Curaçaose mijnwet - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Curaçaose mijnwet

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 199 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsverordening
Ministerie: Economische Ontwikkeling
Datum ondertekening: 07-05-2026
Datum inwerktreding: 30-01-1911
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK X Economische aangelegenheden)


LANDSBESLUIT van de 7de mei 2026, no. 26/1255, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Curaçaosche mijnwet

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
30-1-1911 n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 199 (GT) n.v.t.

Artikel 1

  1. Onder delfstoffen worden voor de toepassing van deze wettelijke regeling verstaan alle uit de bodem gedolven of op andere wijze uit de bodem gewonnen natuurlijke zelfstandigheden, met uitzondering van die zelfstandigheden die algemeen in Curaçao voorkomen en uitsluitend dienen voor de aanleg van wegen, voor toeslag voor beton, en voor huizenbouw en kunstwerken in Curaçao.
  2. Voor zover uit deze wettelijke regeling niet anders voortvloeit, zijn alle delfstoffen eigendom van de rechtspersoon het Land Curaçao.
  3. Het recht om delfstoffen op te sporen of te ontginnen wordt verkregen, het eerste krachtens een vergunning, het tweede krachtens een concessie, beide te verlenen door de Gouverneur.
  4. Vergunning tot opsporing wordt verleend voor een bepaalde tijd, drie achtereenvolgende jaren niet te boven gaande. Zij kan vóór het verstrijken van de vergunningstermijn tot tweemaal telkens voor de tijd van een jaar worden verlengd. De vroeger ingediende aanvrage om een vergunning tot opsporing heeft de voorkeur boven de later ingediende.
  5. Concessie tot ontginning wordt verleend voor een bepaalde tijd, vijfenzeventig jaren niet te boven gaande.
  6. De wijze waarop, de uitgestrektheid waarvoor, en de voorwaarden waaronder de genoemde vergunningen en concessies zullen kunnen worden verkregen, alsook de rechten en verplichtingen, uit die vergunningen en concessies voortvloeiende en de rechten en verplichtingen van de rechthebbende, voor het geval ten behoeve van opsporingen of ontginningen over de grond moet worden beschikt worden bij landsverordening geregeld.
  7. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen andere stoffen onder de werking van deze landsverordening worden gebracht, dan wel bepaalde delfstoffen aan de werking van deze landsverordening worden onttrokken.

Artikel 2

  1. De ontdekking van een in deze wet genoemde delfstof geeft de ontdekker die òf is houder van een vergunning tot opsporing òf concessionaris op het veld, binnen welks grenzen de delfstof is ontdekt, recht op concessie tot ontginning van de ontdekte delfstof, zodra hij zijn aanspraken doet gelden, met dien verstande evenwel dat de ontdekker, die houder is van een vergunning tot opsporing, zijn aanspraken behoort geldend te maken vóór het verstrijken van de termijn waarvoor de vergunning verleend of verlengd is en dat het vroeger ingediende verzoek de voorkeur heeft boven het later ingediende.
  2. Het hier bedoelde recht op concessie kan, mits in zijn geheel, aan anderen, voldoende aan de vereisten in artikel 5 gesteld, worden overgedragen, behoudens goedkeuring van de Gouverneur.

Artikel 3

  1. Het op grond van de concessie verworven recht behoort tot de onroerende zaken; het is voor hypotheek vatbaar en kan door de concessionaris worden vervreemd.
  2. De titel van aankomst van dat recht moet worden openbaar gemaakt op de wijze bij landsverordening te regelen. Eerst door die openbaarmaking wordt het recht als bestaande aangemerkt.

Artikel 4

  1. Onder rechthebbende op de grond wordt verstaan degene, die een zakelijk recht daarop heeft. Onder derde belanghebbende wordt verstaan degene, wiens uit een persoonlijk recht voortvloeiende belangen door een opsporing of ontginning kunnen worden geschaad.
  2. Onder opsporing wordt verstaan het opzettelijk ingesteld onderzoek naar de in artikel 1 genoemde delfstoffen met het oogmerk om recht tot mijnontginning te verwerven en onder ontginning of mijnontginning de opzettelijke winning van deze delfstoffen, onverschillig of die winning geschiedt door onderaardse mijnwerken, open groeven, grondboringen of op andere wijze.

Artikel 5

  1. Geen anderen kunnen houders van vergunningen tot opsporing of van concessies zijn dan:
    a. Nederlander;
    b. ingezetenen van Nederland of van het Land Curaçao;
    c. vennootschappen, gevestigd in Nederland of in het Land Curaçao, waarvan wat de naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen betreft, de enige bestuurder of commissaris, dan wel, als er twee zijn, beide, of, als er meer bestuurders zijn, de meerderheid, alsmede de meerderheid van de commissarissen, en, wat vennootschappen onder een firma en die bij wijze van geldschieting betreft, de enige beherende vennoot, dan wel, als er twee zijn, beide, of als er meer beherende vennoten zijn de meerderheid, Nederlander dan wel ingezetenen van het Land Curaçao zijn;
    met dien verstande, dat de niet in het Land Curaçao gevestigde personen of vennootschappen aldaar behoorlijk moeten zijn vertegenwoordigd.
  2. Als ingezetenen van het Land Curaçao worden aangemerkt zij, die hun woonplaats in Curaçao hebben. Het ingezetenschap houdt op door vestiging van de woonplaats buiten Curaçao. Een minderjarige in de zin van de Curaçaose wet, wiens vader of voogd ingezetene is, wordt als ingezetene aangemerkt. Meerderjarig geworden, behoudt hij de hoedanigheid van ingezetene, indien hij zijn woonplaats in Curaçao vestigt.
  3. De rechten en verplichtingen, uit een vergunning tot opsporing en uit een concessie voorvloeiende, gaan bij overlijden van de wettige houder over op diens rechtverkrijgenden, voor zover zij reeds dadelijk, dan wel binnen de tijd van één jaar na het openvallen van de erfenis, voldoen aan de vereisten van dit artikel. Zij kunnen binnen dat jaar worden overgedragen aan personen of vennootschappen, die voldoen aan de vereisten van dit artikel, behoudens goedkeuring van de Gouverneur.
  4. Geschillen nopens het voldoen aan de vereisten van dit artikel worden beslist door de Rechter, op de wijze, te regelen bij landsverordening.

Artikel 6

De vergunning tot opsporing, het recht op concessie en de concessie vervallen van rechtswege:
a. wanneer de houder van de vergunning, die van het recht op concessie of de concessionaris ophoudt aan de in artikel 5 gestelde vereisten te voldoen;
b. bij overlijden van de houder van de vergunning, van die van het recht op concessie of van de concessionaris, ten aanzien van zijn rechtverkrijgende, die niet binnen de in artikel 5 genoemde termijn aan de in dat artikel gestelde vereisten heeft voldaan.

Artikel 7

  1. De concessionaris kan van de hem bij de concessie verleende rechten door de Gouverneur worden vervallen verklaard:
    a. ingeval hij, op bekomen last om de ontginning wegens, naar het oordeel van de Gouverneur, overwegende redenen van algemeen belang aan te vangen of na staking weder op te vatten, in gebreke blijft binnen de hem gestelde tijd aan die last ten genoegen van de Gouverneur te voldoen;
    b. ingeval hij achterlijk of nalatig is in de nakoming van verplichtingen, hem ter zake van de ontginning bij wettelijke voorschriften of bij de akte van concessie opgelegd, dan wel ingeval hij weigert of in gebreke blijft gevolg te geven aan de in het algemeen belang of in het belang van de veiligheid van personen en goederen door een daartoe bevoegde autoriteit omtrent zijn werken gegeven voorschriften.
  2. Tot de vervallenverklaring wordt niet overgegaan dan nadat de concessionaris of zijn gemachtigde door of vanwege de Gouverneur met het voornemen tot vervallenverklaring bij een bij deurwaardersexploit betekende akte is in wetenschap gesteld, hem de gelegenheid is gegeven om voor zijn belangen op te komen en hij tevens een hem te verlenen, met de datum van betekening van het exploit ingaande termijn van ten minste één jaar om zijn verplichtingen volledig na te komen of om aan de gestelde eisen te voldoen, onbenut heeft laten voorbijgaan. Voor zover die verplichting strekt tot betaling van een geldsom, zal de termijn ten minste drie maanden zijn.

Artikel 8

  1. De concessionaris, die bij beschikking van de Gouverneur van zijn rechten is vervallen verklaard, kan daarvan in beroep komen bij het Gerecht in eerste aanleg. Het Gerecht beschikt op het beroep na de Minister van Economische Ontwikkeling te hebben gehoord.
  2. De termijn binnen welke en de wijze waarop het beroep wordt ingesteld, benevens de gevolgen van de vervallenverklaring worden geregeld bij landsverordening.

Artikel 9

Deze landsverordening, behoudens het eerste en tweede lid van artikel 1, benevens de daarop gegronde wettelijk regelingen – voor zover het tegendeel daarin niet is uitgedrukt – zijn niet van toepassing op van Regeringswege ondernomen opsporingen en ontginningen, blijvende de bevoegdheid van de Regering onverkort om opsporingen en ontginningen te bewerkstelligen, wanneer zij niet in strijd komen met aan bijzondere personen of gemeenschappen verleende mijnrechtelijke bevoegdheden.

Slot- en overgangsbepaling

Artikel 10

(vervallen)

Artikel 11

(vervallen)

Artikel 12

Deze landsverordening wordt aangehaald als: Curaçaose mijnwet.

Naar boven