Landsbesluit houdende algemene maatregelen t.u.v. artikel 634f, onder 3 van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit houdende algemene maatregelen t.u.v. artikel 634f, onder 3 van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen

Publicatienummer: P.B. 2025, no. 182 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 13-10-2025
Datum inwerktreding: 20-09-1972
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK I Recht)


LANDSBESLUIT van de 13de oktober 2025, no. 25/2379, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Landsbesluit houdende algemene maatregelen van de 28ste juli 1972 ter uitvoering van artikel 634f, onder 3 van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
20-09-1972     n.v.t.     n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2025, no. 182 (GT) n.v.t.

Artikel 1

  1. De in artikel 634f, onder 3, van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen voorgeschreven kadastrale aanduiding van een appartement is de vermelding in de hiergenoemde volgorde, van: de kadastrale afdeling en sectie, waarin de in de splitsing betrokken percelen zijn gelegen, de complexaanduiding en de appartementsindex. Voor zover deze percelen nog niet in het kadaster zijn opgenomen is, indien een gedeelte van een bestaand perceel moet worden aangeduid, de omschrijving door middel van een meetbrief vereist.
  2. De complexaanduiding bestaat uit het voor de in de splitsing betrokken percelen vastgestelde complexnummer gevolgd door de hoofdletter A.
  3. De appartementsindex is het nummer, dat overeenkomstig artikel 3 op de daarbedoelde tekening is aangebracht als kenmerk van het gedeelte, dat voor gebruik als afzonderlijk geheel is bestemd en waarvan het uitsluitende gebruik in het appartement is begrepen.

 

Artikel 2

1. De aanvrage tot vaststelling van het complexnummer voor de in de splitsing te betrekken percelen wordt bij de directeur van het Kadaster gedaan door middel van een formulier dat overeenkomstig een door de Minister van Financiën vast te stellen model en tegen een door genoemde Minister te bepalen prijs verkrijgbaar is bij de bewaarder van de hypotheken en in tweevoud bij de directeur van het Kadaster wordt ingediend.
2. Het in de splitsing te betrekken onroerende goed moet in het aanvraagformulier door gehele percelen dan wel door middel van een meetbrief zijn aangeduid.
3. Het aanvraagformulier vermeldt:
a. van elk in de splitsing te betrekken perceel: de afdeling, de sectie en het nummer, waaronder het kadastraal bekend is of, indien dit perceel nog niet in het kadaster is opgenomen, de omschrijving door middel van een meetbrief;
b. het aantal appartementen; waarin het onroerende goed zal worden gesplist.
4. Het aanvraagformulier wordt gedagtekend en namens degene, die tot de splitsing wil overgaan, door een notaris ondertekend.
5. Bij het aanvraagformulier wordt overgelegd de in artikel 3 bedoelde tekening in drievoud.
6. De in artikel 3 bedoelde tekening kan uit meer dan één blad bestaan.
Elk blad wordt door de notaris, die het aanvraagformulier ondertekent, gewaarmerkt en vermeldt de in het derde lid, onder a, bedoelde gegevens, alsmede de dagtekening van de aanvrage. Het bevat een open ruimte, bestemd voor de verklaring bedoeld in artikel 4, tweede lid.
7. De notaris, die het aanvraagformulier ondertekent, verklaart daarin uit hoeveel bladen een exemplaar van de tekening bestaat, en tevens, dat de overgelegde exemplaren van de tekening onderling geheel gelijkluidend zijn.

 

Artikel 3

  1. De bij de aanvrage overgelegde tekening geeft de begrenzing aan van elk gedeelte van de gebouwen en de grond, dat voor gebruik als afzonderlijk geheel is bestemd en waarvan volgens de voorgenomen akte van splitsing het uitsluitende gebruik in een appartement zal zijn begrepen.
  2. Op de tekening is binnen de begrenzing van elk zodanig gedeelte een nummer in Arabische cijfers als kenmerk van dat gedeelte aangebracht.
  3. Voor het geval dat een zodanig gedeelte bestaat uit niet belendende onderdelen of uit onderdelen welke grondvlakken niet in hetzelfde horizontale vlak zijn gelegen, bevat de tekening binnen de begrenzing van elk van die onderdelen hetzelfde nummer als kenmerk van dat gedeelte.
  4. De nummers bedoeld in het tweede en derde lid vormen een met 1 aanvangende zonder onderbreking opklimmende reeks van de natuurlijke getallen.
  5. De Minister van Financiën stelt de verdere vereisten vast, waaraan de bij de aanvrage over te leggen tekening moet voldoen. De desbetreffende ministeriële regeling wordt opgenomen in het blad waarin van ’s landswege de officiële berichten worden geplaatst.

 

Artikel 4

  1. Nadat het Kadaster heeft bevonden, dat de tekening, bedoelde in artikel 3, voldoet aan de bij of krachtens dit landsbesluit gestelde vereisten, stelt deze dienst het complexnummer vast.
  2. De beide exemplaren van het aanvraagformulier en elk blad van de daarbij overgelegde exemplaren van de tekening worden voorzien van een door de directeur van het Kadaster, gedagtekende en ondertekende verklaring, aangevende hoe de complexaanduiding luidt. Daarna zendt de directeur van het Kadaster aan de notaris, die het aanvraagformulier heeft ondertekend, één exemplaar van dit formulier en één exemplaar van de tekening terug.
  3. Een exemplaar van het aanvraagformulier en een exemplaar van de tekening worden gezonden aan de bewaarder van de hypotheken; deze worden bewaard in zijn archief en liggen op zijn kantoor voor een ieder ter inzage. Het derde exemplaar van de tekening is bestemd voor het archief van het Kadaster.

 

Artikel 5

1. De aanduiding van de appartementen blijft bij wijziging van de akte van splitsing gehandhaafd, indien deze wijziging noch een verandering in de begrenzing van het in de splitsing betrokken onroerend goed, noch een verandering in de begrenzing van enig gedeelte van de gebouwen of de grond, dat voor gebruik als afzonderlijk gedeelte is bestemd en waarvan het uitsluitende gebruik in een appartement is begrepen, betreft. Betreft de wijziging wel een zodanige verandering dan zijn, behoudens het bepaalde in de volgende leden, de artikelen 1 tot en met 4 van overeenkomstige toepassing.
2. De tekening, die bij het aanvraagformulier betreffende de voorgenomen wijziging wordt overgelegd, geeft de begrenzing aan van elk gedeelte van de gebouwen en de grond, dat voor gebruik als afzonderlijk geheel is bestemd en waarvan volgens de akte van splitsing met inachtneming van de voorgenomen wijziging het uitsluitende gebruik in een appartement is begrepen.
3. De op de tekening binnen de begrenzing van elk zodanig gedeelte als kenmerk daarvan aangebrachte nummers zijn:
a. voor elk gedeelte, welks begrenzing bij de voorgenomen wijziging geen verandering ondergaat: het nummer dat als kenmerk van dat gedeelte is aangebracht op de tekening, welke werd overgelegd bij de aanvrage, die betrekking had op de akte van splitsing, of indien deze reeds eerder is gewijzigd, op de laatste wijziging daarvan;
b. voor de overige gedeelten: de nummers volgende op het hoogste nummer, dat als kenmerk van een gedeelte voorkomt op de onder a. bedoelde tekening.
4. Tenzij de wijziging een verandering betreft in de begrenzing van het in de splitsing betrokken onroerende goed, neemt het Kadaster ter vaststelling van het complexnummer het bestaande complexnummer over.

 

Artikel 6

(vervallen)

Naar boven