Landsbesluit eisen Ambulancezorg - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit eisen Ambulancezorg

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 154 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Gezondheid, Milieu & Natuur
Datum ondertekening: 07-05-2026
Datum inwerktreding: 21-03-2001
Geregistreerd in:
Klapper Afkondigingsblad ( HOOFDSTUK VII Openbare gezondheid)


Landsbesluit van de 7de mei 2026, no. 26/1253, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Eilandsbesluit eisen Ambulancezorg

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
21-03-2001 n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 154 (GT) n.v.t.

Paragraaf 1
Algemeen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit, houdende algemene maatregelen, wordt verstaan onder:

a. de verordening: de Landsverordening Ambulancezorg;
b. BLS: onder Basic Life Support worden alle reanimatiehandelingen verstaan die kunnen worden uitgevoerd zonder gebruik te maken van hulpmiddelen. Zij hebben tot doel de zuurstofvoorziening aan vitaal bedreigde organen te handhaven. Onder BLS vallen dus:

–              uitwendige hartmassage (thoraxcompressie);

–              mond-op-mond en mond-op-neus beademing;

–              precardiale vuistslag;

c. ALS: onder Advanced Life Support worden alle geavanceerde diagnostische- en therapeutische technieken verstaan die tot doel hebben de eigen circulatie te herstellen. De volgende voorbehouden (aan de ambulance-verpleegkundige) handelingen vallen onder ALS:

–              defibrilleren;

–              intuberen;

–              infunderen;

–              toedienen van geneesmiddelen;

–              coniotomie verrichten;

–              drainage bij spanningspneumothorax;

d. Paraatheidsnorm: het minimum noodzakelijke aantal ambulancemotorvoertuigen, gerelateerd aan de omvang en behoefte van het verzorgingsgebied, dat 24 uur per dag, 7 dagen per week moet kunnen worden ingezet voor ambulancehulpverlening; het ambulanceluchtvaartuig is normaliter 24 uur per dag, 7 dagen per week uitgerust en vertrekgereed;
e. Responsenorm: de tijd gelegen tussen de melding bij de meldkamer van de ambulanceorganisatie en het ter plaatse arriveren van het ambulancepersoneel, onder normale omstandigheden.

Paragraaf 2
Eisen gesteld aan de ambulancezorg

Artikel 2

De normering

  1. De ambulancezorgorganisatie draagt zorg voor een paraatheidsnorm van 3 ambulancemotorvoertuigen.
  2. De ambulancezorgorganisatie zal een responsenorm moeten nastreven van maximaal 15 minuten bij een A1-urgentie en van maximaal 30 minuten bij een A2-urgentie.

Artikel 3

De kwaliteit

De ambulancezorgorganisatie zal aandacht besteden aan kwaliteitswaarborging door:

1. een zorg te leveren die doelmatig, doeltreffend, patiëntgericht, veilig en op maat is;
2. het ontwikkelen van een op kwaliteit gericht beleid.
Zaken die in het beleid aandacht verdienen:
a. de organisatie van de meldkamer en de ambulanceorganisatie;
b. het personeel en materieel;
c. bij- en nascholingstrajecten voor het personeel;
d. overlegstructuren binnen de ambulanceorganisatie en met direct bij de zorg betrokken instellingen en beroepsbeoefenaren;
e. psychische verzorging van het personeel;
f. de aanschaf, controle en onderhoud van het materiaal.
3. een kwaliteitsbewakingssysteem in te voeren:
een systematische aanpak vereist het formuleren van normen, het registreren en analyseren van verrichte werkzaamheden, het toetsen in de praktijk en zo nodig bijsturen.
4. verantwoording af te leggen via een jaarverslag en “management report”:
jaarlijks zal door de ambulancezorgverlenende organisatie een jaarverslag moeten worden geschreven.
In het verslag moeten de drie eerder genoemde eisen tot uitdrukking komen. Daarnaast dient het verslag gegevens te bevatten over het betrekken van de patiënten en cliënten bij de zorg en over de vraag hoe is omgegaan met klachten en meldingen.
5. mee te werken aan het toezicht op de naleving:
conform de verordening is het toezicht op de naleving gelegd bij de Inspectie voor de Volksgezondheid.

 

Paragraaf 3
Eisen waaraan het ambulancemotorvoertuig moet voldoen

Artikel 4

Eisen ten aanzien van de inrichting

  1. Een ambulancemotorvoertuig dient voor wat de inrichting betreft aan de volgende eisen te voldoen:
    a. het ambulancemotorvoertuig moet een achtercompartiment hebben, dat van de chauffeurscabine is gescheiden door een scheidingschot met schuiframen of schuifdeuren;
    b. het ambulancemotorvoertuig moet tenminste de belasting kunnen dragen van de vereiste voorzieningen alsmede van het gewicht van personen en goederen die met gebruikmaking van de vereiste voorziening dienen te worden meegevoerd;
    c. in het achtercompartiment moeten voorzieningen aanwezig zijn voor de bevestiging van ten minste één brancard;
    d. de afmetingen van het achtercompartiment moeten voldoen aan internationale eisen, welke tenminste waarborgen, dat de vereiste voorzieningen doeltreffend kunnen worden opgesteld en gebruikt;
    e. in het achtercompartiment moet zich regelbare verlichting bevinden, die op brandcardhoogte voldoende lichtsterkte geeft voor een doeltreffend gebruik van de zich in de auto bevindende medische apparatuur en behandelings-, verplegings- en verzorgingsartikelen;
    f. in het achtercompartiment moeten zich ten minste twee vast aangebrachte opklapbare zitplaatsen bevinden, waarvan één aan het hoofdeinde van de vereiste brancard;
    g. in het achtercompartiment moet vrije ventilatie mogelijk zijn;
    h. in het achtercompartiment moet regelbare verkoeling aanwezig zijn;
    i. het achtercompartiment moet voorzien zijn van 12 volt stekkerdozen voor gelijkstroom;
    j. in de rechter zijwand van het achtercompartiment dient zich een draai- of schuifdeur te bevinden, en in de achterwand hetzij een of meer soortgelijke deuren hetzij een opklapdeur;
    k. het ambulancemotorvoertuig moet voorzien zijn van een radiocommunicatiesysteem.
  2. De zich in een ambulancemotorvoertuig bevindende voorziening welke tot de inrichting of tot de vaste uitrusting behoren, moeten doeltreffend zijn aangebracht of opgesteld en moeten zijn aangepast aan de ruimte waarin zij zich bevinden.

Artikel 5

Uitrusting

  1. De uitrusting van een ambulancemotorvoertuig zal ten minste één brancard omvatten, alsmede de medische apparatuur en de behandelings-, verplegings- en verzorgingsartikelen, zoals aangegeven in de aan dit besluit gehechte bijlage.
  2. Er dient tevens een container bestemd voor medisch afval aanwezig te zijn.

Artikel 6

Verkeerstechnische eisen

Het ambulancemotorvoertuig moet voldoen aan de bij krachtens de Wegenverkeersverordening Curaçao 2000 gestelde eisen.
Het ambulancemotorvoertuig dient te zijn voorzien van zwaailicht en sirene.

Artikel 7

Vervangbaarheid

Het ambulancemotorvoertuig en het ambulanceluchtvaartuig dienen binnen 2 werkdagen vervangen te kunnen worden indien ze niet meer veilig inzetbaar zijn.

Artikel 8

Eisen ten aanzien van het onderhoud

Het ambulancemotorvoertuig moet in eigen beheer of door derden op structurele basis periodiek worden onderhouden en gerepareerd.
Onder regulier onderhoud/reparatie wordt verstaan:
– het uitvoeren van correctief/preventief onderhoud;
– het verhelpen van storingen;
– onderhoud, reparatie en vervanging van banden als gevolg van normale slijtage;
– het reviseren van versnellingsbakken en overige voertuigcomponenten;
– het repareren van overige gebreken.
Het reguliere onderhoud zal volgens de fabrieksvoorschriften worden uitgevoerd.

Paragraaf 4
Eisen gesteld aan het ambulanceluchtvaartuig

Artikel 9

Eisen ten aanzien van de medische inrichting

Het ambulanceluchtvaartuig dient als volgt te zijn ingericht:
a. de cockpit dient gescheiden te zijn van de cabine;
b. drie zitplaatsen in de cabine, waarvan ten minste 2 voor de medische begeleiders;
c. in de cabine moet regelbare verkoeling mogelijk zijn;
d. de cabine moet voorzien zijn van 12 volt stekkerdozen voor gelijkstroom;
e. in de cabine moet vrije ventilatie mogelijk zijn;
f. in de cabine moet zich regelbare verlichting bevinden, die op brandcardhoogte voldoende lichtsterkte geeft voor een doeltreffend gebruik van de zich in het luchtvaartuig bevindende medische apparatuur en behandelings-, verplegings- en verzorgingsartikelen;
g. er dient een communicatiesysteem te zijn tussen patiënt, begeleiders en vliegers.

Artikel 10

Eisen ten aanzien van de medische uitrusting

  1. De uitrusting van een ambulanceluchtvaartuig moet ten minste één goed verankerbare, turbulentie bestendige brancard omvatten, alsmede de medische apparatuur en de behandelings-, verplegings- en verzorgingsartikelen, zoals aangegeven in de aan dit besluit aangehechte bijlage.
  2. De medische apparatuur mag niet interfereren met het instrumentarium en de boordsystemen van het ambulanceluchtvaartuig.
  3. De zich in het luchtvaartuig bevindende voorziening welke tot de inrichting of tot de vaste uitrusting behoren, moeten deugdelijk en doeltreffend zijn aangebracht of opgesteld en moeten zijn aangepast aan de ruimte waarin zij zich bevinden, rekening houdende met de beladingsvereisten van het luchtvaartuig.

Artikel 11

Vliegtechnische eisen en eisen ten aanzien van het onderhoud

  1. Het vliegbedrijf c.q. air ambulance bedrijf dient in het bezit te zijn van een “Economische Vergunning” conform het: Curaçaose Luchtvaartuigbesluit , artikel 13, en een “Vergunning tot vluchtuitvoering” conform P.B. 1995, no. 111, artikel 31.
  2. Het ambulanceluchtvaartuig en de vliegoperatie dienen te voldoen aan de vereisten zoals gesteld door de Curaçaose Burgerluchtvaart Autoriteit.
  3. De vliegoperatie en operationele veiligheid dienen te voldoen aan de eisen gesteld bij “De Beschikking Vluchtuitvoering” .
  4. Het onderhoud van het ambulanceluchtvaartuig dient te voldoen aan de eisen gesteld bij “De Beschikking Luchtwaardigheid” .

 

Paragraaf 5
Eisen gesteld aan de bemanning van het ambulancevoertuig

Artikel 12

Functie-inhoud ambulancechauffeur-assistent

  1. De ambulancechauffeur-assistent verricht de volgende werkzaamheden:
    – het besturen van de ambulance en uitvoeren van vervoersopdrachten;
    – het assisteren van de ambulanceverpleegkundige op het ambulancevoertuig;
    – het assisteren bij rampen en grootschalige ongevallen.
  2. Eisen gesteld aan de opleiding:
    – de ambulancechauffeur-assistent dient in het bezit te zijn van een SOSA (Stichting Opleidingen Scholing Ambulancehulpverlening) diploma Ambulance Chauffeur­ assistent en een daarmee gelijkgesteld diploma én rijbewijs C;
    – de ambulancechauffeur-assistent dient een voortgezette rijopleiding te hebben gevolgd, waar het accent op een optimale voertuigbeheersing ligt.

Artikel 13

Functie-inhoud ambulanceverpleegkundige

De ambulanceverpleegkundige verricht de volgende werkzaamheden op het ambulancevoertuig:
– het verrichten van zorgverleningsactiviteiten, omvattende preventieve, verzorgende, begeleidende, coördinerende en diagnostische taken;
– het zelfstandig uitvoeren van verpleegkundige, paramedische en medische handelingen, omvattende curatieve/therapeutische taken gebaseerd op Advanced Life Support technieken;
– het geven van voorlichting over gezondheid in het algemeen en over de ambulancezorgverlening in het bijzonder;
– het assisteren bij rampen en grootschalige ongevallen;
– het verrichten van administratieve, educatieve werkzaamheden.

Artikel 14

Eisen gesteld aan de opleiding

De ambulanceverpleegkundige dient in het bezit te zijn van een diploma Ambulanceverpleegkundige of een daarmee gelijkgesteld diploma.

Artikel 15

Additionele eisen te stellen aan de (medische)bemanning
van het ambulance luchtvaartuig

De bemanning van het ambulanceluchtvaartuig dient geschoold en getraind te zijn in de luchtvaartfysiologie en medische aspecten van luchtvaart als ook in de basisprincipes van navigatie, radiotelecommunicatie en “Flightsafety”.

Paragraaf 6
Eisen waaraan de meldkamer moet voldoen

Artikel 16

Eisen ten aanzien van de inrichting

a. Arbeidshygiëne:
De inrichting van de meldkamer moet voldoen aan de gangbare eisen voor wat betreft de arbeidsomstandigheden ten aanzien van geluidshinder, ergonomie van meubilair, verlichting, natuurlijk licht, klimaatbeheersing, toiletten en voedings- en multifunctionele ruimte;
b. Veiligheid:
Deurslot, intercom bij deur, indien nodig camerabeveiliging afhankelijk van de situatie;
c. Archief:
Naslagwerk van behandelprotocollen, medisch woordenboek en vakliteratuur;
d. Energievoorziening:
De energievoorziening van de elementaire componenten dient zodanig te zijn gewaarborgd dat functioneren bij uitval van de primaire voorziening is gewaarborgd;
e. Bliksem:
De telefoon- en mobilofooninstallaties dienen tegen blikseminslag te zijn beveiligd.

Artikel 17

Eisen ten aanzien van algemene voorziening

De volgende voorzieningen dienen in de meldkamer aanwezig te zijn:
a. Tijdsaanduiding:
Datum- en tijdsaanduiding afgeleid van één uniforme tijdbron.
b. Informatiesystemen:
Bedrijfsondersteunend t.b.v. operationele gegevensverwerking, geografische informatie, info uit naslagwerken:
– Geautomatiseerd geïntegreerd en bedrijfsondersteunend meldkamersysteem voor alle taken van de meldkamer (inclusief status meldsysteem) en overige taken;
– Bedrijfsondersteunend wegenkaartsysteem, bij voorkeur digitaal en interactief;
– Besluitvormingsondersteunende meldkamer protocollen.
c. Faxapparatuur:
In de meldkamer dient tenminste een faxapparaat aanwezig te zijn.

Artikel 18

Eisen ten aanzien van de meldtafel

a. Bedienplaatsen:
In de meldkamer dient per bedienplaats een telefoon- en mobilofoon-, computer- en alarmeringsfuncties te zijn ondergebracht. De bediensystemen dienen gebruiksvriendelijk te zijn.
b. Vormgeving:
De vormgeving dient ergonomisch te zijn.

Artikel 19

Eisen ten aanzien van het telefoonsysteem

a. Bediening:
Het telefoonsysteem dient gebruiksvriendelijk en foutbestendig te zijn.
Voorts dient het systeem de mogelijkheid te geven tot prioriteit-indicaties voor alarmlijnen. Het dient over een capaciteit te beschikken van tenminste 100 voorgeprogrammeerde telefoonnummers welke op index kunnen worden geraadpleegd;
b. Installatie:
De installatie op het openbaar telefoonnet dient over voldoende capaciteit te beschikken;c. Registratie:
Elke bedienplaats dient voorzien te zijn van een “Last-call repeater” van 10 minuten gesprekstijd.
De registratie dient te geschieden door middel van een “Voice logging” 24-uurs systeem met de diverse zoekingangen: datum, tijd, gesprekskenmerk, woord, kanaal en integraal in combinatie met mobilofoonregistratie;
d. Extra beveiliging:
Indien een telefoonoproep niet wordt beantwoord binnen een instelbare periode dan moet externe alarmactie worden ingeleid;
e. Storingsmeldingen:
Essentiële telefoonlijnen dienen op uitval te worden bewaakt;
f. Noodvoorziening:
Voor de binnenkomende alarmlijnen dient een eenvoudige, doch bruikbare voorziening aanwezig te zijn, waardoor de meest essentiële functies kunnen worden gecontinueerd.

Artikel 20

Eisen ten aanzien van het mobilofoonsysteem

a. Bediening:
De bediening dient gebruiksvriendelijk en foutbestendig te zijn;
b. Bereikbaarheid:
De portofoonbereikbaarheid dient het hele land te bestrijken;
c. Alarmering:
Het systeem dient een selectiemogelijkheid te bieden voor het oproepen van mobilofoon of portofoon;
d. Registratie:
Elke bedienplaats dient voorzien te zijn van een “Last-call repeater” van 5 minuten gesprekstijd;
e. Extra beveiliging:
Indien een mobilofoonoproep niet wordt beantwoord binnen een instelbare periode dan moet externe alarmactie worden ingeleid;
f. Storingsmeldingen:
Essentiële onderdelen van de mobilofoonsystemen dienen op uitval te worden bewaakt;
g. Noodvoorziening:
Voor de vitale mobilofoonlijnen dient een eenvoudige, doch bruikbare voorziening aanwezig te zijn, waardoor de meest essentiële functies kunnen worden gecontinueerd.

Paragraaf 7
Eisen gesteld aan het personeel van de meldkamer

Artikel 21

Functie-inhoud meldkamer personeel

  1. Het personeel van de meldkamer verricht de volgende werkzaamheden:
    – organiseert en coördineert het gehele proces in de ambulancezorgverlening optimaal;
    – stelt de zorgvraag vast op basis van medische/verpleegkundige kennis, aard en urgentie;
    – geeft sturing aan diverse hulpverleningsdisciplines;
    – past de verbindings- en alarmprocedures toe, zowel onder normale als onder rampomstandigheden.
  2. Eisen gesteld aan de opleiding:
    – het meldkamerpersoneel dient in het bezit te zijn van het SOSA diploma Ambulanceverpleegkundige of een daarmee gelijkgesteld diploma en het SOSA diploma verpleegkundige centralist of een daarmee gelijkgesteld diploma;
    – de centralist dient de kennis van en vaardigheid te bezitten in verbindingstechnische zaken zoals bedieningssystemen voor meldkamers, informatiesystemen en communicatienetwerken;
    – kennis van de organisatiestructuur van de gehele gezondheidszorgsector op Curaçao.
  3. Kennis van het wegennet van Curaçao en de kortste rijroutes.

Paragraaf 8
Eisen waaraan de directie moet voldoen

Artikel 22

Eisen gesteld aan de directie

De directie dient de volgende werkzaamheden te verrichten:
– de directie draagt zorg en verantwoordelijkheid voor een goede kwalitatieve ambulance organisatie en ambulancezorg voor het Land Curaçao;
– in het geval dat er geen geneeskundige in de directie is, laat deze zich hierbij adviseren door een toegevoegde geneeskundige;
– de directie treft alle maatregelen en maakt gebruik van alle benodigde middelen en systemen ten behoeve van bovengenoemde taken en eisen;
– de directie heeft, in het kader van rampen en grote ongelukken, een adviserende functie ter ondersteuning van de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur.

Paragraaf 9
Slotbepalingen

Artikel 23

(vervallen)

Artikel 24

Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Landsbesluit eisen Ambulancezorg.

BIJLAGE

Druk hier

Naar boven