Regeling openbare registers - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Regeling openbare registers

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 86 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Ministeriële regeling met algemene werking
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 23-04-2026
Datum inwerktreding: 25-08-2007
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK II Eigendom)


MINISTERIËLE BESCHIKKING van de 23ste april 2026, no. 2023/033722, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Beschikking openbare registers

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats                              Zittingsjaar
25 augustus 2007 n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no.  86 (GT) n.v.t.

HOOFDSTUK 1
Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de landsverordening : de Landsverordening openbare registers ;
b. de Instelling : de organisatie belast met het kadaster en de openbare registers;
c. de bewaarder : de bewaarder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Landsverordening openbare registers;
d. perceel : een deel van het Curaçaose grondgebied van welke deel de instelling de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik en dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt.

HOOFDSTUK 2
Openbare registers voor onroerende zaken

Titel 1
Vorm van de openbare registers

Artikel 2

  1. Het formulier OR1, bedoeld in artikel 10, heeft de vorm van het model dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd.
  2. De formulieren OR2b, OR2d en OR2/3-vervolg, bedoeld in artikel 11, eerste lid, hebben de vorm van de modellen die als bijlage 2, 2a onderscheidenlijk bijlage 3 bij deze regeling zijn gevoegd.
  3. Het formulier OR3, bedoeld in artikel 12, heeft de vorm van het model dat als bijlage 4 bij deze regeling is gevoegd.
  4. Het formulier OR4, bedoeld in artikel 16, heeft de vorm van het model dat als bijlage 5 bij deze regeling is gevoegd.
  5. Het formulier OR5, bedoeld in artikel 17, heeft de vorm van het model dat als bijlage 6 bij deze regeling is gevoegd.

Artikel 3

1. Het register van voorlopige aantekeningen voor onroerende zaken, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, van de landsverordening, bestaat uit een register OR6, dat doorlopend wordt genummerd en waarin worden vermeld:
a. dag, uur en minuut van aanbieding;
b. de aard van het ter inschrijving aangeboden stuk;
c. voor zover bekend gesteld, naam en woonplaats van de aanbieder;
d. omschrijving van de gerezen bedenkingen dan wel reden van de boeking;
e. de datum en de reden van doorhaling van de voorlopige aantekening;
f. het register waarin en het nummer waaronder in dat register het stuk alsnog is ingeschreven.
2. Tevens worden in het register OR6 de overgelegde afschriften van de ter inschrijving aangeboden stukken in volgorde van nummering van de voorlopige aantekeningen opgeborgen. Ingeval de gerezen bedenking bestaat in het feit dat de vereiste formulieren niet zijn overgelegd of geheel of ten dele onleesbaar of geschonden zijn, wordt een afschrift door de bewaarder vervaardigd. Dit afschrift tezamen met de aan de bewaarder ter hand gestelde afschriften worden in de bovenvermelde volgorde opgeborgen.

Artikel 4

  1. Het register, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, van de landsverordening bestaat uit de formulieren OR6, die de vorm hebben van het model dat als bijlage 7 bij deze regeling is gevoegd. Achter het desbetreffende formulier OR6 worden gevoegd de daarop betrekking hebbende formulieren OR2b en OR2d of OR3 en OR2/3-vervolg zo het afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk mede op zodanige formulieren is gesteld, de door de bewaarder vervaardigde afschriften, bedoeld in artikel 3, tweede lid, alsmede de desbetreffende dagvaardingen en rechterlijke uitspraken.
  2. Formulieren OR6 en bijbehorende stukken betreffende doorgehaalde aantekeningen worden afzonderlijk bewaard in de volgorde van het nummer.

Titel 2
Aantekeningen in de openbare registers

Artikel 5

  1. In de registers van inschrijving van stukken die betrekking hebben op onroerende zaken en de rechten waaraan deze onderworpen zijn, worden door de bewaarder de aantekeningen, genoemd in het tweede en derde lid, gesteld in de in die leden genoemde gevallen.
  2. In geval van een inschrijving van een stuk tot verbetering als bedoeld in artikel 42 van de landsverordening vindt onderlinge verwijzing plaats tussen deze inschrijving en de verbeterde inschrijving door de vermelding: “verbetering van deel …. nr. …,” onderscheidenlijk: “zie verbetering in deel …. nr. …”, onder invulling van de desbetreffende gegevens.
  3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van inschrijvingen die een wijziging of aanvulling inhouden van eerder ingeschreven stukken.

Artikel 6

  1. In de registers OR2b en OR2d worden, onverminderd het bepaalde in artikel 5, de aantekeningen, bedoeld in het tweede lid, gesteld.
  2. In geval van inschrijving van stukken die op hypotheken en beslagen betrekking hebben, vindt onderlinge verwijzing plaats tussen de oorspronkelijke inschrijving en de latere inschrijving, door de vermelding van het desbetreffende deel en nummer en een korte aanduiding van het later ingeschreven stuk.

Artikel 7

  1. Ingeval de inhoud van de openbare registers is vervangen door mechanische of geautomatiseerde reproducties daarvan, geschiedt het stellen van aantekeningen op een blanco formulier OR2b, OR2d en OR3, onder het hoofd “Aantekeningen”. Dit formulier wordt, na invulling van de plaatsnaam van het kantoor en van het deel en nummer van de inschrijving waarop de aantekening betrekking heeft, in volgorde van deel en nummer ter raadpleging op het kantoor bewaard. Ter aanduiding van genoemde aantekeningen wordt bij de desbetreffende microfoto’s of scans een A geplaatst.
  2. Een aantekening als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gesteld op een op de desbetreffende filmcassette bevestigde sticker.

Artikel 8

  1. In het register OR6 worden, onverminderd artikel 23, de aantekeningen, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid, gesteld.
  2. In geval van inschrijving van een stuk tot verbetering als bedoeld in artikel 42 van de landsverordening, wordt, indien het te verbeteren stuk is geboekt in het register van voorlopige aantekeningen, verwezen naar bedoeld ingeschreven stuk, door de vermelding: “zie verbetering in deel … nr. …”, onder invulling van de desbetreffende gegevens.
  3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van inschrijvingen die een wijziging of aanvulling inhouden van in het register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken.
  4. Indien in het register van voorlopige aantekeningen geboekte stukken met elkaar verband houden op de wijze, bedoeld in het tweede en derde lid, vindt onderlinge verwijzing plaats.

Artikel 9

De aantekeningen, bedoeld in de artikelen 5, 6 en 8 geschieden met zwarte inkt in de daarvoor bestemde plaatsen op de formulieren OR2b, OR2d, OR3 en OR6.

Titel 3
Formulieren voor de inschrijving van stukken in de openbare registers;
vereisten voor de invulling en aanbieding ter inschrijving
van die formulieren

Artikel 10

Alle akten en stukken die ter inschrijving worden ingeleverd worden, naar mate zij binnenkomen, dadelijk extractsgewijs, onder een doorlopend nummer, in het dagregister geboekt op een formulier OR1.

Artikel 11

  1. Bij de aanbieding ter inschrijving van stukken betreffende vestiging van een recht van hypotheek, alsmede ter inschrijving van een proces-verbaal van inbeslagneming wordt een afschrift van het desbetreffende stuk gesteld op het door de Instelling verstrekte formulieren OR2b en OR2d, zo nodig vervolgd op één of meer formulieren OR2/3-vervolg.
  2. Het eerste lid is tevens van toepassing, indien de aangeboden stukken feiten betreffen die betrekking hebben op een recht van hypotheek of een proces-verbaal van inbeslagneming.
  3. Het eerste lid is ook van toepassing, indien stukken ter inschrijving worden aangeboden als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de landsverordening, met het uitsluitend doel dat daarnaar kan worden verwezen in later ter inschrijving aangeboden stukken als bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 12

Bij de aanbieding ter inschrijving van alle andere stukken, dan die bedoeld in artikel 11, wordt een afschrift van het desbetreffende stuk gesteld op het door de Instelling verstrekte formulier OR3, zo nodig vervolgd op één of meer formulieren OR2/3-vervolg.

Artikel 13

Indien een ter inschrijving aangeboden stuk feiten bevat, zowel bedoeld in artikel 11 als in artikel 12, zijn beide genoemde artikelen van toepassing, met dien verstande dat uitsluitend artikel 12 van toepassing is, indien het betreft een beschikking of enig ander stuk waardoor ingevolge een wetsbepaling met betrekking tot een zaak bestaande lasten en rechten vervallen of tenietgaan.

Artikel 14

De artikelen 11 en 12 zijn op elk van de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de landsverordening afzonderlijk van toepassing.

Artikel 15

  1. De formulieren, bedoeld in de artikelen 11 en 12, worden ingevuld en aangeboden met inachtneming van de vereisten, genoemd in het tweede tot en met achtste lid.
  2. De formulieren, die niet gevouwen of gekreukt mogen worden, worden slechts bewerkt op het voor het afschrift bestemde gedeelte binnen de zware omlijning, waarbij de kantlijn tussen de zware lijn en de haarlijn blanco blijft, met dien verstande dat hierin wel renvooien mogen worden geplaatst.
  3. Indien al dan niet van één of meer vervolgbladen gebruik wordt gemaakt, wordt dat door degene die de verklaring van eensluidendheid, bedoeld in artikel 3, heeft ondertekend, vermeld op de daartoe bestemde plaatsen op de formulieren OR2b en OR2d dan wel OR3 alsmede, in geval van gebruik van vervolgbladen, het aantal bijbehorende vervolgbladen, en op het formulier OR2/3-vervolg het rangnummer van het vervolgblad. De ondertekenaar stelt bij deze vermeldingen zijn paraaf.
  4. Het afschrift wordt met de schrijfmachine vervaardigd, waarbij het schrift ontstaat door onmiddellijke aanraking van het papier met zwart inktlint. Het vervaardigen van een afschrift door middel van een printer, dan wel door middel van druk – xerografie, offsetdruk en andere wijzen van reproductie daaronder begrepen -, mits in zwart en duidelijk leesbaar, is geoorloofd. Een beperkte aanvulling van de tekst met de pen is geoorloofd, mits in zwart en duidelijk leesbaar schrift.
  5. Wijzigingen of raderingen mogen in het afschrift niet worden aangebracht. Bijvoegingen en doorhalingen worden met de pen, met de schrijfmachine of een printer terzijde van de kantlijn in zwarte inkt aangebracht onder opgaaf van het aantal bijgevoegde of doorgehaalde woorden, letters en cijfers, en geparafeerd door de ondertekenaar, of op overeenkomstige wijze vermeld vóór de verklaring van eensluidendheid, bedoeld in artikel 3 van de Uitvoeringsregeling openbare registers.
  6. Doorhalingen geschieden zodanig dat het doorgehaalde leesbaar blijft.
  7. Indien de ruimte aan de voorzijde van een formulier ontoereikend is, wordt de tekst aan de achterzijde van het formulier vervolgd en mag niet op de voorzijde van een ander formulier worden verder gegaan.
  8. De formulieren mogen niet zijn geschonden en dienen geschikt te zijn voor een doeltreffende en doelmatige publicatie.

Artikel 16

De gegevens omtrent de zakelijke rechthebbenden en de registergoederen worden geboekt op een formulier OR4.

Artikel 17

Alle persoonlijke gegevens met betrekking tot de zakelijke rechthebbenden worden, met verwijzing naar deel en nummer van het repertorium en de artikelsgewijze legger, zulks voor zover een artikelsgewijze legger door de instelling wordt bijgehouden, geboekt op een formulier OR5.

Titel 4
Rangschikking en wijze van opberging van de afschriften
van ter inschrijving aangeboden stukken

Artikel 18

  1. De formulieren OR2b, OR2d en OR3 worden in volgorde van het tijdstip van aanbieding gerangschikt en voorzien van het deel en nummer, alsmede het bladnummer, bedoeld in artikel 13 van de landsverordening. Zij worden voorts bewerkt overeenkomstig de op de formulieren voorkomende aanwijzingen.
  2. In geval van inschrijving van een stuk dat aanvankelijk in het register van voorlopige aantekeningen is geboekt, worden de formulieren, bedoeld in het eerste lid, opgeborgen bij de formulieren welke betrekking hebben op de dag waarop de inschrijving opnieuw is verzocht of door de rechter is bevolen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de landsverordening.

Artikel 19

  1. De registers OR2b, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling openbare registers worden gevormd met inachtneming van het tweede en derde lid.
  2. De formulieren OR2b, met de vervolgbladen, worden in de volgorde van de bladnummers verzameld in blauwe banden, welke van het nummer van het deel worden voorzien.
  3. In een band worden 200 bladen opgenomen, zo nodig vermeerderd met vervolgbladen die bij het laatst opgenomen stuk behoren.

Artikel 20

  1. De registers OR2d, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling openbare registers worden gevormd met inachtneming van het tweede en derde lid.
  2. De formulieren OR2d, met vervolgbladen, worden in de volgorde van de bladnummers verzameld in zwarte banden, welke van het nummer van het deel worden voorzien.
  3. In een band worden 200 (tweehonderd) bladen opgenomen, zodanig vermeerderd met vervolgbladen die bij het laatst opgenomen stuk behoren.

Artikel 21

Het register OR3, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling openbare registers worden gevormd met inachtneming van artikel 19, tweede en derde lid, dat van overeenkomstige toepassing is, met dien verstande dat de formulieren OR3, met de vervolgbladen, in groene banden worden verzameld.

Titel 5
Voorlopige aantekeningen

Artikel 22

Indien op een ingeschreven stuk tevens melding wordt gemaakt van de doorhaling van de voorlopige aantekening bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de landsverordening, wordt aan de aantekening, bedoeld in artikel 13 van de landsverordening, het volgende toegevoegd:

“De voorlopige aantekening onder nr. …. is doorgehaald. (Tijdstip van hernieuwde aanbieding: ………)”, onder invulling van de desbetreffende gegevens.

Artikel 23

  1. In een geval waarin het voor inschrijving vereiste afschrift niet is aangeboden, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de landsverordening, vervaardigt de bewaarder van het stuk een mechanische reproductie op ware grootte, dat wordt opgeborgen achter het desbetreffende formulier OR6 in het register van voorlopige aantekeningen.
  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval de inschrijving is geweigerd op grond van de omstandigheid, voorzien in artikel 15, vierde lid, van de landsverordening, met dien verstande dat het afschrift slechts wordt vervaardigd indien naar het oordeel van de bewaarder het aangeboden formulier niet voldoende duidelijk leesbaar is.

Artikel 24

  1. Uitgebrachte dagvaardingen en uitspraken van de rechter in eerste aanleg als bedoeld in artikel 16 van de landsverordening, worden aangetekend in het register van voorlopige aantekeningen door vermelding van de datum van uitbrenging dan wel uitspraak en het nummer waaronder het stuk is opgeborgen achter het desbetreffende formulier OR6.
  2. Indien de inschrijving alsnog is bevolen dan wel opnieuw is verzocht als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de landsverordening wordt dat in het register van voorlopige aantekeningen aangetekend door vermelding van het tijdstip waarop de inschrijving alsnog is bevolen dan wel opnieuw is verzocht, alsmede het deel en nummer van inschrijving, bedoeld in artikel 13 van de landsverordening.
  3. Indien het tweede lid toepassing heeft gevonden, wordt de voorlopige aantekening doorgehaald door de vermelding op het formulier OR6 van de datum van doorhaling en een korte omschrijving van de reden daarvan. Op het formulier wordt een schuine potloodstreep getrokken, waarna het formulier en de daarbij behorende stukken in een afzonderlijke band worden bewaard.
  4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van de omstandigheid, bedoeld in artikel 20, zesde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Titel 6
Bewijs van ontvangst en overige bepalingen

Artikel 25

  1. Het bewijs van ontvangst, bedoeld in artikel 18 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, wordt gesteld op een formulier, waarvan de vorm overeenkomt met het model dat als bijlage 8 bij deze regeling is gevoegd.
  2. Indien de aanbieder op het bewijs van ontvangst aantekening verlangt van de verrichte inschrijving, wordt op het formulier OR6 de desbetreffende kolom voor het deel en nummer ingevuld en wordt op het formulier de volgende ondertekende verklaring gesteld: “De inschrijving heeft plaatsgevonden op bovengenoemd tijdstip. De afschriften zijn opgenomen in het deel en onder het volgnummer zoals is aangegeven”. Ingeval een bepaald stuk niet is ingeschreven, doch is geboekt in het register van voorlopige aantekeningen, wordt in de verklaring, bedoeld in de eerste volzin, tevens daarvan melding gemaakt onder opgaaf van het nummer van dat register.

Artikel 26

Indien de bewaarder vermoedt dat een inschrijving als bedoeld in de artikelen 38 en 39 van de landsverordening, niet meer van belang is, benadert hij de personen, bedoeld in artikel 40, onderdeel a, van de landsverordening, met de vraag of de desbetreffende inschrijving nog van belang is, en met de uitnodiging om, zo dit niet het geval is, de waardeloosheid daarvan te doen inschrijven. Desgewenst kan door de bewaarder het in te schrijven stuk zodanig worden gereedgemaakt dat betrokkene de stukken slechts heeft te ondertekenen en ter inschrijving aan te bieden.

Artikel 27

  1. Indien bij de aanbieding ter inschrijving stukken voor bewijs worden overgelegd die niet mede worden ingeschreven, worden aan de aantekeningen, bedoeld in artikel 13 van de landsverordening, toegevoegd:
    “Bij de aanbieding ter inschrijving is/zijn het/de volgende stuk(ken) overgelegd:”, onder vermelding van een korte aanduiding van elk van de overgelegde stukken.
  1. Op de desbetreffende formulieren OR2b en OR2d of OR3 wordt melding van de overgelegde stukken gemaakt door het stellen van de volgende door de bewaarder te ondertekenen verklaring:
    “Bij de aanbieding ter inschrijving zijn overgelegd:”, onder vermelding van een korte aanduiding van de stukken.

HOOFDSTUK 3
Verstrekking van inlichtingen

Titel 1
Verstrekking van inlichtingen uit de openbare registers
voor onroerende zaken

Afdeling 1
Afschriften

Artikel 28

1. Afschriften als bedoeld in artikel 99 van de landsverordening worden verstrekt in de vorm van mechanische of geautomatiseerde reproducties van het volledige stuk. Op de afschriften wordt melding gemaakt van de volgende gegevens:
a. het desbetreffende kantoor van de Instelling,
b. de datum van verstrekking van het afschrift,
c. het verschuldigde kadastraal recht en
d. de volgende door de bewaarder ondertekende verklaring:
Voor eensluidend afschrift,
De bewaarder van het kadaster
en de openbare registers.
2. Indien slechts bepaalde gegevens uit een in de openbare registers opgenomen stuk worden gevraagd, wordt een uittreksel verstrekt in de vorm van een mechanische of geautomatiseerde reproductie van het stuk, die is beperkt tot die gehele bladzijde of bladzijden van het desbetreffende register waarop de gevraagde gegevens voorkomen. Op het afschrift wordt, onverminderd het eerste lid, bovendien vermeld:
Afschrift, bevattende ….. bladzijde(n) van de inschrijving kantoor …………….. deel …. nr. …, onder invulling van de desbetreffende gegevens.
3. Indien het te verstrekken afschrift of uittreksel betrekking heeft op een boeking in het register van voorlopige aantekeningen, is het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in de door de bewaarder te ondertekenen verklaring zo nodig wordt vermeld op welke stukken de mechanische of geautomatiseerde reproductie betrekking heeft.
4. Op het afschrift of uittreksel worden de gedeelten die op de gevraagde gegevens betrekking hebben zo nodig met een verticale streep in de kantlijn aangeduid.

Afdeling 2
Getuigschriften inzake hypotheken en beslagen

Artikel 29

  1. Op het getuigschrift inzake hypotheken en beslagen wordt bij ieder perceelnummer de letter “n” of “d” vermeld, met daarbij de aantekening:
    “n” betekent: met betrekking tot het perceel bestaan geen inschrijvingen inzake hypotheken en beslagen die zijn doorgehaald;
    “d” betekent: met betrekking tot het perceel bestaan inschrijvingen inzake hypotheken en beslagen die zijn doorgehaald.
  2. De vorm van het getuigschrift komt overeen met de modellen die als bijlagen 9 en 10 bij deze regeling zijn gevoegd.

Artikel 30

Indien bij tenminste één van de op het getuigschrift vermelde percelen een inschrijving inzake hypotheken en beslagen wordt vermeld, worden bij de desbetreffende percelen vermeld:
a. het deel en nummer van het register van inschrijving,
b. het tijdstip van de aanbieding ter inschrijving,
c. de aard van het ingeschreven stuk,
d. de gegevens van degene te wiens behoeve de inschrijving strekt, en
e. de verwijzing naar bijlagen, zo deze er zijn.

Artikel 31

Indien van de op het getuigschrift vermelde inschrijvingen inzake hypotheken en beslagen nog andere gegevens worden verlangd dan in het getuigschrift zijn vermeld, worden bij het getuigschrift afschriften van de inschrijvingen waarin deze gegevens voorkomen, als bijlagen bijgevoegd. Op deze afschriften is artikel 27 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 32

Als het getuigschrift betrekking heeft op een perceel of ondergesplitst appartementsrecht, dat betrokken is in een splitsing of ondersplitsing in appartementsrechten, worden mede vermeld alle desbetreffende inschrijvingen welke betrekking hebben op de bij dat perceel of ondergesplitst appartementsrecht behorende appartementsrechten.

Artikel 33

Als een getuigschrift een appartementsrecht betreft worden tevens opgegeven de desbetreffende inschrijvingen welke betrekking hebben op alle percelen of ondergesplitste appartementsrechten die in de desbetreffende splitsing in appartementsrechten zijn betrokken, tenzij de inschrijvingen met betrekking tot de desbetreffende percelen zijn doorgehaald.

Afdeling 3
Overige getuigschriften

Artikel 34

  1. Het getuigschrift van inschrijvingen, voor zover zij niet betreffen hypotheken en beslagen, wordt gesteld op het formulier, waarvan de vorm overeenkomt met het model dat als bijlage 11 bij deze regeling is gevoegd.
  2. Indien het getuigschrift, bedoeld in het eerste lid, alleen betrekking heeft op de aankomsttitel van de vermelde betrokkene ten aanzien van één of meer percelen, wordt het getuigschrift gesteld op het formulier, waarvan de vorm overeenkomt met het model dat als bijlage 12 bij deze regeling is gevoegd.

Artikel 35

  1. In het hoofd van de getuigschriften worden alle percelen, waarvan opgaaf van inschrijvingen en andere gegevens worden verzocht, afzonderlijk vermeld.
  2. Inschrijvingen, waarvan de betrokkene geen opgaaf verlangt, worden buiten beschouwing gelaten.

Artikel 36

Op afschriften als bedoeld in artikel 99 van de landsverordening, die zijn gevoegd bij de getuigschriften, bedoeld in de artikelen 28 tot en met 34, is artikel 27 van toepassing.

Afdeling 4
Vermelding van voorlopige aantekeningen;
wijze van raadpleging

Artikel 37

  1. Indien op een getuigschrift als bedoeld in de artikelen 25 tot en met 31, percelen voorkomen ten aanzien waarvan sprake is van voorlopige aantekeningen die nog niet zijn doorgehaald, wordt op het desbetreffende getuigschrift bij die percelen daarvan melding gemaakt door het stellen van de aantekening: “Voorlopige aantekening(en) nr(s) ……, zie bijlage(n) ..”, onder invulling van de desbetreffende nummers.
  2. Als bijlagen bij het getuigschrift, bedoeld in het eerste lid, worden afschriften van de desbetreffende stukken toegevoegd. Artikel 27 is van toepassing op de afschriften, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 38

  1. De raadpleging van de openbare registers geschiedt door het nemen van inzage aan het kantoor van de Instelling, en het verstrekken van inlichtingen, zowel bij de balie als door middel van telefax en soortgelijke apparatuur of via het internet.
  2. Indien de inhoud van de openbare registers is vervangen door mechanische of geautomatiseerde reproducties daarvan, geschiedt de raadpleging van de openbare registers met behulp van ten kantore aanwezige, daartoe bestemde lees- en reproductieapparatuur.

Artikel 39

  1. De vergissingen, verzuimen of andere onregelmatigheden, bedoeld in artikel 116, eerste lid, van de landsverordening, worden op de dag dat zulks blijkt, onverwijld hersteld. Op het desbetreffende stuk wordt een door de bewaarder gedagtekende en ondertekende aantekening gesteld, inhoudende een korte vermelding van de inhoud van de onregelmatigheid en het tijdstip van de herstelling.
  2. Indien het te verbeteren stuk inmiddels is vervangen door een mechanische of geautomatiseerde reproductie daarvan, wordt de in het eerste lid bedoelde aantekening gesteld op de wijze, bepaald in artikel 9.
  3. Indien zulks naar het oordeel van de bewaarder wenselijk is, worden de aanbieder van het desbetreffende stuk en eventueel andere hem bekende belanghebbenden per brief in kennis gesteld van de onregelmatigheid, de verbetering daarvan en het tijdstip van verbetering.

Artikel 40

De kennelijke misslagen, begaan bij de bijwerking van de kadastrale registratie, bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de landsverordening, worden op de dag dat zulks blijkt, onverwijld hersteld. Bij de herstelde gegevens wordt een aantekening gesteld, inhoudende een korte vermelding van de inhoud van de misslag en het tijdstip van de herstelling.

Artikel 41

  1. De kennelijke misslagen begaan bij de bijwerking van door de Instelling gehouden kaarten en daaraan ten grondslag liggende bescheiden, bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de landsverordening, worden op de dag dat zulks blijkt onverwijld hersteld met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid.
  2. Ingeval bij het vervaardigen van relazen van bevindingen een vroeger begane misslag wordt verbeterd, wordt op het desbetreffende relaas verwezen naar het stuk waarbij die misslag was ontstaan. Op het verbeterde stuk wordt naar het desbetreffende relaas verwezen.
  3. Een misslag of aanmerkelijke onnauwkeurigheid in de grootte van een perceel, alsmede het herstel daarvan wordt aangetekend op het formulier inzake de berekening van de grootten van percelen, alsmede in de metingstaat.
  4. Op de hulpkaart wordt bij herstelde lijnen of lijnstukken het woord redres geschreven. In het geval dat een perceelnummer ten gevolge van een misslag ten onrechte is ontstaan en derhalve van de kadastrale kaart moet worden verwijderd, wordt op de desbetreffende hulpkaart verwezen naar de nieuwe hulpkaart.
  5. Indien het herstel van een misslag leidt tot wijziging van de kadastrale registratie, wordt een metingstaat opgemaakt waarin de misslag en het herstel zijn vermeld.

HOOFDSTUK 4
Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 42

(vervallen)

Artikel 43

Deze ministeriële regeling met algemene werking wordt aangehaald als: Regeling openbare registers.

Bijlage 1

Druk hier

Bijlage 2

Druk hier

Bijlage 2a

Druk hier

Bijlage 3

Druk hier

Bijlage 4

Druk hier

Bijlage 5

Druk hier

Bijlage 6

Druk hier

Bijlage 7

Druk hier

Bijlage 8

Druk hier

Bijlage 9

Druk hier

Bijlage 10

Druk hier

Bijlage 11

Druk hier

Bijlage 12

Druk hier

Naar boven