| Publicatienummer: | P.B. 2024, no. 62 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Geconsolideerde Tekst Landsverordening |
| Ministerie: | Sociale Ontwikkeling, Arbeid & Welzijn |
| Datum ondertekening: | 16-04-2024 |
| Datum inwerktreding: | 01-09-2014 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK XI Arbeid)
|
LANDSBESLUIT van de 16de april 2024, no. 24/878, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Landsverordening ter bevordering van de werkgelegenheid voor jeugdige werkzoekenden
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 01-09-2014 | n.v.t. | 01-07-2025
bij P.B. 2025, no. 95; inwtd. P.B. 2025, no. 96
|
Geconsolideerde tekst | P.B. 2024, no. 62 (GT) | n.v.t. |
| 01-09-2014 | n.v.t. | n.v.t. | inweringtredingslandsbesluit | P.B. 2014, no. 68 | n.v.t. |
1. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening wordt verstaan onder:
Minister: de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn;
werkgever: de werkgever, bedoeld in artikel 1613a van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek;
verklaring: schriftelijk stuk, waarin door of vanwege de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn wordt verklaard dat met betrekking tot de in dat stuk met name genoemde persoon de vrijstelling, bedoeld in artikel 2, van toepassing is;
sociale lasten: 1. het aandeel van de werkgever in de premie voor de algemene ouderdomsverzekering ingevolge de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering;
2. het aandeel van de werkgever in de premie voor de algemene weduwen- en wezenverzekering ingevolge de Landsverordening Algemene Weduwen- en Wezenverzekering;
3. de premies voor de Ziekte- en Ongevallenverzekering ingevolge respectievelijk de Landsverordening Ziekteverzekering en de Landsverordening Ongevallenverzekering;
arbeidsovereenkomst: een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd van tenminste 6 maanden, krachtens een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1613a van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, waarbij een gemiddelde werkweek van tenminste 32 uur is overeengekomen tegen een loon dat tenminste voldoet aan het bepaalde in de Landsverordening minimumlonen dan wel in de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst.
2. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening wordt onder arbeidsovereenkomst niet verstaan een dienstbetrekking waarbij de werknemer door de werkgever aan een derde ter beschikking is gesteld.
1. De werkgever die in een periode van drie jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening een arbeidsovereenkomst aangaat met degene die een verklaring heeft overgelegd, is, behoudens het bepaalde in de artikelen 3, 4 en 5, vrijgesteld van de ter zake verschuldigde sociale lasten alsmede vrijgesteld van de verplichting tot afdracht van de ter zake ingehouden loonbelasting.
2. Het bepaalde in artikel 11 van de Landsverordening op de loonbelasting 1976, artikel 2A van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering en artikel 32A van de Landsverordening Algemene Weduwen- en Wezenverzekering is onverminderd van toepassing op de in het eerste lid bedoelde vrijstelling.
1. De vrijstelling, bedoeld in artikel 2, gaat in op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst ingaat.
2. De vrijstelling vervalt:
a. vier jaar na het tijdstip bedoeld in het eerste lid;
b. indien de arbeidsovereenkomst binnen de termijn, bedoeld in onderdeel a eindigt, op dat tijdstip, met dien verstande dat indien de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens de overeengekomen proeftijd plaatsvindt, de vrijstelling geacht wordt niet te hebben bestaan;
c. met terugwerkende kracht tot het tijdstip van aanvang van de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, indien één of meer andere reeds bestaande dienstbetrekkingen binnen zes maanden na het tijdstip bedoeld in het eerste lid eindigen, anders dan door schuld van de betrokken werknemer of ten gevolge van een aan deze toe te rekenen omstandigheid.
3. De Sector-directeur Arbeid kan op een daartoe strekkend verzoek van de werkgever, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onderdeel c, beslissen dat de vrijstelling niet vervalt. Van deze beslissing wordt de werkgever schriftelijk in kennis gesteld.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, vervalt de vrijstelling met betrekking tot een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet indien de arbeidsovereenkomst na het verstrijken van de overeengekomen duur aansluitend wordt voortgezet.
1. De vrijstelling vindt geen toepassing:
a. indien binnen zes maanden voorafgaande aan het tijdstip bedoeld in artikel 3, eerste lid, één of meer andere reeds bestaande dienstbetrekkingen eindigen, anders dan door schuld van de betrokken werknemer of ten gevolge van een aan deze toe te rekenen omstandigheid;
b. indien en voor zover bij de werkgever het aantal arbeidsovereenkomsten waarop de vrijstelling van toepassing is meer dan 20% gaat bedragen van het aantal arbeidsovereenkomsten waarop de vrijstelling niet van toepassing is, met dien verstande dat bij werkgevers met minder dan 15 van laatstbedoelde arbeidsovereenkomsten de vrijstelling geen toepassing vindt indien en voor zover het aantal vrijstellingen meer dan drie gaat bedragen.
2. Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, wordt het aantal arbeidsovereenkomsten waarop de vrijstelling niet van toepassing is, afgerond op vijftallen waarbij tot en met het cijfer 2 naar beneden en het vanaf het cijfer 3 naar boven wordt afgerond.
1. Door of vanwege de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn wordt aan een persoon van 18 tot 30 jaar, op een daartoe strekkend verzoek, een verklaring uitgereikt indien hij reeds langer dan twaalf maanden ononderbroken als werkzoekende in het register van werkzoekenden ingeschreven staat.
2. De verklaring verbindt eenieder die bij de uitvoering van de landsverordening betrokken is.
3. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden nadere regelen vastgesteld met betrekking tot de vorm en inhoud van de verklaring.
4. De werkgever is verplicht de verklaring bij zijn loonadministratie te bewaren tot 5 jaar na het kalenderjaar, waarin de verklaring aan hem is overgelegd.
5. De werkgever doet een afschrift van de verklaring aan de Inspecteur der Belastingen Curaçao en aan de Sociale Verzekeringsbank toekomen op het tijdstip dat met betrekking tot de aangegane arbeidsovereenkomst voor de eerste keer moet worden voldaan aan de voorschriften inzake de aangifte van onderscheidenlijk loonbelasting en werkgeverspremie.
De Minister is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van deze landsverordening mochten voordoen.
Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de uitvoering van deze landsverordening.
Het Land vergoedt de Sociale Verzekeringsbank jaarlijks uiterlijk in de maand juni het verlies aan premies over het afgelopen kalenderjaar dat deze als gevolg van de krachtens deze landverordening toegepaste vrijstellingen van de verschuldigde sociale lasten heeft geleden.
Deze landsverordening kan worden aangehaald als “Landsverordening ter bevordering van de werkgelegenheid voor de jeugdige werkzoekenden”.
***