TOESPRAAK H.E. LUCILLE GEORGE-WOUT TER GELEGENHEID VAN KONINGSDAG 2024 - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Nieuws

Algemene Zaken en Minister President
 

TOESPRAAK H.E. LUCILLE GEORGE-WOUT TER GELEGENHEID VAN KONINGSDAG 2024

Geplaatst op 28 04 2024

Excellenties, dames en heren,

Goede avond; en welkom op de receptie ter ere van de verjaardag van onze Koning, Willem-Alexander. Zoals u weet, is onze Koning morgen daadwerkelijk jarig. En op dat feest nemen wij hier vanavond een voorschot.

Een bijzonder welkom aan de 9  gasten die hedenochtend uit mijn handen, namens de Koning, een Koninklijke onderscheiding hebben mogen ontvangen.

De heer Richard Doest, De heer Norval Faneyte, De heer Cedric Bronswinkel,  Mevrouw Estel Perez Specht,  Mevrouw Persevera Ansano, De heer Rutzen Lucas, De heer Vernon Toré, Mevrouw Lucille de Windt en Mevrouw Tania Kross.

Zij zijn onderscheiden in de orde van Oranje Nassau als Lid, als Ridder; en in één geval zelfs als Officier in de Orde van Oranje Nassau. Die onderscheidingen hebben zij gekregen voor hun verdiensten voor onze gemeenschap!

U kunt hen herkennen aan de grote versierselen die zij vanavond dragen. En u kunt hen feliciteren als u hen vanavond hier tegen het lijf loopt. Dat hebben zij verdiend. Bij deze, nogmaals van harte gefeliciteerd!

Onze decorandi symboliseren als het ware het Koninkrijksverband waarbinnen wij leven; zij zijn mede de dragers van dat unieke verband dat in 1954 in de vorm van het Statuut zijn beslag heeft gekregen; en dat op 15 december aanstaande 70 jaar bestaat. Ook in mijn nieuwjaarstoespraak heb ik al gerefereerd aan dat jubileum.

Maar ik vind het belangrijk om nogmaals stil te staan bij dat gegeven; en om op te roepen om hier in dit Kroonjaar aandacht aan te besteden. Want het is een bijzonder gegeven gezien, de door het slavernijverleden getroebleerde geschiedenis van het Koninkrijk, en door de koloniale periode die daarna ook nog lang heeft voortgeduurd. Daardoor lag het wellicht niet direct voor de hand dat we als landen en gemeenschappen met elkaar verbonden zouden blijven. En toch is dat zo gebleven.

Nederland en de Nederlandse Antillen hebben -destijds samen met Suriname- in 1954 bij de totstandkoming van het Statuut in de preambule verklaard dat zij uit vrije wil in het Koninkrijk der Nederlanden een nieuwe rechtsorde aanvaarden, waarin zij de eigen belangen zelfstandig behartigen en op voet van gelijkwaardigheid de gemeenschappelijke belangen verzorgen en elkaar wederkerig bijstand verlenen. In feite is dat nog eens in 2010 bekrachtigd toen Curaçao de status verkreeg van zelfstandig land binnen het Koninkrijk.

Het lijkt erop dat over de betekenis van dit historische moment soms in onze gemeenschap nog enige verwarring bestaat; of dat die keuze ter discussie wordt gesteld. Dat laatste mag natuurlijk in een democratie, zoals die waar wij in leven. Maar daarbij moet worden bedacht dat die keuze is gebaseerd op een vroeg, maar wijs besef, dat gemeenschappen samen sterker staan dan alleen.  In dat verband heb ik in mijn nieuwjaarstoespraak de woorden van dr. Da Costa Gomez geciteerd, die dat belang nadrukkelijk heeft verwoord.

En het belang om te behoren tot een groter geheel heeft Nederland zelf ook begrepen, als één van de grondleggers van de Europese Economische Gemeenschap; de latere Europese Unie. Ook zo’n bijzonder verband, waarin de deelnemende landen ervoor hebben gekozen om hun autonomie te delen, met het oog op een groter doel.

Ook daar is een pijnlijke historie aan vooraf gegaan; met de terugkerende oorlogen tussen soevereine landen op het Europese continent; met name de Eerste en Tweede Wereldoorlog; met al hun verschrikkingen. Ook dat verband kent zoveel jaar na dato nog de nodige discussies, uitdagingen en ongemakken.

Het is bijzonder dat wij als Caribische Koninkrijk burgers ook kunnen participeren in dat Europese verband, door de mogelijkheid tot deelname aan de verkiezingen voor het Europees parlement, zoals nu voor 6 juni op stapel staan. Weliswaar leeft dat besef nog maar beperkt, gelet op het geringe aantal  registraties voor deelname aan die verkiezingen. Maar ik verwacht dat de belangstelling daarvoor in de nabije toekomst kan groeien. Vooral als het belang wordt ingezien van steun uit Europese fondsen, die ook beschikbaar zijn voor de Caribische landen van het Koninkrijk. Hoewel het natuurlijk ook gaat om de waardengemeenschap waartoe wij willen behoren.

Het Koninkrijk der Nederlanden, zoals vastgelegd in het Statuut, is een arrangement dat alleen verklaard kan worden uit het verleden; en dat is tot stand gekomen door de gemeenschappelijke wil om in de vroegere verhoudingen drastische veranderingen aan te brengen. Dat is natuurlijk voor alle partijen een leerproces; tot op de dag van vandaag.

Wat ons Koninkrijk en alle vier landen die daar deel van uitmaken kenmerkt en siert, en dat al bijna 70 jaar, is de wil elkaar bij te staan. Op verschillende wijze is die wil tot uitdrukking gebracht en daar is veel moois uit gevolgd.

Laten we ook dat op deze mooie vooravond van Koningsdag vieren.

Er wordt dezer dagen met vereende kracht door de landen binnen het Koninkrijk gewerkt aan de invulling van initiatieven voor na de komma;  na de excuses van minister-president Rutte, en na de vraag om vergiffenis door de Koning…

Dat gebeurt onder meer in het kader van het Herdenkingsjaar Slavernijverleden. Daarmee is ruimte ontstaan om met nieuw elan te werken aan een gezamenlijke toekomst, binnen het Koninkrijk.

En daarom vieren we dit jaar 70 jaar Statuut. Inderdaad dat vieren we; want ondanks de lastigheden die we in dat gemeenschappelijke verband ondervinden, weten we in toenemende mate die samenwerking tot een succes te maken.

Dat gaat met horten en stoten; en uiteraard gaat dat gepaard met verschillen van inzicht over principes en na te streven doelen; en ook verschillen in belangen compliceren de zaak. Maar als wij allen daar bovenuit weten te stijgen, dan zijn we in staat om binnen en met de kaders van het Statuut tot oplossingen te komen. Daar ben ik van overtuigd.

Want waar zouden we als Land zijn, zonder het Statuut. Ik moet er niet aan denken hoe wij in de huidige wereld, met tegengestelde geopolitieke machten, en dito krachten, hier -letterlijk en figuurlijk- het hoofd boven water zouden kunnen houden. De risico’s en dreigingen zijn reëel.

Zonder iets af te doen aan het belang van zaken die ons hier op Curaçao bezighouden -politiek en maatschappelijk- is het ook goed om oog te hebben wat er gebeurt in de wereld om ons heen. Niet alleen in Nederland, maar ook in Europa waar -wederom- een vreselijke oorlog woedt; en in het Midden Oosten waar partijen elkaar naar het leven staan. Die ontwikkelingen baren grote zorgen. En kunnen ook onze veiligheid en welzijn raken. En dan heb ik het nog niet eens over ontwikkelingen in onze regio en over de uitdagingen op het gebied van klimaat.

Bij dat alles moeten wij ons vooral realiseren dat het Statuut er niet in de eerste plaats is voor politici, voor ons bestuur of onze bestuurders (laat staan de Gouverneur), maar dat het er juist is om bescherming en rechtszekerheid te bieden aan de burgers van ons Land. Alle burgers binnen het Koninkrijk; dus aan ons als Koninkrijkburgers!

Natuurlijke hechten we daarnaast als Land aan onze autonomie; aan de wens om onze eigen aangelegenheden zelf te behartigen en om daar vorm aan te geven. Ook ik hecht daaraan! Maar dan moeten we dat wel daadwerkelijk doen; voor alle burgers van ons Land. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we daar veelal wel wat hulp bij kunnen gebruiken.

En gelukkig wordt die ook geboden, in Koninkrijksverband.

Want wat is die autonomie zonder bescherming; zonder veiligheid en rechtszekerheid; en zonder mogelijkheden tot ontwikkeling voor al onze burgers. Juist daarvoor biedt het Statuut garanties en mogelijkheden.

Dames en Heren,

Graag hef ik, tezamen met mijn echtgenoot Herman, met u het glas op onze Koning Willem-Alexander.

Leve de Koning, hoera, hoera, hoera!

Proost!