtekening;
c. in een van de officiële talen het Engels, Nederlands of Papiamentu taal opgesteld is;
d. omvat een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is gericht.
4. De vergunninghouder bericht de klager, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na ontvangst van de klacht:
a. bij het niet in behandeling nemen van de klacht, de reden voor het niet in behandeling nemen van de klacht;
b. bij het wel in behandeling nemen van de klacht, het door de vergunninghouder op schrift gesteld gemotiveerd eindoordeel over de klacht, bedoeld in het eerste lid.
5. De termijn, bedoeld in het vierde lid, kan eenmalig schriftelijk met vier weken worden verlengd.
6. De vergunninghouder biedt te allen tijde aan diens deelnemers de mogelijkheid om gebruik te maken van alternatieve geschillenbeslechting.
7. De alternatieve geschillenbeslechting, bedoeld in het zesde lid, wordt op kosten van de vergunninghouder aangeboden.
8. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het beklag en de alternatieve geschillenbeslechting, bedoeld in dit artikel.
1. De vergunninghouder voert een beleid ter voorkoming van deelname aan kansspelen door kwetsbare personen inhoudende tenminste:
a. de algemene informatie over kansspelverslaving die beschikbaar wordt gesteld aan spelers;
b. de wijze waarop kwetsbare personen worden geïdentificeerd;
c. de maatregelen die worden gehanteerd om onmatige deelname of de dreiging daarvan te voorkomen;
d. de mogelijkheden van spelers om zichzelf uit te sluiten van deelname aan kansspelen.
2. Aan een deelnemer die zichzelf vrijwillig aanmerkt als persoon die problematisch gokgedrag ondervindt en die de vergunninghouder schriftelijk verzoekt om van de deelname aan kansspelen te worden uitgesloten, wordt die deelname ontzegd door de houder van een ingevolge artikel 5.1, eerste lid, verleende vergunning voor een termijn van ten minste twaalf maanden vanaf de dagtekening van het verzoek. Een dergelijk verzoek is gedurende de termijn van uitsluiting onherroepelijk.
3. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van de in het eerste lid bedoelde beleid en de uitsluiting van kwetsbare personen van deelname aan kansspelen.
De houder van een ingevolge artikel 5.1, eerste lid, verleende vergunning bedingt dat de tussen hem en de speler gesloten kansspelovereenkomst wordt beheerst door het recht van Curaçao, en dat geschillen met betrekking tot die kansspelovereenkomst worden voorgelegd aan de rechter van Curaçao.
1. De houder van een ingevolge artikel 5.1, eerste lid, verleende vergunning ziet erop toe dat diens marketing- en reclameactiviteiten, waaronder tevens het aanbieden van bonussen begrepen:
a. niet aanzetten tot onmatige deelname;
b. niet misleidend zijn;
c. niet gericht zijn op kwetsbare personen.
2. Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de marketing- en reclameactiviteiten ter waarborging van een verantwoord kansspelaanbod.
3. De in het tweede lid bedoelde regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
a. de inhoud van wervings- en reclameactiviteiten;
b. de doelgroepen waarop zodanige activiteiten zijn gericht;
c. de hoeveelheid, de tijdsduur en het tijdstip, en
d. de wijze waarop en de plaats waar wervings- en reclame-uitingen worden gedaan;
e. verantwoord gokken.
1. Er is een waarborgfonds waarbij houders van een vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, zich tegen voldoening van een premie dienen aan te sluiten, ter verzekering van uitbetaling van spelerstegoeden aan deelnemers van kansspelen op afstand.
2. De bepalingen gegeven bij of krach¬tens de Landsverorde¬ning comptabiliteit 2010 inzake de begroting en de rekening zijn van overeen¬komstige toe¬pas¬sing bij het beheer van het waarborgfonds.
3. De hoogte van de premies als bedoeld in het eerste lid wordt bij ministeriële regeling met algemene werking jaarlijks op basis van een actuarieel rapport geïndexeerd.
4. Het fonds wordt beheerd door een bij landsbesluit aan te wijzen rechtspersoon.
5. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels ten aanzien van het waarborgfonds, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld.
De CGA kan aan een kansspelvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, voorschriften en beperkingen verbinden die redelijkerwijs kunnen bijdragen aan een veilig, verantwoord, transparant en betrouwbaar kansspelaanbod, welke onder meer betrekking kunnen hebben op:
a. wijzigingen van de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de aanvrager en het concern waartoe de aanvrager behoort;
b. goedkeuring van sleutelpersonen;
c. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van aan kansspelen gerelateerde vormen van criminaliteit zoals fraude, misbruik en matchfixing;
d. goedkeuring van apparatuur, programmatuur en locaties die worden gebruikt voor het aanbieden van de kansspelen;
e. de identificatie, verificatie en acceptatie van spelers;
f. de bepaling van prijzen en de wijze van inzetten en uitkeren van tegoeden aan deelnemers;
g. de afscheiding en reservering van de tegoeden van de spelers of de verzekering van die tegoeden, en de uitkering van de tegoeden aan de spelers;
h. minimum en de maximuminzetten per persoon en per speelkans, alsmede overige aan deelneming te stellen voorwaarden;
i. de statuten en reglementen van de houder van de vergunning;
j. de solvabiliteit en liquiditeit van de houder van de vergunning;
k. de inhoud van de door de houder van de vergunning toe te passen algemene voorwaarden;
l. uitbesteding van activiteiten;
m. verhoudingen met leveranciers.
1. De houder van een ingevolge artikel 5.1, eerste lid, verleende vergunning, dient te allen tijde een operationele gebruiksaanwijzing bij te houden, die informatie bevat over de wijze en mate van naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde alsmede de aan de kansspelvergunning verbonden voorschriften en beperkingen, waaronder in ieder geval:
a. een beschrijving van de in het kader van diens exploitatie aangeboden kansspelen, de betaalmogelijkheden, inzetten, uitkeringen, software, alsmede uitkomst bepalende elementen;
b. een beschrijving van de periodiek gehanteerde testmethodes ter kwaliteitsbewaking;
c. de wijze van opslag van persoonsgegevens en andere data van deelnemers;
d. een beschrijving van visuele elementen die in het kader van de exploitatie via de spelwebsite of andere software applicatie aan de deelnemer worden getoond;
e. een beschrijving van technische maatregelen die zijn ondernomen teneinde te voorkomen dat natuurlijke personen worden toegelaten, die het op grond van de landsverordening niet is toegestaan om aan de bij exploitatie geboden kansspelen deel te nemen;
f. een schematische weergave van de technische infrastructuur, alsmede een beschrijving van herstelmogelijkheden in het geval van een ten aanzien van de exploitatie opgetreden technische noodsituatie;
g. een beschrijving van de wijze waarop de beginselen van verantwoord kansspelaanbod in de exploitatie zijn geïmplementeerd, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.2, derde lid, 5.4 en 5.6;
h. de meest recente tekst van de door de exploitatie gehanteerde algemene voorwaarden;
i. een beschrijving van de wijze hoe de vergunninghouder geschillen met deelnemers beslecht, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.3;
j. de digitale registratie die wordt bijhouden aangaande bepaalde kritische informatie over spelers, hun speltransacties en hun financiële transacties, welke te allen tijde beschikbaar moet worden gehouden voor de CGA op een server van een op Curaçao gevestigde Tier-IV gecertificeerde datacenter.
2. De CGA kan een of meerdere modellen vaststellen die voor de operationele gebruiksaanwijzing als bedoeld in het eerste lid gebruikt dienen te worden.
3. De houder van een ingevolge artikel 5.1, eerste lid, verleende vergunning verleent inzage in de operationele gebruiksaanwijzing, binnen vijf werkdagen na ontvangst van een daartoe strekkend eerste verzoek van de CGA.
4. De houder van een ingevolge artikel 5.1, eerste lid, verleende vergunning zorgt voor permanente educatie voor personen werkzaam, op het gebied van kansspelen, bij de vergunninghouder. De permanente educatie wordt op jaarbasis verzorgd en is onder meer gericht op mentaal welzijn, anti-omkoping, misdaadbestrijding, verantwoord gokken, antiwitwassen communicatie met spelers en verantwoord adverteren, en wordt verzorgd afhankelijk van de soort functie die representatief is voor het kennis- en ervaringsniveau dat van die functie verwacht wordt.
5. De modellen, bedoeld in het tweede lid, is bij de CGA verkrijgbaar en wordt op de website van de CGA bekendgemaakt.
6. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen nadere regels worden gesteld inzake de inhoud van de operationele gebruiksaanwijzing
1. De houder van een ingevolge artikel 5.1, eerste lid, verleende vergunning is gehouden bij de CGA informatie, inlichtingen en rapportages in te dienen welke volgens de CGA nodig zijn voor het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze landsverordening.
2. Voor het verkrijgen van informatie, inlichtingen en rapportages als bedoeld in het eerste lid kan de CGA gebruik maken van een door de CGA te beheren centrale controledatabank.
3. De rapportages bestaan in ieder geval uit een wijzigingsrapportage, incidentenrapportage, een rapportage inzake spelerstransacties en een klachtenrapportage.
4. In de wijzigingsrapportage rapporteert de houder van een vergunning over alle wijzigingen over de afgelopen periode in de operationele gebruiksaanwijzing als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, vergezeld van een nieuwe versie daarvan. De wijzigingsrapportage dient tweemaal jaarlijks uiterlijk op 15 juni en 15 januari te worden ingediend bij de CGA.
5. In de incidentenrapportage rapporteert de vergunninghouder over in ieder geval de volgende onderwerpen:
a. inbreuk op de beveiliging van het kansspelaanbod waardoor persoonlijke informatie van spelers of spelgegevens (mogelijk) in gevaar zijn gebracht, alsmede de naar aanleiding daarvan getroffen maatregelen;
b. uitval, verlies of beschadiging van een deel of het geheel van de apparatuur of software waardoor het aanbod voor kansspelen op afstand (mogelijk) geheel of gedeeltelijk verloren is gegaan, alsmede de naar aanleiding daarvan getroffen maatregelen;
c. aan kansspelen gerelateerde (pogingen tot) fraude of andere vormen van crimineel gedrag van deelnemers, alsmede de naar aanleiding daarvan getroffen maatregelen;
d. andere gedragingen en gebeurtenissen die een ernstig gevaar kunnen vormen voor de verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van de aangeboden kansspelen of het vertrouwen in de verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van de vergunde kansspelen kunnen schaden.
6. De incidentenrapportage dient binnen vierenentwintig uren na een incident te worden ingediend bij de CGA.
7. De rapportage inzake spelerstransacties houdt tenminste in het totaalbedrag, de aard van creditering en debitering van iedere speelrekening, alsmede, waar van toepassing, de aard van het daarbij gebruikte betaalinstrument en, waar van toepassing, een niet direct tot de identiteit van de speler herleidbare, unieke aanduiding van de daarbij gedebiteerde onderscheidenlijk gecrediteerde betaalrekening per geregistreerde domeinnaam of softwareapplicaties.
8. De CGA kan een model voor de in dit artikel bedoelde rapportages vaststellen.
9. De CGA kan ter waarborging van een veilig, verantwoordelijk, transparant en betrouwbaar kansspelaanbod nadere voorschriften stellen ten aanzien van rapportages omtrent:
a. de soorten;
b. de inhoud; en
c. de vorm, de periodiciteit en de termijn waarop de rapportages betrekking hebben.
10. Het model, bedoeld in het achtste lid, is bij de CGA verkrijgbaar en wordt op de website van de CGA bekendgemaakt.
1. De houder van een ingevolge artikel 5.1, eerste lid, verleende vergunning voert ten aanzien van de aangeboden kansspelen een administratie.
2. De vergunninghouder voert de administratie, bedoeld in het eerste lid, op zodanige wijze dat zijn rechten en verplichtingen en de rechten van de speler te allen tijde duidelijk blijken en dat zij binnen een redelijke termijn kan voldoen aan verzoeken van de CGA ten aanzien van de nodige gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening.
3. De vergunninghouder is verplicht diens jaarrekening op uiterlijk op 30 juni van het navolgende kalenderjaar bij de CGA in te leveren.
4. Indien volgens de CGA daartoe aanleiding bestaat is de vergunninghouder verplicht om de CGA tussentijdse financiële rapportages te verstrekken.
5. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de administratie. Deze kunnen onder meer betrekking hebben op de daarin op te nemen gegevens en de termijnen gedurende welke die gegevens moeten worden bewaard.
1. Ten aanzien van de houder van een ingevolge artikel 5.1, eerste lid, verleende vergunning, geldt dat deze:
a. gedurende de eerste vier jaren na inwerkingtreding van deze landsverordening, aan ten minste één in het bevolkingsregister van Curaçao ingeschreven sleutelpersoon, niet zijnde diens bestuurder, blijvend en voltijds werk zal verschaffen, al dan niet in dienstbetrekking;
b. vanaf het vijfde jaar na inwerkingtreding van deze landsverordening aan ten minste drie in het bevolkingsregister van Curaçao ingeschreven sleutelpersoon, niet zijnde diens bestuurder, blijvend en voltijds werk zal verschaffen, al dan niet in dienstbetrekking; en
c. een op Curaçao gelegen onroerende zaak of een deel van een onroerende zaak ter beschikking heeft, waarin zich een eigen bedrijfsruimte bevindt welke is voorzien van gebruikelijke faciliteiten voor de uitvoering van uitsluitend de bedrijfsactiviteiten onder diens kansspelvergunning.
2. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen eisen gesteld worden waaraan een onroerende zaak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, moet voldoen.
3. Functies van sleutelpersonen die door hun aard als onverenigbaar met elkaar worden beschouwd mogen niet door dezelfde persoon tegelijkertijd worden vervuld. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen nadere regels gesteld worden ten aanzien van de functies die onverenigbaar zijn met die van de sleutelpersonen.
4. Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op de vergunninghouder die:
a. niet eerder dan een jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de vergunningsaanvraag is opgericht;
b. geen uiteindelijk belanghebbende heeft die tevens uiteindelijk belanghebbende is, of, in de twee jaren die onmiddellijk voorafgaan aan de indiening van de vergunningsaanvraag, is geweest, van enig andere lokale of buitenlandse aanbieder van kansspelen afstand of aan kansspel gerelateerde diensten of goederen;
c. in het kalenderjaar die onmiddellijk voorafgaat aan de indiening van de aanvraag van de vergunning een totale bruto spelopbrengst heeft gegenereerd van minder dan NAf 20.000.000,-;
d. in de eerste drie boekjaren na de afgifte van de vergunning, een totale bruto spelopbrengst genereert van minder dan NAf 20.000.000,- per jaar, in welk geval de vergunninghouder vanaf het vierde boekjaar na de afgifte van de vergunning dient te voldoen aan het eerste lid van dit artikel; en
e. halfjaarlijks, een verklaring van een onafhankelijke financieel deskundige overlegt, waarin is bevestigd dat de vergunninghouder de bruto spelopbrengst bedoeld in onderdeel d nog niet heeft bereikt.
5. Onder bruto spelopbrengst wordt verstaan de waarde van de in het betreffende tijdvak ontvangen inzetten, minus de prijzen die ter beschikking zijn gesteld in hetzelfde tijdvak.
6. De minister kan in verband met bijzondere omstandigheden voor een termijn van ten hoogste twee jaren vrijstelling verlenen van de verplichting tot naleving van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Onder bijzondere omstandigheden valt in ieder geval de situatie waarin de beschikbaarheid van sleutelpersonen of bedrijfsruimte op de lokale markt beperkt is.
7. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden de voorwaarden voor de vrijstelling, bedoeld in het zesde lid, vastgesteld.
1. Aan een naamloze of besloten vennootschap die naar het recht van Curaçao is opgericht en bovendien statutair in Curaçao is gevestigd, kan een leveranciersvergunning worden verleend om in of vanuit Curaçao kritieke diensten of goederen te leveren.
2. Artikel 2.1, derde, artikel 2.2, eerste lid, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, e, f, artikel 2.3, artikel 2.4, eerste lid, onderdelen a, b, c, e, g, i, tweede lid, onderdelen a, b, e, f, g, i, j, k, l, artikel 5.1, tweede tot en met elfde lid, artikel 5.10, eerste, tweede, achtste en negende lid, artikel 5.11 en artikel 5.12, eerste, tweede en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De aanvrager van een vergunning als bedoeld in artikel 5.13, eerste lid, verstrekt alle inlichtingen en legt alle bescheiden over die volgens de CGA nodig zijn voor het beoordelen van de aanvraag ter waarborging van een veilig, verantwoord, transparant, controleerbaar en betrouwbaar kansspelaanbod.
2. De aanvrager van een vergunning is verplicht om bij de aanvraag tijdig en naar waarheid alle informatie te verstrekken die volgens de CGA benodigd is voor het kunnen vaststellen van onder meer:
a. de statutaire zetel van de aanvrager;
b. de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van het concern waartoe de aanvrager behoort;
c. de identiteit, betrouwbaarheid en geschiktheid van diens sleutelpersonen;
d. de identiteit en de betrouwbaarheid van diens uiteindelijke belanghebbenden;
e. de liquiditeit en solvabiliteit van diens onderneming;
f. de doelstellingen van diens onderneming en de aanvaardbaarheid en haalbaarheid van deze doelstellingen;
g. de betrouwbaarheid, controleerbaarheid en geschiktheid van diens bedrijfsvoering en de middelen en werkwijze die voor het leveren van diens diensten of goederen worden gebruikt.
3. De CGA beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan worden verlengd met een termijn van ten hoogste acht weken.
4. De aanvrager gebruikt een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door de CGA.
5. Het model, bedoeld in het derde lid, is bij de CGA verkrijgbaar en wordt op de website van de CGA bekendgemaakt.
De CGA kan aan een leveranciersvergunning voorschriften en beperkingen verbinden die redelijkerwijs kunnen bijdragen aan een veilig, verantwoord, transparant en betrouwbaar kansspelaanbod, welke onder meer betrekking kunnen hebben op:
a. wijzigingen van de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de aanvrager en het concern waartoe de aanvrager behoort;
b. goedkeuring van sleutelpersonen;
c. apparatuur en programmatuur die gebruikt worden voor het leveren van diensten of goederen;
d. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van aan kansspelen gerelateerde vormen van criminaliteit zoals fraude, misbruik en matchfixing;
e. het aantal, de soort en de wijze van goedkeuring van de aan te bieden spelen, alsmede de overige toe te laten activiteiten;
f. de boekhouding, de administratieve organisatie en de interne controle van de houder van de vergunning;
g. de statuten en reglementen van de houder van de vergunning;
1. De CGA houdt een openbaar register bij van leveranciers die kritieke diensten of goederen ter beschikking stellen aan houders van een kansspelvergunning voor kansspelen op afstand.
2. De CGA verricht de inschrijving en doorhaling daarin op zodanige wijze dat uit het register is op te maken vanaf welk tijdstip, welke activiteiten de ingeschreven leveranciers verrichten, alsmede de staat van de zetel.
3. De CGA draagt onverwijld zorg voor de inschrijving van leveranciers die zich voor de inschrijving aanmelden.
4. Het is een vergunninghouder niet toegestaan om kritieke diensten of goederen af te nemen van leveranciers die niet geregistreerd zijn.
5. De artikelen 5.10, eerste, tweede, achtste en negende lid zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De CGA kan op aanvraag, voor de duur van maximaal drie jaren, een certificaat verlenen aan natuurlijke personen of rechtspersonen, die aan kansspel gerelateerde diensten of goederen aanbieden aan houders van een vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid. Na verstrijken van deze termijn kan opnieuw een aanvraag worden ingediend.
2. Onder aan kansspel gerelateerde diensten of goederen als bedoeld in het eerste lid worden niet begrepen kritieke diensten, kritieke goederen, of dienstverlening door vrije beroepen, waaronder advocaten.
3. Een aanvrager komt in aanmerking voor een certificaat als bedoeld in het eerste lid indien door de aanvrager schriftelijk aannemelijk is gemaakt dat de aanvrager beschikt over de nodige kennis, ervaring en kwaliteiten voor het aanbieden van diensten of goederen waarvoor een certificaat wordt aangevraagd.
4. De CGA stelt een model-aanvraagformulier voor het certificaat vast, die bij de CGA verkrijgbaar is en op de website van de CGA wordt bekendgemaakt.
5. De CGA beslist binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan worden verlengd met een termijn van ten hoogste zes weken.
6. In afwijking van artikel 7, tweede lid, onderdeel j, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, kan beroep tegen een beschikking als bedoeld in het eerste lid bij het Gerecht worden ingesteld.
7. Indien de certificaathouder niet meer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid, wordt het certificaat door de CGA ingetrokken en wordt de vermelding hiervan uit het register, bedoeld in artikel 3.1, gehaald.
8. Intrekking van het certificaat kan voorts plaatsvinden in geval van:
a. faillissement;
b. surséance van betaling;
c. onherroepelijke veroordeling wegens misdrijven gerelateerd aan kansspelen;
d. het handelen in strijd met andere wettelijke regelingen gerelateerd aan kansspelen
e. op verzoek van de certificaathouder; of
f. bij het overlijden van een natuurlijk persoon die tevens certificaathouder is.
1. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, bedraagt EUR 4.592en wordt vermeerderd met EUR 150 per iedere uiteindelijke belanghebbende van de aanvrager, EUR 150 per houder van een gekwalificeerde deelneming en EUR 2.551 per iedere beursgenoteerde uiteindelijk belanghebbende van de aanvrager.
2. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 5.13, eerste lid, bedraagt EUR 4.592en wordt vermeerderd met EUR 150 per iedere uiteindelijke belanghebbende van de aanvrager, EUR 128 per houder van een gekwalificeerde deelneming en EUR 2.551per iedere beursgenoteerde uiteindelijk belanghebbende van de aanvrager.
3. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag voor een certificaat op grond van artikel 5.17, bedraagt EUR 383.
4. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag van de kansspelvergunninghouder of leverancier tot verruiming dan wel vervanging van het toegestane kansspelaanbod bedraagt EUR 13per spel.
5. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag van een vergunninghouder tot gebruik van een geregistreerde domeinnaam of softwareapplicatie waarop kansspelen worden aangeboden, bedraagt EUR 250per geregistreerde domeinnaam of software applicatie.
6 De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag van een vergunninghouder tot wijziging van een houder van een gekwalificeerde belang in de vergunninghouder bedraagt EUR 128 per houder van gekwalificeerde belang.
7. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag van een vergunninghouder tot toevoeging of wijziging van een uiteindelijk belanghebbende van de vergunninghouder bedraagt EUR 128 per uiteindelijk belanghebbende.
8. Na evaluatie van de kosten kunnen de bedragen genoemd in dit artikel bij landsbesluit, houdende maatregelen, worden gewijzigd.
9. De in dit artikel genoemde bedragen kunnen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden gewijzigd.
1. Op de vergunning wordt een vergunningsrecht geheven.
2. Het vergunningsrecht bestaat uit:
a. een vast recht aan de CGA verschuldigd ter dekking van de geraamde kosten voor het doorlopend toezicht van de CGA;
b. een vast recht aan de ‘s Landskas verschuldigd voor het houden van de vergunning.
3. Het door de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, verschuldigde recht, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bedraagt EUR 22.960 per jaar.
4. Het door de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, verschuldigde recht bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bedraagt EUR 24.490 per jaar.
5. Het door de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 5.13, eerste lid, verschuldigde recht bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bedraagt EUR 24.490 per jaar.
6. De in dit artikel genoemde bedragen kunnen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden gewijzigd.
7. Bij ministeriële regeling met algemene werking worden de bedragen, genoemd in dit artikel, bij toepassing van het achtste lid aangepast aan de ontwikkeling van de prijsindexcijfers van de gezinsconsumptie met ingang van de eerste dag van enig kalenderjaar.
8. Aanpassing van de bedragen, genoemd in dit artikel, kan plaats vinden op basis van de stijging die het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie voor de maand augustus daaraan voorafgaande aangeeft ten opzichte van het prijsindexcijfer voor de maand augustus van het voorafgaande jaar.
Hoofdstuk 6
Vergunningsrechten en verschuldigde bedragen
1. De voldoening van het vergunningsrecht en de verschuldigde bedragen geschiedt overeenkomstig deze landsverordening langs elektronische weg.
2. Een aanvraag als bedoeld in artikel 5.18 wordt in behandeling genomen, nadat de verschuldigde vergoedingen, voor het in behandeling nemen van de betreffende aanvraag, zijn voldaan.
3. Voldoening van het vergunningsrecht, bedoeld in artikel 5.19, geschiedt binnen een termijn van veertien dagen na de mededeling van de CGA dat de aanvraag voor een vergunning is toegewezen naar rato van de resterende dagen van het jaar waarin de vergunning is verleen en vervolgens uiterlijk op 15 januari van ieder daaropvolgend jaar.
4. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen met betrekking tot de voldoening van het vergunningsrecht en de verschuldigde bedragen langs elektronische weg als bedoeld in het eerste lid regels worden vastgesteld.
1. De invordering van het vergunningsrecht en verschuldigde bedragen overeenkomstig de artikelen 4.1, zesde lid, 5.18 en 5.19, derde lid en vijfde lid, geschiedt door de CGA.
2. De invordering van het vergunningsrecht, bedoeld in artikel 5.19, vierde lid, geschiedt door de Ontvanger.
3. De artikelen 5, 6, eerste, tweede en vierde lid, 7 onderdelen 1° en 2°, 9, 10, 11, eerste en tweede lid en 12 van de Invorderingsverordening 1954 , alsmede de voorschriften opgenomen in de Landsverordening van de 31ste december 1942 op de invordering van directe belastingen 1943 , alsmede de voorschriften van de Landsverordening van de 31ste december 1942 houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen , met uitzondering van de zinsnede “volgens een bij landsbesluit vastgesteld formulier”, in de aanhef van artikel 2, alsmede met uitzondering van de artikelen 2, eerste lid, onderdeel a, derde lid, 8 en 9, zijn van overeenkomstige toepassing op de invordering van het vergunningsrecht en de verschuldigde bedragen, bedoeld, in het eerste.
4. De invordering van het vergunningsrecht, bedoeld in het tweede lid, geschiedt overeenkomstig de voorschriften van de Invorderingsverordening 1954, alsmede de voorschriften opgenomen in de Landsverordening van de 31ste december 1942 op de invordering van directe belastingen 1943 , alsmede de voorschriften opgenomen in de Landsverordening van de 31ste december 1942 houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging in¬zake van belastingen, bijdragen en vergoedingen.
1. Onmiddellijk na de invordering, van de bedragen, bedoeld in artikel 6.2, wordt:
a. een percentage van drie procent, van het totaal van de ingevorderde bedragen, gestort in een Sportfonds als bedoeld in artikel 1, eerste lid, Landsverordening Sportfonds Curaçao , beheerd door het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport,
b. een percentage van twee procent, van het totaal van ingevorderde bedragen, gestort in een fonds voor bescherming van kwetsbare personen, welke wordt beheerd door het Ministerie Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn;
c. een percentage van een procent, van het totaal van de ingevorderde bedragen, gestort in een fonds als bedoeld in hoofdstuk 18, bijlage I, van de Landsverordening comptabiliteit 2010, en komt ten laste van de functie nummer 78, Overige Uitgaven Gezondheid, Milieu en Natuur, bedoeld in bijlage II van de Landsverordening comptabiliteit 2010, ten behoeve van stichtingen ter bestrijding van gokverslaving;
d. een percentage van vijf procent, van het totaal van de ingevorderde bedragen, gestort in de Ouderdomsfonds, bedoeld in artikel 24 van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering , alsmede gestort in de Weduwen- en wezenfonds, bedoeld in artikel 27 van de Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering , ten behoeve van verhoging van het ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering, respectievelijk ten behoeve van de verhoging van het weduwen- en wezenpensioen, bedoeld in de artikelen 11 en 12 van de Landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering.
2. Het fonds voor bescherming van kwetsbare personen wordt ingericht overeenkomstig het Sportfonds, bedoeld in het eerste lid. De Minister Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn bepaald wie deel zullen uitmaken van het bestuur van het fonds, bedoeld in het eerste lid.
3. De in het vierde lid bedoelde betalingen ten gunste van het Sportfonds kunnen hoofdzakelijk strekken tot uitgaven ten behoeve van de financiering van sociale sportaangelegenheden.
4. Uitgaven van de bijdrage voor kwetsbare personen, kunnen hoofdzakelijk strekken tot uitgaven ten behoeve van de financiering van initiatieven en programma’s ter bevordering van verantwoord gokken en het tegengaan van gokverslaving.
Loterijen
(Gereserveerd)
Landsloterij
(Gereserveerd)
Casinospelen
(Gereserveerd)
Paardenwedrennen
(Gereserveerd)
Overige kansspelen
(Gereserveerd)
Hoofdstuk 12
De kansspelautoriteit
§1 Taken en bevoegdheden
1. De CGA wordt als een zelfstandig bestuursorgaan als bedoeld in artikel 111, eerste lid, van de Staatsregeling van Curaçao, ingesteld en heeft tot taak, uitvoering te geven aan de bij of krachtens deze landsverordening, vastgestelde regels, alsmede aan taken betreffende kansspelen die bij of krachtens andere landsverordeningen aan dit zelfstandig bestuursorgaan zijn opgedragen.
2. De CGA ziet met betrekking tot de uitoefening van haar taken en bevoegdheden, alsmede met betrekking tot de taken en bevoegdheden van de personen, bedoeld in artikel 13.1, eerste lid, toe op:
a. een tijdige voorbereiding en uitvoering van besluiten;
b. de kwaliteit van de daarbij gebruikte procedures;
c. de zorgvuldige behandeling van personen en instellingen die met de CGA in aanraking komen;
d. de zorgvuldige behandeling van aanvragen, bezwaarschriften en klachten die worden ontvangen.
3. De CGA, de representatieve organisaties gehoord, stelt beleidsregels op met betrekking tot de uitoefening van de bij of krachtens deze landsverordening opgelegde taken. De beleidsregels worden in de Landscourant en op de website van de CGA bekendgemaakt.
4. Onder een representatieve organisatie als bedoeld in het derde lid, wordt verstaan een belangenorganisatie, die door de CGA wordt aangewezen. Na het aanwijzen van een organisatie als een representatieve organisatie, stuurt de CGA zo spoedig mogelijk een schriftelijke kennisgeving hiervan naar de minister.
5. In de beleidsregels worden onder meer regels ter voorkoming van witwassen van geld en financiering van terrorisme opgenomen, alsmede regels met betrekking tot de technische en de organisatorische aard van de kansspelactiviteiten rekening houdend met adviezen, aanbevelingen en standaarden van internationale of intergouvernementele organisaties.
§2 Inrichting en samenstelling
De statuten van de CGA worden met inachtneming van deze landsverordening, en de Landsverordening corporate governance opgesteld.
§3 Raad van Bestuur
1. Aan het hoofd van de CGA staat een Raad van Bestuur.
2. De Raad van Bestuur vertegenwoordigt de CGA in en buiten rechte
3. De Raad van Bestuur legt verantwoording af aan de Raad van Commissarissen.
De Raad van Bestuur bestaat uit ten minste een en ten hoogste drie leden, de voorzitter daaronder begrepen. In het geval dat het bestuur uit meer dan één natuurlijk persoon bestaat, benoemt de Raad van Commissaris één van de leden van het bestuur tot voorzitter van het bestuur.
1. De leden van de Raad van Bestuur worden, de adviseur corporate governance gehoord, op voordracht van de minister, bij landsbesluit benoemd, opgemaakt op basis van een aanbeveling door de Raad van Commissarissen. De voordracht bestaat voor iedere functie uit drie personen, elk bij voorkeur met een erkende reputatie en affiniteit met de kansspelsector.
2. De leden van de Raad van Bestuur dienen onafhankelijk te zijn en te voldoen aan de deskundigheid- en integriteitnormen conform de eisen gesteld in de profielschetsen, bedoeld in het derde lid.
3. De Raad van Commissarissen stelt, de profielen bedoeld in het tweede lid vast. De profielen worden gepubliceerd in de Landscourant.
4. De leden van de Raad van Bestuur worden benoemd voor een zittingstermijn van 6 jaar en zijn bij hun aftreden terstond opnieuw eenmaal aansluitend benoembaar, met dien verstande dat een benoeming tussentijds eindigt door tussentijds ontslag of bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, dan wel zoveel eerder als met het betreffende lid is overeengekomen.
5. De artikelen 4, vierde lid, 9 en 10 van de Landverordening Corporate Governance zijn van overeenkomstige toepassing op het horen van de adviseur corporate governance, bedoeld in het eerste lid.
6. Op aanbeveling van de Raad van Commissarissen kunnen de leden van de Raad van Bestuur bij een met redenen omkleed landsbesluit worden geschorst of tussentijds ontslagen.
7. In geval van regulier aftreden van een lid, vinden de voordracht, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk drie maanden voor het aftreden van dat lid en benoeming, bedoeld in het eerste lid, binnen drie maanden na voordracht, plaats.
8. In geval van bijzondere aftreden als bedoeld in het zevende lid vinden de voordracht en de benoeming, bedoeld in het eerste lid, binnen drie maanden na het aftreden plaats.
9. De Raad van Bestuur stelt, na overleg met de Raad van Commissarissen, een reglement vast betreffende taakuitoefening van de Raad van Bestuur.
Met het lidmaatschap van de Raad van Bestuur is onverenigbaar:
a. enig financieel of ander belang bij een instelling of bedrijf met activiteiten of belangen in de kansspelsector waardoor twijfel zou kunnen ontstaan aan diens onpartijdigheid,
b. het werkzaam zijn in of bij een landsorgaan of een rechtspersoon waarin het Land financieel of anderszins overwegende invloed heeft;
c. het lidmaatschap van de Staten van Curaçao;
d. de functie van Gouverneur;
e. de functie van vervanger van de Gouverneur;
f. het lidmaatschap van de Raad van Advies;
g. het lidmaatschap van de Algemene Rekenkamer;
h. het lidmaatschap van de Sociaal Economische Raad;
i. de functie van Ombudsman;
j. de functie van minister;
k. de functie van Secretaris of Adjunct-secretaris van de Raad van Ministers;
l. de functie van gevolmachtigde minister;
m. de functie van:
1° President, lid, of plaatsvervangend lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
2° rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg;
3° Procureur-generaal;
4° Advocaat-generaal; 5° Hoofdofficier van Justitie;
6° Griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba; of
7° Officier van Justitie.
1. Het voor te dragen lid legt een schriftelijke verklaring af aan de Raad van Commissarissen betreffende zijn zakelijke belangen en overige vermogensbestanddelen en nevenfuncties en nevenwerkzaamheden.
2. Na diens benoeming dient het lid voordat hij nieuwe zakelijke belangen en overige bestandsdelen heeft verworven dan wel nevenfuncties en nevenwerkzaamheden heeft aanvaard, bij de Raad van Commissarissen een schriftelijke verklaring in.
3. Op belangen die ontstaan door erfrecht, giften en andere inkomstenbronnen is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
1. Onverminderd het gestelde in artikel 126 beslist de Raad van Commissarissen, het lid gehoord, inzake de verklaring, bedoeld in artikel 12.7, tweede lid, welke zakelijke belangen en overige bestanddelen, alsmede nevenfuncties dan wel nevenwerkzaamheden, ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van de functie als lid van de Raad van Bestuur of de handhaving van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
2. De Raad van Commissarissen wint over de te nemen beslissing, bedoeld in het eerste lid, advies in bij de adviseur corporate governance als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening corporate governance . De artikelen 4, vierde lid, en 9 van de Landsverordening corporate governance zijn op het horen van de adviseur corporate governance, bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening corporate governance, van overeenkomstige toepassing.
3. Het lid is gehouden, indien zich naar het oordeel van de Raad van Commissarissen ongewenste vereniging van belangen of nevenwerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid voordoet, de benodigde voorzieningen in zijn vermogensbeheer te treffen of de desbetreffende nevenfunctie of nevenwerkzaamheden niet te aanvaarden. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot of partner van een lid.
4. Het lid dient binnen dertig dagen nadat de voorzieningen, bedoeld in het derde lid, zijn getroffen, een nieuwe schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 12.7, eerste lid, in bij de Raad van Commissarissen . Artikel 12.7, tweede tot en met vierde lid en het eerste tot en met derde lid van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De Raad van Commissarissen bewaart de verklaring, bedoeld in artikel 12.7, eerste lid, voor de duur van twee jaren, gerekend vanaf de datum waarop het lidmaatschap is geëindigd.
2. De Raad van Commissarissen vernietigt de verklaring, bedoeld in artikel 12.7, eerste lid, na verloop van de bewaartermijn, bedoeld in het eerste lid.
1. De Raad van Bestuur voert op periodieke basis, maar ten minste halfjaarlijks, overleg met de minister omtrent het kansspelbeleid van de CGA. De minister kan voor dit overleg de Raad van Commissarissen uitnodigen.
2. De CGA stelt jaarlijks voor de minister een verslag op omtrent het door de CGA gevoerde beleid van het afgelopen jaar en de financiële aangelegenheden van de CGA en stuurt deze ter kennisneming ook aan de Staten. Het verslag wordt gepubliceerd in de Landscourant en op de website van CGA.
§4 Raad van commissarissen
1. Er is een Raad van Commissarissen, bestaande uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden, onder wie de voorzitter.
2. De Raad van Commissarissen oefent toezicht uit op de handelingen van de Raad van Bestuur, en geeft ter zake advies aan de Raad van Bestuur.
1. De leden van de Raad van Commissarissen worden bij landsbesluit benoemd. Benoeming van de leden van de Raad van Commissarissen geschiedt op voordracht van de minister.
2. De benoeming geschiedt voor een termijn van vier jaren. Elk lid is bij zijn aftreden terstond opnieuw eenmaal aansluitend benoembaar.
3. In geval van ontstentenis of belet van een of meer leden van de Raad van Commissarissen, blijven de overgebleven leden met het commissariaat van de CGA belast.
4. In bijzondere gevallen kunnen de leden van de Raad van Commissarissen bij met redenen omkleed landsbesluit worden geschorst of tussentijds ontslagen.
5. Geschorste of aftredende leden nemen geen deel aan de selectie ten behoeve van de voordracht inzake hun vervanging.
6. In geval van regulier aftreden van een lid, vindt de voordracht, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk drie maanden voor het aftreden van dat lid en benoeming, bedoeld in het eerste lid, binnen drie maanden na voordracht, plaats.
7. In geval van bijzonder aftreden als bedoeld in het vijfde lid vindt de voordracht en benoeming, bedoeld in het derde lid binnen drie maanden na het aftreden plaats.
8. De leden van de Raad van Commissarissen dienen deskundig, integer en onafhankelijk te zijn, conform de eisen gesteld in de profielschetsen zoals opgenomen in het reglement, genoemd in het negende lid.
9. De Raad van Commissarissen stelt, in overleg met de minister, een reglement vast betreffende haar profielen en haar taakuitoefening. Dit reglement wordt gepubliceerd in de Landscourant en op de website van CGA.
1. De leden van de Raad van Commissarissen ontvangen een vaste vergoeding, welke bij landsbesluit wordt vastgesteld.
2. De uit het voorgaande lid voortvloeiende uitgaven komen ten laste van de begroting van de CGA.
1. Vertegenwoordigers van personen, ondernemingen of instellingen die onder toezicht van de CGA of daarmee gelijkgestelde personen staan kunnen niet tegelijkertijd in een van de Raad van Commissarissen en Raad van Bestuur werkzaam zijn.
2. Tussen de commissarissen onderling, tussen hen en de leden van de Raad van Bestuur, tussen de leden van de Raad van Bestuur onderling, alsmede tussen de minister en de leden van de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen, mag geen bloed- of aanverwantschap tot de tweede graad bestaan.
1. Het voor te dragen lid Raad van Commissaris legt een schriftelijke verklaring af aan de minister betreffende zijn zakelijke belangen en overige vermogensbestanddelen en functies en werkzaamheden.
2. De artikelen 12.7, tweede lid, tot en met 12.9 zijn van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden van commissarissen.
§5 Financiële aangelegenheden
1. De kosten gemaakt voor de taakuitvoering van de CGA in relatie tot kansspelen op afstand, worden vergoed uit de opbrengsten van het vergunningsrecht en van de verschuldigde bedragen, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid.
2. Indien gedurende het jaar verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen het werkelijk en het begroot exploitatieresultaat van de CGA in relatie tot kansspelen op afstand, doet de raad van bestuur van de CGA daarvan onverwijld mededeling aan de minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
3. De omvang van de verschillen bedoeld in het tweede lid dient binnen zes weken na het einde van het boekjaar waarop deze betrekking heeft te worden gerapporteerd aan de Minister.
4. In geval van een werkelijke positief exploitatieresultaat als bedoeld in het tweede lid, draagt de CGA binnen 6 maanden na het einde van het boekjaar waarop het betrekking heeft 90% van het overschot aan s‘ Landskas. Indien de CGA een algemeen reservefonds van NAf 10.000.000,- heeft opgebouwd, draagt de CGA, in afwijking van het vorige volzin 100% van het overschot aan ‘s Landskas. De CGA is bevoegd, na goedkeuring door de minister, de Raad van Commissarissen te hebben gehoord, bestemmingsreserves te vormen of te laten muteren. In afwijking van de eerste volzin draagt de CGA 100% van de overschot aan ’s Landskas, indien de CGA de volledig goedgekeurde bestemminsreserves heeft opgebouwd.
5. In geval van een werkelijk negatief exploitatieresultaat als bedoeld in het tweede lid, komt het tekort, na goedkeuring van de Raad van Ministers, op voordracht van de minister, ten laste van een positieve begroting van het Land.
6. De goedkeuring, bedoeld in het vijfde lid, en de aanvulling van het tekort door het Land vinden plaats binnen 6 maanden na het einde van het boekjaar waarop het tekort betrekking heeft.
§ 6 Klachten tegen CGA
1. Eenieder kan zich beklagen over de wijze waarop de CGA bij de uitvoering van deze landsverordening, zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen via het op schriftelijke of elektronische wijze indienen van een door de CGA beschikbaar gesteld model klaagschrift.
2. Binnen twee weken na de ontvangst van een klacht, als bedoeld in het eerste lid, draagt de CGA zorg voor bevestiging, op schriftelijke of elektronische wijze, van ontvangst van het klaagschrift aan de klager met daarbij een toelichting op de wijze van behandeling. Afschriften worden toegezonden aan alle personen waarop de klacht als bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft.
3. Het klaagschrift, bedoeld in het eerste lid:
a. bevat de naam en het adres van de klager;
b. bevat de dagtekening;
c. is in het Engels , Nederlandse of Papiaments opgesteld;
d. is opgesteld op basis van het model, bedoeld in het eerste lid;
e. omvat een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is gericht;
f. is door de klager ondertekend.
4. De CGA is niet verplicht de klacht, bedoeld in het eerste lid, in behandeling te nemen, indien de klacht betrekking heeft op een gedraging:
a. die anders is dan als bedoeld in het eerste lid; of
b. waarbij het belang van de klager bij een behandeling dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk verwaarloosbaar is; of
c. waarvoor geen klaagschrift op basis van het model, bedoeld in het eerste lid, is opgesteld, dan wel niet voldoet aan alle vereisten, als bedoeld in het derde lid; of
d. waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van dit artikel is behandeld; of
e. die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden; of
f. waartegen door de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden; of
g. die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een administratieve rechter onderworpen is, dan wel onderworpen is geweest; of
h. ter zake waarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en ter zake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is.
5. De CGA bericht de klager, bedoeld in het eerste lid, binnen twee maanden na ontvangst van de klacht:
a. bij het niet in behandeling nemen van de klacht, de reden voor het niet in behandeling laten nemen van de klacht;
b. bij het wel in behandeling nemen van de klacht, het op schrift gestelde eindoordeel, over de klacht, bedoeld in het eerste lid.
6. De CGA kan de termijn, bedoeld in het vijfde lid, eenmalig met een maand verlengen, onder mededeling op schriftelijke dan wel elektronische wijze aan de klager, aan alle personen waarop de klacht, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft.
7. Tegen een beslissing inzake de behandeling van een klacht als bedoeld in het vijfde en zesde lid, kan geen bezwaar of beroep worden ingesteld.
8. Zodra de CGA naar tevredenheid van de klager, bedoeld in het eerste lid, aan diens klacht tegemoet is gekomen, vervalt de verplichting tot het verder toepassen van dit artikel.
9. Het model klaagschrift, bedoeld in het eerste lid, is bij de CGA verkrijgbaar en wordt op de website van de CGA bekendgemaakt.
§ 7 Aansprakelijkheid CGA
1. De CGA, de leden van de Raad van Commissarissen, de leden van de Raad van Bestuur en diens personeel zijn niet aansprakelijk voor schade teweeggebracht in de normale uitoefening van hun bij of krachtens deze landsverordening en overige wettelijke regelgeving uit te oefenen taken en bevoegdheden, tenzij de schade te wijten is aan opzet of bewuste roekeloosheid.
2. De beperking van de aansprakelijkheid, bedoeld in het eerste lid, is ook van toepassing op derden die namens of in opdracht van de CGA, of van de in het eerste lid genoemde organen en personen taken en bevoegdheden uitoefenen.
Hoofdstuk 13
Toezicht en handhaving
§1. Toezicht
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde, is de CGA of door de CGA aangewezen personen belast.
2. De in het eerste lid bedoelde toezichthouder is uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van de taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:
a. alle gegevens en inlichtingen te vragen;
b. inzage te verlangen van alle zakelijke boeken en bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
c. voorwerpen aan opneming en onderzoek te onderwerpen en deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
d. alle plaatsen met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen;
e. vaartuigen, stilstaande voertuigen en de lading daarvan te onderzoeken.
3. Zo nodig wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het derde lid, onderdeel d en e, verschaft met behulp van de sterke arm.
4. Op het binnentreden van woningen of van tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen als be¬doeld in het derde lid, onderdeel e, is Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvor¬de¬ring van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal.
5. Eenieder is verplicht aan de in het eerste lid bedoelde toezichthouders alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.
6. Bij de uitoefening van hun taak dragen de in het eerste lid bedoelde toezichthouders een door de CGA te verstrekken legitimatiebewijs bij zich, dat zij desgevraagd aanstonds tonen. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de toezichthouder en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid.
7. Ter bevordering van effectieve toezicht kan de CGA samenwerkingsprotocolen vaststellen met nationale of internationale instellingen, zoals de Stichting Overheids Belastingaccountantsbureau of kanspspelautioriteiten van andere landen.
1. De CGA is in afwijking van artikel 14.1, bevoegd vertrouwelijke gegevens of inlichtingen, verkregen bij de uitvoering van een op grond van deze landsverordening opgedragen taak, te verstrekken aan:
a. een andere toezichtautoriteit of een buitenlandse toezichthoudende instelling;
b. de Inspectie der Belastingen en het Openbaar Ministerie voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van publiekrechtelijke taken en bevoegdheden van deze instanties.
2. Van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, wordt geen gebruik gemaakt, indien:
a. het doel waarvoor de gegevens en inlichtingen zullen worden gebruikt, onvoldoende bepaald is;
b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op de kansspelen;
c. verstrekking van die gegevens of inlichtingen zich niet verdraagt met de openbare orde of het recht van Curaçao;
d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet voldoende is gewaarborgd;
e. verstrekking van de gegevens en inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze landsverordening beoogt te beschermen;
f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt.
3. Voor de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, die zijn verkregen van een buitenlandse toezichthoudende instelling, versterkt de CGA deze niet aan andere buitenlandse toezichthoudende instellingen, tenzij de instelling waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen, heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt.
4. Indien een buitenlandse instelling aan degene die gegevens of inlichtingen op grond van het derde lid heeft verstrekt, verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, geeft CGA aan een zodanig verzoek slechts gevolg voor zover:
a. het beoogde gebruik niet in strijd is met het tweede lid, onderdelen a tot en met e;
b. die buitenlandse instelling op een andere wijze, dan in deze landsverordening voorzien, vanuit Curaçao met inachtneming van de daarvoor geldende procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen.
5. In afwijking van artikel 50 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen is de Inspecteur der Belastingen bevoegd om gegevens en inlichtingen, die voor de uitoefening van de taken overeenkomstig deze landsverordening, met CGA uit te wisselen.
1. De CGA kan gegevens en inlichtingen vorderen, een onderzoek instellen of doen instellen bij een vergunninghouder, dan wel bij eenieder waarvan redelijkerwijs wordt vermoed dat hij over gegevens of inlichtingen beschikt, die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de bij of krachtens deze landsverordening opgedragen taken.
2. Degene aan wie gegevens of inlichtingen als bedoeld in het eerste, zijn gevraagd, zijn verplicht deze te verstrekken binnen redelijke termijn.
3. Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt ingesteld, is verplicht alle medewerking te verlenen die nodig is voor een adequate uitvoering van dat onderzoek.
4. De CGA kan toestaan dat een functionaris van een verzoekende instantie als bedoeld in artikel 13.2, eerste lid, deelneemt aan de uitvoering van een verzoek als bedoeld in het tweede lid.
5. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot samenwerkingsprotocollen met nationale en internationale instellingen als bedoeld in artikel 13.1, zevende lid en een instantie als bedoeld in het vierde lid, de tijdsduur van die samenwerkingsprotocollen, de vergoedingen van deze instellingen en instanties, de geschillenbeslechting en het toepasselijk recht, ter waarborging van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van deze instellingen en instanties.
§2 Herstelsancties
Titel 1. Last onder dwangsom
De last onder dwangsom is de herstelsanctie die inhoudt:
a. een schriftelijke opdracht tot geheel of gedeeltelijk herstel van een overtreding; en
b. de verplichting tot betaling van een geldsom, indien aan de in onderdeel a bedoelde opdracht geen of niet tijdig uitvoering is gegeven.
1. De CGA dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom op leggen.
2. Voor een last onder dwangsom wordt niet gekozen, indien het belang van het betrokken voorschrift beoogt te beschermen, zich daartegen verzet.
1. De CGA is bevoegd een last onder dwangsom op te leggen ter zake van de overtreding bij of krachtens artikel 1.2, eerste, tweede, derde lid en vijfde lid, artikel 1.3, artikel 1.4, artikel 1.5, artikel 2.1, derde lid en vierde lid, artikel 2.4, eerste lid, onderdelen d, e, f en h, tweede lid, onderdelen b, c, g, en i, en derde lid, artikel 2.5, zesde lid, artikel 4.1, tweede lid, derde lid en vijfde lid tot en met elfde lid, , artikel 5.3, eerste lid, tweede lid, derde lid, vierde lid, zesde en zevende lid, artikel 5.4, eerste en tweede lid, artikel 5.5, artikel 5.6, eerste lid, artikel 5.8, artikel 5.9, eerste lid, derde lid en vierde lid, artikel 5.10, eerste lid en derde lid tot en met zevende lid, artikel 5.11, eerste tot en met vierde lid, artikel 5.12, eerste tot en met derde lid, artikel 5.16, vierde lid, artikel 13.1, vijfde lid en artikel 13.3, tweede en derde lid, gestelde voorschriften.
2. Geen last onder dwangsom wordt opgelegd, indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen zich daartegen verzet.
1. Indien een verzoek tot bestuurlijke handhaving betrekking heeft op een gedraging ten aanzien waarvan reeds een last onder dwangsom is opgelegd, en de in de last vermelde termijn voor uitvoering van de last nog niet is verstreken, stelt de CGA de verzoeker daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.
2. De CGA vermeldt daarbij dat de verzoeker meegedeeld zal worden, of de last door de overtreder is uitgevoerd en, zo niet, of de CGA alsdan voornemens is een last onder bestuursdwang op te leggen dan wel de dwangsom in te vorderen.
1. De CGA stelt de dwangsom vast op:
a. een bedrag ineens;
b. een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd; of,
c. een bedrag per overtreding van de last.
2. De CGA stelt bij een dwangsom als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c tevens een bedrag vast waarboven voor die last geen dwangsom meer wordt verbeurd.
3. De door de CGA vast te stellen bedragen staan in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.
Een beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom vermeldt:
a. een omschrijving van de overtreding;
b. het overtreden voorschrift;
c. de te nemen herstelmaatregelen;
d. het bedrag, bedoeld in artikel 13.8; en,
e. de termijn gedurende welke de last kan worden uitgevoerd zonder de dwangsom te verbeuren.
De CGA die een last onder dwangsom heeft opgelegd, kan op verzoek van de overtreder in geval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de overtreder om aan diens uit de last voortvloeiende verplichtingen te voldoen:
a. de last intrekken;
b. de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde termijn; of,
c. de dwangsom verminderen.
1. De CGA beslist bij beschikking omtrent de invordering van een dwangsom, indien geconstateerd is dat de last niet tijdig geheel of gedeeltelijk uitgevoerd is.
2. De beschikking en een afschrift van het rapport waarin de niet-naleving is geconstateerd worden onverwijld aan de overtreder verzonden.
3. De beschikking vermeldt het verbeurde bedrag. Indien de last gedeeltelijk is uitgevoerd, kan het verbeurde bedrag minder bedragen dan het in de last genoemde bedrag.
4. De bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom vervalt vijf jaar na de dag waarop de beschikking, bedoeld in het eerste lid, is verzonden.
1. Indien uit een beschikking tot intrekking of wijziging van een last onder dwangsom voortvloeit dat een reeds gegeven beschikking tot invordering van die dwangsom niet in stand kan blijven, vervalt die beschikking.
2. De CGA is bevoegd een nieuwe beschikking tot invordering te geven, die in overeenstemming is met de gewijzigde last onder dwangsom.
1. Een verbeurde dwangsom wordt betaald binnen acht weken nadat de dwangsom van rechtswege is verbeurd.
2. De overtreder is in verzuim, indien hij niet binnen de in het eerste lid bepaalde termijn heeft betaald, en is vanaf die datum aan de CGA verschuldigd de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek .
3. Bij gebreke van betaling van het bedrag van de dwangsom zendt de CGA onverwijld aan de overtreder een aanmaning dat deze binnen een termijn van twee weken na de datum van verzending van de aanmaning alsnog aan zijn betalingsverplichting dient te voldoen.
4. De aanmaning bevat de aanzegging dat het verschuldigde bedrag, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente, bij dwangbevel zal worden ingevorderd, voor zover dat niet binnen de in het derde lid gestelde termijn volledig is voldaan, en dat de invorderingskosten en aanmaningskosten zullen worden verhaald op de overtreder.
5. De CGA stelt het bedrag van de verschuldigde wettelijke rente bij beschikking vast.
6. Tegen de aanmaning, bedoeld in het derde lid, staat geen bezwaar of beroep open.
1. Bij gebreke van betaling na de verzending van de aanmaning, bedoeld in artikel 13.13, derde lid, doet de CGA het bedrag van de dwangsom, verhoogd met de wettelijke rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen door de Ontvanger.
2. De Ontvanger vordert de dwangsom in met toepassing van de voorschriften van de Landsverordening houdende bepalingen van de invordering van belastingen door middel van dwangschriften, alsmede van de rechtspleging inzake van belastingbijdragen en vergoedingen 1943 .
Een dwangsom die is verbeurd door een natuurlijke persoon, vervalt bij diens overlijden, voor zover het bedrag van de dwangsom niet betaald of ingevorderd is.
1. Indien onherroepelijk is vastgesteld dat ten onrechte is beslist dat een dwangsom verbeurd is, is de CGA over de termijn tussen de betaling en de terugbetaling, wettelijke rente als bedoeld in artikel 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek verschuldigd aan de overtreder over het te veel door de overtreder betaalde bedrag.
2. Wettelijke rente is niet verschuldigd voor zover de onjuiste beschikking het gevolg is van onjuiste of onvolledige gegevensverstrekking door de belanghebbende, dan wel aan de belanghebbende is toe te rekenen dat onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt.
Titel 2. Last onder bestuursdwang
1. De last onder bestuursdwang is de herstelsanctie die inhoudt:
a. een schriftelijk gegeven opdracht aan de geadresseerde van een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van een overtreding; en,
b. de bevoegdheid van de CGA om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
2. Deze paragraaf is niet van toepassing op optreden ter onmiddellijke handhaving van de openbare orde.
De CGA is bevoegd een last onder bestuursdwang op te leggen ter zake van de overtreding bij of krachtens artikel 1.2, eerste, tweede lid en vijfde lid, artikel 1.5, artikel 2.5, zesde lid en artikel 4.1, derde lid gestelde voorschriften.
1. Een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang vermeldt:
a. een beschrijving van de overtreding;
b. het overtreden voorschrift;
c. de te nemen herstelmaatregelen;
d. de termijn waarbinnen de herstelmaatregelen moeten worden uitgevoerd teneinde te voorkomen dat bestuursdwang wordt uitgeoefend; en,
e. de mate waarin de kosten van eventueel toegepaste bestuursdwang ten laste van de geadresseerde van de last zullen worden gebracht.
2. De beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt bekend gemaakt aan de overtreder en aan de rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft.
3. Artikel 13.10 is van overeenkomstige toepassing.
1. De CGA beslist bij beschikking omtrent de toepassing van de aangekondigde bestuursdwang, zodra gebleken is dat de last niet tijdig geheel of gedeeltelijk is uitgevoerd.
2. De beschikking en een afschrift van het rapport waarin de niet-naleving is geconstateerd worden onverwijld aan de overtreder en aan de rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft verzonden.
1. De toepassing van bestuursdwang geschiedt op kosten van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijze niet of niet geheel ten laste van de overtreder behoren te komen.
2. Tot de kosten van bestuursdwang behoren tevens de kosten van voorbereiding van bestuursdwang, voor zover deze zijn gemaakt na het verstrijken van de termijn waarbinnen de last had moeten worden uitgevoerd. Deze kosten zijn ook verschuldigd, voor zover als gevolg van het alsnog uitvoeren van de last geen bestuursdwang is toegepast.
1. Om bestuursdwang toe te passen, hebben door de CGA aangewezen personen toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van hun taak.
2. Indien het voor de toepassing van de bestuursdwang noodzakelijk is binnen te treden in een woning of een tot woning bestemd gedeelte van een vaartuig, draagt de CGA zorg dat de daarbij betrokken personen in het bezit zijn van een machtiging daartoe van een rechter-commissaris.
1. De CGA is bij toepassing van bestuursdwang bevoegd tot het doen verzegelen van gebouwen, terreinen en al hetgeen zich daarin of daarop bevindt.
2. De CGA kan bij toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, daarbij zo nodig de hulp van de sterke arm inroepen.
1. Voor zover de toepassing van bestuursdwang dit redelijkerwijze vergt, kan de CGA zaken doen meevoeren en opslaan.
2. De CGA maakt van het meevoeren en opslaan binnen zeven werkdagen een rapport op. Een afschrift van het rapport wordt binnen drie werkdagen na het opmaken daarvan verstrekt aan degene die de zaken onder zijn beheer had.
3. De CGA is aansprakelijk voor de zorgvuldige bewaring van opgeslagen zaken en geeft deze zaken terug aan de rechthebbende.
4. De CGA kan de teruggave opschorten totdat de ingevolge artikel 13.21 verschuldigde kosten zijn voldaan.
5. Indien de rechthebbende niet tevens de overtreder is, kan de CGA de teruggave opschorten totdat de kosten van bewaring zijn voldaan.
1. Indien een meegevoerde en opgeslagen zaak niet binnen dertien weken nadat zij is meegevoerd, kan worden teruggegeven, draagt de CGA de zaak over aan de minister.
2. De minister is bevoegd de in het vorige lid vermelde zaak in het openbaar te verkopen.
3. De minister is bevoegd een opgeslagen zaak eerder te verkopen indien de ingevolge artikel 13.21 verschuldigde kosten, vermeerderd met de geraamde kosten van de bewaring en de verkoop in verhouding tot de waarde van de zaak onevenredig hoog dreigen te worden.
4. Een verkoop als bedoeld in het derde lid, vindt evenwel niet eerder plaats dan na verloop van twee weken na de verstrekking van het afschrift van het rapport van meevoeren en opslaan, tenzij het gevaarlijke stoffen of eerder aan bederf onderhevige zaken betreft.
5. De opbrengst van de verkoop van de in dit artikel vermelde zaken komt ten goede van de Landskas.
6. Gedurende drie jaren na het tijdstip van verkoop van een opgeslagen zaak heeft degene die op dat tijdstip eigenaar was, recht op de opbrengst van de verkoop onder aftrek van de ingevolge artikel 13.21 verschuldigde kosten, de kosten van bewaring en de kosten van de verkoop. Na het verstrijken van deze termijn komt een batig saldo ten goede van de Landskas.
7. Indien naar het oordeel van de CGA verkoop niet mogelijk is, of indien zich bij de openbare verkoop geen koper gemeld heeft, is de CGA bevoegd om de zaak om niet aan een derde in eigendom over te dragen of te vernietigen.
1. Indien de CGA overweegt een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in gevallen waarin een overtreding een zodanig gevaar voor personen of zaken kan veroorzaken, dat onverwijld optreden zijnerzijds noodzakelijk is, besluiten onmiddellijk nadat de beschikking, bedoeld in artikel 13.19, eerste lid, aan geadresseerde van de last is verzonden, bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaande last.
2. Indien de situatie zo spoedeisend is, dat de totstandkoming van een beschikking als bedoeld in artikel 13.19, eerste lid, niet kan worden afgewacht, is de CGA bevoegd onmiddellijk bestuursdwang toe te passen.
3. Na toepassing van het tweede lid zendt de CGA de overtreder de beschikking, bedoeld in artikel 13.19, eerste lid, met dien verstande dat geen last wordt opgenomen en de redenen voor de onmiddellijke toepassing van bestuursdwang daarin worden opgenomen, en zendt de rechthebbenden op het gebruik van de zaak ten aanzien waarvan de bestuursdwang is toegepast, een afschrift daarvan.
4. Artikel 13.19, behoudens het bepaalde in het eerste lid, onderdelen d en e, en het derde lid, is alsdan van overeenkomstige toepassing.
1. De CGA beslist bij beschikking omtrent de hoogte van de aan de uitoefening van de bestuursdwang verbonden kosten en zendt deze beslissing schriftelijk aan de overtreder.
2. Het bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de last onder bestuursdwang heeft mede betrekking op een beschikking die strekt tot toepassing van bestuursdwang of op een beschikking tot vaststelling van de kosten van de bestuursdwang, voor zover de belanghebbende deze beschikking betwist.
De artikelen 13.11, vierde lid, 13.13 tot en met 13.16 zijn van overeenkomstige toepassing op de betaling en de invordering van de aan de uitoefening van de bestuursdwang verbonden kosten.
§3 Bestraffende sancties
Titel 1. Bestuurlijke boete
1. De CGA die voornemens is een bestuurlijke boete op te leggen, zendt onverwijld een afschrift van het rapport waarin de overtreding is geconstateerd aan de overtreder, vergezeld van de mededeling dat hij binnen een door de CGA bepaalde termijn schriftelijk zijn zienswijze met betrekking tot de inhoud van het afschrift bij de CGA naar voren kan brengen. Op het afschrift ontbreekt de naam van de toezichthouder.
2. Indien de overtreder daarom verzoekt, draagt de CGA er zorg voor dat de essentie van de in het eerste lid bedoelde gegevens mondeling aan de overtreder worden medegedeeld in, naar keuze van de overtreder, het Nederlands, Engels of Papiaments.
3. De overtreder is niet verplicht met betrekking tot de overtreding verklaringen af te leggen.
4. De artikelen 251 en 253 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Indien de overtreder gebruik maakt van de mogelijkheid om de zienswijze met betrekking tot een overtreding schriftelijk naar voren te brengen tegenover de CGA, wordt de overtreder, indien de CGA de overtreder naar aanleiding van zijn zienswijze nadere vragen met betrekking to de overtreding wenst te stellen, tevoren medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht is. De overtreder is niet verplicht met betrekking tot de overtreding verklaringen af te leggen.
2. De artikelen 251 en 253 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt twee jaren na het tijdstip waarop is vastgesteld dat de overtreding heeft plaatsgevonden.
2. Indien tegen een opgelegde bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep is ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort, totdat onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.
1. De bestuurlijke boete is de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom.
2. De CGA is bevoegd bestuurlijke boete op te leggen ter zake van de overtreding, bij of krachtens artikel 1.2, eerste, tweede, derde lid en vijfde lid, artikel 1.3, artikel 1.4, artikel 1.5, artikel 2.1, derde lid en vierde lid, artikel 2.4, eerste lid, onderdelen d, e, f en h, tweede lid, onderdelen b, c, g, en i, en derde lid, artikel 2.5, zesde lid, artikel 4.1, tweede lid, derde lid en vijfde lid tot en met elfde lid, , artikel 5.3, eerste lid, tweede lid, derde lid, vierde lid, zesde en zevende lid, artikel 5.4, eerste en tweede lid, artikel 5.5, artikel 5.6, eerste lid, artikel 5.8, artikel 5.9, eerste lid, derde lid en vierde lid, artikel 5.10, eerste lid en derde lid tot en met zevende lid, artikel 5.11, eerste tot en met vierde lid, artikel 5.12, eerste tot en met derde lid, artikel 5.16, vierde lid, artikel 6.1, derde lid, artikel 13.1, vijfde lid en artikel 13.3, tweede en derde lid, gestelde voorschriften.
1. De CGA legt geen bestuurlijke boete op, voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
2. De CGA legt geen bestuurlijke boete op, indien de overtreder is overleden.
3. De CGA legt geen bestuurlijke boete op, indien aan de overtreder wegens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel de termijn als bedoeld in artikel 13.29, eerste lid, nog niet is verstreken.
4. De CGA legt geen bestuurlijke boete op, indien een rechtvaardigingsgrond voor de overtreding bestaat.
1. De CGA legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de overtreder wegens dezelfde gedraging een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen.
2. Indien de overtreding tevens een strafbaar feit is, wordt deze door de CGA aan de officier van justitie voorgelegd, tenzij met het Openbaar Ministerie is overeengekomen, dat daarvan kan worden afgezien.
3. Voor een overtreding die aan de officier van justitie moet worden voorgelegd, legt de CGA slechts een bestuurlijke boete op, indien:
a. de officier van justitie aan de CGA heeft medegedeeld ten aanzien van de overtreder van strafvervolging af te zien; of,
b. de CGA niet binnen dertien weken een reactie van de officier van justitie heeft ontvangen.
4. Een bestuurlijke boete die is opgelegd wegens een gedraging die tevens een strafbaar feit is, vervalt, indien de rechter de vervolging van de overtreder voor dat feit beveelt.
1. Ingeval de overtreder de zienswijze als bedoeld in artikel 13.29 naar voren heeft gebracht, bericht de CGA binnen zes weken na ontvangst van de zienswijze van de overtreder schriftelijk of:
a. het een bestuurlijke boete zal opleggen; of,
b. de overtreding, indien deze tevens een strafbaar feit is, alsnog aan de officier van justitie zal worden voorgelegd.
2. Indien een zienswijze achterwege blijft, geldt de termijn bedoeld in het eerste lid, vanaf de dag dat de zienswijze uiterlijk had kunnen worden ingediend.
3. De termijn bedoeld in het eerste en tweede lid, kan met ten hoogste zes weken worden verlengd door de CGA.
4. Indien de overtreding aan de officier van justitie is voorgelegd, wordt de termijn, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, opgeschort met ingang van de dag van de voorlegging tot de dag waarop de CGA weer bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen.
1. De beschikking tot oplegging van een bestuurlijke boete vermeldt:
a. de naam van de overtreder;
b. het overtreden voorschrift;
c. een beschrijving van de overtreding;
d. het tijdstip waarop, en een aanduiding van de plaats waar de overtreding werd geconstateerd; en
e. het bedrag van de boete.
2. De beschikking wordt per brief aan de overtreder toegezonden.
1. Een bestuurlijke boete is ten hoogste het bedrag, behorend bij een strafrechtelijke boete van de zesde categorie, vermeld in artikel 1:54, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
2. De CGA stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. De CGA houdt daarbij rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
3. Artikel 1:1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
De artikelen 13.13 tot met 13.16 zijn van overeenkomstige toepassing op een opgelegde bestuurlijke boete.
Een opgelegde bestuurlijke boete vervalt, indien zij op het tijdstip van overlijden van de overtreder niet onherroepelijk is. Een onherroepelijke bestuurlijke boete vervalt voor zover zij op dat tijdstip nog niet is betaald.
Titel 2. Strafbepalingen
1. Handelen in strijd met enig voorschrift gegeven bij of krachtens de artikel 1.2, eerste, tweede, derde en vijfde lid, artikel 1.3, artikel 1.4, artikel 1.5, artikel 2.4, derde lid, artikel 2.5, zesde lid, artikel 4.1, zevende lid, tiende lid en elfde lid, en artikel 5.16, vierde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar en met een geldboete van de vijfde categorie dan wel een van beide straffen.
2. Opzettelijk handelen in strijd met de voorschriften, genoemd in het eerste lid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en een geldboete van de zesde categorie dan wel met een van beide straffen.
3. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen en de in het tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
Bij samenloop van bestuurlijke handhaving en strafrechtelijke handhaving vindt afstemming plaats met het Openbaar Ministerie.
1. Met opsporing van de in deze landsverordening strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen, belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen personen.
2. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, wordt in de Landscourant bekendgemaakt.
3. Bij het opsporen van een bij deze landsverordening strafbaar gestelde feit hebben de in het eerste lid genoemde personen toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zij zijn bevoegd zich door bepaalde door hen aangewezen personen te laten vergezellen. Voor het betreden van woningen zijn de artikelen 155 tot en met 163 van het Wetboek van Strafvordering onverkort van toepassing.
4. Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vereisten waaraan de krachtens het eerste lid aangewezen personen dienen te voldoen.
§4 Aanwijzing
1. De CGA is bevoegd aan de overtreder, die in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening een aanwijzing te geven om binnen een door de CGA te stellen termijn de nodige maatregelen te nemen, dan wel om ten aanzien van met name gegeven punten een bepaalde gedragslijn te volgen.
2. De dag waar¬op de in het eerste lid bedoelde aanwijzing is verzonden of uitgereikt, geldt als de dag waarop de aanwijzing is gegeven. De beschikking vermeldt de mededeling, bedoeld in artikel 56, vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak . Een bezwaarschrift schort de werking van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, niet op.
3. De overtreder is verplicht de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, binnen de daartoe gestelde termijn op te volgen.
4. Indien naar het oordeel van de CGA bin¬nen de termijn, bedoeld in het eerste lid, niet of niet voldoende gevolg is gegeven aan de aan¬wij¬zing, kan de CGA de ¬overtreder schriftelijk aanzeggen dat zal worden overgegaan tot be¬kend¬¬ma¬king van de aanwij¬zing. Deze bekendmaking geschiedt door kennisgeving van de aan¬wij¬zing in een of meer dagbladen ter keuze van de CGA en op de website van de CGA.
5. Indien de overtreder na de bekendmaking alsnog voldoet aan de aanwij¬zing of in¬dien de CGA de aanwijzing in¬trekt, vindt bekendmaking daarvan plaats overeenkom¬stig de bekendmaking, bedoeld in het vier¬de lid.
6. De kosten van de bekendmaking, bedoeld in het vierde en vijfde lid, worden bij beschikking vast¬gesteld. Zij komen ten laste van de overtreder en kunnen door de CGA bij dwang¬bevel worden ingevorderd. Artikel 13.11, tweede lid, artikel 13.14, eerste lid, en artikel 10.16, eerste en tweede lid, zijn van toepassing.
Hoofdstuk 14
Overige bepalingen
1. Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze landsverordening en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 198 en 200 van het Wetboek van Strafvordering.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien verdragsrechtelijk een verplichting tot verstrekken van informatie bestaat.
4. Degene die opzettelijk de hem ingevolge het eerste lid opgelegde geheimhoudingsplicht schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of een geldboete van de vijfde categorie dan wel met beide straffen.
5. Degene aan wiens schuld schending van de geheimhouding te wijten is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie.
6. Vervolging inzake schending van de geheimhouding wordt slechts ingesteld op klacht van hem, te wiens aanzien de geheimhouding is geschonden.
1. De minister is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van deze landsverordening mochten voordoen.
2. De CGA is belast met de uitvoering van de beslissing van de minister.
Hoofdstuk 15
Overgangs- en slotbepalingen
1. Aan personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening over een vergunning als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening buitengaatse hazardspelen beschikken en de daarbij vergunde activiteiten in het kader van hun eigen exploitatie zelf aanbieden, wordt van rechtswege een voorlopige vergunning voor de duur van ten hoogste zes maanden verleend, met dien verstande dat artikel 5.12, eerst met ingang van de zesde maand na de invoering van deze landsverordening op hen van toepassing is. De duur van de voorlopige vergunning kan worden verlengd met ten hoogste zes maanden. In afwijking van artikel 5.1, zesde lid, is de beslistermijn ten behoeve van de beoordeling in de tweede fase gelijk aan zes maanden. Deze termijn kan met ten hoogste zes maanden worden verlengd.
2. De Loterijverordening 1909 en de Landsverordening Hazardspelen II 1988 zijn, behoudens het bepaalde in artikel 4.1, derde lid, van toepassing op een goederenloterij, bingo of bon ku ne, die na de inwerkingtreding van deze landsverordening, niet aan de voorwaarde, genoemd in artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, voldoet.
3. De nog in behandeling zijnde aanvragen voor een vergunning die overeenkomstig het bij of krachtens de Landsverordening buitengaatse hazardspellen bepaalde zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze landsverordening, worden behandeld overeenkomstig hetgeen dienaangaande geldt op basis van de Landsverordening buitengaatse hazardspelen.
4. Aan rechtspersonen wiens aanvraag als bedoeld in het derde lid is toegewezen, wordt van rechtswege een voorlopige vergunning voor de duur van ten hoogste zes maanden verleend, met dien verstande dat artikel 5.12, eerst met ingang van de zesde maand na de invoering van deze landsverordening op hen van toepassing is. De duur van de voorlopige vergunning kan worden verlengd met ten hoogste zes maanden. In afwijking van artikel 5.1, zesde lid, is de beslistermijn ten behoeve van de beoordeling in de tweede fase gelijk aan zes maanden. Deze termijn kan met ten hoogste zes maanden worden verlengd.
5. Personen wiens aanvraag in behandeling is overeenkomstig het derde lid kunnen hun exploitatie van kansspelen in Curaçao voortzetten overeenkomstig hetgeen dienaangaande geldt bij of krachtens de Landsverordening buitengaatse hazardspelen totdat een beslissing is genomen op de aanvraag.
1. De personen die onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze landsverordening in dienstbetrekking zijn bij de Stichting Gaming Control Board, behouden hun dan bestaande functie, arbeidsvoorwaarden en opgebouwde rechten bij de inwerkingtreding van deze landsverordening.
2. De bij notariële akte van 19 april 1999 opgerichte Stichting Gaming Control Board wordt op het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening onder diens dan bestaande naam als de Curaçao Gaming Authority of wel CGA aangewezen.
3. De onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening in functie zijnde leden van de Raad van Bestuur en leden van de Raad van Commissarissen van de Stichting Gaming Control Board worden geacht met ingang van dat tijdstip te zijn benoemd als lid van de Raad van Bestuur respectievelijk lid van de Raad van Commissarissen van de CGA voor de volgens deze landsverordening geldende zittingstermijnen.
Artikel 1807 van Boek 7A, van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op vorderingen van deelnemers op kansspelvergunninghouders.
Artikel 15.4 komt als volgt te luiden:
De Landsverordening identificatie bij dienstverlening wordt als volgt gewijzigd:
a. Artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 11°, komt te luiden:
11° a. organiseren van of gelegenheid geven tot hazardspelen, casino’s en loterijen;
b. organiseren van of gelegenheid geven tot kansspelen op afstand als bedoeld in de Landsverordening op de kansspelen;
c. leveren van kritieke diensten of goederen onder een vergunning als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, Landsverordening op de kansspelen.
b. Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 2b, onderdeel c, door een puntkomma, wordt een nieuw onderdeel d toegevoegd, luidende:
d. die een dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 11°, onder a en b, verricht, toegestaan de verificatie te laten plaatsvinden wanneer zij in of vanuit Curaçao een incidentele transactie, of twee of meer transacties waartussen een verband bestaat met een waarde of tegenwaarde gelijk aan of meer dan NAf 4.000,- verricht, dan wel in het kader van een zakelijke relatie één of meer transacties met een waarde of tegenwaarde gelijk aan of meer dan NAf 4.000,- verricht, mits zij waarborgt dat er geen nieuwe transacties worden uitgevoerd zolang de verificatie niet is voltooid. De bedragen genoemd in de vorige volzin kunnen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen worden aangepast.
c. In artikel 2e, eerste lid, onderdeel a, wordt na “Landsverordening assurantiebemiddelingsbedrijf beschikt” ingevoegd: ; ofwel een naamloze of besloten vennootschap die over een vergunning als bedoeld in de artikelen 1.2, eerste lid, of 1.5, eerste lid, Landsverordening op de kansspelen beschikt.
De Landsverordening melding ongebruikelijke transacties wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11°, komt te luiden:
11°: a. organiseren of gelegenheid geven tot hazardspelen, casino’s en loterijen;
b. organiseren van of gelegenheid geven tot kansspelen op afstand als bedoeld in de Landsverordening op de kansspelen;
c. leveren van kritieke goederen of diensten onder een vergunning als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, Landsverordening op de kansspelen.
De Landsverordening omzetbelasting 1999 wordt als volgt gewijzigd:
a. In artikel 7, eerste lid, onderdeel x, wordt “casinospelen” vervangen door: kansspelen als bedoeld in de Landverordening op kansspelen.
b. Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 7, eerste lid, onderdeel ab, door een puntkomma, wordt een nieuw onderdeel ac toegevoegd, luidende:
ac. de levering van kritieke diensten of goederen als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Landsverordening op de kansspelen.
b. Artikel 13 vervalt.
Voor zover in enige landsverordening of enig andere wettelijke regeling respectievelijk in een besluit dat niet van regelgevende aard is, naar de Stichting Gaming Control Board, Gaming Control Board of GCB wordt verwezen, dient daarvoor in de plaats Curaçao Gaming Authority of CGA te worden gelezen.
1. De Minister doet drie jaar na de inwerkingtreding van deze landsverordening een verslag toekomen aan de Staten over de evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van deze landsverordening in de praktijk, in het bijzonder met betrekking tot:
a. de onafhankelijkheid en effectiviteit van de Curaçao Gaming Authority;
b. de werking van het certificeringssysteem voor dienstverleners;
c. de impact van de substance-vereisten op de aantrekkelijkheid van Curaçao als jurisdictie voor online kansspelen;
d. de doelmatigheid van de kostenstructuur voor de vergunningen en andere diensten; en
e. de effectiviteit van de waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens.
2. Bij de evaluatie betrekt de Minister de relevante stakeholders, waaronder de CGA (Curaçao Gaming Authority), vertegenwoordigers van de kansspelindustrie, deskundigen op het gebied van gegevensbescherming en maatschappelijke organisaties.
De Landsverordening buitengaatse hazardspelen wordt ingetrokken, maar blijft van toepassing op exploitatie van kansspelen als bedoeld in artikel 15.1, vijfde lid, tot op het moment dat de aanvragen, bedoeld in artikel 15.1, derde lid, zijn verleend of afgewezen.
1. Deze landsverordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking.
2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 15.6, onderdelen a en c, in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip.
3. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 1.5 en 5.16, vierde lid, in werking twee jaar na inwerkingtreding van deze landsverordening.
Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening op de kansspelen.