
Besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 29 januari 2021, nummer WBN 2021/1, houdende wijziging van de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003, de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Aruba, de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Curaçao en Sint Maarten en de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
DE STAATSSECETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID,
Gelet op de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap;
Besluit:
Artikel I
De Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003, de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Aruba, de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Curaçao en Sint Maarten en de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden als volgt gewijzigd:
A
Bijlage 1/ 9-1-b Toelichting ad artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b komt te luiden:
Bijlage 1. Overzicht afstandsbepalingen in de nationaliteitswetgevingen van de staten der Verenigde Naties
Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de nationaliteit bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap. Bij deze lijst wordt het volgende aangetekend: het betreft hier een momentopname voor zover bij het Ministerie Justitie en Veiligheid bekend ten tijde van het verschijnen van deze gewijzigde landenlijst. Gebruikers van deze lijst die stuiten op wijzigingen of onjuistheden, wordt verzocht dit schriftelijk aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid te melden onder vermelding van het onderwerp: Afstandsverplichting bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap.
De schrijfwijze van de namen van staten is conform de ‘lijst van landnamen’, de officiële schrijfwijze voor het Nederlandse taalgebied, van de Werkgroep Buitenlandse Aardrijkskundige namen, 1994.
A = automatisch verlies
B = geen automatisch verlies maar het doen van afstand is mogelijk.
Als volgens de vreemde nationaliteitswetgeving het doen van afstand mogelijk is, betekent dit niet dat dit altijd daadwerkelijk door de Nederlandse autoriteiten wordt verlangd. Van de verplichting om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, bestaan vrijstellingen. Zie daarvoor artikel 9 lid 3 RWN en artikel 6 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (Stcrt. 2003, 54).
C = geen automatisch verlies; het doen van afstand is niet mogelijk
D = partij bij het Verdrag van Straatsburg
E = partij geweest bij het Tweede Protocol van het Verdrag van Straatsburg
Onbekend = geen automatisch verlies, tot het tegendeel bewezen is
Als betrokkene verplicht is afstand te doen, dan moet hij een bereidheidsverklaring tekenen. Als betrokkene is vrijgesteld van de plicht om afstand te doen, dan hoeft hij geen bereidheidsverklaring te tekenen.
Landenlijst
Let op! Deze lijst geldt zowel bij optie als naturalisatie. De afstandsverplichting bij optie op grond van artikel 6, eerste lid en onder e, RWN is op 1 oktober 2010 ingevoerd. De afstandsverplichting geldt niet voor de overige optiecategorieën.
Met bevoegde autoriteit wordt bedoeld de bevoegde instantie die de optieverklaring of het naturalisatieverzoek in ontvangst neemt:
in Europees Nederland: de burgemeester;
in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur van Aruba, van Curaçao onderscheidenlijk van Sint Maarten;
in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de Minister (lees: IND-unit Caribisch Nederland);
in het buitenland: de hoofden van de Nederlandse diplomatieke en consulaire posten.
Daar waar staat basisregistratie personen geldt:
voor Europees Nederland: de BRP;
voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de PIVA;
voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistratie.
| Afghanistan | B |
| Albanië | B |
| Algerije | C |
| Andorra | A |
| Angola | C (m.i.v. 1 januari 2015) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Angolese nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 1 januari 2015, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. |
| Antigua en Barbuda | B |
| Argentinië | C, echter B ingeval van tot Argentijn genaturaliseerden. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.04.2017 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder 3, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2017. Tot 01.04.2017 was het A voor genaturaliseerde Argentijnen. |
| Armenië | B |
| Australië | B De Australische nationaliteit ging tot 03.04.2002 automatisch verloren bij naturalisatie tot Nederlander. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Azerbeidzjan | B |
| Bahama’s | B, echter in sommige gevallen C. Burgers van de Bahama’s die de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt kunnen afstand doen. Burgers van de Bahama’s, die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt, kunnen geen afstand doen. |
| Bahrein | B |
| Bangladesh | C |
| Barbados | B |
| Belarus (Wit-Rusland) | Zie Wit-Rusland |
| België | B (sinds 28.04.2008) Met ingang van 28.04.2008 is België geen partij meer bij Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28 april 2008. Tot 28.04.2008 gold A, D. Het doen van afstand wordt bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) gevraagd als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Belize | B |
| Benin | B |
| Bhutan | A |
| Bolivia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Bosnië-Herzegovina | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-7-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-7-2014. |
| Botswana | A |
| Brazilië | B |
| Brunei | A |
| Bulgarije | B |
| Burkina Faso | C (m.i.v. 1 januari 2015) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Burkinese nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 1 januari 2015, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. Van 5 maart 2009 tot 1 januari 2015: B |
| Burundi | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.03.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Cambodja | B |
| Canada | B |
| Centraal-Afrikaanse Republiek | A |
| Chili | B Tot Chileen genaturaliseerden verliezen hun Chileense nationaliteit vanaf 26 augustus 2005 niet meer automatisch maar moeten, net als Chilenen door geboorte, ook afstand doen. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.02.2008 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| China | A |
| Colombia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Comoren, de | B |
| Congo (Volksrepubliek) | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-7-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-7-2014. |
| Congo (Democratische Rep., vh Zaïre) | A |
| Costa Rica | C |
| Cuba | C (m.i.v. 1 oktober 2010) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Cubaanse nationaliteit. |
| Cyprus | B |
| Denemarken | B Met ingang van 26.08.2015 is Denemarken geen partij meer bij Hoofdstuk I van het Verdrag van Straatsburg. Tot 01.04.2016: A + D. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.04.2016 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder 3, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2016. |
| Djibouti | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Dominica | B |
| Dominicaanse Republiek | B (m.i.v. 1 oktober 2020)
Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN), ingediend vanaf 1 oktober 2020. Vanaf 1 oktober 2020 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. |
| Duitsland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28.08.2007 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002. Tot 28.08.2007 ging de Duitse nationaliteit automatisch verloren, tenzij de Duitse autoriteiten, met instemming van de Nederlandse autoriteiten, behoud van de Duitse nationaliteit hadden goedgekeurd. |
| Ecuador | C |
| Egypte Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. Let op! De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemmingen nadat het verlies van de Egyptische nationaliteit is gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant. Zodra betrokkene een kopie van de publicatie in de Egyptische Staatscourant heeft overgelegd, zal de IND de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte stellen en verzoeken de (gemeentelijke) basisadministratie aan te passen. |
B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen voor het verkrijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/ laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen,mits de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene, totdat daadwerkelijk afstand is gedaan van de Egyptische nationaliteit, nog de volgende handelingen verrichten: – Inleveren van het Egyptische paspoort en/of ID-kaart bij de bevoegde autoriteit; – Verzoek indienen bij het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken om de Egyptische nationaliteit officieel te laten schrappen. Het opgeven van de Egyptische nationaliteit wordt gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant; – Betrokkene moet een bewijs publicatie verlies Egyptische nationaliteit overleggen aan de IND. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie) dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5/2.5a (bij naturalisatie) getekend te worden. |
| El Salvador | B, echter in sommige gevallen A. B: voor Salvadoranen door geboorte. A: tot Salvadoraan genaturaliseerden verliezen de Salvadoraanse nationaliteit automatisch als zij vijf jaren zonder onderbreking buiten El Salvador verblijven. |
| Equatoriaal-Guinee | A |
| Eritrea | C (met ingang van 1 april 2016) Bij het indienen van een naturalisatieverzoek of het afleggen van een optieverklaring (ex artikel 6, lid 1 onder e) ingediend of afgelegd op of na 1 april 2016, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. Van 01.07.2010 tot 01.04.2016: B |
| Estland | A |
| Ethiopië | A |
| Fiji | B Het doen van afstand van de Fijische nationaliteit is sinds 10.04.2009 mogelijk (Staatsburgerschapverordening 2009). Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 01.04.2012. A: tot 10.04.2009. |
| Filipijnen | A, B Met ingang van 17.9.2003 is de Filippijnse nationaliteitswet gewijzigd. Een Filippijn die door geboorte de Filippijnse nationaliteit bezit, verliest niet automatisch de Filippijnse nationaliteit bij het aannemen van een andere nationaliteit De Filippijn kan afstand doen van zijn Filippijnse nationaliteit door het overleggen van een expliciete verklaring aan de Filippijnse autoriteiten. In ander gevallen dan hierboven omschreven geldt A. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 16.11.2005 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Finland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 19.07.2004 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Frankrijk | B Met ingang van 5 maart 2009 is Frankrijk geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 (tot 5 maart 2009 gold A, D, E) en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Gabon | B |
| Gambia | B |
| Georgië | A |
| Ghana | B Het doen van afstand bij naturalisatie wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A: tot 05.01.2001 |
| Grenada | B |
| Griekenland | B, soms C (m.i.v. 08.03.2021)
Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 08.03.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 08.03.2021. Mannen tot 45 jaar oud kunnen geen afstand doen van hun Griekse nationaliteit als ze hun dienstplicht nog niet hebben vervuld. Indien een Griekse man jonger dan 45 aan kan tonen dat hij zijn dienstplicht nog niet heeft vervuld, wordt het doen van afstand niet verlangd. C: tot 08.03.2021 |
| Groot-Brittannië (en Noord-Ierland) | Zie Verenigd Koninkrijk |
| Guatemala | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Guinee | A |
| Guinee-Bissau | A |
| Guyana | B |
| Haïti | A |
| Honduras | A |
| Hongarije | B |
| Ierland | B |
| India | A |
| Indonesië | A |
| Irak | B (m.i.v. 01.04.2012) Dit houdt in dat de betrokkene bij de indiening van het verzoek of bij het afleggen van de optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) de bereidheidsverklaring moet ondertekenen. Nadat betrokkene Nederlander is geworden moet hij actie ondernemen om afstand te doen van de Iraakse nationaliteit. Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op 01.04.2012. Tot 01.04.2012 werd geen afstand gevraagd. |
| Iran | C (m.i.v. 1 oktober 2010) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Iraanse nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 01.10.2010, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. |
| Israël | B |
| Italië | B Met ingang van 4 juni 2010 is Italië geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg en daarmee ook niet meer bij het Tweede Protocol. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.07.2010 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A, D, E: tot 01.07.2010 |
| Ivoorkust | A |
| Jamaica | B |
| Japan | A (m.i.v. 08.03.2021)
Na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit dient de voormalige Japanner die is genaturaliseerd tot Nederlander zich te melden bij de Japanse vertegenwoordiging om zijn paspoort in te leveren en om de Japanse nationaliteit in het familieregister te laten doorhalen. Het al dan niet gehoor geven aan deze verplichting doet echter niets af aan het zijn ingetreden van het verlies van de Japanse nationaliteit op het moment van het verkrijgen van het Nederlanderschap. B: tot 08.03.2021 |
| Jemen | C |
| Jordanië | B |
| Kaapverdië | B |
| Kameroen | A |
| Kazachstan | B |
| Kenia | B (m.i.v. 01.01.2013) Het doen van afstand van het Keniaanse staatsburgerschap is mogelijk op grond van artikel 19 van de Kenya Citizenship and Immigration Bill, 2011, die op 30 augustus 2011 in werking is getreden. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen genaturaliseerde of van rechtswege Kenianen. Het doen van afstand wordt bij een naturalisatie en optie (ex artikel 6, lid 1 onder e, RWN) alleen gevraagd als dat is ingediend of afgelegd op of na 01.01.2013. Vanaf deze datum moet een bereidheidsverklaring worden ondertekend. A: tot 27.08.2010 (datum inwerkingtreding Grondwet 2010) |
| Kirgizië | B |
| Kiribati | B, echter in sommige gevallen A Personen van Kiribatische afstamming moeten afstand doen. Personen die de Kiribatische nationaliteit door naturalisatie hebben verkregen, verliezen deze nationaliteit automatisch bij het verkrijgen van een andere nationaliteit. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Koeweit | A |
| Kosovo | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Kroatië | B |
| Laos | B |
| Lesotho | A |
| Letland | B |
| Libanon | B Betrokkene moet vóór het moment van verkrijgen of verlening van het Nederlanderschap toestemming van de Libanese autoriteiten hebben om een andere nationaliteit te verkrijgen én om afstand te doen van de Libanese nationaliteit. De toestemming wordt verleend bij Presidentieel decreet. Dit decreet wordt gepubliceerd in de Libanese Staatscourant (in Franse vertaling: journal officiel). De stukken waaruit de verkregen toestemming blijkt, legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene zo spoedig mogelijk de stukken inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt pas beslist nadat de toestemmingsverklaring is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt na het verstrijken van de verlengingstermijn/laatste aanhoudingstermijn bevestigd dan wel ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen,mits de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Libanese autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te mogen nemen en om afstand te mogen doen van de Libanese nationaliteit. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene dit, ten einde afstand van de Libanese nationaliteit te bewerkstelligen, melden bij de verantwoordelijke autoriteiten in Libanon (burgerlijke stand). Hiervan vindt vervolgens een aantekening plaats in de Libanese burgerlijke stand (civil registration). Betrokkene moet na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit een origineel en gelegaliseerd uittreksel uit het register van de Libanese burgerlijke stand inleveren bij de bevoegde autoriteiten of overleggen aan de IND, waaruit blijkt dat betrokkene afstand heeft gedaan van de Libanese nationaliteit. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. |
| Liberia | A |
| Libië | C |
| Liechtenstein | B |
| Litouwen | A |
| Luxemburg | B Sinds 10.07.2009 is Luxemburg geen partij meer bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend na 10.07.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A, D, E: tot 10.07.2009. |
| Madagaskar | A |
| Malawi | A |
| Maldiven | B |
| Maleisië | B In de hieronderstaande gevallen C: Mannen en vrouwen jonger dan 21 jaar kunnen geen afstand doen (zij het voor vrouwen jonger dan 21 alleen als zij ongehuwd zijn. Gehuwde vrouwen jonger dan 21 jaar kunnen wel afstand doen). In de gevallen dat iemand vanwege de leeftijd geen afstand heeft kunnen doen, en iemand bereikt vervolgens de leeftijd van 21 jaar, dan hoeft niet alsnog afstand gedaan te worden. |
| Mali | C (m.i.v. 1 januari 2015) De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Malinese nationaliteit. Bij een naturalisatieverzoek en bij een optieverklaring (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) ingediend/afgelegd op of na 1 januari 2015, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. |
| Malta | B |
| Marokko | C De rechtspraktijk maakt het onmogelijk afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit. |
| Marshalleilanden | B |
| Mauritanië | A Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt met ingang van 1 januari 2015 gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Mauritaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Mauritaanse nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Mauritius | B |
| Mexico | C Tot Mexicaan genaturaliseerden verliezen van rechtswege de Mexicaanse nationaliteit bij vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit, derhalve A. Vanaf 01.04.17 hoeft van een tot Mexicaan genaturaliseerde die Nederlander wordt, geen afstand meer te worden gevraagd. Tot 01.04.2017 was het B voor tot Mexicaan genaturaliseerden. |
| Micronesia | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Moldavië | B |
| Monaco | A |
| Mongolië | B |
| Montenegro | A Op grond van artikel 24 aanhef en lid 1 van de Montenegrijnse nationaliteitswet verliest een meerderjarige Montenegrijnse staatsburger, die tevens het staatsburgerschap van een vreemde mogendheid bezit, van rechtswege het Montenegrijnse staatsburgerschap indien hij vrijwillig het staatsburgerschap van een vreemde mogendheid verkrijgt. Vanaf 01.04.17 hoeft van een Montenegrijn die Nederlander wordt, geen afstand te worden gevraagd van de Montenegrijnse nationaliteit aangezien hij deze van rechtswege verliest. Tot 01.04.2017 was het B. |
| Mozambique | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Myanmar (Birma) | A |
| Namibië | A, voor Namibiërs door registratie of naturalisatie. B, voor Namibiërs door geboorte, afstamming of huwelijk. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2001 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Nauru | B Het doen van afstand van de Nauruaanse nationaliteit is met ingang van 30.12.2005 mogelijk (Wet van het staatsburgerschap van Nauru van 2005). Het doen van afstand wordt alleen gevraagd aan betrokkene als de optieverklaring/ het naturalisatieverzoek is afgelegd/ingediend op of na 01.04.2012. C: tot 30.12.2005 |
| Nepal | A |
| Nicaragua | C Vanaf 19 januari 2000 (wijziging Grondwet) treedt ook geen automatisch verlies meer op voor Nicaraguanen die de Nicaraguaanse nationaliteit niet door geboorte hebben gekregen maar door naturalisatie. |
| Nieuw-Zeeland | B |
| Niger | A |
| Nigeria | B, in sommige gevallen A. Tot Nigeriaan genaturaliseerden verliezen de Nigeriaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Noord-Korea | A |
| Noord-Macedonië | B |
| Noorwegen | B (m.i.v. 1 oktober 2020)
Noorwegen is vanaf 19 december 2019 niet langer partij bij Hoofdstuk 1 van het Verdrag van Straatsburg. Vanaf 1 januari 2020 is er geen automatisch verlies meer bij het verkrijgen van een vreemde nationaliteit en kan afstand worden gedaan. Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1 oktober 2020 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1 oktober 2020. In deze gevallen moet dus ook vanaf 1 oktober 2020 een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand, worden ondertekend. |
| Oeganda (Uganda) | A |
| Oekraïne | B Ondanks de tekst van artikel 19, eerste lid van de Oekraïense nationaliteitswet, is van de bevoegde Oekraïense autoriteiten vernomen dat in geval van vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit de Oekraïense nationaliteit eerst verloren wordt als door de President van de Oekraïne aan betrokkene een verklaring van verlies is afgegeven. Daarom moet verzoeker na de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap een verklaring van verlies overleggen, en moet bij het naturalisatieverzoek en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) m.i.v. 01.10.2010 de bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden getekend. |
| Oezbekistan | B |
| Oman | B |
| Oostenrijk | A, D Een verzoeker om naturalisatie of optant (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN m.i.v. 01.10.2010) wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Oostenrijkse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Oostenrijkse nationaliteit (model 2.5/2.5a bij naturalisatie en model 1.14-1b bij optie). |
| Oost-Timor | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Pakistan | B of C Afstand is alleen mogelijk voor personen van 21 jaar en ouder. Minderjarigheid in de geldende nationaliteitswetgeving van Pakistan is gedefinieerd als jonger dan 21 jaar. Van personen van 18 tot 21 jaar wordt daarom niet gevraagd om afstand te doen. Het doen van afstand bij naturalisatie wordt alleen gevraagd aan een verzoeker die 21 jaar of ouder is op het moment van indiening van het naturalisatieverzoek en als het verzoek is ingediend op of na 01.07.10. Deze verzoekers moeten model 2.4/2.4a ondertekenen. Het doen van afstand bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) wordt alleen gevraagd aan een optant die 21 jaar of ouder is op het moment van het afleggen van de optieverklaring en als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Deze optanten moeten model 1.14-1a ondertekenen. |
| Palau (Belau) | A |
| Panama | A |
| Papoea-Nieuw-Guinea | A |
| Paraguay | B, in sommige gevallen A. Tot Paraguayaan genaturaliseerden verliezen de Paraguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Peru | B |
| Polen | B |
| Portugal | B |
| Qatar | B |
| Roemenië | B |
| Rwanda | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Rusland = Russische Federatie | B |
| Saint Kitts en Nevis | B |
| Saint Lucia | B |
| Saint Vincent en de Grenadines | B |
| Samoa | B |
| San Marino | B |
| São Tomé en Principe | A |
| Saudi-Arabië Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Saudische autoriteiten toe. De Saudische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. |
B Betrokkene moet zich tot de Saudische autoriteiten wenden om toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van de Saudische autoriteiten hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Saudische autoriteiten. De verklaring van de Saudische autoriteiten legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt na het verstrijken van de verlengingstermijn/laatste aanhoudingstermijn bevestigd dan wel ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen,mits de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Saudische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. |
| Senegal | B Op grond van artikel 19 van de nationaliteitswet kan een Senegalees met een buitenlandse nationaliteit toestemming krijgen om op zijn verzoek de Senegalese nationaliteit te verliezen. Deze toestemming wordt per decreet toegekend. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek op of na 01.04.2017 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2017 |
| Servië | B |
| Seychellen | B |
| Sierra Leone | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 05.03.2009 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Singapore | B |
| Slovenië | B |
| Slowakije | A Tot 17.07.2010: B |
| Soedan (Sudan) | B Sudanezen die de Zuid-Sudanese nationaliteit verkrijgen, verliezen automatisch hun Sudanese nationaliteit. |
| Solomoneilanden | A |
| Somalië | C |
| Spanje | B Het doen van afstand wordt alleen gevraagd in geval van een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.10.2003 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Voor de categorieën die zijn vrijgesteld van de afstandsverplichting geldt: A (drie jaar na de naturalisatie indien betrokkene niet de verklaring aflegt tot behoud van de Spaanse nationaliteit). Een Spanjaard die vóór 09.01.2003 is genaturaliseerd tot Nederlander, en die woonachtig is buiten Spanje, verliest na drie jaar automatisch de Spaanse nationaliteit. Artikel 24 van de Spaanse nationaliteitswet is per 9 januari 2003 gewijzigd. Aan Spanjaarden die op of na 9 januari 2003 tevens Nederlander zijn geworden, staat Spanje het behoud van de Spaanse nationaliteit toe. De regel van automatisch verlies na drie jaar is nog wel in de wet opgenomen, maar het verlies kan worden voorkomen door tijdig bij de Spaanse autoriteiten een verklaring tot behoud van de Spaanse nationaliteit af te leggen. Met het oog op vermijding van dubbele nationaliteit wordt Spanjaarden die niet in aanmerking komen voor vrijstelling van de afstandsverplichting gevraagd om direct na hun naturalisatie tot Nederlander op grond van artikel 24, tweede lid van de Spaanse nationaliteitwet afstand te doen van de Spaanse nationaliteit. |
| Sri Lanka | A |
| Suriname | A |
| Swaziland | B |
| Syrië | C |
| Tadzjikistan | A Ingevolge een nieuwe staatsburgerschapswet sinds 15-08-15 verliest een Tadzjiek automatisch zijn staatsburgerschap als hij vrijwillig een andere nationaliteit verkrijgt. Tot 1 april 2017 was het B. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek op of na 01.04.2017 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2017. |
| Taiwan | B Het doen van afstand wordt echter niet gevraagd. Taiwan wordt niet erkend door Nederland. |
| Tanzania | A |
| Thailand | A en soms B Het (automatisch) verlies van de Thaise nationaliteit wordt effectief na publicatie hiervan in de Thaise staatscourant. Op grond van artikel 13 van de Thaise Nationality Act verliest een persoon met de Thaise nationaliteit die is getrouwd met een persoon van niet Thaise nationaliteit niet automatisch de Thaise nationaliteit na naturalisatie tot de nationaliteit van de huwelijkspartner. Hij of zij kan wel afstand doen van de Thaise nationaliteit. Dit wordt in Nederland niet gevraagd aangezien deze persoon valt onder één van de uitzonderingscategorieën (artikel 9 lid 3 RWN). Voor Thaise personen die getrouwd zijn met een niet Nederlandse partner geldt dat zij hun Thaise nationaliteit automatisch verliezen wanneer zij de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Dit geldt dus ook voor een Thaise persoon die getrouwd is met een Thaise partner. |
| Togo | B |
| Tonga | C |
| Trinidad en Tobago | B |
| Tsjaad | B |
| Tsjechië | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-10-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-10-2014. |
| Tunesië | C |
| Turkije | B Dit geldt ook voor mannelijke Turkse onderdanen die hun dienstplicht nog niet hebben vervuld. |
| Turkmenistan | B |
| Tuvalu | B |
| Uruguay | C, echter in sommige gevallen A. Tot Uruguayaan genaturaliseerden verliezen de Uruguayaanse nationaliteit wel automatisch. |
| Vanuatu | A |
| Vaticaanstad | A |
| Venezuela | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 01.11.2002 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. A: tot 29.12.1999 |
| Verenigde Arabische Emiraten | A |
| Verenigde Staten van Amerika | B |
| Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittannië (en Noord-Ierland)) | B |
| Vietnam | B |
| Wit-Rusland (Belarus) | B |
| IJsland Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de IJslandse autoriteiten toe. De IJslandse nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. |
B Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap bij de IJslandse autoriteiten vragen om toestemming om afstand te doen van de IJslandse nationaliteit. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de IJslandse autoriteiten. De verklaring van de IJslandse autoriteiten legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 22.11.2006 en bij een optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als deze is afgelegd op of na 01.10.2010. |
| Zaïre (Congo, Democratische Republiek) | Zie Congo, Democratische Republiek |
| Zambia | A |
| Zimbabwe | A |
| Zuid-Afrika | A Betrokkene wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuidafrikaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Zuidafrikaanse nationaliteit (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie). |
| Zuid-Korea | A |
| Zuid-Sudan | B |
| Zweden | B (m.i.v. 01.07.2002) A, D: tot 01.07.2002 |
| Zwitserland | B |
Artikel II
Dit besluit treedt in werking met ingang van 8 maart 2021.
Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant, de Landscourant van Aruba (zakelijke inhoud), de Landscourant van Curaçao en de Landscourant van Sint Maarten worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 29 januari 2021.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
namens deze,
J.W.H.M. Beaujean
wnd. directeur-generaal Migratie
Uitgegeven de 20ste augustus 2021
De Minister van Algemene Zaken,
G.S. PISAS
TOELICHTING
A
In dit WBN worden de afstandsbepalingen ten aanzien van Griekenland en Japan aangepast.
Informatie verkregen van de Griekse autoriteiten in Nederland heeft duidelijk gemaakt dat het mogelijk is om afstand te doen van de Griekse nationaliteit. Grieken die een naturalisatieverzoek indienen of optieverklaring op grond van artikel 6, lid 1, onder e RWN afleggen moet dus met ingang van 8 maart 2021 afstand doen van de Griekse nationaliteit na het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Ook moeten zij met ingang van 8 maart 2021 een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand ondertekenen.
De Japanse autoriteiten in Nederland hebben aangegeven dat de Japanse nationaliteit van rechtswege verloren gaat als vrijwillig een andere nationaliteit wordt aangenomen. De voormalige Japanner moet na het aannemen van een andere nationaliteit de Japanse autoriteiten hiervan op de hoogte stellen, maar het al dan niet gehoor geven aan deze verplichting doet niet af aan het van rechtswege verlies van de Japanse nationaliteit.
Met ingang van 8 maart 2021 hoeven Japanners die een naturalisatieverzoek indienen of optieverklaring op grond van artikel 6, lid 1, onder e RWN afleggen, dus geen bereidheidsverklaring meer te ondertekenen.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
namens deze,
J.W.H.M. Beaujean
wnd. directeur-generaal Migratie
Besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 22 maart 2021, nummer WBN-CM 2021/1, houdende wijziging van de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003, toegespitst op het gebruik in Curaçao en Sint Maarten
DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID,
Gelet op de Rijkswet op het Nederlanderschap, het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap, het Besluit optie-en naturalisatiegelden 2002, de Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap;
Besluit:
Artikel I
De Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 toegespitst op het gebruik in Curaçao en Sint Maarten wordt als volgt gewijzigd:
A
7 Paragraaf 3.10 Toelichting ad artikel 7 RWN komt te luiden:
Paragraaf 3.10.Beslissing op het verzoek
Op het verzoek wordt beslist binnen één jaar na de betaling van de naturalisatiegelden, of na de beslissing tot ontheffing daarvan, dan wel nadat de gevraagde stukken, noodzakelijk voor de beoordeling van het verzoek, zijn ontvangen (artikel 9, vierde lid, RWN). De IND informeert de verzoeker over de beslissing tot afwijzing (artikel 44, eerste lid, BvvN). Beslissingen tot afwijzing, buitenbehandelingstelling of tot aanhouding van verzoeken worden per post aan verzoeker verzonden in Curaçao en Bonaire. In Saba, St Eustatius en Sint Maarten worden deze beslissingen uitgereikt. In geval van een positieve beslissing stuurt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) het de verzoeker betreffende uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap zo snel mogelijk aan de Gouverneur. De Gouverneur draagt zorg voor het bekendmaken van het besluit. (Zie ook paragraaf 3.13.) Het uittreksel vermeldt de naam van de persoon die is genaturaliseerd. Ook de mee-genaturaliseerde minderjarige kinderen worden in het uittreksel genoemd. Benadrukt wordt dat kinderen slechts hebben gedeeld in de naturalisatie, indien dit uitdrukkelijk is vermeld in het besluit tot verlening van het Nederlanderschap. Voor zover van toepassing blijkt uit de bekendmaking tevens de bij het naturalisatiebesluit totstandgekomen naamsvaststelling c.q. naamswijziging.
B
14-1 Paragraaf 2.4 Toelichting ad artikel 14, eerste lid RWN komt te luiden:
Paragraaf 2.4.Gevolgen voor kinderen
Hebben de frauduleuze handelingen betrekking op de kinderen die destijds hebben gedeeld in de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap, dan kan ook hun Nederlanderschap worden ingetrokken. Met zorgvuldigheid zal moeten worden nagegaan of ook ten aanzien van deze kinderen tot intrekking moet worden overgegaan. Voor elk van de kinderen die door mede-optie of medeverlening Nederlander zijn geworden, moet worden afgewogen of de individuele belangen van het kind de handhaving van het Nederlanderschap vereisen. Een dergelijke afweging is, gelet op het Verdrag tot beperking der staatloosheid, het Verdrag van de rechten van het kind en het Europese Nationaliteitsverdrag, in het bijzonder dan vereist, als het kind door de intrekking staatloos zou worden. Staatloosheid van het kind zou een disproportioneel gevolg kunnen zijn van het handelen van de ouder en zich niet verhouden tot het recht van een kind op een nationaliteit.
Het besluit tot intrekking heeft voor de kinderen alleen gevolgen indien dat expliciet is vermeld in het intrekkingsbesluit. Is in het intrekkingsbesluit niet opgenomen dat de intrekking ook kinderen betreft, dan hebben zij het Nederlanderschap behouden, aangezien uit artikel 16 en 16A RWN geen verlies voor hen voortvloeit.
Van kinderen die nadat een ouder het Nederlanderschap verkregen heeft, geboren zijn en die op grond van artikel 3, eerste lid, van de Rijkswet hun Nederlanderschap aan hun bij de intrekking betrokken ouder ontlenen, zal steeds moeten worden nagegaan of zij door de intrekking van het Nederlanderschap van deze ouder het Nederlanderschap verliezen. Dit geldt ook voor kinderen die, nadat een ouder het Nederlanderschap verkregen heeft, het Nederlanderschap van rechtswege hebben verkregen op grond van artikel 4, eerste, tweede, derde of vierde lid, van de Rijkswet en het Nederlanderschap aan hun bij de intrekking betrokken ouder ontlenen. Aangezien het Nederlanderschap van deze ouder met terugwerkende kracht wordt ingetrokken, kan dit betekenen dat de ouder ten tijde van de geboorte, vaststelling vaderschap, erkenning of wettiging, van het kind geen Nederlander was en het kind geen Nederlander is geworden op grond van artikel 3, eerste lid, RWN of artikel 4, eerste, tweede, derde of vierde lid, RWN. In dat geval moet wel beoordeeld worden of het kind op andere verkrijgingsgronden een beroep kan doen, zoals bijvoorbeeld het geval zal zijn als het kind een beroep kan doen op artikel 3, derde lid, van de Rijkswet (toelichting bij het BVVN, Stb. 2002, 231).
Voorbeeld
B is op 19 juni 1995 genaturaliseerd. Zijn minderjarige kinderen C en D zijn meegenaturaliseerd. In 2003 wordt zoon E geboren. Zoon E verkrijgt bij geboorte het Nederlanderschap ingevolge artikel 3, eerste lid, RWN.
In 2004 wordt vastgesteld dat B in het kader van de naturalisatieprocedure bedrog heeft gepleegd en dat de fraude hem kan worden toegerekend. Het bedrog heeft ook betrekking gehad op de meegenaturaliseerde kinderen C en D. Op 6 augustus 2004 wordt het aan B, C en D verleende Nederlanderschap ingetrokken. De gevolgen van de intrekking zijn: B, C en D hebben hun Nederlanderschap verloren. Zij moeten echter wel geacht worden van 19 juni 1995 tot 1 april 2003 Nederlander te zijn geweest, aangezien ingevolge artikel II RRWN de intrekking niet verder terugwerkt dan tot het tijdstip van inwerkingtreding van die wet, indien de naturalisatie vóór dat tijdstip tot stand is gekomen.
B, C en D zijn dus wel oud-Nederlanders, maar ingevolge artikel II, tweede lid, RRWN kunnen zij geen optie uitbrengen op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, RWN en ook niet in aanmerking komen voor een versnelde naturalisatie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, RWN, eerste zinsnede.
Voor E zal moeten worden nagegaan of hij door de intrekking van het Nederlanderschap van B het Nederlanderschap destijds op een andere rechtsgrond dan via B heeft verkregen, nu B geacht moet worden dit voor de periode na 1 april 2003 nooit verkregen te hebben. Bezien moet dus worden of E op andere gronden het Nederlanderschap mogelijk heeft verkregen.
C
14-6 Paragraaf 2 Toelichting ad artikel 14 zesde lid RWN komt te luiden:
Paragraaf 2. Overgangsrecht artikel 14, zesde lid
Ingevolge overgangsbepaling artikel III RRWN 2000 heeft artikel 14, zesde lid, RWN, zoals die bepaling luidt sedert 1 april 2003, terugwerkende kracht tot 1 januari 1985. Dit is onder meer van belang in verband met het gestelde in de tweede en derde zin van het voormalige tweede lid (tot 2010, en daarna het vierde lid, en vanaf 2017 het zesde lid van artikel 14 RWN). Daar is bepaald, dat geen verlies van het Nederlanderschap intreedt indien de andere ouder Nederlander is op het tijdstip van het vervallen van de familierechtelijke betrekking of dat was ten tijde van zijn overlijden en dat evenmin verlies intreedt indien het kind het Nederlanderschap ook ontleent aan artikel 3, derde lid, RWN of aan artikel 2, aanhef en onder a, WNI. Deze uitzonderingen op de hoofdregel van artikel 14, zesde lid, RWN zijn pas sedert 1 april 2003 in dat artikel van de RWN opgenomen. Echter, als gevolg van het bepaalde bij overgangsbepaling artikel III RRWN moet, wat betreft de toepassing van onderhavig artikellid ervan worden uitgegaan dat bedoelde uitzonderingen reeds gelden vanaf 1 januari 1985. Zou dus vóór 1 april 2003 ten aanzien van een minderjarige zijn geconcludeerd tot verlies van het Nederlanderschap door het vervallen van de familierechtelijke betrekking waaraan het werd ontleend (ingevolge bijvoorbeeld artikel 3, eerste lid, RWN), zulks ondanks bijvoorbeeld dat de minderjarige het Nederlanderschap tevens ontleende aan artikel 3, derde lid, RWN, dan moet die persoon thans geacht worden het Nederlanderschap nimmer te hebben verloren.
Verder is sedert 1 april 2003 in onderhavig artikellid tot uitdrukking gebracht dat de betreffende verliesbepaling alleen van toepassing is op minderjarigen. Ook dat moet ingevolge overgangsbepaling artikel III RRWN geacht worden te gelden sedert 1 januari 1985. Zou dus vóór 1 april 2003 ten aanzien van een meerderjarige, op grond van het toen geldende artikel 14, eerste lid, RWN, zijn geconcludeerd tot verlies van het Nederlanderschap door het als gevolg van bijvoorbeeld herroeping van adoptie vervallen van de familierechtelijke betrekking waaraan het werd ontleend, dan moet die persoon thans geacht worden het Nederlanderschap nimmer te hebben verloren.
N.B. Tot 1 april 2003 gold een verliesgrond, in hoofdlijnen overeenkomend met het huidige artikel 14, zesde lid, RWN. Die verliesgrond was opgenomen in het eerste lid van het oude artikel 14 RWN en tevens van toepassing op meerderjarigen. Voorwaarde was dat het Nederlanderschap moest worden ontleend aan artikel 3, 4 of 5 RWN. De vraag die zich bij de toepassing van die bepaling voordeed was: wat rechtens indien de familierechtelijke betrekking is komen te vervallen en het Nederlanderschap wordt ontleend aan de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 1892? Uit de uitspraak van de Rechtbank ‘s-Gravenhage van 16 april 1999, nr. 98 637, blijkt dat het oude artikel 14, eerste lid, RWN naar de letter dient te worden toegepast. Dit heeft tot gevolg dat in die gevallen waarin de familierechtelijke betrekking is komen te vervallen en het Nederlanderschap wordt ontleend aan de WNI, betrokkene niet geacht wordt het Nederlanderschap door het vervallen van de betrekking te hebben verloren.
Voorbeeld 1
A, geboren in 1990, is het kind van een Nederlandse man en een Franse vrouw. A ontleent het Nederlanderschap aan uitsluitend artikel 3, eerste lid, RWN en is tevens van Franse nationaliteit.
Bij beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 7 januari 2004 wordt de gegrondverklaring uitgesproken tot ontkenning van het vaderschap ten aanzien van de minderjarige A. Tegen de uitspraak wordt geen hoger beroep ingesteld. Ingevolge artikel 1:202, eerste lid, BW vervalt de familierechtelijke betrekking tussen de Nederlandse man en A op het moment dat de beschikking van 7 januari 2004 in kracht van gewijsde is gegaan.
Derhalve verliest de minderjarige A op 8 april 2004 het Nederlanderschap op grond van het toen geldende artikel 14, tweede lid RWN, (dit artikellid, is in 2010 vernummerd tot het vierde lid RWN en vervolgens in 2017 tot het zesde lid RWN). Het verlies kan niet worden voorkomen; immers, de moeder is niet van Nederlandse nationaliteit, A ontleent het Nederlanderschap niet tevens aan artikel 3, derde lid, RWN, en hij zal door het verlies van het Nederlanderschap ook niet staatloos worden.
Voorbeeld 2
B, minderjarig kind van Colombiaanse ouders, ontleent het Nederlanderschap via de vader aan artikel 3, derde lid, RWN en is tevens van Colombiaanse nationaliteit.
Bij beschikking van het Gerecht in Eerste Aanleg van 5 maart 2011 wordt de gegrondverklaring uitgesproken tot ontkenning van het vaderschap ten aanzien van B. Tegen de uitspraak wordt hoger beroep ingesteld. De uitspraak in dat beroep volgt op 9 juli 2011 en bij die uitspraak wordt de beschikking van de rechtbank bevestigd. Beroep in cassatie wordt niet ingesteld.
De minderjarige B verliest met ingang van 10 oktober 2011 het Nederlanderschap op grond van artikel 14, vierde lid, RWN. B wordt daardoor niet staatloos, omdat hij de Colombiaanse nationaliteit bezit. Weliswaar kan verlies van het Nederlanderschap niet intreden indien betrokkene het Nederlanderschap tevens ontleent aan artikel 3, derde lid, RWN, maar B ontleent het Nederlanderschap niet óók aan artikel 3, derde lid, RWN. Hij bezat het via de vader uitsluitend op grond van die bepaling.
Zou B het Nederlanderschap tevens via de moeder aan artikel 3, derde lid, RWN ontlenen, dan zou voor hem geen verlies intreden. De familierechtelijke betrekking met de moeder is immers niet vervallen.
Voorbeeld 3
C is in 1999 geboren in Venezuela als dochter van een Venezolaanse vrouw. In 2000 is C erkend door een Nederlander, waardoor zij het Nederlanderschap verkreeg op grond van het toen geldende artikel 4 RWN. Sindsdien is C van Nederlandse en Venezolaanse nationaliteit. Het Nederlanderschap ontleent zij uitsluitend aan het toen geldende artikel 4 RWN. In 2001 verkrijgt de moeder van C het Nederlanderschap door naturalisatie. Na het overlijden van de Nederlandse moeder wordt bij beschikking van het Gerecht in Eerste Aanleg van 7 april 2004 de erkenning van C vernietigd. Tegen de uitspraak wordt geen hoger beroep ingesteld.
In principe zou dit voor de minderjarige C verlies van het Nederlanderschap meebrengen, en wel met ingang van 8 juli 2004. Echter, in dit geval treedt geen verlies in, omdat de andere ouder ten tijde van haar overlijden Nederlander was.
Voorbeeld 4
D ontleent bij haar geboorte in 2006 de Dominicaanse nationaliteit aan haar ongehuwde moeder. Op 11 maart 2012 wordt zij erkend door een Nederlandse man. Zij verkrijgt daardoor het Nederlanderschap op grond van artikel 4 lid 2 RWN en behoudt de Dominicaanse nationaliteit. Haar moeder vestigt zich kort daarna met D in Nederland en dient op 20 oktober 2017, na vijf jaar toelating en hoofdverblijf, een verzoek om naturalisatie in. In april 2018 wordt aan haar het Nederlanderschap verleend. De Nederlandse man verzoekt de rechtbank in mei 2018 zijn erkenning van D te vernietigen. De rechtbank gaat daartoe over bij beschikking van 30 september 2018. Daartegen wordt geen hoger beroep ingesteld, zodat de beschikking op 31 december 2018 in kracht van gewijsde gaat. Hoewel uit artikel 1:206 lid 1 BW volgt dat de erkenning wordt geacht nimmer rechts gevolg te hebben gehad, verliest D het Nederlanderschap niet omdat haar moeder op 31 december 2018 Nederlander was. Dat de moeder op 11 maart 2012 nog geen Nederlander was, is niet van belang.
D
Model 1.30 HRWN-CM is gewijzigd en komt te luiden als aangegeven in bijlage 1.
E
Model 2.3 HRWN-CM is gewijzigd en komt te luiden als aangegeven in bijlage 2.
Artikel II
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2021.
Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant, de Curaçaosche Courant en de Landscourant van Sint Maarten worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 22 maart 2021
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
namens deze,
J.W.H.M. Beaujean
directeur-generaal Migratie
Uitgegeven de 20ste augustus 2021
De Minister van Algemene Zaken,
G.S. PISAS
TOELICHTING
A
Bij de verzending door de IND van beslissingen tot afwijzing, tot buitenbehandelingstelling of tot aanhouding van naturalisatieverzoeken wordt in de praktijk, net als bij de verzending van alle soorten beslissingen op asiel- en reguliere aanvragen, gebruik gemaakt van de normale post door middel van het INDiGO verzendhuis. Het woord ´aangetekende´ is daarom geschrapt.
B
Bij intrekking van het Nederlanderschap op grond van artikel 14 lid 1 RWN wordt beoordeeld of eventuele kinderen hierdoor ook het Nederlanderschap verliezen. De handleiding specificeert op dit moment dat deze beoordeling plaatsvindt voor kinderen die het Nederlanderschap van rechtswege hebben verkregen door geboorte. Dit is echter van overeenkomstige toepassing op kinderen die het Nederlanderschap van rechtswege hebben verkregen door erkenning of wettiging.
C
In de praktijk bestaat onduidelijkheid over de vraag hoe de woorden “op het tijdstip van het vervallen van die betrekking” in art 14 lid 6 RWN zich verhouden tot het tijdstip waarop van belang is of de moeder Nederlander is. Gaat het om het moment waarop met terugwerkende kracht de familierechtelijke betrekking wordt geacht nooit te hebben bestaan of het moment waarop de beschikking tot vernietiging van de erkenning in kracht van gewijsde gaat? Hoewel dat uit voorbeeld 1 (betreft ontkenning vaderschap) kan worden afgeleid, kan elke onduidelijkheid hierover (ook t.a.v. de vernietiging van een erkenning) met bovenstaand voorbeeld worden weggenomen.
D
In model 1.30 HRWN-CM staat nog Justitiële Documentatiedienst. Dit moet Justitiële Informatiedienst zijn. Middels dit WBN-CM is het modelformulier hierop aangepast.
E
In de toelichting bij artikel 9, lid 1 aanhef en onder a, RWN, paragraaf 4 is onder meer opgenomen dat een aanvraag wordt afgewezen als de aanvrager een bijkomende straf zoals bedoeld in artikel 1:11, eerste lid, onder b, van de Strafwet van Curaçao en de Strafwet van Sint Maarten opgelegd heeft gekregen en/of heeft uitgevoerd.
In formulier 2.3 HRWN-CM wordt limitatief opgesomd onder welke omstandigheden iemand niet in aanmerking komt voor verlening of verkrijging van het Nederlanderschap. De bijkomende straffen zoals bedoeld in artikel 1:11, eerste lid, onder b, van de Strafwet van Curaçao en de Strafwet van Sint Maarten is niet opgenomen in deze limitatieve opsomming. Middels dit WBN-CM is model 2.3 HRWN-CM hierop aangepast.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
namens deze,
J.W.H.M. Beaujean
directeur-generaal Migratie

A.Q.B. Development N.V.
(in liquidatie)
Besluit tot ontbinding:
Bij besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de vennootschap is besloten de vennootschap per 1 augustus 2021 te ontbinden (zie bijgaand kopie notulen).
Rekening en verantwoording:
De vereffenaar heeft vastgesteld wat de omvang van de rechten en verplichtingen van de vennootschap zijn en heeft daarvan een balans opgemaakt die voor alle belanghebbenden ten kantore van de vennootschap ter inzage ligt.
Plan van Uitkering:
De vennootschap zal op korte termijn al haar schulden voldoen, waarna het resterend liquidatiesaldo aan de aandeelhouders zal worden voldaan overeenkomstig de bepalingen van de statuten van de vennootschap.
De Vereffenaar
Stichting ADMINISTRATIEKANTOOR GOULPHAR
(in liquidatie)
Besluit tot ontbinding:
Bij besluit van de stichting is besloten de stichting per 5 augustus 2021 te ontbinden.
Rekening en verantwoording:
De vereffenaar heeft vastgesteld wat de omvang van de rechten en verplichtingen van de stichting zijn en heeft daarvan een balans opgemaakt, hetwelk ter inzage ligt voor alle belanghebbenden ten kantore van de stichting.
Plan van Uitkering:
De stichting zal op korte termijn al haar schulden voldoen, waarna het resterend liquidatiesaldo aan de begunstigden zal worden voldaan overeenkomstig de bepalingen in de statuten van de stichting.
De Vereffenaar
Fundashon Jason Vic, geliquideerd, gevestigd op Curaçao, hierna “de Stichting”.
Bij bestuursbesluit d.d. 28 juli 2021 van de Stichting is besloten de Stichting per 28 juli 2021 te ontbinden en L.H.M. Keesen tot Vereffenaar te benoemen. De Vereffenaar heeft terstond bij zijn aantreden vastgesteld dat geen aan hem bekende baten aanwezig zijn. Overeenkomstig artikel 31 lid 6 Boek 2 BW is door de onderhavige publicatie van dat feit de vereffening geëindigd en is de Stichting opgehouden te bestaan. De slotverantwoording wordt ter inzage gelegd ten kantore van het handelsregister.
L. Keesen. De Vereffenaar
CIAC PRIVATE FOUNDATION N.V., liquidated
In de op 30 juli 2021 gehouden Bestuursbesluit van CIAC PRIVATE FOUNDATION werd besloten tot ontbinding van de Private Foundation per 30 juli 2021.
De Vereffenaar heeft op 30 juli 2021 vastgesteld dat er geen aan haar bekende baten aanwezig zijn. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:31 lid 7 van het Burgerlijk Wetboek van Curaçao is de vereffening derhalve geëindigd en heeft de Private Foundation opgehouden te bestaan per voornoemde datum. De Vereffenaar heeft een slotverantwoording opgesteld en heeft deze ter inzage gelegd ten kantore van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te Curaçao, alsmede ten kantore van de vennootschap, Kaya W.F.G. (Jombi) Mensing 36, Curaçao.
BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ ANTAEUS N.V.
(in liquidatie)
Besluit tot ontbinding:
Bij besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de vennootschap is besloten de vennootschap per 16 augustus 2021 te ontbinden.
Rekening en verantwoording:
De vereffenaar heeft vastgesteld wat de omvang van de rechten en verplichtingen van de vennootschap zijn en heeft daarvan een balans opgemaakt die voor alle belanghebbenden ten kantore van de vennootschap ter inzage ligt.
Plan van Uitkering:
De vennootschap zal op korte termijn al haar schulden voldoen, waarna het resterend liquidatiesaldo aan de aandeelhouders zal worden voldaan overeenkomstig de bepalingen van de statuten van de vennootschap.
De Vereffenaar
Liquidatie
FIBERCO N.V.
in liquidatie
Bij besluit van de op 16 augustus 2021 gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders is besloten tot ontbinding van de vennootschap op diezelfde datum.
De Vereffenaar
Liquidatie
INTERNATIONAL DATA GATEWAY N.V.
in liquidatie
Bij besluit van de op 16 augustus 2021 gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders is besloten tot ontbinding van de vennootschap op diezelfde datum.
De Vereffenaar
Liquidatie
T.V. DISTRIBUTION SERVICES (CURAÇAO) N.V.
in liquidatie
Bij besluit van de op 16 augustus 2021 gehouden buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders is besloten tot ontbinding van de vennootschap op diezelfde datum.
De Vereffenaar
MM GLOBAL N.V.
(in liquidatie per 27 juli 2021)
Bij besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van MM GLOBAL N.V. gehouden op 27 juli 2021 is besloten om de Vennootschap te ontbinden per 27 juli 2021 en is MAIDSTAR HOLDING LIMITED benoemd tot Vereffenaar, die bij zijn aantreden heeft geconstateerd dat er geen hem bekende baten zijn.
Dutch Antilles Management N.V.,
Als gemachtigde van de Vereffenaar
ADVERTENTIE
TG Marketing N.V. in liquidatie
In de op 9 augustus 2021 gehouden Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders is besloten om met ingang van 9 augustus 2021 tot ontbinding van de vennootschap over te gaan.
De vereffenaar heeft vastgesteld dat op voornoemde datum er geen aan haar bekende baten aanwezig zijn.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:31 lid 6 jo. lid 7 van het Burgerlijk Wetboek van Curacao, heeft de vereffenaar haar slotverantwoording samengesteld en deze ter kennisneming van een ieder neergelegd ten kantore van het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Curacao, alsmede ten kantore van de Vennootschap.
Curaçao, 19 augustus 2021
Mastantu N.V.
De Vereffenaar
De vereffenaar van de stichting Teler United Private Foundation in liquidatie, statutair gevestigd te Curaçao, met adres Kaya Flamboyan 9, (de “Sichting”) geeft te kennen dat de Stichting op 31 december 2020, is ontbonden, dat hem niet is gebleken van enige baten of schulden, en dat de Stichting is opgehouden te bestaan per 20 augustus 2021.