F.A.Q. | MEEST GESTELDE VRAGEN
Het verandertraject kent een looptijd van 1 oktober 2022 t/m (vooralsnog) 31 december 2024.
- De organisatiestructuur, managementstructuur en sturing van de ministeries veranderen.
- Ministeriële staven worden omgevormd tot hoogwaardige adviesteams.
- De rollen van de sleutelspelers (minister, algemeen directeur, directeur, kabinetschef) worden duidelijk onderscheiden.
- De externe dienstverlening aan de samenwerking krijgt vorm via 2 overheidsloketten: Samenleving en Belastingloket.
- De interne dienstverlening en bedrijfsvoering wordt eenduidig ingeregeld aan de hand van het shared service concept.
- Er wordt op verschillende manieren geïnvesteerd in de ontwikkeling van de mensen.
- Er komt een directoraat Topkader Overheid dat de werkgeversrol krijgt voor de managementlagen 1 en 2.
- Besluiten over personele zaken worden aan ministers en ambtelijke top overgelaten.
Het overheidsapparaat presteert thans -dertien jaar na oprichting van het Land Curaçao- onvoldoende. Er is te weinig gerichtheid op dienstverlening aan burgers en bedrijven. De grote maatschappelijke vraagstukken worden niet adequaat aangepakt. De Regering van Curaçao heeft in het Regeerprogramma 2022-2025 aangekondigd dit probleem de komende jaren met voorrang aan te pakken en heeft daarover in het Landspakket afspraken gemaakt met Nederland.
De veranderingen vangen aan met het opnieuw inrichten van de topstructuur van de ministeries en de externe en interne dienstverlening van de overheid. Hierdoor zal met name het topkader -zijnde o.a. secretarissen generaal, beleidsdirecteuren, sectordirecteuren en directeuren- als eerste iets merken van de verandering. Daarna volgen de medewerkers die werken aan de dienstverlening van de overheid. Daarna hangt het af van het tempo waarmee de verandering in jouw ministerie handen en voeten krijgt.
Je blijft in functie totdat de nieuwe topstructuur ingevoerd is en de (nieuwe) managementfuncties (topkader) ingevuld zijn. Of er daarna iets verandert hangt af van de functie die je vervult. In veel gevallen zal er niets veranderen. Verandert er wel iets, dan kun je terug vallen op het ‘sociaal beleidskader organisatieverandering’ dat met de vakbonden wordt afgesproken.
De secretarissen-generaal, sectordirecteuren, beleidsdirecteuren, inspecteurs-generaal en directeuren (ofwel het topkader) zijn op de hoogte van de verbetervoorstellen uit het rapport ‘Niets doen is geen optie meer!’ (en daarmee het programma VFO). Zij zijn jouw eerste aanspreekpunt voor vragen en/of advies. Ook voor vragen en/of advies over jouw persoonlijke en rechtspositionele situatie kun je bij hen terecht.
Ben je zelf topkader dan kan je rechtstreeks contact opnemen met het programmateam VFO of -indien gestart- de kwartiermaker Directoraat Topkader Overheid (DTO).
Voor meer/ of aanvullende vragen over de inhoudelijke voorstellen uit het rapport ‘Niets doen is geen optie meer!’ en het veranderproces, kun je bij het programmateam VFO terecht door contact op te nemen met Cindy Rojer via cindy.rojer@gobiernu.cw. Aangaande de concepten directie Landsbeleid, Directoraat Topkader Overheid, externe dienstverlening en interne dienstverlening/ bedrijfsvoering, kun je ook terecht bij de betreffende kwartiermaker.
Beleid en uitvoering komen dichter bij elkaar, daar deze taken bij elkaar in een directie zullen worden uitgevoerd. Toezicht -op uitvoeringsniveau- wordt ook vanuit een directie uitgevoerd.
De huidige functie van secretaris-generaal richt zich voornamelijk op de integrale beleidsontwikkeling en de beleidsuitvoering. Daarnaast is de secretaris-generaal verantwoordelijk voor de integrale beleidsadvisering aan de minister en de regering.
De algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de uitvoering en naleving van landsbrede kaders ten aanzien van integrale bedrijfsvoering, de primaire werkprocessen, de bemensing en de organisatieontwikkeling binnen het ministerie en voor de effectiviteit van de prestaties van het ministerie. De algemeen directeur stuurt op de optimalisatie van de verbinding, onderlinge samenwerking en interactie tussen de directies en interministerieel.
Thans wordt beleid voor een ministerie ontwikkeld en opgemaakt door de beleidsorganisatie van de ministerie. Het beleid binnen één ministerie kan heel breed en erg verschillend van elkaar zijn en sluit (vaak) niet goed aan bij waar de uitvoering behoefte aan heeft (papier versus uitvoering).
Met de gewijzigde organisatie inrichting komen beleid en uitvoering samen; beide taken zullen binnen een directie worden uitgevoerd. Dat levert korte lijnen op binnen een directie tussen beleid en uitvoering en zorgt ervoor dat we beleid maken dat de uitvoering nodig heeft.
Waar en hoe beleidsmedewerkers het beste geplaatst worden hangt af van hun huidige takenpakket en competenties.
Er zijn twee in principe mogelijkheden:
- binnen een directie van het ministerie waar zij al werkzaam zijn of
- bij de directie Landsbeleid
Directie Landsbeleid
De directie Landsbeleid valt onder het Ministerie van Algemene Zaken. Daar wordt het generiek strategisch beleid voor het land en beleid om de grote maatschappelijke opgaven op te lossen ontwikkeld. Dit beleid is ministerie overstijgend; niet één ministerie kan het vraagstuk in zijn eentje oplossen. Voor het opstellen van dit ministerie overstijgende beleid wordt de kennis van de vakministeries gebruikt.
Mogelijke thema’s die onder directie Landsbeleid kunnen vallen zijn:
- Masterplan 2030;
- Regeerprogramma’s
- Landspakket onderwerpen
- Immigratie
- Veiligheid en ondermijning
- Energietransitie.
In de huidige organisatiestructuur kennen we sectoren en beleidsorganisaties die worden aangestuurd door een secretaris-generaal.
In de nieuwe organisatiestructuur komen de sectoren en beleidsorganisaties te vervallen en kent elk ministerie alleen nog ‘directies’.
De sectoren worden opgeheven, omdat deze organisatievorm onvoldoende meerwaarde oplevert in het functioneren van het ministerie.
Waarom beleidsorganisaties worden opgeheven is bij vraag 4 toegelicht.
In de nieuwe organisatiestructuur brengen we het aantal managementlagen terug tot twee en zorgen we voor kortere en eenduidige sturingslijnen binnen het ministerie en rechtstreekse lijn van de directies en naar de minister als het gaat om de inhoud van het werk
In beginsel niet, maar dit kan wel het geval zijn als:
- de span of control van de algemeen directeur meer dan zes directeuren is en
- samenvoeging van directies niet mogelijk is.
In bovengenoemde gevallen is het mogelijk om een functie voor een adjunct algemeen directeur in te stellen. Zodoende blijft de ‘Span of Control’ goed hanteerbaar.
De algemeen directeur en de adjunct algemeen directeur verdelen onderling de directies die zij aansturen en werken als team samen.
Ja, de nieuwe structuur heeft een aantal mechanismen die de de politiek ontzorgt als het gaat om de dagelijkse uitvoering en de bedrijfsvoering en ‘checks and balances’ waarborgt. O.a.:
- er is een Directoraat Topkader Overheid (DTO) die fungeert als werkgever van de Topkader. DTO opereert onafhankelijk van de politiek, op basis van transparante spelregels en afspraken t.a.v. controle en verantwoordingsplicht.
- er is een uitwerking van de verschillende rollen en verantwoordelijkheden binnen de organisatiestructuur op zowel bestuurs- als topkader niveau incl. kabinet van de minister(s)
er gelden spelregels voor de werving en selectie van het topkader waarmee politieke benoemingen niet langer mogelijk zijn.
Ja, als het gaat om inhoudelijke onderwerpen, en via de algemeen directeur. Voor het bestuurlijk overleg wordt de directeur uitgenodigd die inhoudelijk verantwoordelijk is voor dat onderwerp.
De werving & selectie van topkader wordt door het Directoraat Topkader Overheid (DTO) uitgevoerd.
Het DTO is belast met het uitvoeren van de wervings- en selectieprocedure en het opstellen van een voordracht, met daarop één tot drie personen die bewezen voldoen aan het functieprofiel en de kwaliteitseisen. De betreffende vakminister krijgt een zwaarwegende rol in de procedure van werving, selectie en benoeming van de (adjunct) algemeen directeur voor het eigen ministerie, en kan de voordracht van DTO niet terzijde schuiven en een persoon benoemen die niet op de voordracht staat. De benoeming blijft een verantwoordelijkheid van de regering.
Het adviesteam adviseert en ondersteunt de:
- algemeen directeur (en de adjunct-algemeen directeur -indien ingevuld)
- de directeuren,
- de inspecteur-generaal (indien aanwezig) en
de minister op strategisch niveau over bedrijfsvoering (financieel advies, advies o.g.v. Human Resources en organisatie, juridisch advies, communicatie & voorlichting, etc.), niet over inhoudelijke vraagstukken.
Het startpunt van dit traject is de goedkeuring van de Raad van Ministers het rapport ‘Niets doen is geen optie meer!’. Het is een grootschalig verandertraject om alle ministeries beter in te richten. Beginnend bij:
- de topstructuur en de ondersteuning ervan en
- de externe en interne dienstverlening/ bedrijfsvoering
De uit te voeren activiteiten en projecten gebeuren op twee niveaus:
- op het overkoepelend niveau boven de negen ministeries en
- binnen de afzonderlijke ministeries.’
De programmaorganisatie werkt op basis van een roadmap met plateauplanning. Deze kijkt telkens vier kwartalen vooruit naar de activiteiten die in het kader van de implementatie uitgevoerd gaan worden. Binnen die periode wordt de planning ieder kwartaal voortrollend geactualiseerd. De implementatieperiode behelst de periode tot (minimaal) 31 december 2025. Het tempo van de organisatieverandering op het tweede niveau wordt per Ministerie bepaald aan de hand van de uitkomsten van fase II quick scans.
Nee. Er komt geen integratie en er komt geen specifiek Rijksinspectie.
We kennen binnen de overheid twee onafhankelijke inspecties op stelselniveau:
- inspectie volksgezondheid en
- inspectie onderwijs.
Deze blijven en rapporteren rechtstreeks aan de minister.
Voor de bedrijfsvoering (financieel advies, advies o.g.v. Human Resources en organisatie, juridisch advies, communicatie & voorlichting, etc.) kunnen zij een beroep doen op het adviesteam en de algemeen directeur van het Ministerie
De overige inspectietaken doen toezicht op uitvoeringsniveau. Deze blijven binnen de eigen ministeries onder de directies..
Inspecteur-generaal
Er zijn twee ministeries met een inspecteur-generaal. Één voor inspectie volksgezondheid (GMN), de andere voor inspectie onderwijs (OWCS). De inspecteur-generaal is eindverantwoordelijk voor het functioneren van zijn/ haar inspectie. Een inspectie houdt toezicht op het stelsel, incl. het Ministerie zelf.
Directeur-generaal
Er is één directeur-generaal voor het directoraat topkader overheid (DTO) onder het Ministerie van BPD. Het DTO vervult de werkgeversrol voor het (nieuwe) topkader. Het nieuwe topkader bestaat uit twee managementlagen.
Algemeen Directeur
De negen ministeries hebben allemaal hun eigen algemeen-directeur (in plaats van een secretaris-generaal). In gevallen dat de ‘span of control’ te groot is voor de algemeen directeur kan er ook een adjunct algemeen directeur worden ingesteld.
Deze bovengenoemde functies vallen onder managementlaag 1.
Directeur
De ministeries bestaan uit verschillende directies. De hoeveelheid directies kan per ministerie verschillend zijn. Aan de hoofd van elk directie staat een directeur.
Deze functie valt onder managementlaag 2.
Alle bovengenoemde functies vallen onder de noemer ‘Topkader’,
Unithoofd
Een directie kan bestaan uit units. Elke unit krijgt een unithoofd als leidinggevende. Deze functie valt onder managementlaag 3.
Ja, er vervallen functies, zoals die van sectordirecteur en beleidsdirecteur.Echeter, als gevolg van de organisatieveranderingen zullen er geen gedwongen ontslagen vallen. Er komt een sociaal beleidskader organisatie-verandering welke in Q1 2024 met de Centraal Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken (CGOA) wordt overeengekomen. Hierin komen waarborgen en spelregels voor situaties waarin een functie wijzigt of vervalt.

