| Publicatienummer: | P.B. 2025, no. 49 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen |
| Ministerie: | Financiën |
| Datum ondertekening: | 26-02-2025 |
| Datum inwerktreding: | 15-08-1999 |
| Geregistreerd in: |
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IX Verkeer en vervoer )
|
LANDSBESLUIT van de 26ste februari 2025, no. 25/392, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Landsbesluit opgave bijdragende olie
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht tot en met | Datum ingetrokken | Betreft | Vindplaats | Zittingsjaar |
| 15 augustus 1999 | n.v.t. | n.v.t. | Moederregeling | P.B. 2025, no. 49 (GT) | n.v.t. |
In dit landsbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder “landsverordening” verstaan: de Landsverordening schadefonds olietankschepen.
1. Bijdragende olie wordt aangemerkt als te zijn ontvangen in de zin van artikel 5, eerste lid, van de landsverordening zodra deze, na een aanvoer over zee als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a of b, van het Verdrag, in Curaçao wordt opgeslagen.
2. Als degene, die in een kalenderjaar bijdragende olie heeft ontvangen, wordt aangemerkt een in Curaçao gevestigde persoon die in dat kalenderjaar:
a. bijdragende olie in Curaçao voor zichzelf heeft bewerkt of verwerkt, dan wel heeft doen bewerken of verwerken, dan wel
b. bijdragende olie op de binnenlandse markt heeft verhandeld, voor zover de in dat jaar ontvangen bijdragende olie door hem of te zijnen behoeve door een ander bij de ontvangst in opslag is genomen.
3. Voor zover niet ingevolge het tweede lid een persoon wordt aangemerkt als degene die in een kalenderjaar bijdragende olie heeft ontvangen, wordt voor de toepassing van het bij of krachtens artikel 5, eerste lid, van de landsverordening bepaalde als zodanig aangemerkt degene, die de in dat jaar ontvangen bijdragende olie al dan niet ten behoeve van een ander bij de ontvangst in opslag heeft genomen.
1. Degene die in Curaçao in een kalenderjaar in totaal 100.000 ton of minder bijdragende olie heeft ontvangen, is voor wat betreft dat kalenderjaar vrijgesteld van de verplichting tot het doen van de opgave, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de landsverordening.
2. Het eerste lid vindt geen toepassing, indien het totaal van de door de betrokkene en door één of meer met hem geassocieerde personen als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de landsverordening in Curaçao ontvangen hoeveelheden bijdragende olie in het betreffende kalenderjaar meer dan 100.000 ton bedraagt.
1. Ter voldoening aan de verplichting, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de landsverordening, wordt in ieder geval opgave gedaan van:
a. de hoeveelheden bijdragende olie, ontvangen op de wijze, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van het Verdrag onderverdeeld naar herkomst vanuit andere staten enerzijds en andere herkomst anderzijds;
b. de hoeveelheid bijdragende olie, ontvangen op de wijze, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van het Verdrag, alsmede de onderscheiden staten van herkomst van die hoeveelheden en de onderscheiden wijzen van vervoer naar Curaçao;
c. de naam en het adres van de ontvanger en van de met hem geassocieerde personen, alsmede de naam, het adres en de functie van degene, die het in het derde lid bedoelde formulier ondertekent.
2. De hoeveelheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, worden uitgedrukt in tonnen, op de in Curaçao gebruikelijke wijze, afgerond op hele tonnen.
3. Bij ministeriële regeling met algemene werking worden het model van het opgaveformulier en de toelichting daarop vastgesteld. Deze regeling wordt bekendgemaakt in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst.
4. De opgave geschiedt met gebruikmaking van het opgaveformulier, bedoeld in het derde lid.
1. De opgave over een kalenderjaar geschiedt vóór 15 februari van het daaropvolgende kalenderjaar.
2. (vervallen)
(vervallen)
Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Landsbesluit opgave bijdragende olie.