| Publicatienummer: | P.B. 2026, no. 24 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Geconsolideerde Tekst Landsverordening |
| Ministerie: | Financiën |
| Datum ondertekening: | 03-11-2025 |
| Datum inwerktreding: | 27-02-1926 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK VI Openbare zedelijkheid)
|
LANDSBESLUIT van de 3de november 2025, no. 25/2627, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Absintverordening 1925
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 14 februari 1926 | n.v.t. | n.v.t. | Geconsolideerde tekst | P.B. 2026, no. 24 (GT) | n.v.t. |
Het is verboden absint in te voeren, te vervoeren, te vervaardigen, te verkopen, af te leveren en ter verkoop of ter aflevering voorhanden te hebben.
De doorvoer van absint is geoorloofd op de voet van de “Algemene Verordening I. U. en D. 1908”, met dien verstande dat absint, dat zal worden doorgevoerd, is alle aangiften en documenten met name moet worden vermeld.
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe bij landsverordening aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst.
2. De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:
a. alle inlichtingen te vragen;
b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen;
d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen;
e. vaartuigen, stilstaande voertuigen en de lading daarvan te onderzoeken.
3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.
4. Met machtiging van de Inspecteur zijn de ambtenaren bevoegd tot onderzoek aan kleding en lichaam van personen die zich van schepen aan de wal begeven.
5. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren.
6. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede en het vierde lid wordt gevorderd.
(vervallen)
Deze landsverordening wordt aangehaald als: Absintverordening 1925.