Landsbesluit subsidie
Landsbesluit subsidie
LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 9de december 2016 ter uitvoering van artikel 13, derde lid, van de Landsverordening financieel beheer (Landsbesluit subsidie)
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Artikel 1
Begripsbepalingen
In dit landsbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
| activiteitenplan: |
een plan gebaseerd op het programma van eisen omvattende de te verrichten prestaties, evenals een kwantificering van de activiteiten, in de vorm van aantallen van diensten of producten, het verwachte bereik, het verwachte resultaat overzichtelijk ingedeeld in tijdvakken en zo mogelijk de kwaliteit; |
| activiteitenverslag: |
een verslag waarin een relatie wordt gelegd tussen de door de subsidieontvanger in het activiteitenplan voorgenomen activiteiten en de uitvoering hiervan vertaald naar beoogde effecten en meetbare resultaten; |
| betalingsachterstand: |
het totaalbedrag aan achterstallige betalingen van belastingen, sociale- en pensioenpremies, voor zover die meer bedraagt dan 5% van het subsidiebedrag op jaarbasis; |
| gelieerde instelling: |
de met een instelling verbonden instelling, die hetzij een beslissende invloed heeft op de besteding van de subsidie van de instelling, dan wel invloed heeft op de benoeming van een of meer bestuursleden van de instelling of een economische of juridische relatie heeft met de instelling; |
| instelling: |
een stichting of een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging; |
| sector: |
een sector als bedoeld in artikel 15 van de Landsverordening ambtelijke bestuurlijke organisatie; |
| subsidie: |
aanspraak op een geldelijke bijdrage afkomstig van ‘s Lands kas en verleend door de minister die het aangaat met het oog op het verrichten van bepaalde activiteiten door de inschrijver of aanvrager anders dan als betaling voor de aan het betreffende ministerie geleverde goederen of diensten; |
| subsidieontvanger: |
een instelling of natuurlijke persoon die een subsidie ontvangt. |
Artikel 2
Reikwijdte
- Dit landsbesluit is van toepassing op alle subsidies, behoudens subsidies op grond van andere wettelijke regelingen.
- Subsidie wordt uitsluitend verleend voor het verrichten van activiteiten die het belang van het Land dienen en die aantoonbaar ten goede komen aan de ingezetenen van Curaçao.
Artikel 3
Reservering op de begroting
- Subsidie wordt slechts verleend indien en voor zover de daarvoor benodigde financiële middelen op de begroting, bedoeld in artikel 16 van de Landsverordening comptabiliteit 2010 zijn gereserveerd en onder voorbehoud dat de begroting voor het betrokken jaar door de Staten wordt vastgesteld.
- In afwijking van het eerste lid, kan een subsidie ook voor de twee daaropvolgende jaren worden verleend, indien en voor zover de daarvoor benodigde financiële middelen zijn opgenomen in de ingediende meerjarenbegroting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Landsverordening comptabiliteit 2010 en in de vastgestelde begroting, bedoeld in artikel 16 van de Landsverordening comptabiliteit 2010.
Artikel 4
Onderzoek subsidies en rapportage Staten
- De minister die het aangaat onderzoekt ten minste eenmaal in de drie jaren de doeltreffendheid van de verleende subsidies per beleidsterrein of onderdeel daarvan en rapporteert hierover aan de Staten.
- Het rapport, bedoeld in het eerste lid, omvat ten minste:
a. een omschrijving van het beleidsterrein waarvoor subsidie is verleend en de hiervoor vastgestelde doelstellingen en activiteiten;
b. het bedrag van de in de rapportageperiode toegewezen subsidies;
c. de door de subsidieontvanger gerealiseerde activiteiten en doelstellingen;
d. een evaluatie of de activiteiten in de rapportageperiode doelmatig en doeltreffend zijn geweest voor het realiseren van de doelstellingen van het beleid en welke knelpunten daarbij zijn opgetreden;
e. voorgenomen aanpassingen in het beleid en de wijze waarop dit beleid moet worden gerealiseerd.
Artikel 5
Subsidie
- Subsidie wordt door de minister die het aangaat op basis van het systeem van inschrijving op bekendmaking, bedoeld in artikel 9, aan instellingen verleend.
- Subsidie kan door de minister die het aangaat worden verleend op aanvraag van subsidies, die passen binnen de beleidsterreinen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, voor zover het totaalbedrag van de inschrijvingen voor dat beleidsterrein in dat jaar niet meer is dan het bedrag dat voor dat beleidsterrein is gebudgetteerd.
- In afwijking van het eerste en tweede lid kan de minister die het aangaat in overleg met de Minister van Financiën, wanneer het landsbelang dit vordert, in spoedeisende en zeer uitzonderlijke gevallen, buiten het systeem van inschrijving en aanvraag om subsidie verlenen.
Artikel 6
Subsidie termijn
- Een subsidie wordt voor een periode van ten hoogste een jaar verleend. In bijzondere gevallen kan een subsidie op basis van het systeem van inschrijving tot ten hoogste drie jaar worden verleend.
- Na afloop van de termijn waarvoor subsidie is verleend, bestaat er op grond van die subsidieverlening geen aanspraak op subsidie of enige andere vorm van financiële ondersteuning ten laste van ‘s Lands kas.
- De subsidieontvanger kan voor een nieuwe subsidie desgewenst een inschrijving of aanvraag indienen.
Artikel 7
Economische en financiële voorwaarden
- De minister die het aangaat kan minimumeisen inzake economische en financiële draagkracht stellen waaraan de inschrijver of de aanvrager en de met de inschrijver respectievelijk de aanvrager gelieerde instelling moet voldoen.
- De eisen bedoeld in het eerste lid, moeten verband houden met en in verhouding staan tot het voorwerp van de subsidie en worden vermeld in de bekendmaking, bedoeld in artikel 9, eerste lid.
- De financiële en economische draagkracht kan worden aangetoond door een of meer van de volgende referenties:
a. passende bankverklaringen of, in voorkomend geval, het bewijs van een verzekering tegen beroepsrisico’s;
b. overlegging van gecertificeerde jaarrekeningen.
- De minister die het aangaat geeft bij de jaarlijkse bekendmaking, bedoeld in artikel 9, eerste lid, de gewenste referenties, bedoeld in het derde lid, aan evenals de andere bewijsstukken die ter inzage moeten worden overgelegd.
- Bij ministeriele regeling met algemene werking kunnen door de Minister van Financiën nadere regels worden vastgesteld betreffende de maximale vergoeding, salariskosten en overige exploitatiekosten.
Artikel 8
Kwaliteitsnormen
- De minister die het aangaat kan de overlegging verlangen van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de inschrijver of aanvrager aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet. Hiervan wordt, voor zover van toepassing, melding gemaakt.
- De minister die het aangaat kan voor dat doel eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking aanvaarden.
- Bij ministeriele regeling met algemene werking kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent de geldende kwaliteitsnormen die bij de toetsing van de inschrijving of de aanvraag voor subsidieverlening worden toegepast.
Hoofdstuk 2
Subsidie op inschrijving
Artikel 9
Bekendmaking
- Elke minister maakt jaarlijks vóór 1 februari bekend welke beleidsterreinen in het algemeen en activiteiten in het bijzonder hij voornemens is daaropvolgend jaar te subsidiëren en welke voorlopige budgetten per activiteit worden gereserveerd.
- Voor elke activiteit worden de inhoudelijke eisen vastgelegd in een programma van eisen. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van een programma van eisen.
- De bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt ten minste twee keer en telkens in minimaal drie lokale dagbladen.
- In de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeld, waar nadere gegevens over de inschrijving langs elektronische weg toegankelijk zijn en op welke plaats en wanneer op de bekendmaking een toelichting verkregen kan worden.
- In de nadere gegevens worden de plaats, de afsluitdatum en het tijdstip voor de indiening van de inschrijvingen vermeld, alsmede de plaats waar en het tijdstip waarop de opening van de inschrijvingen plaatsvindt.
- In de nadere gegevens wordt het relatieve gewicht gespecifieerd dat toegekend wordt aan elk van de gekozen criteria voor de bepaling van de economisch meest voordelige inschrijving. Dit gewicht kan worden uitgedrukt in een marge met een passend verschil tussen minimum en maximum.
- Wanneer volgens de minister die het aangaat om aantoonbare redenen, geen weging als bedoeld in het zesde lid, mogelijk is, vermeldt de bekendmaking van de opdracht, de criteria in dalende volgorde van belangrijkheid.
- De minister die het aangaat kan bijzondere voorwaarden stellen waaronder de activiteit, bedoeld in het tweede lid, wordt uitgevoerd, mits deze in de bekendmaking worden vermeld.
- De voorwaarden, bedoeld in het achtste lid, kunnen verband houden met sociale of milieuoverwegingen.
- Indien tien weken na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, voor een activiteit geen of geen volledige inschrijvingen zijn ontvangen, publiceert de minister die het aangaat binnen vier weken een herziene bekendmaking.
Artikel 10
Termijn inschrijving
- Een inschrijving op een bekendmaking als bedoeld in artikel 9, eerste lid, geschiedt binnen zes weken na de bekendmaking.
- Indien binnen zes weken geen inschrijving op de bekendmaking, bedoeld in artikel 9, eerste lid, is ontvangen, kan deze termijn met ten hoogste vier weken worden verlengd.
- Artikel 9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op het tweede lid.
Artikel 11
Gegevens inschrijving subsidie
- De inschrijver overlegt bij de inschrijving op een subsidie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, een activiteitenplan en een productbegroting.
- Een productbegroting als bedoeld in het eerste lid is gebaseerd op het activiteitenplan, van alle voor het jaar geraamde inkomsten en uitgaven van de inschrijver, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten dan wel diensten of producten waarvoor de subsidie bedoeld is, en waarbij de inkomsten en kosten gespecificeerd zijn per activiteit, dienst, product of cluster van activiteiten of producten en een vergelijking met de begroting van het lopende of voorafgaande jaar en de realisatiecijfers van het voorafgaande jaar.
- In het geval van een nieuwe instelling welke is opgericht, blijft het bepaalde in het tweede lid, betreffende de vergelijking met de begroting van het lopende of voorafgaande jaar en de realisatiecijfers van het voorafgaande jaar achterwege.
- Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen door de Minister van Financiën formulieren voor inschrijvingen worden vastgesteld.
Artikel 12
Procedure indiening en opening inschrijvingen
- De inschrijvingen worden in een gesloten envelop op de plaats, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, gedeponeerd in een gesloten en verzegelde bus. De inschrijvingen kunnen tot op het tijdstip van de opening, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, in de bus worden gedeponeerd.
- De bij opening van de bus, bedoeld in het eerste lid, aangetroffen enveloppen worden namens de minister die het aangaat door de sector die het aangaat geopend en hierbij worden de namen van de inschrijvers en het bedrag waarvoor zij hebben ingeschreven duidelijk voorgelezen.
- Van het verloop van de opening wordt proces-verbaal door de sector die het aangaat gemaakt.
- Bij ministeriële regeling met algemene werking worden door de Minister van Financiën nadere voorschriften vastgesteld voor het proces indiening en opening van inschrijvingen.
Artikel 13
Ontvankelijkheid
- De inschrijving, bedoeld in artikel 5, eerste lid, is niet ontvankelijk in geval:
a. van een te late indiening van de inschrijving;
b. de bij de inschrijving vereiste gegevens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, ontbreken.
- De minister die het aangaat stelt de inschrijver, binnen twee maanden na het tijdstip van de opening, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, gemotiveerd op de hoogte van de niet-ontvankelijkheid van de inschrijving, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 14
Tussentijdse toetsing inschrijvingen
- De inschrijvingen worden door de sector die het aangaat tussentijds getoetst en in een tussentijdse advies gerangschikt op basis van de gegevens, bedoeld in artikel 11 eerste lid.
- Binnen twee weken na de inschrijving neemt de minister die het aangaat op basis van het tussentijdse advies, bedoeld in het eerste lid, een besluit van voorselectie van de inschrijvers.
- De minister die het aangaat stelt de inschrijvers binnen drie weken na de inschrijving in kennis van het met reden omkleed besluit van voorselectie, bedoeld in het tweede lid.
- Binnen vier weken na de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, overleggen de voorgeselecteerde inschrijvers naast de gegevens, die eventueel op basis van de artikelen 7 en 8 moeten worden ingediend, de volgende gegevens:
a. een afschrift van de oprichtingsakte, de statuten en de reglementen die de inrichting en de werkzaamheden van de instelling regelen;
b. een beschrijving van de organisatievorm en de doelstelling van de instelling;
c. een actuele opgave van de samenstelling van het bestuur van de instelling;
d. een uittreksel van de inschrijving van de instelling in het register van de Kamer van Koophandel en Nijverheid;
e. de jaarrekening van het aan het jaar van indiening voor-voorafgaande jaar; de jaarrekening van het aan het jaar van indiening voorafgaande jaar kan, indien deze nog niet beschikbaar is, worden nagezonden nadat deze is vastgesteld, doch uiterlijk op 1 mei in het jaar van indiening
f. in het voorkomende geval een opgave van de financiële relatie, alsmede de jaarrekeningen, bedoeld in onderdeel e, van met de instelling gelieerde instelling of instellingen;
g. de werkwijze van de instelling;
h. gegevens waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de bijzondere voorwaarden, bedoeld in artikel 9, achtste lid;
i. een verklaring omtrent gedrag, bedoeld in Titel II van de Landsverordening van de 18de december 1968 houdende bepalingen betreffende de justitiële documentatie en de verklaringen omtrent het gedrag , niet ouder dan zes maanden;
j. een uittreksel van het op grond van de artikelen 16 en 212a van het Faillissementbesluit 1931 bijgehouden openbare register bij de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg, niet ouder dan zes maanden;
k. een verklaring van de Ontvanger als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen betreffende betalingsgedrag en een verklaring van de Sociale Verzekeringsbank betreffende betalingsgedrag, niet ouder dan zes maanden;
l. vergunningen om de betreffende dienst te kunnen verlenen, dan wel een lidmaatschap van een organisatie die voor deze dienstverlening verplicht is.
- Indien de inschrijver voor dezelfde of vergelijkbare activiteiten tevens een aanvraag of inschrijving om subsidie, in welke vorm dan ook, heeft ingediend bij een of meerdere ministers, doet hij daarvan mededeling bij de inschrijving, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot die aanvraag of aanvragen of die inschrijving of inschrijvingen.
- De minister die het aangaat kan desgewenst aanvullende gegevens verlangen, voor zover dat voor de beoordeling van de inschrijving nodig of wenselijk is.
- In het geval van een nieuwe instelling welke is opgericht, blijft het bepaalde in het vierde lid, onderdeel e, betreffende de realisatiecijfers van het voorafgaande jaar achterwege.
Artikel 15
Weigering subsidie op inschrijving
- Subsidie wordt niet verleend aan een inschrijver indien:
a. er strijd is met enige wettelijke bepaling;
b. de bij de inschrijving vereiste gegevens, bedoeld in artikel 14, vierde lid, ontbreken of onvolledig zijn;
c. een van de bestuursleden hiervan bij een rechterlijke uitspraak is veroordeeld voor een misdrijf;
d. die in staat van faillissement of van liquidatie verkeert, wiens werkzaamheden zijn gestaakt, jegens wie een surseance van betaling geldt of die in een andere vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure;
e. wiens faillissement of liquidatie is aangevraagd of tegen wie een procedure van surseance van betaling dan wel een andere soortgelijke procedure aanhangig is gemaakt;
f. tegen een van diens bestuursleden een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is gedaan, waarbij een delict is vastgesteld dat in strijd is met zijn beroepsgedragsregels;
g. die betalingsachterstanden heeft;
h. die zich schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de inlichtingen die ingevolge dit landsbesluit kunnen worden verlangd, of die inlichtingen niet heeft verstrekt en die ingevolge dit landsbesluit doorslaggevend zijn voor de verlening van een subsidie;
i. de inschrijver andere activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
j. de inschrijver in de vijf daaraan voorafgaande jaren een subsidie heeft ontvangen die krachtens het bepaalde in de artikelen 38 of 39 is ingetrokken;
k. de inschrijver niet beschikt over de bevoegdheid beroepsactiviteiten uit te oefenen, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdeel l.
- Met het oog op de toepassing van dit artikel kan de minister die het aangaat, indien er twijfels bestaan over de persoonlijke situatie van een bestuurslid, de bevoegde autoriteiten verzoeken om inlichtingen over de persoonlijke situatie van die inschrijver die de desbetreffende minister nodig acht.
- De in dit artikel opgenomen weigeringsgronden gelden ook voor de met de instelling gelieerde instellingen en hun bestuursleden.
Artikel 16
Toetsing geschiktheid inschrijvingen
De inschrijvingen worden beoordeeld op basis van de eisen zoals opgenomen in het programma van eisen, nadat de sector die het aangaat de geschiktheid heeft gecontroleerd op grond van de criteria, genoemd in de artikelen 7 en 8, en de overige voorwaarden die verband houden met sociale of milieuoverwegingen.
Artikel 17
Toetsingsadvies inschrijving
- De sector die het aangaat stelt naar aanleiding van de toetsing, bedoeld in artikel 16, een advies op.
- Indien er meerdere inschrijvingen zijn voor een bepaalde activiteit, worden de inschrijvingen gerangschikt op basis van de economisch meest voordelige inschrijving. Bij overigens gelijkwaardige inschrijvingen worden deze gerangschikt op basis van de laagste prijs.
Artikel 18
Verlening subsidie inschrijving
- De minister die het aangaat beslist uiterlijk 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover subsidie wordt verleend op de subsidie inschrijving, onder voorbehoud goedkeuring van de begroting door de Staten, met in achtneming van het advies, bedoeld in artikel 17, eerste lid, en neemt hierbij de toestemmingsprocedure, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de Landsverordening comptabiliteit 2010 en de goedkeuringsprocedure, bedoeld in artikel 8 van de Landsverordening financieel beheer, in acht.
- Verlening van een subsidie inschrijving geschiedt bij beschikking.
- De beschikking, bedoeld in het eerste lid, wordt binnen drie weken nadat de subsidie, overeenkomstig het eerste lid, is toegewezen, ter kennis gebracht aan de toegewezen inschrijver en de overige inschrijvers.
- De minister die het aangaat stelt op verzoek:
a. iedere afgewezen inschrijver in kennis van de redenen voor de afwijzing;
b. iedere inschrijver die aan de eisen beantwoordende inschrijving heeft gedaan, in kennis van de kenmerken en voordelen van de toegewezen inschrijving.
- De informatie, bedoeld in het vierde lid, wordt zo spoedig mogelijk, doch binnen een termijn van ten hoogste vier weken na ontvangst van het schriftelijke verzoek, verstrekt.
Hoofdstuk 3
Subsidie op aanvraag
Artikel 19
Indiening aanvraag
- De aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk ingediend bij de minister die het aangaat, uiterlijk veertien weken voordat een aanvang met de activiteit wordt gemaakt.
- De minister die het aangaat beslist binnen zes weken op een aanvraag voor subsidie en stelt de aanvrager binnen een week in kennis van het besluit.
- De minister die het aangaat kan de beslissing op een aanvraag voor subsidie voor ten hoogste vier weken verdagen. Hij doet hiervan tijdig melding aan de aanvrager.
- Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen door de Minister van Financiën formulieren voor de aanvraag worden vastgesteld.
Artikel 20
Aanvraag natuurlijke personen
- Natuurlijke personen kunnen aanvragen voor subsidie indienen, voor ten hoogste een bedrag van Cg 50.000 per jaar, per aanvrager.
- Bij de bepaling van het bedrag van de aanvrager, bedoeld in het eerste lid wordt tevens rekening gehouden met de aanvragen van bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad van de aanvrager.
Artikel 21
Termijn aanvraag
- De periode voor een subsidie op aanvraag voor een activiteit betreft ten hoogste twaalf maanden.
- Voor een activiteit, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste tweemaal een nieuwe aanvraag worden gedaan.
- Voortzetting van de subsidiëring na drie jaren van een activiteit kan uitsluitend op basis van het systeem van inschrijving geschieden.
Artikel 22
Gegevens aanvraag subsidie instellingen
- Bij een aanvraag voor subsidie worden naast de gegevens, die eventueel op basis van de artikelen 7 en 8 moeten worden ingediend, de volgende gegevens ingediend:
a. een afschrift van de oprichtingsakte, de statuten en de reglementen die de inrichting en de werkzaamheden van de instelling regelen;
b. een beschrijving van de organisatievorm en de doelstelling van de instelling;
c. een actuele opgave van de samenstelling van het bestuur van de instelling;
d. een uittreksel van de inschrijving van de instelling in het register van de Kamer van Koophandel en Nijverheid;
e. een activiteitenplan;
f. een productbegroting, die gebaseerd is op het activiteitenplan van alle voor het jaar geraamde inkomsten en uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten dan wel diensten of producten waarvoor de subsidie bedoeld is. In dit overzicht zijn de inkomsten en kosten gespecificeerd per activiteit, dienst, product of cluster van activiteiten of producten, tevens wordt een vergelijking gemaakt met de begroting van het lopende of voorafgaande jaar en de realisatiecijfers van het voorgaande boekjaar;
g. de jaarrekening van het aan het jaar van indiening voor-voorafgaande jaar; de jaarrekening van het aan het jaar van indiening voorafgaande jaar kan, indien deze nog niet beschikbaar is, worden nagezonden nadat deze is vastgesteld, doch uiterlijk 1 mei in het jaar van indiening;
h. in het voorkomende geval een opgave van de financiële relatie, alsmede de jaarrekeningen, bedoeld in onderdeel g, van met de instelling gelieerde instelling of instellingen;
i. de werkwijze van de instelling;
j. een verklaring omtrent gedrag, bedoeld in Titel II van de Landsverordening van de 18de december 1968 houdende bepalingen betreffende de justitiële documentatie en de verklaringen omtrent het gedrag, niet ouder dan zes maanden;
k. een uittreksel van het op grond van de artikelen 16 en 212a van het Faillissementbesluit 1931 bijgehouden openbare register bij de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg, niet ouder dan zes maanden;
l. een verklaring betreffende betalingsgedrag van de Ontvanger als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen en een verklaring betreffende betalingsgedrag van de Sociale Verzekeringsbank, niet ouder dan zes maanden;
m. vergunningen om de betreffende dienst te kunnen verlenen, dan wel een lidmaatschap van een organisatie die voor deze dienstverlening verplicht is.
- Indien de aanvrager voor dezelfde of vergelijkbare activiteiten tevens een aanvraag of inschrijving om subsidie, in welke vorm dan ook, heeft ingediend bij een of meerdere ministers of andere organisaties, doet hij daarvan mededeling bij de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot die aanvraag of aanvragen of die inschrijving of inschrijvingen.
- De minister die het aangaat kan desgewenst aanvullende gegevens verlangen, voor zover dat voor de beoordeling van de aanvraag nodig of wenselijk is.
- De in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde vergelijking met de begroting van het lopende of voorafgaande boekjaar en de realisatiecijfers van het voorgaande boekjaar is niet van toepassing indien een aanvraag geschiedt door een hiertoe opgerichte nieuwe instelling.
Artikel 23
Gegevens aanvraag subsidie natuurlijke personen
- Bij indiening van een aanvraag voor subsidie door een natuurlijk persoon wordt ten minste overgelegd:
a. een activiteitenplan, omvattende de te verrichten prestaties, evenals een kwantificering van de activiteiten, in de vorm van aantallen van diensten of producten, het verwachte bereik, het verwachte resultaat en zo mogelijk de kwaliteit;
b. een productenbegroting met een overzicht van alle geraamde inkomsten en uitgaven van de subsidieaanvrager voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten dan wel de investering waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
c. een mededeling in geval voor dezelfde of vergelijkbare activiteiten tevens een aanvraag om subsidie, in welke vorm dan ook, is ingediend bij een of meerdere ministeries of andere publiekrechtelijke organisaties of particuliere organisaties, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot die aanvraag of aanvragen;
d. een verklaring omtrent gedrag, bedoeld in Titel II van de Landsverordening van de 18de december 1968 houdende bepalingen betreffende de justitiële documentatie en de verklaringen omtrent het gedrag, niet ouder dan zes maanden;
e. een uittreksel van het op grond van de artikelen 16 en 212a van het Faillissementbesluit 1931 bijgehouden openbare register bij de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg, niet ouder dan zes maanden;
f. een verklaring van de Ontvanger als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen betreffende betalingsgedrag en een verklaring van de Sociale Verzekeringsbank betreffende betalingsgedrag, niet ouder dan zes maanden.
- De minister die het aangaat kan desgewenst aanvullende gegevens verlangen, voor zover dat voor de beoordeling van een aanvraag nodig of wenselijk is.
Artikel 24
Ontvankelijkheid
- Een aanvraag is niet ontvankelijk indien:
a. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet behoren tot de zorg van de overheid;
b. de bij de aanvraag vereiste gegevens ontbreken en niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, zijn aangeleverd.
- Indien bij indiening van een aanvraag blijkt dat de vereiste gegevens ontbreken of onvolledig zijn, stelt sector die het aangaat de aanvrager in de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog in te dienen. De aanvrager is gehouden de ontbrekende of onvolledige gegevens binnen veertien dagen na de kennisgeving bij de minister die het aangaat in te dienen.
- De minister die het aangaat stelt de aanvrager gemotiveerd op de hoogte van de niet-ontvankelijkheid van de aanvraag zoals bedoeld in het eerste lid.
Artikel 25
Weigering subsidieaanvraag
- Een subsidieaanvraag wordt geheel of deels geweigerd in het geval de aanvrager zonder de subsidie over eigen middelen of over middelen van derden, hieronder begrepen de reserves van gelieerde instellingen, in voorkomend geval, beschikt om de kosten van de activiteiten zelf te dekken.
- Een subsidieaanvraag wordt geweigerd indien:
a. de prioriteitstelling op grond van het beleid met zich meebrengt dat het algemeen belang niet is gediend om voor een bepaalde activiteit subsidie te verlenen;
b. en voor zover geen budget resteert voor subsidiëren van het betreffende beleidsterrein;
c. een van de bestuursleden hiervan of de aanvrager zelf bij een rechterlijke uitspraak is veroordeeld voor een misdrijf;
d. de aanvrager in staat van faillissement of van liquidatie verkeert, diens werkzaamheden zijn gestaakt, jegens de aanvrager een surseance van betaling geldt of deze in een andere vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure;
e. faillissement of liquidatie is aangevraagd of tegen de aanvrager een procedure van surseance van betaling dan wel een andere soortgelijke procedure aanhangig is gemaakt;
f. tegen een van diens bestuursleden of aanvrager zelf een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is gedaan, waarbij een delict is vastgesteld dat in strijd is met zijn beroepsgedragsregels;
g. de aanvrager betalingsachterstanden heeft;
h. de aanvrager zich schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de inlichtingen die ingevolge dit landsbesluit kunnen worden verlangd, of die inlichtingen niet heeft verstrekt en die ingevolge dit landsbesluit doorslaggevend zijn voor de verlening van een subsidie;
i. de aanvrager andere activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
j. de aanvrager in de vijf daaraan voorafgaande jaren een subsidie heeft ontvangen die krachtens het bepaalde in de artikelen 38 of 39 is ingetrokken;
k. de aanvrager niet beschikt over de bevoegdheid beroepsactiviteiten uit te oefenen, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdeel l;
l. de bij de aanvrager vereiste gegevens ontbreken of onvolledig zijn.
- Met het oog op de toepassing van dit artikel kan de minister die het aangaat, indien er twijfels bestaan over de persoonlijke situatie van een bestuurslid, de bevoegde autoriteiten verzoeken om inlichtingen over de persoonlijke situatie van die aanvrager die de desbetreffende minister nodig acht.
- De in dit artikel opgenomen eisen gelden ook voor de met de instelling gelieerde instellingen en hun bestuursleden.
Artikel 26
Toetsing geschiktheid aanvraag
- De aanvraag wordt getoetst op de mogelijkheid tot bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen van de sector, nadat de sector die het aangaat de geschiktheid heeft gecontroleerd op grond van de criteria, genoemd in de artikelen 7 en 8, en de overige voorwaarden die verband houden met sociale of milieuoverwegingen.
- De toetsing omvat mede de redelijkheid van het subsidiebedrag in relatie tot de verrichte activiteiten. Zo nodig wordt in overleg met de aanvrager het gevraagde subsidiebedrag neerwaarts aangepast.
Artikel 27
Toetsingsadvies aanvraag
- De sector die het aangaat stelt naar aanleiding van de toetsing, bedoeld in artikel 26, een advies op.
- Indien er meerdere aanvragen zijn voor een bepaalde activiteit, worden de aanvragen gerangschikt op basis van de economisch meest voordelige aanvraag. Bij overigens gelijkwaardige aanvragen worden deze gerangschikt op basis van het laagste bedrag.
Artikel 28
Verlening subsidie aanvraag
- De minister die het aangaat beslist op de subsidieaanvraag, met in achtneming van het advies, bedoeld in artikel 27, eerste lid, en neemt hierbij de toestemmingsprocedure, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de Landsverordening comptabiliteit 2010 en de goedkeuringsprocedure, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Landsverordening financieel beheer, in acht.
- Verlening van een subsidieaanvraag geschiedt bij beschikking.
Hoofdstuk 4
Procedures verlening subsidie
Artikel 29
Beschikking subsidie
- In de beschikking tot subsidieverlening wordt ten minste vastgelegd:
a. de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, in termen van kwantiteit en kwaliteit;
b. het voorlopig bedrag van de subsidie;
c. de termijnen van betaling van de subsidie voor het overeengekomen tijdvak van activiteiten;
d. de periode waarbinnen de activiteiten zullen plaatsvinden;
e. het verwachte resultaat overzichtelijk ingedeeld in tijdvakken, binnen de periode, bedoeld in onderdeel d;
f. de inhoud van het verslag van de activiteiten en de financiële resultaten daarvan, en de wijze waarop dat verslag wordt gedaan.
- In de beschikking bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat de subsidieontvanger tussentijds, halfjaarlijks of zoveel korter als wenselijk geacht, een verslag uitbrengt aan de sector ten minste bevattende de voortgang van de activiteiten, de financiën tot dan toe, alsmede een prognose voor de resterende periode. De beschikking bepaalt in dat geval de vorm van het verslag.
Artikel 30
Betaling subsidiebedrag
- De beschikking bedoeld in artikel 29, eerste lid, geeft aanspraak op de betaling van het daarin bepaalde bedrag aan subsidie.
- Betaling van de subsidie geschiedt overeenkomstig het bepaalde in de beschikking bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel c.
- De verplichting tot betaling van de subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeschort indien er grond bestaat voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 38 of 39.
- Indien bij definitieve vaststelling, intrekking of wijziging van de subsidie een lager subsidiebedrag wordt vastgesteld dan het bedrag dat reeds is betaald, wordt het meerdere teruggevorderd.
- De betaling, bedoeld in het eerste lid, kan in geval van betalingsachterstanden deels worden aangewend voor de rechtstreekse betalingen van die achterstanden.
Artikel 31
Publicatie subsidies
- De minister die het aangaat draagt er zorg voor dat elke zes maanden in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden opgenomen en langs elektronische weg door middel van een overzichtslijst de beschikkingen tot verlening, wijziging, intrekking of vaststelling subsidies worden bekendgemaakt.
- De bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval informatie over:
a. het doel van de subsidie;
b. de naam van de subsidieontvanger;
c. de looptijd van de subsidie;
d. het totale bedrag van de subsidie.
Artikel 32
Verplichtingen subsidieontvanger
- De subsidieontvanger dient bij de sector die het aangaat binnen vier maanden na afloop van het boekjaar waarvoor subsidie is verleend een jaarrekening en activiteitenverslag in.
- De jaarrekening, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de navolgende voorschriften:
a. omvat de balans, de exploitatierekening en de toelichting;
b. sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend;
c. de indeling is identiek aan die van de productenbegroting waarvoor subsidie is verleend;
d. geeft volgens de normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over:
1◦ het vermogen van de subsidieontvanger;
2◦ het exploitatiesaldo van de subsidieontvanger;
3◦ de solvabiliteit en liquiditeit van de subsidieontvanger;
4◦ de financiële positie van de aan de subsidieontvanger gelieerde instelling of instellingen, in voorkomend geval;
- Als de subsidie is verleend voor een bedrag hoger dan Cg 300.000 moet de bij de jaarrekening behorende accountantsverklaring worden overgelegd. Voor bedoelde verklaring gelden de regels van het protocol van de interne accountant van de regering.
- Bij ministeriële regeling met algemene werking worden door de Minister van Financiën de regels betreffende het protocol, bedoeld in het derde lid, vastgesteld.
- In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, omvat de jaarrekening van de subsidieontvanger van een bedrag van ten hoogste Cg 50.000,- ten minste een exploitatierekening en de toelichting daarop. In afwijking van het eerste lid wordt voor deze subsidies het exploitatieverslag met toelichting uiterlijk twee maanden na afloop van de gesubsidieerde activiteit ingediend.
Artikel 33
Administratie subsidieontvanger
- De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen, alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden vastgesteld.
- De administratie en de daartoe behorende bescheiden van de subsidieontvanger worden gedurende tien jaren bewaard.
- De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit te allen tijde data beschikbaar zijn voor onderzoek, beleidsontwikkeling en planning.
- Bij ministeriele regeling met algemene werking kunnen door de Minister van Financiën richtlijnen betreffende de administratie worden vastgesteld.
- De subsidieontvanger draagt de data, bedoeld in het derde lid, periodiek en op verzoek over aan de sector die het aangaat.
Artikel 34
Meldplicht
- De subsidieontvanger stelt de sector die het aangaat onverwijld in kennis van de volgende gebeurtenissen:
a. het voornemen tot ontbinding van de subsidieontvanger;
b. het faillissement dan wel het voornemen tot het doen van aangifte daartoe of het aanvragen van surseance van betaling van de subsidieontvanger;
c. de ontvangst van subsidie van een derde;
d. de wijziging van de statuten van de subsidieontvanger;
e. de wijziging van de samenstelling van het bestuur van de subsidieontvanger;
f. het ontstaan van betalingsachterstanden en voorstel op welke wijze deze achterstanden zullen worden ingelopen, binnen de reeds toegewezen subsidie.
- De sector die het aangaat adviseert zijn minister over de gevolgen van de gebeurtenissen voor de beschikking, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
- De minister die het aangaat neemt, met in achtneming van het advies, bedoeld in tweede lid, en na de subsidieontvanger te hebben gehoord een besluit over het al dan niet wijzigen of intrekken van de beschikking, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
- De minister die het aangaat bericht de subsidieontvanger over het besluit, bedoeld in het derde lid.
- De minister die het aangaat bericht de Minister van Financiën onverwijld schriftelijk over het besluit, bedoeld in het derde lid.
- De toestemmingsprocedure, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de Landsverordening comptabiliteit 2010 en de goedkeuringsprocedure, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Landsverordening financieel beheer, is van toepassing op het derde lid.
Artikel 35
Procedure bij afwijking van de planning
- Indien de voortgang van de uitvoering van de activiteiten, dan wel de realisatie van de prestaties, niet overeenstemt met de planning zoals vastgelegd in de beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 29, eerste lid, geeft de subsidieontvanger tijdig in een plan van aanpak aan, op welke wijze het vorenbedoeld activiteitenplan alsnog zal worden gerealiseerd.
- De sector die het aangaat adviseert zijn minister over de gevolgen van het plan van aanpak voor de beschikking, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
- De minister die het aangaat neemt, met in achtneming van het advies, bedoeld in tweede lid, en na de subsidieontvanger te hebben gehoord een besluit over het al dan niet wijzigen of intrekken van de beschikking, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
- De minister die het aangaat bericht de subsidieontvanger binnen 4 weken na ontvangst van het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid over het besluit, bedoeld in het derde lid.
- De toestemmingsprocedure, bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de Landsverordening comptabiliteit 2010 en de goedkeuringsprocedure, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Landsverordening financieel beheer, is van toepassing op het derde lid.
Artikel 36
Definitieve vaststelling subsidiebedrag
- De minister die het aangaat stelt binnen acht weken na ontvangst van het activiteitenverslag en de jaarrekening genoemd in artikel 32, eerste lid, op advies van de sector die het aangaat en met in achtneming van de beschikking, bedoeld in artikel 29, eerste lid, bij beschikking het definitieve subsidiebedrag vast.
- Het bedrag van de definitieve vaststelling voor subsidies op aanvraag wordt bepaald op het bedrag van de werkelijk voor de gesubsidieerde activiteit gemaakte kosten met een maximum van het bedrag van de voorlopige vastgestelde subsidie, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
- De definitieve vaststelling, bedoeld in het eerste lid, geeft met in achtneming van de bepalingen van dit landsbesluit een definitieve aanspraak op betaling van het subsidiebedrag.
Hoofdstuk 5
Toezicht
Artikel 37
Toezichthouders
- Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit landsbesluit en de daarop berustende regelingen zijn belast de Sector Financieel Beleid en Begrotingsbeheer van het Ministerie van Financiën en de daartoe door de minister die het aangaat aangewezen ambtenaren van de sector die het aangaat.
- De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd om:
a. alle inlichtingen op te vragen;
b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die relevant zijn voor de met de subsidie samenhangende verplichtingen en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
c. goederen aan opneming van onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen;
d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden vergezeld van door hen aangewezen personen;
e. afnemers van de goederen en of diensten van de subsidieontvanger te interviewen.
- Zo nodig wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.
- Een ieder is verplicht aan de in het eerste lid bedoelde toezichthouders alle medewerking te verlenen die op grond van het derde lid wordt gevorderd.
- De toezichthouder kan zich bij het uitoefenen van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, doen bijstaan door een door een toezichthouder aan te wijzen externe deskundige.
- Een deskundige als bedoeld in het vijfde lid, rapporteert zijn bevindingen rechtstreeks en schriftelijk aan de toezichthouder en zendt daarvan, na verkregen toestemming van de toezichthouder, een afschrift aan de betrokken subsidieontvanger.
Hoofdstuk 6
Sancties
Artikel 38
Intrekking en wijziging van subsidie
- Zolang de subsidie niet definitief is vastgesteld, trekt de minister die het aangaat de beschikking, bedoeld in artikel 29, eerste lid, na de subsidieontvanger te hebben gehoord in of wijzigt deze ten nadele van de subsidieontvanger indien:
a. bij de inschrijving of de aanvraag om subsidie, opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, welke indien zij juist of volledig waren zouden hebben geleid tot een afwijzende beschikking;
b. de subsidieverlening anderszins onjuist is en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten;
c. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, niet, niet geheel of niet in voldoende mate in overeenstemming met de beschikking als bedoeld in artikel 29, eerste lid, plaatsvinden of zullen plaatsvinden;
d. de subsidieontvanger andere activiteiten ontplooit of zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
e. de subsidieontvanger failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend dan wel een verzoek daartoe bij het Gerecht in eerste aanleg is ingediend;
f. de subsidieontvanger de subsidie op andere wijze heeft besteed dan bedoeld in artikel 29, eerste lid;
g. de subsidieontvanger geen jaarrekening van het voorgaande jaar of jaren heeft ingediend;
h. de subsidieontvanger in strijd handelt met een bepaling van dit landsbesluit;
i. de subsidieontvanger niet of in gebrekkige mate voldoet aan de bepalingen van dit landsbesluit.
- De beschikking tot intrekking of wijziging van subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de subsidieontvanger gezonden. De beschikking werkt in de gevallen genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij in de beschikking anders is bepaald.
- De minister die het aangaat bericht de Minister van Financiën onverwijld schriftelijk over het besluit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 39
Intrekking en wijziging van de definitieve vaststelling van subsidie
- Indien de subsidieontvanger opzettelijk onjuist of onvolledige gegevens heeft verstrekt, waardoor de beschikking, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onjuist is vastgesteld, trekt de minister die het aangaat na de subsidieontvanger te hebben gehoord de definitieve vaststelling van subsidie, bedoeld in artikel 36, eerste lid, in of wijzigt deze ten nadele van de subsidieontvanger.
- De beschikking tot intrekking of wijziging, bedoeld in het eerste lid, werkt terug tot en met het tijdstip waarop subsidie is verleend, tenzij bij de beschikking tot intrekking of wijziging anders is bepaald.
- De subsidievaststelling kan niet worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sedert de dag waarop deze is vastgesteld.
- De minister die het aangaat bericht de Minister van Financiën onverwijld schriftelijk over het besluit, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 40
Integriteit
- De subsidie aan een inschrijver of aanvrager is nietig indien hij in de zes maanden na de verlening van de subsidie iemand in dienst neemt die namens de overheid direct of indirect betrokken was bij de verlening van die subsidie.
- De subsidie aan een inschrijver of aanvrager is nietig indien hij in de zes maanden voorafgaande aan de verlening van de subsidie iemand in dienst heeft genomen die namens de overheid direct of indirect betrokken was bij de verlening van die subsidie.
- De subsidie aan een inschrijver of aanvrager is nietig indien deze, buiten het verleningsproces om, op andere wijzen getracht heeft de uitslag van de verlening van de subsidie in zijn voordeel te beïnvloeden.
Hoofstuk 7
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 41
Overgangsbepaling
- Dit landsbesluit is niet van toepassing op subsidies die voor de inwerkingtreding van dit landsbesluit zijn verleend. De bepalingen van de Subsidieverordening Curaçao 2007, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van artikel 45, Landsverordening financieel beheer, blijven op die subsidies van toepassing.
- Op de aanvragen voor subsidies die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van dit landsbesluit en waarop op het tijdstip van die inwerkingtreding nog niet is beslist, zijn van toepassing de bepalingen van de Subsidieverordening Curaçao 2007, zoals die luidden op de dag vooraf aan dat tijdstip.
- Betalingsachterstanden die bestaan per 1 januari 2017, worden niet als betalingsachterstanden in aanmerking genomen, voor de toepassing van de artikelen 15, eerste lid, onderdeel g, en 25, tweede lid, onderdeel g, onder de voorwaarde dat deze betalingsachterstanden aantoonbaar voorafgaande aan 2022 gelijkmatig zullen worden afgebouwd. Bij elke inschrijving of aanvraag worden hiervan bewijsstukken overgelegd.
Artikel 42
Inwerkingtreding
Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.
Artikel 43
Citeertitel
Dit landsbesluit wordt aangehaald als: Landsbesluit subsidie.