Landsbesluit bekostiging onderwijs
Landsbesluit bekostiging onderwijs
| Publicatienummer: |
P.B. 2014, no.
105
|
| Categorie: |
Landsbesluit
|
| Ministerie: |
Onderwijs, Wetenschap, Cultuur & Sport
|
| Datum ondertekening: |
04-11-2014 |
| Datum inwerktreding: |
20-12-2014 |
| Geregistreerd in: |
|
LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, van de 4de november 2014 ter uitvoering van artikel 46, vierde lid, van de Landsverordening funderend onderwijs1, artikel 60, derde lid, van de Landsverordening voortgezet onderwijs2 en artikel 46, (..)
Paragraaf 1
Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit landsbesluit wordt verstaan onder:
a. minister : Minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport;
b. bevoegd gezag : voor wat betreft:
1. een openbare school of instelling:
a. de minister of
b. het openbaar orgaan, bedoeld in artikel 35 van de Landsverordening funderend onderwijs dan wel in artikel 40a van de Landsverordening voortgezet onderwijs dan wel in artikel 44 van de Landsverordening secundair beroepsonderwijs en educatie;
2. een bijzondere school of instelling: het schoolbestuur dan wel het instellingsbestuur;
c. school : een school voor funderend onderwijs in de zin van de Landsverordening funderend onderwijs en een school voor voortgezet onderwijs in de zin van de Landsverordening voortgezet onderwijs;
d. instelling : een instelling voor secundair beroepsonderwijs in de zin van de Landsverordening secundair beroepsonderwijs en educatie;
e. opleiding : een opleiding voor secundair beroepsonderwijs in de zin van de Landsverordening secundair beroepsonderwijs en educatie;
f. leerling : leerling in de zin van de Landsverordening funderend onderwijs en de Landsverordening voortgezet onderwijs alsmede de deelnemer in de zin van de Landsverordening secundair beroepsonderwijs en educatie;
g. schooljaar : het jaar lopende van 1 augustus tot en met 31 juli van het daarop volgende kalenderjaar;
h. financiële verslaggeving: de balans en exploitatierekening met de toelichting.
Paragraaf 2
Personele kosten en exploitatiekosten
Artikel 2
- Indien een school of opleiding van overheidswege voor bekostiging in aanmerking is gebracht, wordt jaarlijks een vergoeding toegekend voor de personele kosten onderscheidenlijk de exploitatiekosten.
- De personele kosten betreffen de kosten van:
a. personeel,
b. nascholing en
c. leerlingenzorg.
- De exploitatiekosten betreffen de kosten van:
a. huisvesting, waaronder wordt begrepen:
i. onderhoud, beveiliging, verzekering en vervanging van inventaris,
ii. onderhoud, beveiliging en verzekering van gebouwen en terreinen,
iii. energie en water,
iv. schoonmaken,
v. heffingen, en
vi. huur van gebouwen en terreinen;
b. inrichtings- en aanverwante kosten;
c. administratie, beheer en bestuur;
d. additionele kosten.
- Bij ministeriële beschikking kan de vergoeding of een deel van de vergoeding van de nascholing dan wel van de exploitatiekosten aan een andere instantie dan het bevoegd gezag van een school of instelling worden uitgekeerd.
- Artikel 13 is niet van toepassing op de vergoedingen, bedoeld in het vierde lid.
Artikel 3
- De normering voor de personele kosten wordt uitgedrukt in een te vergoeden aantal uren, vertaald in formatiepunten, per onderwijssoort, per school of opleiding en per leerling voor directie, onderwijzend personeel en niet-onderwijzend personeel.
- De normering voor de exploitatiekosten wordt uitgedrukt in een te vergoeden bedrag per onderwijssoort, per school of opleiding en per leerling.
- De normering bedoeld in het eerste en tweede lid geschiedt aan de hand van de bijlagen 1 tot en met 5 bij dit landsbesluit.
Artikel 4
- Bij ministeriële beschikking wordt uiterlijk 1 juni voorafgaande aan het schooljaar de voorlopige vergoeding voor de personele kosten en de exploitatiekosten vastgesteld aan de hand van de normering, bedoeld in artikel 3, op basis van het aantal leerlingen dat per 1 december voorafgaande aan het schooljaar was ingeschreven.
- De vergoeding mag niet voor andere doeleinden worden aangewend dan op grond van artikel 3 zijn vastgesteld en gespecificeerd.
- Indien op grond van het eerste lid op 1 juni geen voorlopige vergoeding is vastgesteld, wordt de voorlopige vergoeding fictief vastgesteld op grond van de normering van het voorafgaande schooljaar onverminderd een eventuele extra vergoeding als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
Artikel 5
- Het bevoegd gezag kan bij de aanvang van het schooljaar een extra vergoeding voor personele kosten en exploitatiekosten vragen voor een school of opleiding indien op september van dat schooljaar het aantal ingeschreven leerlingen hoger is dan op de peildatum genoemd in artikel 4, eerste lid.
- Bij ministeriële beschikking wordt de extra vergoeding toegekend indien de groei aan de hand van de leerlingenaantallen in de aan de peildatum, genoemd in artikel 4, eerste lid, voorafgaande schooljaren voldoende aannemelijk is gemaakt.
Artikel 6
De op grond van de artikelen 4 en 5 vastgestelde voorlopige vergoeding wordt bij wijze van een geldelijk voorschot met ingang van augustus van het desbetreffende schooljaar betaalbaar gesteld in twaalf maandelijkse termijnen.
Artikel 7
- Overheveling van een deel van de op grond van de artikelen 4 en 5 vastgestelde voorlopige vergoeding voor personele kosten van de ene school dan wel opleiding naar de andere school dan wel opleiding is toegestaan ongeacht de onderwijssoort, met inachtneming van de normering, bedoeld in artikel 3.
- Overheveling van een deel van de op grond van artikel 4 vastgestelde voorlopige vergoeding voor exploitatiekosten van de ene school dan wel opleiding naar de andere school dan wel opleiding alsmede de overheveling per kostencategorie van de ene component naar de andere is toegestaan met uitzondering van het toegekende gedeelte voor onderhoud gebouwen en terreinen en van de additionele kosten en met inachtneming van de normering, bedoeld in artikel 3.
Paragraaf 3
Kosten voor ondersteuning en voor gehandicapten
Artikel 8
- De minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school voor funderend onderwijs een vergoeding voor onderwijsondersteunende activiteiten dan wel aan het bevoegd gezag van een instelling een vergoeding voor de voorbereidende en ondersteunende activiteiten voor zover betrekking hebbend op assistent-opleidingen alsmede ten behoeve van de kosten voor gehandicapte deelnemers toekennen, indien de nodige gelden ter beschikking staan.
- Bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag dient het bevoegd gezag in ieder geval aan te geven:
a. de aard van de betreffende activiteit,
b. het aantal daarbij betrokken leerlingen,
c. de verwachte resultaten, en
d. de geraamde kosten.
Paragraaf 4
Kosten investeringen in gebouwen, terreinen en eerste inrichting
Artikel 9
- De vergoeding van de investering in gebouwen en terreinen alsmede in de eerste inrichting daarvan omvat het bedrag van de kosten waarvan de minister bij de goedkeuring, bedoeld in het tweede lid, heeft bepaald, dat zij voor vergoeding in aanmerking komen.
- De plannen en begrotingen betreffende de investering in gebouwen en terreinen alsmede in de eerste inrichting daarvan zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de minister.
Artikel 10
- Onverminderd het bepaalde in het tweede lid komt schade, ontstaan aan gebouwen, terreinen of roerende zaken van scholen of instellingen, voor vergoeding in aanmerking. Indien de schade is veroorzaakt door een derde, treedt het Land in alle rechten die het bevoegd gezag vanwege die schade tegen die derde mocht hebben.
- Indien aan gebouwen, terreinen en roerende zaken ten behoeve waarvan vergoeding wordt genoten, door schuld of nalatigheid van het bevoegd gezag dat de school of instelling in stand houdt, schade ontstaat, worden de kosten van herstel niet van overheidswege vergoed.
Paragraaf 5
Vaststelling definitieve vergoeding
Artikel 11
- Het bevoegd gezag doet bij de op grond van artikel 18 met het toezicht belaste ambtenaren telkens opgave van de personele bezetting per school of opleiding gespecificeerd naar functies, betrekkingsomvang, bevoegdheden, diploma’s en salarisaanspraken conform de toestand op respectievelijk 1 september, 1 december, 1 maart en 1 juni.
- De opgaven, bedoeld in het eerste lid, dienen uiterlijk de 15e van de desbetreffende maand te worden ingediend volgens een bij ministeriële regeling met algemene werking vastgesteld model.
- Indien gegevens van een peildatum, als bedoeld in het eerst lid, niet tijdig zijn ingeleverd, wordt de vergoeding van die school of opleiding op die peildatum door de minister vastgesteld op de vergoeding op de daaraan voorafgaande peildatum, minus 10 procent.
Artikel 12
- Het bevoegd gezag doet bij de op grond van artikel 18 met het toezicht belaste ambtenaren telkens opgave van het aantal leerlingen per school of opleiding dat is ingeschreven op respectievelijk 1 september, 1 december, 1 maart en 1 juni.
- De opgave, bedoeld in het eerste lid, dient uiterlijk de 15e van de desbetreffende maand te worden ingediend volgens een bij ministeriële regeling met algemene werking vastgesteld model.
- Indien gegevens van een peildatum, als bedoeld in het eerste lid, niet tijdig zijn ingeleverd, wordt het aantal op die peildatum ingeschreven leerlingen van die school of opleiding door de minister vastgesteld op het aantal leerlingen op de daaraan voorafgaande peildatum, minus 10 procent.
Artikel 13
- Uiterlijk 1 december na afloop van het schooljaar verstrekt de minister ten behoeve van de financiële verslaggeving aan het bevoegd gezag een op basis van de normering zoals vastgesteld op grond van artikel 3, eerste en tweede lid, vastgesteld overzicht van de werkelijke vergoedingen voor de personele kosten in formatiepunten en voor de exploitatiekosten per school of opleiding.
- Bij de vaststelling van het overzicht, bedoeld in het eerste lid, gaat de minister voor wat betreft het aantal leerlingen uit van het gemiddelde van de aantallen vastgestelde ingeschreven leerlingen per school of opleiding van het betreffende schooljaar op de peildata, genoemd in artikel 12, eerste lid.
Paragraaf 6
Verantwoording en controle
Artikel 14
- Het bevoegd gezag richt zijn financiële, administratieve, leerlingen- en personeelsadministratie zodanig in dat controle zonder problemen kan worden uitgevoerd. Het houdt op zodanige wijze boek van zijn inkomsten en uitgaven, dat daaruit blijkt, dat de vergoedingen ten behoeve van de personele en de exploitatiekosten volgens de normering, bedoeld in artikel 3, worden gebruikt.
- Desverlangd worden aan de op grond van artikel 18 met het toezicht belaste ambtenaren op hun verzoek de al dan niet in elektronische vorm neergelegde documenten ter inzage gegeven.
- Het bevoegd gezag is gehouden de administratie, bedoeld in het eerste lid, gedurende tien jaren te bewaren.
Artikel 15
- Uiterlijk 1 februari na afloop van het schooljaar dient het bevoegd gezag de financiële verslaggeving in bij de minister. De financiële verslaggeving heeft betrekking op alle scholen en opleidingen onder beheer van het bevoegd gezag. die van overheidswege voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht.
- Het bevoegd gezag is verplicht de financiële verslaggeving te laten controleren door een externe deskundige in de zin van artikel 2:121 van het Burgerlijk Wetboek. Deze externe deskundige verricht de controle en voorziet de financiële verslaggeving van een accountantsverklaring.
- Bij ministeriële regeling met algemene werking worden voorschriften vastgesteld ten aanzien van de inrichting van de financiële verslaggeving, bedoeld in het eerste lid, en van de controle, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 16
- De minister is bevoegd controle uit te oefenen op de rechtmatige en doelmatige besteding van de aan het bevoegd gezag bij voorschot verstrekte gelden alsmede op de financiële verslaggeving.
- De minister kan naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde controle van de financiële verslaggeving, de Stichting Overheidsaccountantsbureau verzoeken een nader onderzoek te verrichten zoals het instellen van een zogenaamde dossierreview bij de controlerende accountant van het desbetreffende bevoegd gezag of het verrichten van aanvullend onderzoek bij het bevoegd gezag, de school of de instelling.
Artikel 17
- Uiterlijk 6 maanden na indiening van de financiële verslaggeving, bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt bij ministeriële beschikking het bedrag vastgesteld van de definitieve vergoeding voor de personele kosten en de exploitatiekosten waarop het bevoegd gezag in het afgelopen schooljaar aanspraak had.
- Bij de vaststelling van de definitieve vergoeding voor de personele kosten en de exploitatiekosten gaat de minister voor wat betreft het aantal leerlingen en het aantal formatiepunten uit van het conform artikel 13 vastgestelde overzicht.
Artikel 18
- Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit landsbesluit bepaalde zijn belast de daartoe door de minister aangewezen personen die werkzaam zijn bij het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Curaçaosche Courant.
- De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:
a. alle inlichtingen te vragen;
b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen;
d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen.
- Zo nodig wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.
- Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld betreffende de wijze van taakuitoefening van de in het eerste lid bedoelde personen.
- Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.
Paragraaf 7
Slotbepalingen
Artikel 19
Het Eilandsbesluit V&V-financiële verslaggeving en controle wordt ingetrokken.
Artikel 20
Dit landsbesluit wordt aangehaald als: Landsbesluit bekostiging onderwijs.
Artikel 21
Dit landsbesluit treedt in werking met ingang na de dag na de datum van bekendmaking.