| Publicatienummer: | P.B. 2025, no. 192 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen |
| Ministerie: | Onderwijs, Wetenschap, Cultuur & Sport |
| Datum ondertekening: | 15-10-2025 |
| Datum inwerktreding: | 23-12-2009 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Afkondigingsblad ( HOOFDSTUK XIII Volksontwikkeling en opvoeding. erediensten)
|
LANDSBESLUIT van de 15de oktober 2025, no.25/2428, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Regeling behoefte bepaling aanvang, aanvraag en beëindiging bekostiging funderend onderwijs en voortgezet onderwijs 2009
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 23-12-2009 | n.v.t. | n.v.t. | Geconsolideerde tekst | P.B. 2025, no. 192 (GT) | n.v.t. |
In dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt verstaan onder:
| a. bevoegd gezag voor wat betreft: | 1°. een openbare school: | ||
| a. de Minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport; of | |||
| b. het openbaar orgaan, bedoeld in artikel 35 van de Landsverordening funderend onderwijs, of bedoeld in artikel 40a van de landsverordening voortgezet onderwijs. | |||
| 2°. een bijzondere school:
het schoolbestuur. |
|||
| b. school voor funderend onderwijs: | een school waaraan onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening funderend onderwijs; | ||
| c. school voor voortgezet onderwijs: | een school als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening voortgezet onderwijs; | ||
| d. school voor voorbereidend
wetenschappelijk onderwijs: |
een school waaraan onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 7 van de Landsverordening voortgezet onderwijs; |
||
| e. school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs: |
een school waaraan onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 8 van de Landsverordening voortgezet onderwijs; |
||
| f. school voor voorbereidend secundair beroepsonderwijs: |
een school waaraan onderwijs wordt gegeven als bedoeld in artikel 9 van de Landsverordening voortgezet onderwijs; |
||
| g. sectorprogramma: | een sectorprogramma als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de Landsverordening voortgezet onderwijs. | ||
1. De Minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport kan een school voor funderend onderwijs dan wel een school voor voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking brengen indien er volgens de Minister sprake is van voldoende behoefte aan die school.
2. Voldoende behoefte, bedoeld in het eerste lid, aan een school voor funderend onderwijs respectievelijk een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs respectievelijk een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs respectievelijk een school voor voorbereidend secundair beroepsonderwijs wordt geacht aanwezig te zijn indien de prognose naar verwachting respectievelijk:
a. een school voor funderend onderwijs binnen de eerste periode van 8 jaar door 150 leerlingen;
b. een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs binnen de eerste periode van 6 jaar door 450 leerlingen;
c. een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs binnen de eerste periode van 5 jaar door 375 leerlingen; of
d. een school voor voorbereidend secundair beroepsonderwijs binnen de eerste periode van 4 jaar door 300 leerlingen zal worden bezocht.
1. Een aan de Minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport gerichte aanvraag om bekostiging bevat:
a. de statuten van de rechtspersoon waaronder de bijzondere school ressorteert;
b. een prognose van het te verwachten aantal leerlingen over een tijdvak van, afhankelijk van de schoolsoort, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met d, respectievelijk 8, 6, 5 of 4 jaar;
c. de aanduiding van de plaats waar het onderwijs moet worden gegeven;
d. de voorgestelde datum van aanvang;
e. de voorlopige begroting; en
f. de over het voorafgaande belastingjaar door een accountant goedgekeurde jaarrekening.
2. Een prognose als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, omvat de volgende vereisten:
a. deze geeft inzicht in het te verwachten aantal leerlingen voor elk jaar van het tijdvak, waarop de prognose betrekking heeft;
b. deze betreft voor de school voor funderend onderwijs het gebied binnen een straal van vijf kilometer rondom de plaats waar het onderwijs zal worden gegeven;
c. deze is gebaseerd op statistische gegevens over een tijdvak van 10 jaar; en
d. vermeldt de berekeningen die tot de uitkomsten hebben geleid.
1. De Minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport acht de behoefte, bedoeld in artikel 2, eerste lid, niet langer in voldoende mate aanwezig indien gedurende twee achtereenvolgende jaren:
a. in geval van een school voor funderend onderwijs, het aantal leerlingen dat in het eerste leerjaar instroomt telkens minder dan 15 heeft bedragen en tevens het totaal aantal leerlingen dat die school bezoekt, minder is dan 150; dan wel
b. in geval van een school voor voortgezet onderwijs het aantal leerlingen dat in het eerste leerjaar van de desbetreffende school instroomt telkens minder dan 60 heeft bedragen en tevens het totaal aantal leerlingen dat die school bezoekt, minder is dan het desbetreffende in artikel 2, tweede lid, genoemde minimum aantal leerlingen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing zolang een school nog binnen de in artikel 2, tweede lid, genoemde eerste periode tracht te voldoen aan het daarin gestelde minimum, op grond waarvan de desbetreffende school voor bekostiging in aanmerking is gebracht. Indien die school na de eerste periode niet door het in artikel 2, tweede lid, genoemde minimum aantal leerlingen is bezocht, dan wordt de behoefte aan die school geacht niet voldoende aanwezig te zijn.
3. De Minister maakt uiterlijk voor 1 januari voorafgaand aan de datum van beëindiging van de bekostiging zijn beslissing bekend aan het bevoegd gezag.
De artikelen 2 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvang en beëindiging van bekostiging van een sectorprogramma met dien verstande dat er voldoende behoefte aan een sectorprogramma aanwezig wordt geacht te zijn indien er naar redelijke verwachting binnen de eerste periode van 2 jaar minimaal 150 leerlingen aan dat sectorprogramma onderwijs volgen.
Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Regeling behoefte bepaling aanvang, aanvraag en beëindiging bekostiging funderend onderwijs en voortgezet onderwijs 2009.
(vervallen)