Prijzenverordening 1961
Prijzenverordening 1961
| Publicatienummer: |
P.B. 2024, no. 101 (Geconsolideerde Tekst)
|
| Categorie: |
Geconsolideerde Tekst
Landsverordening
|
| Ministerie: |
Economische Ontwikkeling |
| Datum ondertekening: |
05-09-2024 |
| Datum inwerktreding: |
25-07-1961
|
| Geregistreerd in: |
|
LANDSBESLUIT van de 5de september 2024, no. 24/2024, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Prijzenverordening 1961
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht tot en met |
Datum ingetrokken |
Betreft |
Vindplaats |
Zittingsjaar |
| 25-07-1961 |
n.v.t. |
n.v.t. |
Geconsolideerde tekst |
P.B. 2024, no. 101 (GT) |
n.v.t. |
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde wordt verstaan onder:
goederen : roerende zaken in de zin van het Burgerlijk Wetboek;
diensten : de verrichtingen, welke het voorwerp zijn van overeenkomsten tot het verrichten van enkele diensten of van aanneming van werk, als bedoeld in artikel 1613 van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, of van verzekerings- of garantieovereenkomsten.
Artikel 2
- Indien goederen of diensten worden aangeboden tegen zodanige prijzen, dat het vragen daarvan naar het oordeel van de Minister van Economische Ontwikkeling in strijd is met of dreigt te geschieden in strijd met het algemeen belang, kan hij:
a. verbieden het aanbieden, verkopen en verhuren van die goederen dan wel het aanbieden en verrichten van die diensten tegen hogere of lagere dan door de Minister van Economische Ontwikkeling aan te geven prijzen;
b. voorschriften geven betreffende het voeren van een administratie, waaruit de vorming blijkt van de prijzen, waartegen goederen of diensten worden aangeboden.
- In afwijking van het bepaalde in het voorgaande lid wordt een verbod als bedoeld in dat lid onder a, voor zover het betrekking heeft op de honoraria, prijzen of tarieven van de diensten, verricht door vrije-beroepsbeoefenaren, vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, na overleg met de organisaties van vrije-beroepsbeoefenaren die daarvoor naar het oordeel van de Minister van Economische Ontwikkeling in aanmerking komen.
- De Minister van Economische Ontwikkeling kan voorschriften geven betreffende het bekend maken van de prijzen, waartegen goederen of diensten worden aangeboden.
- Een krachtens het eerste lid onder a vastgestelde beschikking wordt evenals de beschikking tot haar wijziging of intrekking bekend gemaakt door middel van het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst. De Minister van Economische Ontwikkeling kan gelasten dat de bekendmaking van de beschikking in de oorspronkelijke of in een aan de behoefte aangepaste vorm tevens geschiedt in één of meer dagbladen.
- Een krachtens het eerste lid onder b of krachtens het derde lid vastgestelde beschikking wordt evenals de beschikking tot haar wijziging of intrekking in het Publicatieblad bekend gemaakt.
Artikel 3
- De Minister van Economische Ontwikkeling kan van het krachtens artikel 2 bepaalde op daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen.
- De ontheffingen kunnen onder beperkende bepalingen worden verleend. Aan de ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.
- De beslissing op een verzoek tot ontheffing wordt aan de verzoeker bij aangetekende brief medegedeeld; indien de beslissing een weigering inhoudt, bevat de mededeling tevens een opgave van de gronden waarop zij steunt.
Verleende ontheffingen worden met redenen omkleed bekend gemaakt in het blad waarin van Landswege de officiële berichten geplaatst worden.
Artikel 4
De Minister van Economische Ontwikkeling kan van een ieder de inlichtingen verlangen, die hij nodig acht om te kunnen oordelen of aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 2, eerste of tweede lid.
Artikel 5
- De Minister van Economische Ontwikkeling kan, indien er aanwijsbare omstandigheden zijn, op grond waarvan hij kan vermoeden, dat er aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 2, eerste of tweede lid, van de naar het oordeel van de Minister van Economische Ontwikkeling daarbij betrokkenen raadpleging van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers verlangen, waarvan hij raadpleging nodig acht om zich van het al of niet gegrond zijn van die vermoedens te overtuigen.
- De raadpleging van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers kan de Minister van Economische Ontwikkeling opdragen aan schriftelijk aan te wijzen personen.
- Deze personen hebben te allen tijde toegang tot alle plaatsen, waarvan betreding naar hun redelijk oordeel voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich toegang, alsmede raadpleging van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers met behulp van de sterke arm.
- (vervallen)
Artikel 6
- Een ieder is verplicht de van hem op grond van artikel 4 verlangde inlichtingen volledig en naar waarheid te verstrekken op de wijze en binnen de termijn, door de Minister van Economische Ontwikkeling te bepalen.
- Een ieder is verplicht raadpleging van de in artikel 5, eerste lid, bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te verlenen op de wijze en binnen de termijn, door de Minister van Economische Ontwikkeling te bepalen.
- Zij, die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheimhouding zijn verplicht, kunnen zich verschonen van het geven van inlichtingen, doch uitsluitend voor zover betreft hetgeen hun in hun hoedanigheid is toevertrouwd. Zij kunnen voorts raadpleging van de in artikel 5, eerste lid, bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers weigeren, voor zover hun plicht tot geheimhouding hen daartoe noopt.
Artikel 7
Indien in deze landsverordening geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de landsverordening nadere regeling behoeven, kan dit geschieden bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.
Artikel 8
- Een gedraging in strijd met het krachtens de artikelen 2 of 3 bepaalde wordt, indien zij opzettelijk geschiedt, beschouwd als misdrijf en wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste tienduizend gulden.
- Een gedraging als bedoeld in lid 1 wordt, indien zij aan schuld te wijten is, beschouwd als overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste duizend gulden.
- Een gedraging in strijd met het bij artikel 6 bepaalde, zomede een gedraging in strijd met het krachtens artikel 7 bepaalde, indien uitdrukkelijk aangeduid als een strafbaar feit, wordt beschouwd als overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste duizend gulden.
Artikel 8a
- Indien een in artikel 8 strafbaar gesteld feit wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon, een vennootschap, enige andere vereniging van personen of een doelvermogen, wordt de strafvervolging ingesteld en worden de straffen uitgesproken
– hetzij tegen die rechtspersoon, die vennootschap, die vereniging of dat doelvermogen,
– hetzij tegen hen, die tot het feit opdracht hebben gegeven of die feitelijk leiding hebben gehad bij het verboden handelen of nalaten,
– hetzij tegen beiden.
- Een in artikel 8 strafbaar gesteld feit wordt onder meer begaan door of vanwege een rechtspersoon, een vennootschap, een vereniging van personen of een doelvermogen, indien het begaan wordt door personen, die, hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit andere hoofde handelen in de sfeer van de rechtspersoon, de vennootschap, de vereniging of het doelvermogen, ongeacht of deze personen ieder afzonderlijk het strafbare feit hebben begaan dan wel bij hen gezamenlijk de elementen van dat feit aanwezig zijn.
- Indien een strafvervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon, een vennootschap, een vereniging van personen of een doelvermogen, wordt deze tijdens de vervolging vertegenwoordigd door de bestuurder en, indien er meer bestuurders zijn, door één van deze. De vertegenwoordiger kan bij gemachtigde verschijnen. De rechter kan de persoonlijke verschijning van een bepaalde bestuurder bevelen; hij kan alsdan zijn medebrenging gelasten.
- Voor wat betreft in artikel 8 strafbaar gestelde feiten worden rechtspersonen voor de toepassing van artikel 20 van het Wetboek van Strafvordering geacht te wonen, waar zij gevestigd zijn.
- Indien een strafvervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon, een vennootschap, een vereniging van personen of een doelvermogen, geschieden de in het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven betekeningen, dagvaardingen, oproepingen, kennisgevingen of andere mededelingen, aan de persoon of de woonplaats van de bestuurder en, indien er meer bestuurders zijn, van één van deze of op de plaats waar het bestuur zitting of kantoor houdt, behoudens, indien het een dagvaarding betreft, overeenkomstige toepassing van artikel 130, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Artikel 10
Met het opsporen van de bij of krachtens deze landsverordening strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de bij landsbesluit aangewezen ambtenaren en andere personen.
Artikel 12
- Allen die betrokken zijn of zijn geweest bij de uitvoering van deze landsverordening, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hun in hun hoedanigheid is bekend geworden, voor zover zij niet in die hoedanigheid tot mededeling daarvan bevoegd of verplicht zijn.
- Hij die opzettelijk enig geheim schendt, hetwelk hij ingevolge het eerste lid verplicht is te bewaren, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste zesduizend gulden.
- De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
- Hij aan wiens schuld te wijten is de schending van enig geheim, hetwelk hij ingevolge het eerste lid verplicht is te bewaren, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.
- Indien een van deze feiten tegen een bepaalde persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klachte.
Artikel 13
1. Deze landsverordening wordt aangehaald als: Prijzenverordening 1961.
2. (vervallen)
3. (vervallen)