Landsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van artikel 6 van de Landsstudietoelagenregeling - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van artikel 6 van de Landsstudietoelagenregeling

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 173 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Onderwijs, Wetenschap, Cultuur & Sport
Datum ondertekening: 28-05-2026
Datum inwerktreding: 01-08-1982
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK XIII Volksontwikkeling en opvoeding. erediensten)


LANDSBESLUIT van de 28ste mei 2026, no. 26/1486, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Landsbesluit houdende algemene maatregelen van de 12de juli 1982 ter uitvoering van artikel 6 van de Landsstudietoelagenregeling (P.B. 1961, no. 78)

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
01-08-1982 n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 173 (GT) n.v.t.

Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen

Artikel 1

Dit landsbesluit verstaat onder:

ouders : ouders, voogden en verzorgers;
verzorgers : meerderjarige personen die, geen ouders of voogden zijnde, kinderen van anderen als eigen kinderen onderhouden en opvoeden, elk afzonderlijk geval door de Minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport te beoordelen;
studenten : minderjarige kinderen, meerderjarige personen die geen inkomen hebben en pleegkinderen;
pleegkinderen : kinderen die door verzorgers als eigen kinderen worden onderhouden en opgevoed, elk afzonderlijk geval door de Minister van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport te beoordelen.

Artikel 2

De ouders van studenten aan wie een studietoelage vanwege het Land wordt toegekend, zijn een ouderlijke bijdrage per jaar verschuldigd in de kosten van onderhoud en studie van de betrokken studenten, afhankelijk van hun inkomen en tot de bedragen vermeld in de bij dit landsbesluit behorende tabel

Hoofdstuk II
Van het inkomen en de ouderlijke bijdrage

Artikel 3

  1. Onder inkomen wordt verstaan het belastbaar inkomen van degene die de ouderlijke bijdrage verschuldigd is, over het kalenderjaar voorafgaande aan dat waarin de studietoelage werd of zal worden toegekend. Hierbij wordt uitgegaan van het belastbaar inkomen dat is aangegeven in het persoonlijke aangiftebiljet en dat tevens is geaccordeerd door de Inspectie der Belastingen tenzij de Minister van Financiën op grond van bijzondere omstandigheden bij met redenen omklede beschikking een ander bedrag vaststelt.
  2. De ouderlijke bijdrage zal jaarlijks worden bepaald aan de hand van het inkomen dat vastgesteld is overeenkomstig het eerste lid en is verschuldigd met ingang van de dag waarop de studietoelage wordt toegekend. Indien de student reeds in het genot van de studietoelage is vindt aanpassing van de ouderlijke bijdrage plaats met ingang van een door de Inspectie der Belastingen op te geven datum.

Artikel 4

  1. Indien reeds aan een student van de ouders bedoeld in artikel 2 vanwege het Land een studietoelage is toegekend, wordt de ouderlijke bijdrage voor de tweede student bepaald op 50% van de ouderlijke bijdrage welke volgens de tabel voor de eerste student verschuldigd is.
    Voor de derde student van dezelfde ouders wordt de ouderlijke bijdrage bepaald op 25% van de voor de eerste student verschuldigde ouderlijke bijdrage.
  2. Ter verkrijging van het uiteindelijke bedrag van de te betalen ouderlijke bijdrage wordt deze, na toepassing van het vorige lid, naar boven afgerond op een veelvoud van twaalf.

Artikel 5

  1. Indien reeds één of meer studenten van de ouders bedoeld in artikel 2, die op 1 januari van het jaar waarin de studietoelage werd of zal worden toegekend de leeftijd van 25 jaren nog niet hebben bereikt, buiten Curaçao voor eigen rekening van die ouders onderwijs — met uitzondering van gewoon lager onderwijs — volgens, ondergaat het bedrag van de ouderlijke bijdrage volgens de tabel verschuldigd voor de student aan wie een studietoelage werd of zal worden toegekend, nadat daarop eventueel het voorgaande artikel is toegepast de volgende verminderingen:
    indien één kind voor eigen rekening onderwijs in het buitenland volgt: 20%;
    indien twee kinderen voor eigen rekening onderwijs in het buitenland volgen: 40%;
    indien drie kinderen voor eigen rekening onderwijs in het buitenland volgen: 60%;
    indien vier kinderen voor eigen rekening onderwijs in het buitenland volgen: 80%.
  2. Ter verkrijging van het uiteindelijk bedrag van de te betalen ouderlijke bijdrage wordt deze, na berekening van de in het vorige lid bedoelde vermindering, naar boven afgerond op een veelvoud van twaalf.

Hoofdstuk III
Slotbepaling

Artikel 6

(vervallen)

Naar boven