Verordening regelende de praktijk als vroedvrouw - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Verordening regelende de praktijk als vroedvrouw

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 55 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsverordening
Ministerie: Gezondheid, Milieu & Natuur
Datum ondertekening: 03-11-2025
Datum inwerktreding: 07-08-1934
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK VII Openbare gezondheid )


LANDSBESLUIT van de 3de november 2025, no. 25/2623, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Verordening van den 13den Februari 1934, regelende de praktijk als vroedvrouw

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats                              Zittingsjaar
07 augustus 1934 n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 55 (GT)  n.v.t.

Artikel 1

1. Tot de uitoefening van de praktijk als vroedvrouw in Curaçao zijn bevoegd:
1°. zij, die in het bezit zijn van een in Nederland afgegeven geldig diploma als vroedvrouw;
2°. zij, die:
a. in het bezit zijn van een in Suriname afgegeven diploma als vroedvrouw;
b. het examen als vroedvrouw met goed gevolg hebben afgelegd voor een commissie van tenminste drie personen, met dien verstande dat het aantal leden van de commissie steeds oneven moet zijn.
2. De voorzitter van de in het eerste lid, onder 2°, sub b, bedoelde commissie is de Sector-directeur Gezondheid. De andere leden en hun plaatsvervangers worden op de voordracht van de Sector-directeur bij Landsbesluit benoemd.
3. Indien het examen met goed gevolg wordt afgelegd, reikt de commissie daarvan een getuigschrift uit.

Artikel 2

Het in artikel 1, eerste lid, onder 2, sub b, bedoeld examen wordt niet afgenomen, dan na overlegging van:
1°. een geboorteakte, of bij gebreke daarvan van een getuigschrift, waaruit blijkt, dat de kandidaat de leeftijd van 21 jaren heeft bereikt;
2°. hetzij een geldig, buiten Nederland of Suriname afgegeven akte van bevoegdheid als vroedvrouw, hetzij het bewijs, dat de kandidaat een opleiding van ten minste twee jaren van een in Curaçao bevoegd geneeskundige heeft gehad en ten minste twintig gewone verlossingen en ten minste twee buitengewone verlossingen in tegenwoordigheid en onder leiding van een in Curaçao bevoegd geneeskundige heeft verricht;
3°. het bewijs, dat voor dit doel het bedrag van vijfentwintig gulden in ’s Landskas is gestort.
Het onder 3 bedoeld bewijs geeft het recht zich tweemaal voor het afleggen van het examen aan te melden, echter niet later dan twee jaar na de gedane storting.

Artikel 3

Aan haar, die met goed gevolg het in artikel 1, eerste lid, onder 2°, sub b, bedoeld examen heeft afgelegd, wordt door de daarin genoemde commissie een akte van bevoegdheid uitgereikt.

Artikel 4

Het is aan een vroedvrouw als in artikel 1 bedoeld, verboden in Curaçao de praktijk als zodanig uit te oefenen, alvorens door de Gouverneur tot de uitoefening ervan te zijn toegelaten.

Artikel 5

1. Zo nodig kan de Gouverneur, de Inspecteur voor de Volksgezondheid gehoord, met afwijking in zoverre van het bepaalde bij artikel 1, voor wat andere districten dan het stadsdistrict aangaat, voor de uitoefening van de praktijk als vroedvrouw toelating verlenen aan een vrouw, die de leeftijd van 21 jaren heeft bereikt en, na door een geneeskundige gedurende tenminste twee jaren te zijn opgeleid en in Curaçao ten minste twintig gewone verlossingen in tegenwoordigheid en onder leiding van die geneeskundige te hebben verricht, door deze en de door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aangewezen geneeskundige bekwaam wordt geacht de praktijk als vroedvrouw uit te oefenen.
2. Een toelating als in dit artikel bedoeld, kan te allen tijde door de Gouverneur, de Inspecteur voor de Volksgezondheid gehoord, worden ingetrokken.

Artikel 6

Het is aan een vroedvrouw als in artikel l of 5 bedoeld, verboden de praktijk als vroedvrouw uit te oefenen alvorens:
l°. haar akte van bevoegdheid, of in het geval bedoeld bij artikel 5, haar toelating door de Inspecteur voor de Volksgezondheid voor gezien is getekend;
2°. in handen van de Gouverneur de volgende eed (belofte) te hebben afgelegd:
“Ik zweer (beloof), dat ik de verloskunst volgens de daarop wettelijk vastgestelde bepalingen naar mijn beste weten en vermogen zal uitoefenen en dat ik aan niemand zal openbaren wat in die uitoefening als geheim mij is toevertrouwd of te mijner kennis is gekomen, tenzij mijn verklaring als getuige of deskundige in rechten of ik anderszins tot het geven van mededeling door een wettelijke regeling verplicht wordt.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat beloof ik)”.

Artikel 7

De vroedvrouwen zijn bevoegd:
a. de zwangeren in de tweede helft van de zwangerschap raad of bijstand te geven met betrekking tot de zwangerschap;
b. bij het waarnemen van afwijkingen over te gaan tot het nemen van maatregelen, indien en voor zover deze bij besluit van de Gouverneur zijn aangegeven.
In alle andere gevallen zijn zij verplicht de waargenomen afwijkingen ter kennis te brengen van een door belanghebbende aan te wijzen geneeskundige.
c. tot het verlenen van verloskundigen raad of bijstand, het aanwenden van de katheter hieronder begrepen, bij ongestoord verlopende baringen.
Zodra de vroedvrouw bemerkt, dat het verrichten van enige verloskundige kunstbewerking nodig is of zal worden, draagt zij zorg, dat ten spoedigste de hulp van een geneeskundige wordt ingeroepen.
Indien een geneeskundige als bedoeld in het vorige lid niet aanwezig is op een tijdstip, waarop een noodzakelijke verloskundige kunstbewerking, welke zonder gebruikmaking van instrumenten kan geschieden, moet plaats vinden en niet langer kan worden uitgesteld, gaat de vroedvrouw zelf tot die kunstbewerking over. Tot deze handeling zijn niet bevoegd de vroedvrouwen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 2°, en in artikel 5.

Artikel 8

Zodra de vroedvrouw bemerkt, dat in verband met de baring het toedienen van enig geneesmiddel nodig is of zal worden, draagt zij zorg, dat ten spoedigste de hulp van een geneeskundige wordt ingeroepen.
Indien een geneeskundige niet aanwezig is op een tijdstip waarop de toediening van een van de bij besluit van de Gouverneur aan te wijzen geneesmiddelen moet plaats vinden, gaat de vroedvrouw zelf tot de toediening van het geneesmiddel over. Tot deze handeling zijn niet bevoegd de vroedvrouwen bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 2°, en in artikel 5.

Artikel 9

De vroedvrouwen zijn bevoegd de kraamvrouwen gedurende tien dagen of zoveel langer als voor het herstel nodig is te behandelen.
Bij de waarneming van afwijkingen zijn zij verplicht de hulp van een geneeskundige in te roepen.

Artikel 9a

De vroedvrouw, die na 23 juli 1951 in Nederland een geldig diploma als zodanig heeft behaald, bezit naast de bevoegdheid tot het verrichten van de handelingen als in de artikelen 7, 8 en 9 van deze verordening bedoeld, daarenboven nog de bevoegdheid tot:
a. het geven van raad of bijstand aan zwangeren in de eerste helft van de zwangerschap, met dien verstande, dat zij bevoegd is tot het nemen van maatregelen ter voorkoming van afwijkingen, daaronder begrepen het door middel van de aderprik afnemen van bloed voor onderzoek;
b. het hechten van inscheuringen van beperkte omvang volgens bij regeling van de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur vast te stellen regelen, welke in het Publicatieblad zal worden bekendgemaakt.

Artikel 10

1. De vroedvrouwen geven aan de Inspecteur voor de Volksgezondheid en de door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aangewezen geneeskundige alle door hen verlangde inlichtingen in de vorm en binnen de tijd, door hen vastgesteld.
2. Van al hun verrichtingen houden zij een dagboek aan, waarvan de inrichting door de Inspecteur voor de Volksgezondheid wordt vastgesteld.

Artikel 11

1. Voor zover het Wetboek van Strafrecht er niet in voorziet, wordt overtreding van enige bepaling van deze verordening gestraft met geldboete van de eerste categorie.
2. De feiten bij deze verordening strafbaar gesteld worden beschouwd als overtredingen.

 

Slot- en Overgangsbepalingen
(vervallen)

Naar boven