Editie no. 40 - Jaargang 2026 - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Landscourant

Jaargang 2026
2 Oktober 2026
Editie no. 40
  • Aankondiging

    Bij exploit van de vijfentwintigste september 2026, waarvan afschrift is gelaten aan de Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Gerecht in Eerste Aanleg op het eiland Curaçao, heb ik, ROBERT ALEXANDER SIMEON RAMAZAN, aspirant deurwaarder, werkzaam ten kantore van ROBERTICO ALEJANDRIO RAMAZAN, deurwaarder bij het Gerecht op Curaҫao, ten verzoeke van BOTANIQUE SUITES CURAÇAO B.V., een besloten vennootschap  naar het recht van Curaçao, statutair gevestigd en kantoorhoudende op Curaçao aan de Boebiweg no. 4, te dezer zake domicilie kiezende in Curaçao aan de Fokkerweg no. 44-I, ten kantore van de advocaat mr. M.A. van der Hoeven en aan de Roodeweg no. 159, ten kantore van R.A. Ramazan, gerechtsdeurwaarder, aan mevrouw VALESKA CLARET SPORKSLEDE, wonende te (3134 KP) Vlaardingen, Nederland, aan de Olympiade 903, BETEKEND, een verzoekschrift, met daarop de door de E.A. Rechter in het Gerecht in Eerste Aanleg, zittingsplaats Curaçao,  gestelde beschikking van de 18de  september 2026,  alsmede de door mij, deurwaarder, uit kracht van voormelde beschikking opgemaakte beslag-exploit, van de 25ste september 2026,  houdende CONSERVATOIR-BESLAG, op het onroerend goed, plaatselijk bekend als Villapark Fontein kavel nummer AA-4, een en ander als in bedoeld exploit nader omschreven.

    De aspirant deurwaarder voornoemd,
    R.A.S.  RAMAZAN.

  • Aankondiging

    Bij exploit van de ondergetekende deurwaarder van de 25ste september  2026, waarvan afschrift is gelaten aan de E.A. Heer Officier van Justitie bij het Gerecht in Eerste Aanleg op het eiland Curaçao, die het oorspronkelijk exploit voor “gezien” heeft getekend, is ten verzoeke van  de naamloze vennootschap ORCO BANK N.V., gevestigd en kantoorhoudende in Curaçao, te dezer zake domicilie kiezende in Curaçao aan de Neptunusweg no. 52, ten notariskantoor Fung-A-Loi en Samandar, notarissen ter standplaats Curaçao, aan PATRICK ADAM, wonende op Curaçao, maar feitelijk woonachtig in Namibië, 41, 5th Road Walvis Bay, AANGEZEGD, dat op donderdag, 29 oktober 2026, des voormiddags omstreeks 10.00 uur, ten overstaan van notaris mr.  Fanny Joan Cloose-Fung-A-Loi, of haar waarnemer, conform notariële akte, verleden op 26 april 2024, over zal gaan tot de openbare verkoop van het onroerend goed,  plaatselijk bekend als Brakkeput Abou 251, een en ander als in bedoeld exploit omschreven;

    De aspirant deurwaarder,
    R.A.S. RAMAZAN.

     

     

  • Bekendmaking

    REGLEMENT VAN ORDE
    Commissie aanwijzing personen en organisaties


    Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen

    Artikel 1 – Begripsbepalingen

    a. de Commissie: de Commissie aanwijzing personen en organisaties, bedoeld in artikel 4.4 van het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao[1];
    b. de Minister: de Minister van Algemene Zaken;
    de Ministers: de Minister, de Minister van Financiën en de Minister van Justitie;
    c. aanwijzing: een aanwijzing als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Omnibus-
    Sanctiebesluit Curaçao;
    d. een lid of de leden van de Commissie: een lid of de leden, bedoeld in artikel 4.5 van het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao;
    e. beëindiging: het beëindigen van de aanwijzing, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, onderdeel b, van het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao;
    f. geconsolideerde lijst: de lijst, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, onderdeel c, van het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao;
    g. ontheffing: een ontheffing als bedoeld in artikel 4.2, zevende lid, van het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao;
    h. middelen: middelen zoals omschreven in artikel 4.1, onderdeel a, van het Omnibus- Sanctiebesluit Curaçao;
    i. bevriezing van middelen: bevriezing zoals omschreven in artikel 4.1, onderdeel b, van het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao.

    Artikel 2 – Werkwijze

    De Commissie handelt met inachtneming van de Procesbeschrijving voor de (lokale) aanwijzing van personen, groeperingen en instellingen en voor de uitvoering van internationale sancties en de geldende internationale richtlijnen en aanbevelingen van de Financial Action Task Force en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waaronder in ieder geval de volgende documenten: International Best Practices, Targeted Financial Sanctions Related to Terrorism and Terrorist Financing[2] en Technical guide to the implementation of Security Council resolution 1373 and other relevant resolutions[3].

    Hoofdstuk 2 – Samenstelling en organisatie

    Artikel 3 – Samenstelling

    De leden van de commissie geven aan de voorzitter de namen door van de personen die als lid zitting hebben in de commissie.

    Artikel 4 – Voorzitter

    1. De voorzitter leidt de vergaderingen, stelt de agenda vast en ziet toe op naleving van dit reglement.
    2. De voorzitter bewaakt de tijdigheid en kwaliteit van de advisering en kan bij spoed een extra vergadering beleggen of schriftelijke besluitvorming initiëren, met inachtneming van dit reglement en de Procedure voor de lokale aanwijzing van personen, groeperingen en instellingen en daaruit voortvloeiende werkprocessen.


    Artikel 5 – Secretariaat

    1. De Commissie wordt ondersteund door een secretariaat.
    2. Het secretariaat wordt uitgevoerd door een aangewezen ambtenaar door de Voorzitter.
    3. Het secretariaat is verantwoordelijk voor voorbereiding van vergaderingen, notuleren, dossiervorming, termijnbewaking en versiebeheer van de geconsolideerde lijst.
    4. Het secretariaat draagt zorg voor beveiligde verspreiding en opslag van stukken door de nodige informatiebeveiliging en toegang op need-to-know basis.


    Hoofdstuk 3 – Werkwijze, vergaderingen en besluitvorming

    Artikel 6 – Vergaderingen

    1. De Commissie vergadert zo vaak als noodzakelijk, doch ten minste eenmaal per kwartaal.
    2. Vergaderingen vinden in beginsel fysiek plaats.
    3. De agenda en stukken worden in beginsel vijf werkdagen voorafgaand aan de vergadering toegezonden, tenzij spoedeisendheid zich daartegen verzet. Vanwege de gevoeligheid en vertrouwelijkheid van de informatie, worden agenda en stukken vertrouwelijk toegezonden.
    4. Van elk vergadering wordt een actielijst opgesteld.


    Artikel 7 – Quorum en besluitvorming

    1. De Commissie streeft naar consensus.
    2. De Commissie is besluitvaardig indien ten minste drie leden of hun vertegenwoordigers aanwezig zijn.
    3. Indien geen consensus wordt bereikt, wordt het meerderheidsstandpunt opgenomen in het advies, met vermelding van afwijkende zienswijzen.


    Artikel 8 – Geheimhouding en informatieverwerking

    1. Een ieder die deelneemt aan de vergadering van de Commissie is gehouden tot geheimhouding van alle vertrouwelijke informatie.
    2. Informatie wordt uitsluitend gedeeld voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taak van de Commissie dan wel een wettelijke verplichting of gerechtelijk bevel bestaat voor openbaarmaking.
    3. Alle dossiers, correspondentie en andere relevante informatie die binnen de Commissie wordt beheerd, worden opgeslagen in de daarvoor bestemde systemen en archieven bij de Veiligheidsdienst Curaçao. Deze gegevens zijn uitsluitend toegankelijk voor personen die hiertoe uitdrukkelijk geautoriseerd.


    Artikel 9 – Dossiervorming

    Van iedere aanwijzing, beëindiging en (indien van toepassing) ontheffing wordt een dossier bijgehouden. Het dossier bevat ten minste: (a) relevante informatie van bevoegde instanties, (b) juridische analyse, (c) het advies van de Commissie, (d) het uiteindelijke besluit of communicatie van de Ministers en (e) versiehistorie van de geconsolideerde lijst indien relevant.

    Hoofdstuk 4 – Advisering over aanwijzing, beëindiging en ontheffing

    Artikel 10 – Advisering inzake aanwijzing

    1. Het advies over een aanwijzing bevat ten minste: (a) feitenrelaas en bronnen, (b) juridische grondslag en kwalificatie, (c) toets aan internationale context en eventuele samenloop met EU/VN-sancties, (d) proportionaliteit en subsidiariteit, (e) risicoanalyse terrorismefinanciering en/of proliferatie, (f) implicaties voor bevriezing van middelen en verboden uit artikel 4.2, vierde en vijfde lid van het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao.
    2. De Commissie betrekt waar nodig de uitvoerings- en toezichtketen, waaronder Financial Intelligence Unit (FIU), politie, Douane, en – indien relevant – andere ketenpartners in haar feitelijke beoordeling.
    3. Het advies wordt in viervoud opgesteld en getekend door elk lid, en zo snel mogelijk overhandigd aan de ministers op een veilige wijze, zij het digitaal en hard copy.


    Artikel 11 – Advisering inzake beëindiging

    1. De Commissie adviseert over beëindiging van een aanwijzing op verzoek of ambtshalve.
    2. Bij de beoordeling worden betrokken: (a) gewijzigde feiten of omstandigheden, (b) internationale ontwikkelingen, (c) rechterlijke uitspraken, en (d) de vraag of de aanwijzing nog noodzakelijk en proportioneel is.


    Artikel 12 – Advisering inzake ontheffingen

    1. Het advies aan de Minister ter uitvoering van een verzoek tot ontheffing bevat in ieder geval een uiteenzetting over (a) risico’s, (b) eventuele voorwaarden, en (c) toezicht- en meldmaatregelen.
    2. Adviezen over ontheffingen worden als afzonderlijk onderdeel in het dossier opgenomen.


    Hoofdstuk 5 – Slotbepalingen

    Artikel 13 – Evaluatie

    De Commissie evalueert dit reglement ten minste eenmaal per twee jaar en past het zo nodig aan.

    Artikel 14 – Inwerkingtreding

    Dit reglement treedt in werking op de dag van de vaststelling ervan door de Commissie.

     

    [1] https://gobiernu.cw/nl/laws/omnibus-sanctiebesluit-curacao/

    [2] https://www.fatf-gafi.org/content/dam/fatf-gafi/guidance/BPP-Fin-Sanctions-TF-R6.pdf.coredownload.pdf

    [3] https://www.un.org/securitycouncil/ctc/sites/www.un.org.securitycouncil.ctc/files/cted-technical-guide-2017.pdf

  • Bekendmaking

    Procesbeschrijving voor de (lokale) aanwijzing van
    personen, groeperingen en instellingen
    en voor de uitvoering van de internationale sancties

     

    Hoofdstuk 1 – Internationale sanctiemaatregelen

     1.1 Inleiding

    Ter voldoening aan besluiten of aanbevelingen van organen van volkenrechtelijke organisaties,  dan wel aan internationale afspraken, met betrekking tot de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde en tot de naleving waarvan het Koninkrijk der Nederlanden zich heeft verplicht, implementeert Curaçao internationale sanctiemaatregelen. Internationale sanctiemaatregelen omvatten:
    -Wapenembargo’s: het verbod op de uitvoer van militaire goederen en technologie;
    -Financiële sancties: de bevriezing van tegoeden en economische middelen van personen of entiteiten op sanctielijsten of het niet meer mogen investeren in bepaalde landen;
    -Handelsbeperkingen: het verbod op import/export van specifieke goederen, grondstoffen of diensten;
    -Reisbeperkingen: de toegang tot of doorreis via Curacao beperken of verbieden; en
    -Diplomatieke maatregelen: het onderbreken van diplomatieke relaties of het terugroepen van vertegenwoordigers.
    Door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) en de Raad van de Europese Unie (EU) worden natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen (hierna: (rechts)personen organisaties) op een sanctielijst geplaatst. De wettelijke basis voor de plaatsing op een sanctielijst door de Veiligheidsraad van de VN is een resolutie, een zogenoemde Sanctieresolutie. Daarnaast bestaat voor Curaçao ook de plicht om ter uitvoering van de Resolutie 1373 (2001) van 28 september 2001 (hierna: Resolutie 1373), lokale (rechts) personen of organisaties op een sanctielijst te plaatsen.

    In Resolutie 1373 (2001) van 28 september 2001 heeft de Veiligheidsraad van de VN besloten dat alle staten moeten overgaan tot het bevriezen van tegoeden en andere financiële of economische middelen van personen die terroristische daden plegen of pogen te plegen, of aan het plegen van dergelijke daden deelnemen of de uitvoering ervan vergemakkelijken.

    In dit document worden de criteria, procedure en waarborgen vastgelegd die van toepassing zijn op de aanwijzing van personen en organisaties op de lokale sanctielijst van Curaçao, met het oog op een zorgvuldige, transparante en rechtmatige besluitvorming. Tevens wordt de procedure omschreven voor de plaatsing op een VN- of EU-sanctielijst.

    Hoofdstuk 2 –  Juridisch kader

    2.1 Verenigde Naties

    Het Koninkrijk der Nederlanden is lid van de VN en de Resoluties van de Veiligheidsraad van de VN zijn ook bindend voor Curaçao, met andere woorden Curaçao dient uitvoering te geven aan alle Resoluties van de VN. De Resoluties dienen te worden omgezet in nationale wetgeving.

    Voor wat betreft terrorismebestrijding in het bijzonder schept Resolutie 1373 voor Curaçao de verplichting tot het bestrijden van het financieren van terrorisme door de tegoeden, andere financiële activa of andere economische middelen van (rechts)personen of organisaties die zich op het grondgebied van Curaçao bezighouden met terroristische activiteiten, te bevriezen.

    Resoluties 1267 (1999), 2253 (2015) en 2368 (2017) leggen daarnaast de verplichting op om de tegoeden en andere financiële activa van (rechts)personen of organisaties te bevriezen die door het bij Resolutie 1267, Resolutie 2253 en Resolutie 2368 ingestelde comité van de Veiligheidsraad van de VN worden aangewezen als zijnde verbonden met Al-Qaida en ISIS.

    Hieronder wordt nader ingegaan op de wijze waarop de Resoluties van de VN worden omgezet in de Curaçaose rechtsorde.

    2.2 Europese Unie

    Teneinde de eenheid van het buitenlands beleid van het Koninkrijk te waarborgen worden  besluiten, houdende beperkende maatregelen met het oog op de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde dan wel de bestrijding van terrorisme, die voor Nederland een bindend karakter hebben, ook in Curaçao uitgevoerd. Dit terwijl Curaçao geen EU-lidstaat is. Deze besluiten worden vastgesteld in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (hierna: GBVB) van de Europese Unie. Vanwege de van overeenkomstige toepassing verklaring in de Rijkssanctiewet is Curaçao gebonden aan Europese sanctieregimes tegen landen, natuurlijke personen, rechtspersonen, niet-statelijke groepen of entiteiten (artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).
    De Resoluties van de Veiligheidsraad van de VN zijn bindend voor de EU-lidstaten en Curaçao. De EU voert de Resoluties gecoördineerd en uniform uit, en zet de Resoluties op de volgende manier om in de rechtsorde van de EU-lidstaten.
    De EU neemt een GBVB-besluit wanneer een Resolutie van de VN is uitgevaardigd. Deze besluiten binden de EU-lidstaten en Curaçao politiek, maar werken nog niet direct voor burgers en bedrijven. Op alle sancties die financiële maatregelen bevatten – bevriezing van tegoeden, verbod tot het verrichten van transacties, of economische beperkingen – volgt een EU-verordening. De EU-verordening is rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten en in principe ook Curaçao. Hier moet uitdrukkelijk worden vermeldt dat Curaçao wel bepalingen inzake toezicht en – strafrechtelijke – handhaving dient vast te stellen. Die bepalingen inzake toezicht en – strafrechtelijke – handhaving stelt Curaçao vast in een ministeriële regeling met algemene werking ter uitvoering van de Sanctielandsverordening. Een dergelijke tijdelijke regeling wordt omgezet in een landsbesluit, houdende algemene maatregelen, een zogenoemde sanctiebesluit, dat ook een tijdelijke regeling is. Een sanctiebesluit kent een geldigheidsduur van drie jaar. Thans geldt op Curaçao het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao[1].
    Door de implementatie van een EU-verordening waarin de inhoud van een Resolutie van de VN is vervat, geldt de desbetreffende Resolutie ook in Curaçao.

    2.3 Sanctielandsverordening

    De bevoegdheid voor de regering om regels vast te stellen ter uitvoering van de internationale sancties van de VN en EU, alsmede de strafbepaling bij overtreding van de internationale sancties, is vastgelegd in de Sanctielandsverordening[2].

    2.4 Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao

    Het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao voorziet onder meer in de wettelijk grondslag voor:
    – een nationale sanctielijst van terroristen en terrorismefinanciers;
    – de procedure voor opname, heroverweging en verwijdering van de nationale sanctielijst;
    – de instelling van de Commissie aanwijzing personen en organisaties.
    Daarnaast omvat het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao een opsomming van en verwijzing naar  de verbodsbepalingen neergelegd in Europese verordeningen die strekken ter uitvoering van de internationale sanctiemaatregelen. Dat zijn de sanctieregimes van de VN, zoals overgenomen door de EU en de autonome sanctieregimes van EU. Tevens zijn de bevoegde autoriteiten voor de uitvoering van de internationale sanctiemaatregelen vastgelegd.
    Het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao bepaalt ook dat een wijziging van een krachtens dat besluit geldende sanctielijst van de VN onmiddellijk van toepassing is in Curaçao (undue delay).

    2.5 Reikwijdte

    De in dit document vervatte maatregelen zijn van toepassing op:
    a. personen of organisaties waartegen sanctiemaatregelen zijn genomen, krachtens een Resolutie van de VN of een EU-Verordening;
    b. personen of organisaties die krachtens een aanwijzing van de Minister van Algemene Zaken op de nationale sanctielijst zijn geplaatst, al dan niet op verzoek van een derde land.

    Hoofdstuk 3 Procedure voor de lokale aanwijzing van personen of organisaties

    3.1 Begripsomschrijving

    Aanwijzing (listing): een aanwijzingsbesluit van de Minister van Algemene Zaken waarbij een (rechts) persoon of organisatie wordt onderworpen aan de verbodsbepalingen die bij of krachtens de Sanctielandsverordening zijn vastgelegd;
    (Rechts)personen of organisaties: personen of organisaties die terroristische daden plegen of pogen te plegen, of aan het plegen van dergelijke daden deelnemen of de uitvoering ervan vergemakkelijken die zich op Curaçao bevinden dan wel organisaties die naar Curaçaos recht zijn opgericht, dan wel organisaties die binnen Curaçao zaken doen.
    Nationale sanctielijst: een lijst bevattende de gegevens van personen of organisaties waarvoor een aanwijzing geldt;
    Terroristische groep of groepering: een sinds enige tijd bestaande, gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die in overleg optreden om strafbare feiten van terroristische aard te plegen. Onder “gestructureerde vereniging” wordt verstaan een vereniging die niet toevallig tot stand is gekomen met het oog op een onverwijld te plegen terroristische daad en waarbij niet noodzakelijkerwijs sprake is van formeel afgebakende taken van de leden, noch van continuïteit in de samenstelling of een ontwikkelde structuur.
    Terroristische daad: een opzettelijke handeling die naar aard of context een land of een organisatie ernstig kan schaden en die overeenkomstig het Wetboek van Strafrecht als strafbaar feit is gedefinieerd, wanneer de daad gepleegd wordt met het doel:
    i) een bevolking ernstig te intimideren, of
    ii) overheden dan wel een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te verplichten een bepaalde handeling te verrichten of zich daarvan te onthouden, dan wel
    iii) de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of van een internationale organisatie ernstig te destabiliseren of te vernietigen:
    a) aanslag op het leven van een persoon, met mogelijk een dodelijke afloop;
    b) ernstige schending van de fysieke integriteit van één persoon;
    c) ontvoering of gijzeling;
    d) het veroorzaken van vergaande verwoesting van overheids- en openbare voorzieningen, vervoersystemen of infrastructurele voorzieningen, met inbegrip van informaticasystemen, een vast platform op het continentaal plat, openbare plaatsen of privé-terreinen, met als mogelijk resultaat dat mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht;
    e) het kapen van vlieg- en vaartuigen, van andere middelen van personen- of goederenvervoer;
    f) vervaardiging, bezit, verwerving, vervoer, levering of gebruik van vuurwapens, springstoffen, kernwapens, biologische en chemische wapens, alsook onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot biologische en chemische wapens;
    g) het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen of het veroorzaken van branden, overstromingen of ontploffingen, met als gevolg dat mensenlevens in gevaar worden gebracht;
    h) het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, stroom of andere essentiële natuurlijke hulpbronnen, met als gevolg dat mensenlevens in gevaar worden gebracht;
    i) het dreigen met een van de onder a) tot en met h) genoemde gedragingen;
    j) leiding geven aan een terroristische groepering;
    k) het deelnemen aan de activiteiten van een terroristische groepering, ook door aan deze groepering informatie of materiële middelen te leveren of door enigerlei vorm van financiering van de activiteiten van de groepering, in de wetenschap dat met deze deelname aan de criminele activiteiten van de groepering wordt meegewerkt.

    Commissie aanwijzing personen en organisaties, hierna te noemen Commissie.

    Derde land: ieder land anders dan Curaçao.

    3.2 – Criteria en procedure voor aanwijzing

    3.2.1 Criteria

    Indien er voldoende aanwijzingen zijn dat een (rechts)persoon of organisatie gerekend kan worden tot de kring van personen of organisaties, bedoeld in Resolutie 1373, kan de Minister van Algemene Zaken, Curaçao, besluiten tot een aanwijzing.

    Tot deze kring van personen, groeperingen en instellingen behoren op basis van de Resolutie 1373 in ieder geval:
    a. personen die terroristische activiteiten plegen of pogen te plegen, of daaraan deelnemen dan wel het plegen van deze activiteiten ondersteunen;
    b. organisaties die eigendom zijn van, dan wel direct of indirect door deze personen worden gecontroleerd;
    c. personen of organisaties die namens of onder leiding van deze personen, groepen of instellingen staan;
    d. personen of organisaties die door hun handelingen een directe bedreiging vormen voor de nationale veiligheid van Curaçao.

    Van voldoende aanwijzingen is in ieder geval, sprake wanneer:

    1. uit onderzoek of instelling van een onderzoek, doorgaans van het Openbaar Ministerie of de Veiligheidsdienst van Curaçao, is gebleken dat een (rechts)persoon of organisatie betrokken is geweest bij een terroristische activiteit of poging tot het plegen van een dergelijke activiteit of de deelname aan of het vergemakkelijken, van een dergelijke activiteit, met name door het financieren daarvan;
    2. een (rechts)persoon of organisatie is veroordeeld wegens bovengenoemde feiten;
    3. uit een mededeling van de Veiligheidsdienst Curaçao aan de Commissie ernstige vermoedens is ontstaan dat een (rechts)persoon of organisatie bij een terroristische activiteit of poging tot het plegen van een dergelijke activiteit of de deelname aan of ondersteuning aan een dergelijke activiteit betrokken is.

    De aanwijzing wordt opgesteld aan de hand van welbepaalde inlichtingen of dossierelementen die aantonen dat door een bevoegde autoriteit een beslissing is genomen ten aanzien van de bedoelde personen of organisaties ongeacht of het gaat om de inleiding van een onderzoek of een vervolging wegens een terroristische daad, poging tot het plegen van een dergelijke daad, of de deelname aan of het vergemakkelijken van een dergelijke daad. De informatie en gegevens dienen voldoende, concreet en verifieerbaar te zijn.[3]
    Met andere woorden een strafrechtelijk bewijs is geen vereiste, wel dient er een redelijke basis (reasonable basis) of redelijke grond (reasonable grounds) bestaan voor een aanwijzing.

    Voor een aanwijzing kan verder worden gesteund op onder meer informatie omtrent:
    – ongebruikelijke financiële transacties of patronen die wijzen op terrorismefinanciering;
    – lopend strafrechtelijk onderzoek;
    – documenteerde of vermoedelijke banden met aangewezen personen of instellingen;
    – gebruik van frontbedrijven, schijnconstructies of stichtingen zonder economische realiteit;
    – banden met reeds gesanctioneerde personen of organisaties;
    – relevante inlichtingen van nationale of internationale partners.

    3.2.2 Verificatie

    Indien een mededeling van de Veiligheidsdienst Curaçao de aanleiding vormt tot het overwegen van een aanwijzing, dan zal de Veiligheidsdienst Curaçao, met verwijzing naar artikel 11 van de Landsverordening Veiligheidsdienst Curaçao[4], inzage verlenen in de – aan de mededeling ten grondslag liggende – gegevens. Dit met als doel om zich te vergewissen of de door de Veiligheidsdienst Curaçao aangeleverde gegevens een voldoende feitelijke grondslag bevatten voor de in de mededeling vermelde omstandigheden en gebeurtenissen. In het geval informatie afkomstig is van het Openbaar Ministerie, dan zal het Openbaar Ministerie de voor de maatregel relevante onderdelen uit de tenlastelegging of het strafrechtelijk onderzoek delen met de deelnemers van de Commissie.
    De Veiligheidsdienst Curaçao kan, onder door de dienst te stellen voorwaarden, inzage verlenen in of gegevens verstrekken aan de Commissie, ten behoeve van de door deze Commissie te behartigen belangen overeenkomstig artikel 11, tweede lid, van de Landsverordening Veiligheidsdienst Curaçao, voor zover:
    – deze belangen niet onverenigbaar zijn met de belangen die de Veiligheidsdienst Curaçao heeft te behartigen, en
    – een goede taakuitvoering door de Veiligheidsdienst Curaçao zich niet tegen de inzage of verstrekking verzet.

    3.2.3 Waarborgenladder

    Voordat tot aanwijzing wordt overgegaan, geeft de Commissie blijk dat de aanwijzing:
    – noodzakelijk is gezien beschikbare alternatieven;
    – proportioneel is in verhouding tot de ernst van de dreiging;
    – geschikt is voor het mitigeren van de dreiging; en
    – er voldoende verband bestaat met Curaçao, en met name indien er geen aanwijzingen zijn dat een organisatie of individu betrokken is bij terroristische activiteiten of een daartoe strekkende poging, dan wel bij de facilitering daarvan in of vanuit Curaçao.

    3.3 Aanwijzing op verzoek van een derde land

    Het verzoek van een derde land komt in de regel binnen via rechtshulpverzoek. Met een aanwijzing wordt onmiddellijk het proces van bevriezing middelen doorlopen.
    Onafhankelijk van een eventuele strafrechtelijke procedure, zal de Procureur Generaal (PG) de Minister van Algemene Zaken informeren dat er een verzoek voor een aanwijzing is ontvangen. Tegelijkertijd let de PG het verzoek voor aan de Veiligheidsdienst Curaçao voor het onderzoek naar de identiteit van de desbetreffende (rechts)persoon. Indien naar aanleiding van het verzoek van een derde land de PG van oordeel is dat een nationale aanwijzing noodzakelijk is, wordt het verzoek in de Commissie behandeld. Vervolgens kan conform de hierboven beschreven procedure een voorstel tot aanwijzing worden ingediend bij de Minister van Algemene Zaken.
    Overige verzoeken om informatie in het kader van terrorismebestrijding worden door de PG  afgehandeld conform de nationale procedure van rechtshulpverzoeken.

    Hoofdstuk 4  – Plaatsing op VN- en EU-sanctielijsten

    4.1 Inleiding

    Plaatsing op de VN- of de EU-sanctielijst betekent dat het voor de betrokken (rechts)persoon of organisatie moeilijker is om de maatregelen te omzeilen. Dit betekent echter niet dat Curaçao iedere nationale aanwijzing zal voordragen voor plaatsing op de VN- of EU-sanctielijst. Indien de noodzaak of mogelijkheid tot plaatsing op de VN- of EU-sanctielijst ontbreekt, kan worden besloten dat een bevriezingsmaatregel op nationaal niveau voldoende is.

    Een voordracht voor plaatsing op de VN-sanctielijst – voor resolutie 1267, het Al-Qaida Sanctiecomité – voor plaatsing op de EU-sanctielijst, via het Council Working Group CP 931    (CWG 931), geschiedt door de Minister van Algemene Zaken, op voorstel van de Commissie.

    4.2 Plaatsing op een VN-sanctielijst

    De lidstaten van de VN worden aangemoedigd om personen en entiteiten te identificeren en te beoordelen met het oog op opname op de ISIL (Da’esh) en Al-Qaida- sanctielijst en deze voor plaatsing op die lijst voor te dragen aan het krachtens de Resoluties 1267(1999), 1989(2011), 2253(2015) ingestelde Sanctiecomité. Een dergelijk voorstel wordt voorbereid door de Commissie, die hierover een advies uitbrengt aan de Minister van Algemene Zaken. De Commissie handelt overeenkomstig de hierboven omschreven procedure voor aanwijzing op de nationale sanctielijst, teneinde voldoende bewijsmateriaal te verzamelen. Hierbij neemt de Commissie de Richtlijnen (Guidelines) van de Security Council Committee pursuant to resolutions 1267 (1999) 1989 (2011) and 2253 (2015) concerning Islamic State in Iraq and the Levant (Da’esh), Al-Qaida and associated individuals, groups, undertakings and entities [5] in acht.

    Krachtens paragraven 2, 3 en 5 van Resolutie 2734 (2024) zijn de VN-listing criteria voor de sanctielijst van ISIL (Da’esh) en Al-Qaida als volgt:

    Paragraph 2:
    – Acts or activities indicating that an individual, group, undertaking or entity is associated with ISIL or Al-Qaida and therefore eligible for inclusion in the ISIL (Da’esh) and Al-Qaida Sanctions List include any of the following, when undertaken by, in conjunction with, under the name of, on behalf of, or in support of Al-Qaida, ISIL, or any cell, affiliate, splinter group or derivative thereof:
    (a) Participating in the financing, planning, facilitating, preparing, or perpetrating of acts or activities;
    (b) Supplying, selling or transferring arms and related materiel;
    (c) Recruiting for; or otherwise supporting their acts or activities of Al-Qaida, ISIL, or any cell, affiliate, splinter group or derivative thereof;

    Paragraph 3
    – Planning, directing, or committing acts involving sexual and gender-based violence including rape, enslavement of persons, and cases of abduction and trafficking in persons may be eligible for designation in the ISIL (Da’esh) and Al-Qaida Sanctions List on the basis of the criteria set out in paragraph 2 of this resolution, when such acts are being used by ISIL, AQ and associated individuals, groups and entities as a tactic of terrorism;

    Paragraph 5
    Any individual, group, undertaking or entity either owned or controlled, directly or indirectly, by, or otherwise supporting, any individual, group, undertaking or entity associated with ISIL or Al-Qaida, including on the ISIL (Da’esh) and Al-Qaida Sanctions List, shall be eligible for listing;

    Indien voldoende bewijsmateriaal is verzameld en de Commissie van oordeel is dat tot plaatsing op de VN-sanctielijst noodzakelijk is, doet de Commissie daartoe een voordracht aan de Minister van Algemene Zaken. Daarbij zorgt de Commissie dat de voorwaarden voor listing, zoals bepaald in Paragraaf 6 van de Guidelines of the Security Council Committee pursuant to resolutions 1267 (1999) 1989 (2011) and 2253 (2015) concerning Islamic State in Iraq and the Levant (Da’esh), Al-Qaida and associated individuals, groups, undertakings and entities worden nageleefd en bereid de nodige documenten voor ten behoeve van aanbieding aan de Minister van Algemene Zaken.
    De Minister van Algemene Zaken leidt het verzoek door naar de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken, die het verzoek conform de Nederlandse procedures doorgeleid naar de  voorzitter (Chair) van het Sanctiecomité.  Bij het verzoek stelt de Minister van Algemene Zaken de informatie beschikbaar voor de beschrijving van de gronden voor plaatsing op de VN-sanctielijst, zodat deze aan betrokkenen kenbaar kunnen worden gemaakt in een notificatie.

    De coördinatie van voorstellen tot plaatsing op een VN-sanctielijst geschiedt in Nederland via de Directie Multilaterale Instellingen en Mensenrechten (DMM) en waar relevant, de Directie Veiligheidsbeleid (DVB) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De indiening bij de VN verloopt via de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de VN in New York. Het Koninkrijk der Nederlanden vertegenwoordigt Curaçao bij de VN.
    Indien Curaçao een voorstel tot plaatsing op een VN-sanctielijst wenst aan te dragen, wordt dit voorstel gedeeld met DMM. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan tevens DVB worden geraadpleegd, in het bijzonder indien het voorstel betrekking heeft op terrorisme.
    Curaçao draagt zorg voor de aanlevering van de noodzakelijke bewijsmiddelen die berusten op een deugdelijke en feitelijk onderbouwde motivering, eveneens conform de hierboven omschreven criteria. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken kan daarbij ondersteuning bieden ten aanzien van de vormgeving en onderbouwing van het voorstel.

    Indien sprake is van een deugdelijk onderbouwd voorstel, op basis van voldoende, concrete verifieerbare feiten en omstandigheden, en het voorstel verenigbaar is met de beleidsdoelstellingen van het Koninkrijk der Nederlanden, wordt het voorstel door het Ministerie van Buitenlandse Zaken namens de Minister van Buitenlandse Zaken, handelend als Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden, via de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties voorgelegd aan het bevoegde sanctiecomité.

    4.3  Plaatsing op een EU-sanctielijst

    Indien Curaçao een voorstel tot plaatsing op een EU-sanctielijst wenst aan te dragen, wordt dit voorstel door de Minister van  Algemene Zaken, door tussenkomst van de Directie Buitenlandse Betrekkingen aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken voorgelegd. Het verzoek wordt behandeld door DVB. De Minister van Algemene Zaken levert de noodzakelijke bewijsmiddelen aan die berusten op een deugdelijke en feitelijk onderbouwde motivering, eveneens aan de hand van de in hoofdstuk 3 omschreven procedure en criteria. Het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken beoordeelt vervolgens of het voorstel in overeenstemming is met het EU-recht, juridisch verdedigbaar is en of indiening van het voorstel verenigbaar is met de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden. Indien daaraan is voldaan, dient het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken het voorstel in bij de Raad van de EU.

    De Raad van de EU zorgt voor de notificatie van de betrokken personen of organisaties, wanneer deze op de EU-bevriezingslijst worden geplaatst, per brief van kennisgeving naar hun adres, voor zover dit praktisch mogelijk is. Daarnaast wordt een aankondiging geplaatst in het EU-Publicatieblad, om tevens personen of organisaties te informeren waarvan het adres niet bekend is.

    Hoofdstuk 5 – Rechtsbescherming lokaal

    5.1. Bekendmaking

    Nadat de Minister van Algemene Zaken akkoord is gegaan met een aanwijzing van een persoon of organisatie op de nationale sanctielijst, wordt het aanwijzingsbesluit terstond elektronisch bekend gemaakt in het Publicatieblad. Het Publicatieblad is beschikbaar op de website van de overheid die toegankelijk is voor een ieder[6]. De gronden voor de totstandkoming van het aanwijzingsbesluit worden bekendgemaakt aan de betrokken persoon of organisatie.
    Terstond na ondertekening van het aanwijzingsbesluit door de minister wordt het besluit door tussenkomst van de Commissie naar de leden van het Nationale Sanctieplatform Overleg Curaçao doorgezonden, waar in ieder geval de volgende toezichthouders deel van uitmaken: de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, de Gaming Authority Curaçao en de Financial Intelligence Unit (FIU).

    5.2 Kennisgeving

    Om redenen van privacy van de betrokken (rechts)persoon of organisatie worden de gronden van de aanwijzing niet gepubliceerd. De Minister van Algemene Zaken stelt de betrokken (rechts)persoon of organisatie schriftelijk in kennis van de aanwijzing, onder mededeling van de gronden, voor zover dit praktisch en/of vanuit nationale veiligheidsoverwegingen mogelijk is, door toezending van het aanwijzingsbesluit.
    Voor een effectieve toepassing van de internationale sancties is het van essentieel belang dat de maatregel onverwijld en zonder voorafgaande waarschuwing wordt uitgevoerd. Dit betekent dat de maatregel moet worden genomen vóórdat de betrokken personen of organisaties zijn geïnformeerd. Ook voordat de toezichthouder is geïnformeerd. Hierdoor wordt voorkomen dat tegoeden kunnen worden verplaatst, onttrokken of verborgen, wat de werking en het doel van de maatregel ondermijnt.
    Binnen zes weken na bekendmaking van een aanwijzing kan beroep, als bedoeld in artikel 15 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak[7] worden ingesteld bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.

    5.3. Heroverweging

    Heroverweging ten aanzien van personen of organisaties die lokaal zijn aangewezen waartegen Curaçao bevriezingsmaatregelen heeft ingesteld en/of waartegen op verzoek van Curaçao bevriezingsmaatregelen zijn ingesteld door plaatsing op de EU- of VN-sanctielijst vindt om de zes maanden plaats.
    Tijdens een heroverweging wordt door de Commissie bezien of de gronden voor de bevriezingsmaatregelen nog van kracht zijn of dat de omstandigheden zodanig gewijzigd zijn dat intrekking van de maatregel (delisting) voor de hand ligt. Daarbij wordt ook de integrale aanpak in ogenschouw genomen. Op het moment dat:
    – een redelijk vermoeden van betrokkenheid bij terrorisme niet langer bestaat;
    – een redelijk vermoeden van betrokkenheid bij terrorisme is ontkracht; of
    – de betrokken persoon is overleden;
    zal ten aanzien van personen of organisaties voor wie een maatregel geldt, een voordracht tot intrekking van de maatregel aan de Minister van Algemene Zaken worden voorgelegd, die hieromtrent vervolgens een besluit neemt.

    5.4 Intrekking van de aanwijzing en beëindiging bevriezingsmaatregelen

    Naar aanleiding van een heroverweging door de Commissie en op voordracht van de Commissie kan de Minister van Algemene Zaken de bevriezingsmaatregel beëindigen, door de aanwijzing van de (rechts)persoon of organisatie in te trekken. Bij de beoordeling worden in ieder geval de volgende criteria betrokken:
    a. gewijzigde feiten of omstandigheden;
    b. internationale ontwikkelingen;
    c. rechterlijke uitspraken;
    d. de vraag of de aanwijzing nog noodzakelijk en proportioneel is.

    Het besluit van de Minister van Algemene Zaken wordt in het Publicatieblad bekendgemaakt. In samenhang daarmee zal de Minister van Algemene Zaken de betrokken (rechts)persoon of organisatie schriftelijk daarvan in kennis stellen.

    5.5 Beëindiging bevriezingsmaatregelen op verzoek van derde landen

    Mocht een derde land aangeven dat een op zijn verzoek ingestelde maatregel naar het oordeel van dat land beëindigd dient te worden, dan zal de Minister van Algemene Zaken, in overeenstemming met de minister van Financiën en de minister van Justitie, bezien of Curaçao  dit verzoek kan steunen. Het verzoek wordt doorgeleid naar de Commissie, die de minister hieromtrent adviseert. Bij de beoordeling worden betrokken:
    a. gewijzigde feiten of omstandigheden;
    b. internationale ontwikkelingen;
    c. rechterlijke uitspraken;
    d. de vraag of de aanwijzing nog noodzakelijk en proportioneel is.
    De Commissie stelt aan de hand van haar onderzoek een advies op en legt het advies voor aan de Minister van Algemene Zaken.

    5.6 Ontheffing

    Personen of organisaties die op de nationale sanctielijst zijn geplaatst kunnen bij de Minister van Algemene Zaken een verzoek tot ontheffing van de bevriezing indienen om te kunnen voorzien in de primaire levensbehoefte of ten behoeve van buitengewone uitgaven. De Minister van Algemene Zaken zendt het verzoek door naar de Commissie, die een advies uitbrengt aan de minister. Na ontvangst van het advies, beslist de minister op het verzoek en deelt de betrokkene schriftelijk mede of de ontheffing al dan niet of gedeeltelijk wordt verleend.
    De Commissie zendt het besluit terstond door naar de leden van het Nationale Sanctieplatform Overleg Curaçao.

    Hoofdstuk 6 – Rechtsbescherming in VN en EU-verband

    6.1 Inleiding

    Indien de Veiligheidsraad van de VN of de Raad van de EU heeft besloten om een (rechts)persoon of organisatie op voorstel van Curaçao op een VN-  of EU-sanctielijst te plaatsen, dan dient voor een bezwaar of beroep de procedure zoals vastgelegd door de VN of EU gevolgd te worden.

    6.2 Heroverweging in VN verband

    Indien de Commissie naar aanleiding van een heroverweging van oordeel is dat aanleiding bestaat om delisting te verzoeken van een (rechts)persoon of organisatie die op voorstel van Curaçao op een VN-sanctielijst is geplaatst, legt zij daartoe een voordracht aan de Minister van Algemene Zaken. Indien de Minister van Algemene Zaken met de voordracht instemt, wordt overeenkomstig paragraaf 75 van Resolutie 2734 (2024) een verzoek tot delisting bij het bevoegde Sanctiecomité van de VN ingediend. Indien de aanwijzing mede op voorstel van een of meer andere staten heeft plaatsgevonden, wordt, voor zover van toepassing,  bevestigd dat tussen de betrokken aanwijzende overeenstemming bestaat over het verzoek tot schrapping.

    6.2.1  Heroverweging bij het ISIL (Da’esh) / Al-Qaida sanctieregime

    Een betrokken individu, groepering of instelling die krachtens het ISIL (Da’esh) en Al-Qaida –sanctieregime (1267/1989/2253) op een sanctielijst is geplaatst, kan op VN-niveau rechtstreeks een verzoek tot delisting indienen bij de onafhankelijke Ombudspersoon, ingesteld krachtens Resolutie 1904 (2009). In overeenstemming met haar mandaat adviseert de Ombudspersoon het ISIL (Da’esh) en Al-Qaida Sanctiecomité over dit verzoek. De Ombudspersoon beoordeelt het verzoek overeenkomstig het in Resolutie 2734 (2024) neergelegde mandaat en legt een uitgebreid rapport, met een aanbeveling tot handhaving dan wel schrapping van de plaatsing, voor aan het ISIL (Da’esh) en Al-Qaida Sanctiecomité. Indien de Ombudspersoon delisting aanbeveelt, wordt het verzoek overeenkomstig de in Resolutie 2734 (2024) vastgestelde procedure door het Sanctiecomité behandeld. Indien tegen de voorgestelde delisting geen bezwaar wordt gemaakt binnen de daarvoor geldende termijn, wordt de delisting geacht te zijn goedgekeurd. Indien wel bezwaar wordt gemaakt, treedt de delisting in beginsel 60 dagen na de voorlegging van het verzoek in werking, tenzij binnen die termijn overeenkomstig Resolutie 2734 (2024) wordt besloten de plaatsing te handhaven of de kwestie ter beslissing aan de Veiligheidsraad wordt voorgelegd.

    Ten aanzien van een overleden persoon of een niet langer bestaande entiteit kan een verzoek tot delisting van de sanctielijst, na advies van de Commissie, door de Minister van Algemene Zaken via de daarvoor geldende Koninkrijksroute, zoals hierboven beschreven, ter indiening bij het Comité worden voorgelegd. Een dergelijk verzoek kan tevens door de rechtsopvolger van de betrokken persoon of entiteit bij het Bureau van de Ombudspersoon worden ingediend, onder overlegging van officiële documenten waaruit diens hoedanigheid als rechtsopvolger blijkt, alsmede officiële documenten waaruit het overlijden van de betrokken persoon onderscheidenlijk de ontbinding van de betrokken entiteit blijkt.

    6.2.2 Heroverweging bij Focal Point for De-listing

    Een betrokken individu, groepering of instelling die op een VN-sanctielijst is geplaatst, waaronder de sanctie-lijst van het 1988-regime betreffende de Taliban, kan een verzoek tot delisting indienen bij de Focal Point for De-listing van de VN[8]. Het verzoek kan per post of per e-mail via delisting@un.org worden ingediend.

    6.3 Heroverweging in EU verband

    Een betrokken (rechts)persoon of organisatie kan een dossier met ondersteunende documenten indienen bij de Europese Raad, met het verzoek de plaatsing op de lijst te heroverwegen. De betrokken (rechts)persoon of organisatie wordt geïnformeerd over het resultaat van de herziening door middel van een schriftelijke kennisgeving. Tegen de plaatsing kan bovendien beroep worden ingesteld bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    Hoofdstuk 7 – Ontheffing en vrijgeven van middelen

    7.1 Inleiding

    De meeste sanctieresoluties en sanctiemaatregelen bieden ruimte tot het verlenen van gehele of gedeeltelijke ontheffing van de bevriezingsplicht om te kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften, de zogenoemde “basic expenses”, zoals voedsel, huur, hypotheek, medicijnen, medische behandeling. Voorts kan door de (rechts)persoon of organisatie ontheffing worden verzocht voor het voldoen van belastingen, verzekeringspremies, de betaling van nutsvoorzieningen en juridische kosten. Daarnaast bestaat ook een categorie buitengewone uitgaven, de zogenoemde ‘extraordinary expenses’, waarvoor geheel of gedeeltelijke ontheffing  kan worden aangevraagd.

    7.2 Ontheffing in EU verband

    Voor het gebruik van bevroren tegoeden ter betaling van levensonderhoud van personen op de  EU-sanctielijst of een lid van hun gezin, kan ontheffing worden verleend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat op wiens grondgebied de tegoeden, andere financiële middelen of economische middelen zijn bevroren. In Curaçao is de Minister van Algemene Zaken de bevoegde instantie. Voorafgaand aan het besluit stelt de minister  – door tussenkomst van de Directie Buitenlandse Betrekkingen – de instanties in de andere EU lidstaten, genoemd in de bijlage van EG-Verordening nr. 2580/2001, de Raad van de EU en de Europese Commissie in kennis van de gronden op basis waarvan het voornemens is het verzoek te verwerpen of de machtiging te verlenen. Met de opmerkingen die naar aanleiding van deze kennisgeving binnen twee weken door de overige lidstaten, de Raad van de EU en/of de Europese Commissie worden gemaakt, wordt door de minister rekening gehouden bij het uiteindelijke besluit over de machtiging.

    7.3 Ontheffing in het kader van VN

    De grondslag voor een ontheffing van de bevriezingsmaatregel onder het ISIL (Da’esh)- en Al-Qaida-sanctieregime is neergelegd in paragraaf 11 en de paragrafen 87 tot en met 89 van Resolutie 2734 (2024), Resolutie 1452 (2002), zoals gewijzigd bij Resolutie 1735 (2006), en sectie 11 van de Guidelines van het Security Council Committee pursuant to resolutions 1267 (1999), 1989 (2011) and 2253 (2015) concerning Islamic State in Iraq and the Levant (Da’esh), Al-Qaida and associated individuals, groups, undertakings and entities.

    Voor een ontheffing ten behoeve van primaire levensbehoeften (basic expenses) geldt een notificatieprocedure. Indien het Comité binnen drie werkdagen na ontvangst van de notificatie geen negatieve beslissing neemt, kan de ontheffing worden verleend. Voor een ontheffing ten behoeve van buitengewone uitgaven (extraordinary expenses) is voorafgaande goedkeuring van het Comité vereist.

    Indien de Minister van Algemene Zaken, na advies van de Commissie, voornemens is een dergelijke ontheffing te verlenen, wordt de notificatie onderscheidenlijk het verzoek om goedkeuring via de daarvoor geldende Koninkrijksroute ter indiening bij de voorzitter van het Comité voorgelegd. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de daarvoor beschikbaar gestelde formulieren.

    7.4 Vrijgave van middelen bij een onterechte bevriezing (false positive)

    Een (rechts)persoon of organisatie die ten onrechte door een bevriezingsmaatregel is getroffen, omdat deze dezelfde of een vergelijkbare naam heeft als een gesanctioneerde (rechts)persoon of organisatie, kan een verzoek tot vrijgave van tegoeden of economische middelen indienen bij de Minister van Algemene Zaken. De minister zendt het verzoek door aan de Veiligheidsdienst Curaçao en het Openbaar Ministerie. Indien uit het onderzoek van de Veiligheidsdienst Curaçao voldoende, concrete en verifieerbare feiten en omstandigheden naar voren komen waaruit blijkt dat de verzoeker niet de gesanctioneerde (rechts)persoon of organisatie is, adviseert de Veiligheidsdienst Curaçao de Minister van Algemene Zaken dienovereenkomstig. Indien nader onderzoek of een nadere beoordeling noodzakelijk wordt geacht, kan de Procureur Generaal verzoek voor advies voorleggen aan de Commissie.
    De Commissie beoordeelt onverwijld of op basis van voldoende, concrete en verifieerbare feiten en omstandigheden kan worden vastgesteld dat de verzoeker niet de gesanctioneerde (rechts)persoon of organisatie is en brengt daarover advies uit aan de Minister van Algemene Zaken.  Indien wordt vastgesteld dat sprake is van een onterechte bevriezing, worden de betrokken tegoeden of economische middelen onverwijld vrijgegeven.

    Hoofdstuk 8 – Humanitaire uitzonderingen

    Resolutie 2664 (2022), Resolutie 2761 (2024), en Resolutie 2615 (2021) worden in acht genomen. Dit betekent dat het verstrekken, verwerken of betalen van gelden, andere financiële activa of economische middelen, dan wel het leveren van goederen en diensten die noodzakelijk zijn om de tijdige verlening van humanitaire hulp te waarborgen of andere activiteiten ter ondersteuning van menselijke basisbehoeften mogelijk te maken, is toegestaan en geen schending vormt van de door de Veiligheidsraad van de VN of zijn sanctiecomités opgelegde bevriezingsmaatregelen. Deze toestemming geldt voor dergelijke humanitaire activiteiten die worden uitgevoerd door de in paragraaf 1 van Resolutie 2664 van de Veiligheidsraad van de VN genoemde actoren en door de in paragraaf 1 van Resolutie 2615 genoemde aanbieders. In geval de Commissie constateert dat er sprake is van een humanitaire hulp, wordt de Minister van Algemene Zaken hieromtrent geïnformeerd die vrijstelling kan verlenen ten behoeve van de humanitaire hulp.

    Hoofdstuk 9 – Verwerking en doorgeleiding van informatie

    Het delen van informatie met externe partijen, inclusief andere landen of internationale instanties, geschiedt alleen onder voorwaarden, waarbij wordt gewaarborgd dat:
    – de belangen van het Curaçao niet worden geschaad;
    – de toegang tot informatie beperkt blijft tot strikt noodzakelijke personen; en
    – een eventuele verstrekking plaatsvindt binnen de geldende wettelijke kaders en internationale  verplichtingen.

     De Minister van Algemene Zaken is krachtens artikel 2.1, eerste lid, onderdeel l, van het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao de bevoegde orgaan ten aanzien van meldplichten over bevroren vermogensbestanddelen of maatregelen die zijn genomen ter naleving van de verbodsbepalingen in de van toepassing zijnde verordeningen, respectievelijk besluiten van de Raad van de Europese Unie, waaronder tevens de resoluties van de Veiligheidsraad van de VN. Voor zover een verordening of resolutie een meldplicht bevat,  geschiedt de melding of in kennis stelling aan de bevoegde organen van de Europese Raad of de Verenigde Naties door tussenkomst van de Directie Buitenlandse Betrekkingen van het Ministerie van Algemene Zaken.

    [1] P.B. 2025, no. 51, zoals laatstelijk gewijzigd bij P.B. 2016, no. 144, te vinden op: https://gobiernu.cw/nl/laws/omnibus-sanctiebesluit-curacao/.

    [2] P.B. 2014, no. 55 (GT), te vinden op:  https://gobiernu.cw/nl/laws/sanctielandsverordening/.

    [3] Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB.

    [4] A.B. 2010, no. 87, bijlage j.

    [5] https://main.un.org/securitycouncil/en/sanctions/1267/committee-guidelines.

    [6] wjz.gobiernu.cw of www.gobiernu.cw en kiezen voor wettelijke regelingen.

    [7] P.B. 2026, no. 1 (GT).

    [8] Annex I of Security Council Resolution 2744 (2024).

  • Bekendmaking

    Proces bevriezing van tegoeden en vrijgeven van economische middelen
    ter uitvoering van sancties van internationale organisaties
    (Proces bevriezing en vrijgeven middelen)

    I. Inleiding

    In deze handleiding wordt de procedure beschreven voor het bevriezen en het vrijgeven van middelen van  natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen (hierna: (rechts)personen of organisaties) die door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) of de Europese Unie (EU) op een sanctielijst zijn geplaatst of van de sanctielijst zijn gehaald.
    Verwezen wordt naar de volgende website voor een recent overzicht van de door de VN vastgestelde sancties: http://www.un.org/sc/committees
    Voor een recent overzicht van de sancties die zijn vastgesteld door de Europese regelgever wordt verwezen naar: https://www.consilium.europa.eu/en/policies/sanctions/ en https://eeas.europa.eu/topics/sanctions-policy.

    Zowel de VN als de EU houden geconsolideerde lijsten bij van alle (rechts) personen of organisaties die onderworpen zijn aan de sanctiemaatregelen van de VN en de EU, en dus op een sanctielijst voorkomen.
    De geconsolideerde VN-sanctielijst staat op deze site:
    https://main.un.org/securitycouncil/en/content/un-sc-consolidated-list.
    De geconsolideerde EU-sanctielijst staat op deze site:
    https://data.europa.eu/euodp/nl/data/dataset/consolidated-list-of-personsgroups-and-entities-subject-to-eu-financial-sanctions.
    Op de volgende website: : https://www.sanctionsmap.eu/#/main is de informatie over EU-sanctieregimes inzichtelijk gemaakt alsmede een zoekmachine om gesanctioneerde (rechts) personen of organisaties op te kunnen zoeken.

    Deze handleiding dient ter informatie aan alle personen, instellingen en andere organisaties die (financiële) diensten verlenen aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, alsmede juridische constructies (hierna: personen of organisaties)  die op een sanctielijst voorkomen. De Rijkssanctiewet, de Sanctielandsverordening en de ingevolge deze wettelijke regelingen vastgestelde regels gelden voor iedereen.
    In deze handleiding wordt verstaan onder toezichthoudende organisaties: de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, de Financial Intelligence Unit en de Curaçao Gaming Authority.

    II. Grondslag bevriezing van middelen

    De internationale sanctieregimes zijn dynamisch; sanctielijsten en -maatregelen van de VN en de EU worden doorlopend geactualiseerd, gewijzigd of beëindigd. In de bijlage van dit document is een overzicht opgenomen van de op Curaçao geldende sanctieregimes.
    De middelen van (rechts)personen of organisaties die op de sanctielijsten van de sanctieregimes voorkomen dienen per direct te worden bevroren op het moment dat de persoon aan de sanctielijst is toegevoegd.

    De totstandkoming van de nationale lijst als bedoeld in VN-Resolutie 2001/1373 wordt voorbereid door de Commissie aanwijzing personen en organisaties. Er bestaat op de datum van bekendmaking van deze procesbeschrijving geen nationale lijst.

    III. Undue delay

    De bevriezingsmaatregelen van de EU opgenomen in EU-verordeningen gelden op basis van de Rijkssanctiewet in Curaçao. De bevriezingsmaatregelen van de VN gelden pas als de EU deze omgezet heeft in een EU-verordening. Omdat het zaak is dat de bevriezingsmaatregelen binnen 24 uur worden uitgevoerd, geldt de undue delay bepaling van artikel 1.38 van het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao. Hiermee wordt voorkomen dat financiële middelen worden weggesluisd indien nieuwe (rechts)personen of organisaties worden geplaatst op een sanctielijst. De undue delay bepaling houdt in dat indien de Veiligheidsraad van de VN wijziging aanbrengt in de reeds geldende sanctielijsten, de wijziging geldt met ingang van het tijdstip van de bekendmaking door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

    IV. Standaard verbodsbepaling bevriezing van tegoeden en economische middelen

    De verschillende in Curaçao geldende EU-verordeningen waarin de internationale sancties zijn opgenomen, kennen een standaardverbodsbepaling voor de bevriezing van tegoeden en economische middelen van gesanctioneerde (rechts) personen of organisaties.
    De standaardverbodsbepaling in de geldende EU-verordeningen luidt als volgt:

    Verbodsbepaling:

    1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan, direct of indirect, van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam die op een sanctielijst is vermeld, worden bevroren.
    2. Er worden geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van in de sanctielijst vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

    Onder„tegoeden” wordt verstaan: financiële activa en voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:
    i) contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;
    ii) deposito’s bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;
    iii) in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;
    iv) rente, dividenden of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;
    v) krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;
    vi) kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven, en
    vii bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen.

    Onder “economische middelen” wordt verstaan: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen.

    Onder “bevriezing van economische middelen” wordt verstaan: voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren.

    Onder “bevriezing van tegoeden” wordt verstaan: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van, toegang verschaffen tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt.

    De verbodsbepalingen voor het overtreden van de internationale sanctiemaatregelen is in Curaçao geregeld bij ministeriële regeling of bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vastgesteld ter uitvoering strekt van de Sanctielandsverordening en de Rijkssanctiewet. Met ingang van 23 mei 2025 geldt het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao[1].
    Voor personen die op een nationale lijst voorkomen of waarop krachtens de Nederlandse Sanctieregeling terrorisme 2007-II een aanwijzing door de minister van Buitenlandse Zaken  toepassing is, gelden de verbodsbepalingen van Hoofdstuk IV: Nationale Terrorismesancties van het Omnibus-Sanctiebesluit Curaçao.

    V. Procedure voor distributie van informatie over geldende sancties

    Indien een wijziging wordt doorgevoerd in een sanctielijst meldt de Directie Buitenlandse Betrekkingen dit direct aan de personen en organisaties die deel uitmaken van het Nationaal Overlegplatform Internationale Sancties.

    Daarnaast worden de onder toezicht staande personen, instellingen of organisaties door de  toezichthoudende organisaties in hun aml/cft voorschriften, richtlijnen, procedureregels of Minimal Internal Control Standards:

    • geïnformeerd dat zij zelfstandig op de hoogte dienen te blijven over wijzigingen die door de respectievelijke sanctiecomités van de VN worden aangebracht, of van de EU, aangezien de wijziging van de sanctielijsten direct gelden op Curaçao. Een wijziging van een VN-lijst zal dus niet leiden tot een wijziging van de sanctieregeling of het sanctiebesluit;
    • geïnstrueerd de cliëntenbestanden te leggen naast de lijst;

    Ten slotte  worden alle personen en organisaties door de overheid via de officiële kanalen van de overheid, te weten de website van de overheid, de Landscourant of het Publicatieblad geïnformeerd over de plicht om uitvoering te geven aan de internationale sancties en de sanctielijsten bij te houden.

    VI. Procedure bij een match

    Indien een dienstverlener/persoon, constateert dat de identiteit van een cliënt/relatie overeenkomt met een persoon of organisatie op een sanctielijst (hierna te noemen: match), bevriest deze onverwijld de middelen van desbetreffende cliënt/relatie en wordt de (verboden) dienstverlening beëindigd. Daarbij wordt rekening gehouden met de belangen van derde-belanghebbenden die in goeder trouw hebben gehandeld.

    De persoon meldt een match onverwijld aan de desbetreffende toezichthoudende organisatie. Bij de melding legt de daartoe bevoegde persoon tevens gegevens over van de identiteit van die cliënt/relatie aan de desbetreffende toezichthoudende organisatie.

    De daartoe bevoegde persoon meldt ook de soort en omvang van de bevroren middelen aan de desbetreffende toezichthoudende organisatie en de acties die worden ondernomen ter uitvoering van de sanctieregeling of het sanctiebesluit op basis waarvan de middelen zijn bevroren.

    Indien de toezichthoudende organisatie gerede twijfels heeft over de match, neemt deze contact met de Veiligheidsdienst Curaçao (VDC). De primaire verantwoordelijkheid voor het vaststellen van een mogelijke match berust bij de toezichthoudende organisatie en de daartoe bevoegde persoon. De VDC wordt slechts geraadpleegd in gevallen waarin na verificatie gerede twijfel blijft bestaan.

    In voorkomende gevallen onderzoekt de VDC onmiddellijk of de identiteit van de cliënt/relatie identiek is aan de (rechts)persoon of entiteit op de lijsten.

    De resultaten van het onderzoek van de VDC worden aan de betreffende toezichthoudende organisatie doorgegeven.

    De toezichthoudende organisatie geeft de resultaten door aan de desbetreffende onder toezicht staande persoon of organisatie.

    In het geval van een match blijven de bevriezingsmaatregelen gelden, totdat de (rechts)persoon of organisatie van de sanctielijst is gehaald.

    VII. Procedure vrijgave bij onterechte bevriezing

    Indien aannemelijk is dat eenpersoon of organisatie ten onrechte is getroffen door een bevriezingsmaatregel, kan een verzoek tot vrijgave van tegoeden of economische middelen worden ingediend bij de Minister van Algemene Zaken. Voor dit verzoek dient gebruik te worden gemaakt van het aangehechte aanvraagformulier

    De Minister beoordeelt onverwijld of sprake is van voldoende, concrete en verifieerbare feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de verzoeker niet de gesanctioneerde (rechts)persoon of organisatie  betreft.

    De Minister kan hierbij advies inwinnen van de VDC en het Openbaar Ministerie. De Procureur Generaal (PG) besluit of het verzoek van de Minister wordt doorverwezen naar de Commissie aanwijzing personen en organisaties.

    Indien het verzoek gegrond wordt geacht, wordt onverwijld besloten tot gehele of gedeeltelijke vrijgave van de tegoeden of economische middelen.

    Het besluit wordt ter kennis gebracht van de betrokken personen of organisaties.

    VIII  Procedure ontheffing van bevroren middelen voor primaire levensbehoefte

    Ontheffing van de bevriezing van tegoeden en economische middelen wordt verleend voor zover dit noodzakelijk is ter voorziening in de primaire levensbehoeften van de betrokkene. Daartoe kan de betrokkende een verzoek indienen bij de Minister van Algemene Zaken. Voor dit verzoek dient gebruik te worden gemaakt van het aangehechte aanvraagformulier (Bijlage 3).

    Het besluit wordt ter kennis gebracht van de betrokken personen of organisaties.

    IX  Procedure voor het vrijgeven van middelen na beëindiging van de aanwijzing door de VN, EU of de Minister van Algemene Zaken

    De onder toezicht staande personen  of organisaties zijn verplicht zelfstandig de wijzigingen van de geconsolideerde lijst van de VN, EU te monitoren.
    Indien een (rechts)persoon of organisatie van een sanctielijst wordt verwijderd doordat de aanwijzing is beëindigd, komen de bevriezingsmaatregelen per direct te vervallen.

    [1] P.B. 2025, no. 52.

    Bijlage 1 bij het Proces bevriezing en vrijgeven middelen

    Sanctieregimes die per 1 mei 2026 op Curaçao gelden.

    1. Chemische wapens

    2. Conflictdiamanten

    3. Cyberaanvallen

    4. Mensenrechtenschendingen

    5. Terrorismebestrijding

    6. Afghanistan

    7. ISIS en Al Qaida

    8. Belarus

    9. Birma/Myanmar

    10. Burundi

    11. Centraal – Afrikaanse Republiek

    12. Congo

    13. Guatemala

    14. Guinee

    15. Guinee Bissau

    16. Haïti

    17. Hamas en PIJ

    18. Irak

    19. Iran

    20. Jemen

    21. Libanon en Syrië

    22. Libië

    23. Mali

    24. Moldavië

    25. Nicaragua

    26. Niger

    27. Noord-Korea

    28. Oekraïne

    28b. Erkenning Donetsk en Loehansk

    28c Inlijving Krim en Sebastopol

    29. Syrië

    30. Soedan

    31. Somalië

    32. Tunesië

    33. Turkije

    34. Venezuela

    35. Zimbabwe

    36. Zuid-Soedan

    37. Russische Federatie 2024

  • Faillissement

    OPHEFFING FAILLISSEMENTEN

    Bij beschikking d.d 18 september 2026 van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, is het faillissement van de naamloze vennootschap  Ngen Pharmaceuticals opgeheven. Er zijn geen baten aanwezig voor verdeling onder de schuldeisers.

    De curator,
    mr. B.M. Nagelmakers

    Nagelmakers Advocaten
    Perseusweg 12
    Curaçao

  • Faillissement

    OPHEFFING FAILLISSEMENT

    Bij beschikking van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao d.d. 21 september 2026 is het faillissement van:

    de naamloze vennootschap RABIDI N.V.,

    gevestigd in Curaçao, opgeheven wegens gebrek aan baten als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het Faillissementsbesluit.

    Willemstad, 1 oktober 2026
    De curator, C.M. van Liere

  • Liquidatie

    SQL Integrator Systems & Networks N.V.
    (in liquidatie)

    Besloten is om SQL Integrator Systems & Networks N.V. per 1 oktober 2026 te ontbinden onder benoeming van de heer A. Solomon, te Curaçao als vereffenaar en bewaarder van de boeken en bescheiden.
    De vereffenaar heeft terstond bij zijn aantreden vastgesteld dat geen aan hem bekende baten aanwezig zijn en dat derhalve ingevolge artikel 2:31 leden 6 en 7 BW de vereffening van de vennootschap is beëindigd.

    De vereffenaar

  • Liquidatie

    A BIT OF HELP PRIVATE FOUNDATION, in liquidatie

    IN DE OP 28 SEPTEMBER 2026 GENOMEN BESTUURSBESLUIT IS BESLOTEN OM MET INGANG VAN 28 SEPTEMBER 2026 TOT ONTBINDING EN ALGEHELE LIQUIDATIE VAN DE ENTITEIT OVER TE GAAN.

    DE VEREFFENAAR

  • Liquidatie

    Zenith Capital Partners B.V.
    (in liquidation)

    Decision to dissolve:
    By resolution of the Special General Meeting of Shareholder of Zenith Capital Partners B.V., it was decided to dissolve the company effective as per 25 September 2026 and to appoint Mr. German Aldana Blanco residing at CR 18 86 A 43 AP 502, Bogota, Colombia, as liquidator and custodian of the books.

    Final Account:
    Immediately upon taking office, the Liquidator established in accordance with Article 2:31 of the Civil Code of Curaçao, the extent of the rights and obligations of the company. All creditors have been paid and there are no assets known to the Liquidator. The liquidation of the company can therefore be closed.

    The Liquidator

  • Liquidatie

    SQL Integrator International N.V.
    (in liquidatie)

    Besloten is om SQL Integrator International N.V. per 1 oktober 2026 te ontbinden onder benoeming van de heer A. Solomon, te Curaçao als vereffenaar en bewaarder van de boeken en bescheiden.

    De vereffenaar heeft terstond bij zijn aantreden vastgesteld dat geen aan hem bekende baten aanwezig zijn en dat derhalve ingevolge artikel 2:31 leden 6 en 7 BW de vereffening van de vennootschap is beëindigd.

    De vereffenaar

  • Liquidatie

    PUBLICATIE

    Hierbij deel ik u mede dat in de algemene vergadering van aandeelhouder d.d. 22 september 2026, gehouden ten kantore van de vennootschap is besloten om CW Technologies B.V.  per  21 september 2026 te liquideren met benoeming  van mevrouw Victoriia Shiderova als de vereffenaar

    De vereffenaar heeft terstond bij zijn aantreden vastgesteld, dat geen aan hem bekende baten aanwezig waren

    Ingevolge art. 2.31 lid 7 BW eindigt de verefffening en houdt de rechtspersoon op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaar zal een slotverantwoording opstellen en deze ter inzage leggen ten kantore van de rechtspersoon en het handelsregister.

    Prosperity Management Services B.V.
    Locale vertegenwoordiger van de vereffenaar

     

  • Liquidatie

    ATLANTIC DAWN N.V., in liquidatie

            Gevestigd op Curaçao

    In de op 22 September 2026 gehouden algemene vergadering van aandeelhouders is besloten om met ingang van 30 september 2026 tot ontbinding en algehele liquidatie  van de entiteit over te gaan.

     

    De Vereffenaar         

  • Oproeping

    A A N K O N D I G I N G

    Bij exploit van de vijfentwintigste september 2026, waarvan afschrift is gelaten aan de E.A. Heer Officier van Justitie bij het Gerecht in Eerste Aanleg in het Land Curaçao, heb ik, ROBERT ALEXANDER SIMEON RAMAZAN, aspirant deurwaarder werkzaam ten kantore van ROBERTICO ALEJANDRIO RAMAZAN, deurwaarder voor burgerlijke zaken bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie  van Aruba, Curaçao, St. Maarten, Bonaire, St. Eustatius en Saba en bij het Gerecht in Eerste Aanleg te Curaçao, wonende op Curaçao en kantoorhoudende aan de Roodeweg no. 159, gevolggevende aan de beschikking van, de E.A. Heer Rechter in het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao, van de 21ste september 2026 de heer JANEAL WILLIS JERMAINE GRAHAM, wonende in Curaçao, zonder bekend adres binnen Curaçao, OPGEROEPEN voor de terechtzitting van dinsdag, 26 januari 2027, des voormiddags om 10.00 uur, ten Raadhuize alhier aan het Emancipatie Blvd Dominico “Don” Martina no. 18  te verschijnen, teneinde op een door mevrouw JUDESCA JUDELINE HERMENEGILDA PAULO, ingediend verzoekschrift door de Rechter te worden gehoord.

    De deurwaarder voornoemd,
    R.A.S. RAMAZAN.

  • Oproeping

     

     

     

    A A N K O N D I G I N G

    Bij exploot van negenentwintigste september tweeduizendzesentwintig waarvan afschrift is gelaten aan de Heer Officier van Justitie bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao, die het oorspronkelijk voor “Gezien” heeft getekend, heb ik, PATRICK ELOGIO KIRINDONGO, deurwaarder voor burgerlijke zaken bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en bij het Gerecht in Eerste Aanleg Curaçao, wonende te Curaçao en  kantoorhoudende aan de Jan Noorduynweg No. 58-3, gevolg gevend aan de beschikking van de 21ste september 2026 van de E.A. Rechter in het Gerecht voormeld is Christian Jacobus BOSHOFF, zonder vaste bekende woon- of verblijfplaats in Curaçao of daarbuiten OPGEROEPEN om op dinsdag, 26 januari 2027 des voormiddag om 09.00 uur ter terechtzitting te verschijnen ten Raadhuize in het “Kas di Korte”, vroeger KPMG gebouw te Emancipatie Blvd Dominico “Don” Martina No. 18, voor de E.A. Heer Rechter, teneinde op de door Lobke KOOLEN, wonende te Curaçao, te dezer zake domicilie kiezende te Pietermaai No. 23, ten kantore van Soliana Bonapart & Aardenburg, van wie mr. E. Frins als gemachtigde optreedt, tegen hem/haar ingestelde vordering te antwoorden

     De deurwaarder voornoemd,
    P.E. Kirindongo.