Reactie Ministerie van Economische Ontwikkeling op berichtgeving omtrent artikel 53 Vergunningslandsverordening en horecavergunningen - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Nieuws

Economische Ontwikkeling
 

Reactie Ministerie van Economische Ontwikkeling op berichtgeving omtrent artikel 53 Vergunningslandsverordening en horecavergunningen

Geplaatst op 21 07 2025

WILLEMSTAD – Het Ministerie van Economische Ontwikkeling (hierna: MEO) wenst, naar aanleiding van recente opinies en berichtgeving over artikel 53, eerste lid, van de Vergunningslandsverordening (PB 2024, no. 78 (G.T.)), enkele belangrijke kanttekeningen te plaatsen en tegelijk bredere aandacht te vragen voor de structurele knelpunten bij de afgifte van horecavergunningen op Curaçao.


Artikel 53, eerste lid van de Vergunningslandsverordening: nog geldend, maar niet gehandhaafd

Artikel 53, eerste lid, bepaalt dat het zonder schriftelijke toestemming van het bevoegde gezag (lees: de Minister van Economische Ontwikkeling) verboden is om vrouwen of personen onder de 18 jaar in horecalokaliteiten te laten bedienen. Deze bepaling stamt uit een andere tijd en is, zoals velen terecht constateren, evident strijdig met het gelijkheidsbeginsel en het verbod op discriminatie naar geslacht.

In 2018 heeft de fractie van MAN een initiatiefvoorstel ingediend tot schrapping van deze bepaling. Ondanks parlementaire steun is dit voorstel nooit formeel gepubliceerd, waardoor de bepaling technisch nog steeds van kracht is. Het MEO benadrukt echter dat het artikel niet wordt gehandhaafd, noch actief wordt gecontroleerd. In de praktijk geldt dan ook: vrouwen mogen op gelijke voet met mannen werkzaam zijn in de bediening van horecagelegenheden.

Indien een aanvrager expliciet om toestemming verzoekt, wordt dit, louter uit administratieve zorgvuldigheid, vermeld in de vergunning of bekendmaking. Dit betreft geen vereiste, noch een inhoudelijke toetsing. Het MEO deelt de opvatting dat deze bepaling achterhaald is en werkt daarom reeds aan een herziening (lees: modernisering) van de gehele Vergunningslandsverordening.


Structurele problemen in het vergunningverleningsproces

Naast het verouderde karakter van artikel 53, eerste lid, kampt het vergunningenproces met diepgewortelde structurele knelpunten. De achterstand in de afgifte van horecavergunningen bedraagt inmiddels meer dan zeven (7) jaar. Deze situatie heeft verstrekkende gevolgen, waaronder:

  • het noodgedwongen hanteren van een langdurig gedoogbeleid, waarbij horecazaken jarenlang zonder formele vergunning opereren;
  • een beperkte mogelijkheid tot gerichte controles en effectieve handhaving, waardoor toezicht op naleving van regelgeving wordt bemoeilijkt;
  • substantiële financiële verliezen voor de overheid, doordat leges niet kunnen worden geïnd, geschat op circa 2 miljoen gulden per jaar.

De belangrijkste oorzaak van de vertragingen in de horecavergunningverlening ligt in het uitblijven van tijdige adviezen, met name van de Brandweer en het Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur (GMN). Deze instanties kampen al geruime tijd met structurele onderbezetting, waardoor zij in de praktijk niet altijd in staat zijn binnen een redelijke termijn te adviseren.

In tegenstelling tot het Korps Politie Curaçao / Unit Bijzondere Wetten, dat op grond van artikel 33 van de Vergunningslandsverordening wettelijk verplicht is om binnen drie (3) weken advies uit te brengen, zijn Brandweer en GMN niet aan een wettelijke adviestermijn gebonden. Dit leidt tot onevenwichtigheden in het vergunningenproces en belemmert de voortgang aanzienlijk.


Nieuwe aanpak vanaf april 2025

Om de hardnekkige vertragingen in de horecavergunningverlening structureel aan te pakken, heeft het MEO per 1 april 2025 een nieuw beleid geïntroduceerd. In dit kader hanteert het MEO voortaan een uniforme adviestermijn van drie (3) weken voor alle betrokken adviesinstanties. Indien het vereiste advies na deze termijn uitblijft, zal het MEO, op basis van de beschikbare informatie, overgaan tot het verlenen van de horecavergunning. Deze werkwijze is inmiddels formeel ingevoerd en wordt sinds april 2025 in de praktijk toegepast.

Het is belangrijk te benadrukken dat deze maatregel niet inbreuk maakt op de wettelijke bevoegdheden van de betreffende adviesorganen. Sinds de staatkundige hervorming in 2010 beschikken instanties zoals de Brandweer en het Ministerie van Gezondheid, Milieu en Natuur (GMN) over eigen regelgevingskaders:

  • De Brandweer is op grond van het Landsbesluit Brandveilig gebruik bevoegd om zelfstandig een gebruiksvergunning te verlenen aan horecalokaliteiten ter waarborging van brandveiligheid, onafhankelijk van de horecavergunning afgegeven door MEO.
  • Voor GMN geldt dat, krachtens de Warenlandsverordening, afzonderlijke goedkeuring vereist is voor het verkoop en/of bereiden van eet- en drinkwaren, eveneens los van de horecavergunning op grond van de Vergunningslandsverordening.

Daarnaast is met UO Ruimtelijke Ordening & Planning van het Ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning overeengekomen dat bouwvergunningen en verklaringen over oude gebouwen duidelijke informatie zullen bevatten over de oorspronkelijke bouwbestemming en de geschiktheid voor horeca-activiteiten, om zo de toetsing te verbeteren.

Het doel van deze aanpak is drievoudig:

  1. het versnellen van het vergunningenproces, zodat ondernemers niet langer worden geconfronteerd met jarenlange wachttijden;
  2. het beëindigen van het gedoogbeleid, waarmee nu noodgedwongen gewerkt wordt;
  3. het veiligstellen van structurele overheidsinkomsten, met name uit leges, die voorheen verloren gingen door de opgelopen achterstanden.

Tot slot

Het MEO is zich ten volle bewust van de dringende noodzaak om de regelgeving te moderniseren. Zoals eerder vermeld, wordt er hard gewerkt aan de afronding van een nieuw, toekomstbestendig concept voor de Vergunningslandsverordening. Deze herziening beoogt niet alleen verouderde bepalingen te schrappen, maar ook het gehele vergunningenproces transparanter, efficiënter en beter afgestemd op de maatschappelijke realiteit van vandaag te maken. Samen werken we aan een Curaçao waarin wetgeving meebeweegt met de tijd en waar goede regels bijdragen aan een sterke economie en een rechtvaardige samenleving.

In de tussentijd is het MEO reeds actief bezig met het wegwerken van de achterstand in de vergunningverlening. Onder strikte opdracht van Minister Middelhof is er een duidelijke termijn van dertig (30) werkdagen vastgesteld voor het uitreiken van alle achterstallige horecavergunningen. Minister Middelhof heeft daarbij duidelijk gemaakt dat het verbeteren van de dienstverlening aan burgers en ondernemers zijn hoogste prioriteit is. Zijn gedrevenheid en doelgerichte aanpak zijn hierbij leidend.

Daarnaast werkt het MEO, in opdracht van Minister Middelhof, momenteel aan concrete plannen om het digitale vergunningensysteem te verbeteren en verder te ontwikkelen. Doel is om het systeem gebruiksvriendelijker, efficiënter en breder toegankelijk te maken voor iedereen die een economische vergunning wenst aan te vragen. Digitalisering speelt hierin een centrale rol, zodat aanvragen in de toekomst sneller, transparanter en klantgerichter kunnen worden afgehandeld.

Met deze gecombineerde inzet, modernisering van de regelgeving, structurele verbetering van de dienstverlening en implementatie van digitale oplossingen, zet het MEO onder leiding van Minister Middelhof belangrijke stappen in de richting van het behoud en verdere ontwikkeling van een duurzame en toekomstgerichte economie voor Curaçao.