Stuwadoorslandsverordening 1946 - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Stuwadoorslandsverordening 1946

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 46 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsverordening
Ministerie: Sociale Ontwikkeling, Arbeid & Welzijn
Datum ondertekening: 13-10-2025
Datum inwerktreding: 15-05-1946
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK XI Arbeid)


LANDSBESLUIT van de 13de oktober 2025, no. 25/2380, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Stuwadoorslandsverordening 1946

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
15 mei 1946 n.v.t     n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 46 (GT) n.v.t.

Artikel 1

1. Voor de toepassing van deze landsverordening en van de naar aanleiding daarvan uitgevaardigde besluiten wordt verstaan onder:

Zeeschip : ieder schip, dat wordt gebruikt tot de vaart ter zee of daartoe bestemd is, met uitzondering van oorlogsschepen en vissersvaartuigen;
Bemanning van een zeeschip : allen, die zich blijkens de monsterrol of bij gebreke daarvan, blijkens een ander aan boord van het schip aanwezig geschrift, als schepeling hebben verbonden;
Stuwadoorsarbeid : a. alle werkzaamheden verbonden aan:
–  het brengen van goederen in een zeeschip; het, in rechtsreeks verband daarmede, verwerken van de in het schip te brengen goederen op de kade, in zich aldaar bevindende pakhuizen of opslagplaatsen of in het vaartuig of voertuig, van waaruit zij rechtstreeks in het zeeschip worden gebracht;
–  het stuwen of het verwerken van goederen in het zeeschip;
–  het brengen van goederen uit een zeeschip; het, in rechtstreeks verband daarmede opstapelen van de uit het schip gebrachte goederen op de kade, in zich aldaar bevindende pakhuizen of opslagplaatsen; of het stuwen of het verwerken van die goederen in het vaartuig of voertuig, waarin of waarop zij rechtstreeks uit het zeeschip worden gebracht;
–  één en ander met inbegrip van het bedienen van inrichtingen of werktuigen ten behoeve van vorenbedoelde werkzaamheden.
b. bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn zo nodig aan te wijzen werkzaamheden, bestaande in of verband houdende met het opslaan, verwerken en afleveren van goederen in bij dat landsbesluit aangewezen pakhuizen, opslagplaatsen, vaartuigen of voertuigen;
Stuwadoorsonderneming : iedere onderneming, waarin, zij het niet voortdurend of uitsluitend, stuwadoorsarbeid wordt verricht;
Havenarbeider : ieder, die stuwadoorsarbeid verricht.

2. Onder goederen worden voor de toepassing van deze landsverordening mede begrepen de brandstof voor de voortbeweging van het zeeschip, het water en de ballast, doch worden overigens voor zover een en ander zonder behulp van krachtwerktuigen wordt behandeld, niet begrepen hetgeen dient tot uitrusting van het schip, de bagage van de reizigers en van de bemanning, zomede het proviand.

Artikel 2

1. Met inachtneming van het bepaalde bij artikel 4, vierde lid, worden bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, voorschriften uitgevaardigd welke gelden voor stuwadoorsbedrijven, ten aanzien van:
a. de veiligheid in verband met de te verrichten werkzaamheden, het vervoer in het bedrijf van de havenarbeiders van en naar de plaatsen waar die werkzaamheden verricht worden inbegrepen;
b. het voorkomen van ongevallen en het verlenen van hulp bij ongevallen;
c. het voorkomen van schade aan de gezondheid ten gevolge van de arbeid;
d. de arbeidsduur en rusttijden;
e. het beschikbaar stellen van drinkwater en/of alcoholvrije dranken;
f. het bevorderen van de zindelijkheid;
g. de aanwezigheid van voldoende toiletten en urinoirs;
h. kleedkamers, kledingbergplaatsen en schaftlokalen;
i. plaatsen, waar loon wordt uitbetaald;
j. plaatsen, waar arbeiders in dienst genomen worden.
De Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn wijst de ambtenaren aan, belast met de naleving van de krachtens dit lid uitgevaardigde voorschriften.
Het landsbesluit, houdende algemene maatregelen, bepaalt de datum waarop die voorschriften van toepassing verklaard zullen worden.
2. Het hoofd of de bestuurder van een stuwadoorsonderneming is verplicht te zorgen, dat vanaf de gestelde datum voldaan wordt aan de voorschriften bedoeld in het vorig lid.
Tevens rust op hen de verplichting toe te zien dat deze voorschriften op voor eenieder waarneembare wijze in de Nederlandse en Papiamentse taal worden bekend gesteld.
3. Ieder havenarbeider, die arbeid verricht, waarop een voorschrift, gegeven bij een in het eerste lid bedoeld landsbesluit, houdende algemene maatregelen, betrekking heeft, is in de gevallen, bij landsbesluit bepaald, verplicht, voor zover hij redelijkerwijze kan worden geacht met dat voorschrift bekend te zijn, bij of ter zake van de arbeid, die hij verricht, dat voorschrift na te leven en de op grond van dat voorschrift aanwezige en voor hem bestemde beveiligingsmiddelen aan te wenden.
De voormannen hebben toe te zien dat aan deze verplichting wordt voldaan.

Artikel 3

  1. De beslissing omtrent het al of niet of slechts ten dele voldaan hebben aan een voorschrift, zoals bedoeld in artikel 2 berust behoudens beroep, bij de door de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn daartoe bevoegd verklaarde ambtenaren.
  2. De ambtenaren, bedoeld in het voorgaande lid, zijn bevoegd aan de hoofden of bestuurders van een stuwadoorsonderneming te bevelen de stuwadoorsarbeid door havenarbeiders onverwijld geheel of ten dele te doen staken, indien zij van oordeel zijn, dat onmiddellijk gevaar bestaat voor personen ten gevolge van de niet naleving van een of meer van de voorschriften door de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn uitgevaardigd krachtens artikel 2, eerste lid.
    Het bevel wordt schriftelijk en gedagtekend gegeven.
  3. De hoofden of bestuurders van een stuwadoorsonderneming zijn verplicht te zorgen, dat in hun onderneming onverwijld aan een bevel, als in de voorgaande leden bedoeld wordt voldaan; voorts te zorgen dat de arbeid niet eerder wordt hervat dan nadat het bevel tot gehele of gedeeltelijke staking in beroep is vernietigd of nadat de ambtenaar, die het bevel gaf, tot de hervatting schriftelijk verlof heeft gegeven.
  4. De ambtenaar die het bevel gaf, kan ter uitvoering daarvan de hulp inroepen van de sterke arm.
  5. (vervallen)

Artikel 4

1. Door de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn wordt een Commissie van Advies voor de havenarbeid ingesteld.
2. De Commissie dient de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn van advies over alle onderwerpen de havenarbeid rakende. Zij kan zich ook uit eigen beweging met adviezen tot de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn wenden.
3. De Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn stelt de voorschriften bedoeld bij artikel 2 bij landsbesluit, houdende maatregelen, vast, nadat over het ontwerp daarvan de Commissie is gehoord.
4. De Commissie bestaat uit:
a. een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
b. een door de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn vast te stellen even aantal andere leden en een gelijk aantal plaatsvervangende leden.
5. De in het vorige lid, onder a en b, bedoelde personen worden door de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn voor onbepaalde tijd benoemd.
De onder b bedoelde leden worden voor de helft benoemd uit de kringen van de werkgevers en voor de andere helft uit de kringen van de havenarbeiders of hun organisaties. De Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn pleegt daartoe overleg respectievelijk met de hoofden en/of bestuurders van de voornaamste stuwadoorsondernemingen en van de voornaamste organisaties van havenarbeiders.
6. De samenstelling en de werkwijze van de Commissie worden, voor zover niet reeds bij deze landsverordening geschied, geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

Artikel 5

  1. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste een duizend gulden wordt gestraft het hoofd (de hoofden) of de bestuurder(s) van een stuwadoorsonderneming die een bij deze landsverordening vastgesteld of krachtens deze door de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn uitgevaardigd voorschrift, als bedoeld in artikel 2, overtreedt. Geen strafvervolging wordt ingesteld en geen straf uitgesproken tegen het hoofd (de hoofden) of de bestuurder(s), buiten wiens toedoen het feit is begaan.
  2. Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste vijfhonderd gulden wordt gestraft het hoofd (de hoofden) of de bestuurder(s) van een stuwadoorsonderneming, die, nadat een bevel tot gehele of gedeeltelijke staking van stuwadoorsarbeid is gegeven, in strijd met dat bevel de arbeid doet of laat voortzetten of zonder de vereiste toestemming doet of laat hervatten. Geen strafvervolging wordt ingesteld en geen straf uitgesproken tegen het hoofd (de hoofden) of de bestuurder(s), buiten wiens toedoen het feit is begaan.
  3. Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste een honderd gulden wordt gestraft de havenarbeider, die een bij deze landsverordening vastgesteld of krachtens deze door de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn uitgevaardigd voorschrift, als bedoeld in artikel 2, overtreedt.
  4. De feiten, bij het eerste en derde lid van dit artikel strafbaar gesteld worden beschouwd als overtredingen, het feit bij het tweede lid van dit artikel als misdrijf.

Artikel 6

  1. Met het opsporen van de feiten, strafbaar gesteld in artikel 5, zijn, behalve de bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de daartoe door de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn aan te wijzen ambtenaren.
  2. De in het vorig lid bedoelde opsporingsambtenaren hebben toegang tot alle schepen en werven, waarop deze landsverordening van toepassing is.
  3. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm.

Slotbepalingen

Artikel 7

Deze landsverordening wordt aangehaald als: Stuwadoorslandsverordening 1946.

Artikel 8

(vervallen)

Naar boven