Regeling toetsing geschiktheid en integriteit van (mede)beleidsbepalers, houders van een gekwalificeerde deelneming en andere betrokkenen - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Regeling toetsing geschiktheid en integriteit van (mede)beleidsbepalers, houders van een gekwalificeerde deelneming en andere betrokkenen

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 42
Categorie: Regeling
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 20-03-2026
Datum inwerktreding: 21-03-2026
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK X Economische aangelegenheden)


MINISTERIËLE BESCHIKKING van de 20ste maart 2026, houdende de bekendmaking in het Publicatieblad van de Regeling toetsing geschiktheid en integriteit van (mede)beleidsbepalers, houders van een gekwalificeerde deelneming en andere betrokkenen

Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Een (mede)beleidsbepaler: een persoon met een ontheffing krachtens een toezichtlandsverordening of een persoon die het beleid van een instelling (mede)bepaalt bij of krachtens een toezichtlandsverordening, waaronder in ieder geval wordt begrepen de bestuurders, de leden van de raad van commissarissen en leden van de raad van toezicht van de instelling;
b. Bank: de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten;
c. Instelling: een instelling die valt onder de werkingssfeer van een toezichtlandsverordening;
d. Toezichtlandsverordening: een landsverordening zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Centrale Bank Statuut voor Curaçao en Sint Maarten, met uitzondering van de Landsverordening ondernemingspensioenfondsen;
e. Andere betrokkenen: feitelijke leiders van assurantiebemiddelaars, leden van beleggingscommissies, procuratiehouders van verleners van beheersdiensten, compliance officers, en andere door de Bank aan te wijzen functies bij instellingen of bij een specifieke instelling;
f. Gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van meer dan 10% van het nominaal kapitaal van een instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van meer dan 10% van de stemrechten in een instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een instelling;
g. Deskundigheid: de vereiste kennis, vaardigheden en professioneel gedrag ter vervulling van een (mede)beleidsbepalende functie;
h. Geschiktheid: de deskundigheid van een persoon ter uitoefening van een (beoogde) functie bij een instelling tegen de achtergrond van de aard, de omvang, de complexiteit en het risicoprofiel van de instelling, en de samenstelling en het functioneren van het reeds zittende collectief van het orgaan binnen de instelling;
i. Integriteit: het zich onthouden van een of meer gedragingen die naar het oordeel van de Bank in de weg staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler, dan wel aan het houden van een gekwalificeerde deelneming, dan wel als het gedragen als een andere betrokkene;
j. Gedraging: een doen en of nalaten dat blijk geeft van de afwezigheid van eigenschappen als:
1. waarheidslievendheid;
2. verantwoordelijkheidszin;
3. wetsgetrouwheid;
4. openheid;
5. oprechtheid;
6. prudentie;
7. punctualiteit;
8. onkreukbaarheid;
9. discretie;
10. rechtschapenheid;
11. eventuele nader door de Bank te bepalen overige eigenschappen.
k. Antecedent: strafrechtelijke- financiële-, fiscaal bestuursrechtelijke, toezichts- en overige antecedenten;
l. Collectief: meer dan één beleidsbepaler, waarbij de beleidsbepalers gezamenlijk het (dagelijks) beleid van de instelling (mede) bepalen of gezamenlijk toezicht houden op het beleid en de algemene gang van zaken van de instelling.
m. Groep: een economische gezamenlijkheid van een moedermaatschappij, haar directe of indirecte dochtermaatschappijen en de ondernemingen of instellingen waarin de moedermaatschappij of een dochtermaatschappij direct of indirect overwegende zeggenschap heeft.

Reikwijdte van de regeling

Artikel 2

De regeling is van toepassing op de volgende personen:
a. (mede)beleidsbepalers;
b. (mede)beleidsbepalers van de groep waartoe de instelling behoort;
c. houders van een gekwalificeerde deelneming;
d. andere betrokkenen.

 

Te toetsen personen

Artikel 3

1. De Bank toetst de volgende personen op geschiktheid en integriteit:
a. (mede)beleidsbepalers;
b. (mede)beleidsbepalers van de groep waartoe de instelling behoort;
c. andere betrokkenen.
2. Houders van een gekwalificeerde deelneming worden in beginsel uitsluitend op integriteit getoetst. Indien zij zich inlaten met beleidsbepalende handelingen worden zij eveneens op geschiktheid getoetst.
3. Indien een (mede)beleidsbepaler en of een houder van een kwalificeerde deelneming een rechtspersoon is, dan worden de natuurlijke personen getoetst die het beleid van de rechtspersoon (mede)bepalen.

Toetsingsmomenten

Artikel 4

1. Een te toetsen persoon moet aan de Bank ter toetsing op geschiktheid en of integriteit worden aangemeld:
a. als onderdeel van de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of registratie;
b. voorafgaand aan de benoeming voor de beoogde functie;
c. voorafgaand aan de verwerving of vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een instelling.
2. De Bank kan tot de hertoetsing van een persoon besluiten, indien zij van oordeel is dat daartoe aanleiding bestaat, wegens, onder andere:
a. wijziging van zijn antecedenten en of gemelde incidenten ten aanzien van de persoon;
b. wijziging van de functie-inhoud;
c. wijziging in het risicoprofiel van de instelling;
d. wijziging in de samenstelling van het collectief;
e. bevindingen uit onderzoeken op locatie;
f. verkregen informatie.

De toetsing op geschiktheid en integriteit

Artikel 5

1. Een (mede)beleidsbepaler van een instelling, van de groep waartoe de instelling behoort, een andere betrokkene en, indien nodig, een houder van een gekwalificeerde deelneming in een instelling wordt ten aanzien van zijn geschiktheid voor een functie getoetst op:
a. relevante kennis, vaardigheden, competenties, en professioneel gedrag;
b. de specifieke verantwoordelijkheden van de functie, en de aard, omvang, complexiteit en risicoprofiel van de instelling waarvoor hij wordt voorgedragen;
c. de samenstelling en het functioneren van het collectief van de instelling, met in achtneming van zijn bijdrage aan het collectief ten aanzien van de in onderdeel a genoemde criteria.
2. Bij de toetsing op geschiktheid voor een nieuwe (mede)beleidsbepalende functie wordt in overweging genomen:
a. het aantal (mede)beleidsbepalende functies dat de (mede)beleidsbepaler op dat moment reeds vervult;
b. de combinatie van de (mede)beleidsbepalende functies die reeds worden vervuld in relatie tot de door betrokkene te bekleden nieuwe beleidsbepalende functie.
3. Een (mede)beleidsbepaler van een instelling, een (mede)beleidsbepaler van de groep waartoe de instelling behoort, een andere betrokkene, en een houder van een gekwalificeerde deelneming in een instelling, wordt ten aanzien van zijn integriteit getoetst:
a. op feiten en omstandigheden die relevant zijn om vast te stellen of het vertoonde gedrag in overeenstemming is met een integere invulling en uitoefening van de functie;
b. of hij blijk heeft gegeven van zodanige gedragingen waardoor naar het oordeel van de Bank zijn integriteit niet of niet langer buiten twijfel staat.
4. De toetsing van de geschiktheid en integriteit geschiedt aan de hand van in ieder geval de volgende documenten en informatie:
a. een volledig ingevuld en ondertekend vragenformulier en onderliggende documenten waaruit inzicht wordt verkregen in de kennis, vaardigheden en antecedenten van de te toetsen persoon;
b. het functieprofiel waarvoor de te toetsen persoon wordt voorgedragen;
c. de aard, omvang, complexiteit, en het risicoprofiel van de instelling;
d. de gevolgde selectieprocedure en de overwegingen die tot de keuze van de te toetsen persoon hebben geleid;
e. een fitnessmatrix van het collectief naar kennis en ervaring van de te toetsen (mede) beleidsbepaler en de huidige (mede)beleidsbepaler(s);
f. andere door de instelling verstrekte of te verstrekken informatie die relevant is of zou kunnen zijn voor de beoordeling van de geschiktheid van de (mede)beleidsbepaler;
g. andere relevante informatie, zoals in het publieke domein.
5. Indien de Bank het noodzakelijk acht, geschiedt de toetsing, als bedoeld in het vierde lid, tevens aan de hand van de informatie verkregen door de Bank tijdens een gesprek ter toetsing van de geschiktheid van de persoon.

Toetsingsresultaat

Artikel 6

1. De toetsing door de Bank van een persoon kan leiden tot het verlenen of weigering van toestemming tot:
a: aanstelling van de persoon als (mede) beleidsbepaler of als andere betrokkene.
b: het houden, het verwerven of de vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een instelling onder haar toezicht.
2. Aan een toestemming tot aanstelling van een persoon als beleidsbepaler of als andere betrokkene kunnen al dan niet voorwaarden worden verbonden.
3. Een resultaat van de toetsing dat leidt tot weigering van toestemming of een toestemming waaraan al dan niet voorwaarden zijn verbonden, moet voldoende gemotiveerd zijn onder vermelding van de eventueel te nemen nadere acties.
4. Binnen 60 dagen na ontvangst van een volledig verzoek met alle benodigde onderliggende documenten en informatie voor de toetsing van een persoon, maakt de Bank het resultaat van de toetsing schriftelijk bekend aan de verzoeker.
5. Indien de Bank het toetsingsverzoek niet binnen 60 dagen heeft afgerond of zal kunnen afronden treedt zij in contact met de verzoeker onder vermelding van een nieuwe termijn waarbinnen het toetsingsresultaat bekend zal worden gemaakt.

Algemene bepalingen inzake de geschiktheid en integriteit

Artikel 7

1. Een (mede)beleidsbepaler van een instelling, een (mede)beleidsbepaler van de groep waartoe een instelling behoort en een andere betrokkene, moet doorlopend integer zijn en geschikt door de Bank worden geacht voor de functie die hij vervult.
2. Houders van een gekwalificeerde deelneming moeten doorlopend integer zijn en bovendien geschikt worden geacht door de Bank indien zij zich inlaten met beleidsbepalende handelingen.
3. Ten aanzien van relevante kennis zoals vermeld in artikel 5, eerste lid, geldt dat een (mede)beleidsbepaler en een andere betrokkene een opleiding op tenminste het niveau van hoger beroepsonderwijs, of gelijkwaardig moet hebben afgerond, of over een denkvermogen beschikt dat daaraan kan worden gelijk gesteld;
4. Ten aanzien van het toetsen van de opgedane vaardigheden, competenties en professioneel gedrag zoals vermeld in artikel 5, eerste lid geldt dat:
a. een (mede)beleidsbepaler of een andere betrokkene deze over een periode van tenminste 2 jaren moet hebben opgedaan, waarvan tenminste één jaar onafgebroken.
b. de Bank de 10 jaren periode voorafgaand aan de toetsing voor de functie in ogenschouw zal nemen.

Meldplicht aan de Bank

Artikel 8

  1. In geval van een wijziging van de antecedenten van een acterende (mede)beleidsbepaler of een houder van een gekwalificeerde deelneming, of in geval van een wijziging van het functieprofiel dat van toepassing is op een betrokkene, is de betrokkene of de instelling verplicht om de Bank onverwijld doch uiterlijk binnen 14 dagen hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen.
  2. Het niet tijdig bekendmaken aan de Bank, van de in het eerste lid genoemde wijzigingen, levert een toezichtantecedent op ten aanzien van de betrokkene.

Inwerkingtreding en bekendmaking

Artikel 9

  1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking.
  2. Deze regeling wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.

Citeertitel

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toetsing geschiktheid en integriteit van (mede)beleidsbepalers, houders van een gekwalificeerde deelneming en andere betrokkenen.

Naar boven