Landsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van de artikelen 1 lid 2, 5, 10 lid 1, 19 lid 3 en 21 lid 1 van de Verordening van de 21ste oktober 1921 tot regeling van het toezicht op krankzinnigen - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit houdende algemene maatregelen ter uitvoering van de artikelen 1 lid 2, 5, 10 lid 1, 19 lid 3 en 21 lid 1 van de Verordening van de 21ste oktober 1921 tot regeling van het toezicht op krankzinnigen

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 59 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Justitie
Datum ondertekening: 30-10-2025
Datum inwerktreding: 04-04-1961
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK XII Maatschappelijke zorg; verzekeringswezen)


LANDSBESLUIT van de 30ste oktober 2025, no. 25/2601, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Landsbesluit houdende algemene maatregelen van de 4de april 1961 ter uitvoering van de artikelen 1 lid 2, 5, 10 lid 1, 19 lid 3 en 21 lid 1 van de Verordening van de 21ste oktober 1921 (P.B. 1922, no. 14) tot regeling van het toezicht op krankzinnigen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats                              Zittingsjaar
04 april 1961 n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 59 (GT) n.v.t.

§ 1 Definities

Artikel 1

Voor de toepassing van dit landsbesluit wordt verstaan onder:
de inrichting: een krankzinnigengesticht, dat door het Land in stand wordt gehouden als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Verordening toezicht op krankzinnigen;
de Verordening toezicht op krankzinnigen: de Verordening van de 21ste oktober 1921 tot regeling van het toezicht op krankzinnigen .

§ 2 Het toezicht

Artikel 2

  1. De procureur-generaal stelt, telkens wanneer de Minister van Justitie zulks nodig oordeelt, in de inrichting een plaatselijk onderzoek in.
  2. Dit plaatselijk onderzoek omvat een controle van de bescheiden, welke de wettigheid van de opneming van de verpleegden in de inrichting bepalen.
  3. De procureur-generaal doet verslag van zijn bevindingen aan de Minister van Justitie.

§ 3 Het bestuur

Artikel 3

Het bestuur van de inrichting wordt gevoerd door de directeur-geneesheer.

§ 4 De voorwaarden voor opneming en verpleging

Artikel 4

Bij de aanvraag tot opneming van een patiënt in de inrichting moet worden overlegd:
1°. voor alle patiënten: de in de Verordening toezicht op krankzinnigen gevorderde stukken;
2°. voor personen die voor rekening van derden worden opgenomen: een verklaring waaruit blijkt, wie voor de betaling der verpleeggelden aansprakelijk is;
3°. voor de in artikel 37A van de Verordening toezicht op krankzinnigen bedoelde onvermogenheden: een bewijs van onvermogen, afgegeven door of vanwege de Minister van Financiën.

Artikel 5

1. De verpleeggelden voor de inrichting bedragen per dag Cg 105,- (honderd en vijf gulden).
2. Met uitsluiting van alle andere kosten zijn in de verpleeggelden begrepen:
a. verpleging en verzorging in de inrichting, alsmede de voeding van de patiënten;
b. geneeskundige behandeling, voor zover deze wordt verstrekt door geneeskundigen, verbonden aan de inrichting of door hun vervangers;
c. genees- en verbandmiddelen, voorgeschreven door geneeskundigen verbonden aan de inrichting of door hun vervangers.

Artikel 6

(vervallen)

Artikel 7

  1. De verpleeggelden voor de inrichting dienen voor elke maand vooruitbetaald te worden bij de Ontvanger.
  2. De voor betaling ontvangen kwitantie wordt onverwijld aan de directeur-geneesheer gezonden. In geval van niet tijdige toezending van deze kwitantie kan de betrokken patiënt ontslagen worden dan wel niet langer als betalend patiënt worden behandeld, zonder dat het recht van vordering tot betaling der verpleeggelden op degene, te wiens laste de betrokken patiënt werd opgenomen, verloren gaat.
  3. Bij ontslag of overlijden van een patiënt worden de verpleeggelden berekend tot een met de laatste dag van verpleging.
  4. Wat na het ontslag of overlijden van de vooruitbetaalde verpleeggelden overblijft wordt op verzoek, na bekomen machtiging van de Secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën, terugbetaald.

§ 5 De aanwijzing der plaatsen tot voorlopige opneming en de voorschriften
waaraan in die plaatsen moet worden voldaan

Artikel 8

1. Plaatsen tot voorlopige opneming van krankzinnigen zijn:
a. Krankzinnigengestichten, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, en 2 van de Verordening toezicht op krankzinnigen;
b. Huizen van bewaring en landsinrichtingen voor ter beschikking gestelden, bedoeld in artikel 2 van de Aanwijzingsbeschikking Gestichten 1999 ;
c. In uitzonderlijke gevallen, cellen verbonden aan het Hoofdbureau van Politie te Curaçao.
2. In deze plaatsen worden de krankzinnigen van de overige daarin opgenomen personen afgezonderd, met dien verstande dat opneming in de inrichting zoveel mogelijk geschiedt in een afzonderlijke afdeling.

§ 6 De modellen van registers

Artikel 9

De korpschef personen en de directeuren van de huizen van bewaring houden een register aan van de personen, die voorlopig worden opgenomen, welk register wordt ingericht volgens een bij dit Landsbesluit behorend model I.

Artikel 10

  1. Het register, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en dat bedoeld bij de artikelen 19, derde lid, en 21, eerste lid, van de Verordening toezicht op krankzinnigen, worden onderscheidenlijk ingericht volgens bij dit Landsbesluit behorende modellen II en III.
  2. Aan het register volgens model III wordt een foto van iedere verpleegde gehecht.

§ 7 Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 11

(vervallen)

Naar boven