Landsbesluit UBO-registratie - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit UBO-registratie

Publicatienummer: P.B. 2024, no. 58
Categorie: Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 04-06-2024
Datum inwerktreding: 08-06-2024
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen )


LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 4de juni 2024 ter uitvoering van artikel 45, vijftiende en zestiende lid, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (Landsbesluit UBO-registratie)

Datum inwerking­treding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
08-06-2024 n.v.t. n.v.t. uitvoering art. 45, lid 15 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen P.B. 2024, no. 58 n.v.t.

 

HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit landsbesluit wordt verstaan onder:
a. de landsverordening: de Algemene landsverordening Landsbelastingen;
b. de bevoegde instantie: de in artikel 45, zestiende lid, van landsverordening genoemde instanties en personen;
c. handelsregister: het register, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterverordening ;
d. Kamer: de Kamer van Koophandel en Nijverheid, bedoeld in artikel 1, van de Landsverordening op de Kamers van Koophandel en Nijverheid ;
e. Secretaris: de Secretaris van de Kamer van Koophandel en Nijverheid, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Landsverordening op de Kamers van Koophandel en Nijverheid, dan wel door deze aangewezen medewerkers van de Kamer;
f. het UBO-register: het besloten centrale register, bedoeld in artikel 45, vijftiende lid, van de landsverordening, waarin de uiteindelijk gerechtigden worden ingeschreven;
g. lichaam: een rechtspersoon als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, een vennootschap als bedoeld in titel 13 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, een trust als bedoeld in titel 6 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of soortgelijke juridische constructie dan wel een naar buitenlands recht met één van de voorgaand genoemde rechtsvormen vergelijkbare juridische entiteiten;
h. uiteindelijk gerechtigde: de personen, bedoeld in artikel 45, zesde tot en met elfde lid, van de landsverordening;
i. Inspecteur: de Inspecteur der Belastingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de landsverordening.

Artikel 2

1. De Kamer wordt aangewezen als de entiteit die een UBO-register houdt als bedoeld in artikel 45, vijftiende lid, van de landsverordening.
2. De werkzaamheden ter zake van de registratie van gegevens en het verstrekken van gegevens aan de bevoegde instanties worden gedaan door de Secretaris.

HOOFDSTUK 2
Opgave ter inschrijving

Artikel 3

1. De Kamer draagt zorg dat het doen van een opgave ter registratie in het UBO-register of van een opgave tot wijziging van een bestaande registratie geschiedt langs elektronische weg via een daartoe opengestelde website. De Kamer draagt daarbij zorg dat de authenticiteit en veiligheid van de in het UBO-register opgenomen gegevens worden gewaarborgd.
2. De opgave dient het emailadres te vermelden van degene die de opgave dan wel wijziging ter registratie heeft opgegeven. Deze krijgt op dat emailadres per omgaande een bevestiging van de opgave.

Artikel 4

1. Het bestuur van een lichaam is verplicht de uiteindelijk gerechtigden van het lichaam op de voorgeschreven wijze te registreren in het UBO-register.
2. Het bestuur kan een ander dan de bestuurder van het lichaam machtigen om de UBO-opgave, bedoeld in artikel 3, eerste lid, namens het lichaam te registreren.
3. Indien ten aanzien van een rechtspersoon een akte en statuten dan wel een wijziging daarvan, alsmede indien een akte ten aanzien van een trust of soortgelijke juridische constructie, ten overstaan van een notaris is verleden, is de notaris gehouden om binnen twee weken na het verlijden van de akte de voorgeschreven opgave aan het UBO-register te doen.

Artikel 5

1. De Secretaris onderzoekt of de registratie blijkens de inschrijving van het lichaam in het handelsregister afkomstig is van iemand die tot het doen ervan bevoegd is, alsmede of het opgaveformulier volledig is ingevuld.
2. De Secretaris kan bij een onderzoek nadere bewijsstukken vragen die de bevoegdheid kunnen aantonen van degene die de registratie doet.
3. Indien de Secretaris ervan overtuigd is dat de opgave is gedaan door iemand die tot het doen ervan bevoegd is en van oordeel is dat de registratie is gedaan conform artikel 6, gaat deze onverwijld over tot registratie van de uiteindelijk gerechtigden.
4. Indien de Secretaris van oordeel is dat de opgave niet juist is, geeft hij het bestuur van het lichaam, respectievelijk degene die de opgave heeft gedaan, in overweging de opgave te wijzigen of in te trekken. Daartoe stelt hij de opgave onverwijld weer ter beschikking aan het bestuur van het lichaam en geeft hij de aanwijzingen die hij in het kader van artikel 6 in het belang van het UBO-register dienstig oordeelt.
5. De Secretaris weigert tot registratie over te gaan indien deze er niet van overtuigd is dat de opgave afkomstig is van een tot opgave bevoegd persoon.
6. De Secretaris kan weigeren om tot registratie over te gaan indien:
a. de opgave tegenstrijdig is met een wettelijk voorschrift, het recht, de openbare orde of de goede zeden;
b. de opgave kennelijk strijdig of onvolledig is;
c. de opgave strijdig is met de reeds over het lichaam in het handelsregister opgenomen gegevens;
d. de Secretaris gerede twijfel heeft over de juistheid van de opgave.
7. Ingeval de Secretaris krachtens het vijfde of zesde lid de inschrijving weigert, stelt deze de opgave weer ter beschikking aan het bestuur van het lichaam, respectievelijk aan degene die de opgave heeft gedaan met vermelding van de reden van weigering en het verzoek tot het doen van een nieuwe opgave door de daartoe bevoegde bestuurder. Deze nieuwe opgave moet worden gedaan binnen een termijn van twee weken nadat de Secretaris de opgave weer ter beschikking heeft gesteld.
8. Indien, naar het oordeel van de Secretaris, uit de nieuwe verstrekte opgave, blijkt dat de aangever de gegeven aanwijzingen niet heeft opgevolgd, of de opgave niet tijdig is verbeterd, wordt dit gemeld bij de bevoegde instanties.

HOOFDSTUK 3
Registratie uiteindelijk gerechtigde

Artikel 6

1. Bij de registratie worden van ieder lichaam en de uiteindelijk gerechtigden opgegeven:
a. van het lichaam: de benaming van het lichaam alsmede het Crib-nummer en het inschrijvingsnummer daarvan in het handelsregister;
b. van de uiteindelijk gerechtigden zijnde natuurlijke personen:
1o. de naam, de geboortedatum, het geboorteland en de nationaliteit;
2o. het woonadres en de woonstaat;
3o. voor ingezetenen van Curaçao: het Crib-nummer;
4o. voor niet-ingezetenen van Curaçao: het fiscaal identificatienummer van het land van inwonerschap, indien van toepassing, of het nummer van een geldig wettelijk identiteitsbewijs; en
5o. opgave van de reden waarom de geregistreerde natuurlijke personen als uiteindelijk gerechtigden, conform artikel 45, zesde tot en met het elfde lid, van de landsverordening, kwalificeren. Het belang, bedoeld in het vierde lid, moet indien van toepassing, uit de opgave blijken.
2. In het UBO-register worden per lichaam de meest actuele afschriften van de volgende categorieën documenten gedeponeerd, voor zover de reden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 5o, waarom de natuurlijke personen als uiteindelijk gerechtigden geregistreerd worden daaruit blijkt:
a. aandeelhoudersregister;
b. certificaathoudersregister;
c. oprichtingsakte;
d. andere notariële akte;
e. ledenregister;
f. contract van oprichting;
g. organogram;
h. overige relevante documenten;
i. afschrift van de volmacht als bedoeld in artikel 4, tweede lid.
3. Per uiteindelijk gerechtigde worden afschriften gedeponeerd van:
a. kopie geldig identiteitsbewijs;
b. voor niet-ingezetenen van Curaçao: een officieel document niet ouder dan zes maanden van de buitenlandse burgerlijke stand of soortgelijke buitenlandse instantie waaruit blijkt van welk land de uiteindelijke gerechtige ingezetene is.
4. Indien de uiteindelijk gerechtigden een bepaald belang hebben in het lichaam dan wordt de aard en omvang van dit onderverdeeld in de volgende klassen:
a. 75 tot en met 100 procent;
b. 50 tot 75 procent;
c. 25 tot 50 procent;
d. alsmede, voor zover op basis van artikel 45 van de landsverordening of bij ministeriële regeling met algemene werking als bedoeld in artikel 45, veertiende lid, van de landsverordening, een lager percentage is vastgesteld, vanaf dat percentage tot 25%.
5. De gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, en de wijzigingen daarvan, kunnen tot tien jaar na uitschrijving van het lichaam uit het handelsregister worden ingezien. De Kamer doet melding van de uitschrijving van het lichaam aan de Inspecteur.
6. In afwijking van het vijfde lid kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, en de wijzigingen daarvan, ten aanzien van een uiteindelijk gerechtigde van een lichaam worden ingezien tot tien jaar nadat de natuurlijk persoon niet langer een uiteindelijk gerechtigde is van dat lichaam. Artikel 10 van de Landsverordening bescherming persoonsgegevens is hierop van overeenkomstige toepassing.
7. De Secretaris geeft de uiteindelijk gerechtigde op diens verzoek inzage in de op grond van het eerste lid in het UBO-register opgenomen gegevens van de verzoekende uiteindelijk gerechtigde.
8. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de uiteindelijk gerechtigden inzicht kunnen krijgen in de gegevens, bedoeld in het zevende lid.

Artikel 7

1. De registratie van de gegevens, genoemd in artikel 6, vindt voor een nieuw opgericht of ingesteld lichaam plaats binnen twee weken na oprichting of instelling van het lichaam.
2. Artikel 8, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

1. Indien er een wijziging is van de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 6, eerste tot en met derde lid, is het bestuur van het betrokken lichaam verplicht de wijziging binnen twee weken na datum van wijziging aan de Kamer op te geven ter registratie in het UBO-register.
2. Indien de informatie, bedoeld in het eerste lid, niet tijdig is aangeleverd, stuurt de Secretaris per ommegaande nadat de omissie bekend wordt, een kennisgeving aan het betrokken lichaam dat de gegevens alsnog binnen twee weken dienen te worden aangeleverd.

HOOFDSTUK 4
Bevoegde instanties

Artikel 9

1. De gegevens in het UBO-register kunnen slechts worden ingezien door een bevoegde instantie, voor zover de bevoegde instantie handelt in het kader van de uitoefening van haar wettelijke taak of bevoegdheid.
2. Bij het verstrekken van gegevens en bescheiden omtrent uiteindelijk gerechtigden worden deze gegevens op verzoek gerangschikt naar natuurlijke personen.
3. De Secretaris verstrekt de gegevens en de bescheiden omtrent uiteindelijk gerechtigden aan de bevoegde instantie op een zodanige wijze dat het betrokken lichaam geen weet heeft van de verstrekking.

Artikel 10

1. Een bevoegde instantie doet melding aan de Kamer van iedere discrepantie die zij aantreft tussen de geregistreerde gegevens omtrent uiteindelijk gerechtigden die zij verstrekt heeft gekregen uit het UBO-register en de informatie over die uiteindelijk gerechtigden waarover zij uit anderen hoofde beschikt. Artikel 5, zevende en achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien en voor zolang nakoming van de in dat lid neergelegde verplichting de uitoefening van de wettelijke taak of bevoegdheid van de betreffende bevoegde instantie onnodig zou doorkruisen.
3. De Secretaris verwerkt de gegevens als bedoeld in het eerste lid in het UBO-register en stelt het bestuur van het lichaam waarvan de gegevens van een of meer van de UBO’s is gewijzigd in kennis van deze wijziging.
4. De Secretaris, alsmede een bevoegde instantie, doet melding aan de Inspecteur ingeval:
a. de aangever de gegeven aanwijzingen niet heeft opgevolgd, of de opgave niet tijdig is verbeterd als bedoeld in artikel 5, achtste lid;
b. het vermoeden bestaat dat niet alle gegevens als bedoeld in artikel 6, eerste tot en met derde lid zijn aangeleverd;
c. de registratie van een nieuw opgericht of ingesteld lichaam als bedoeld in artikel 7 dan wel de wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 8, niet binnen de gestelde termijn is gedaan;
d. in strijd is gehandeld met het eerste of derde lid van artikel 9.

HOOFDSTUK 5
Handhaving

Artikel 11

1. In geval van een melding als bedoeld in de artikelen 5, achtste lid, en 8, tweede lid, legt de Inspecteur altijd een boete op met inachtneming van artikel 28a van de landsverordening.
2. Ingeval van een melding als bedoeld in artikel 10, derde lid, doet de Inspecteur eerst nader onderzoek alvorens een boete op te leggen als hiervoor genoemd.

HOOFDSTUK 6
Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12

1. Binnen zes maanden na de eerste dag van de maand volgende op die van inwerkingtreding van dit landsbesluit schrijft de Kamer — voor zover deze niet reeds zijn ingeschreven — in het UBO-register in, de gegevens bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b, van de lichamen, welke op de datum van inwerkingtreding van dit landsbesluit reeds in het handelsregister zijn ingeschreven.
2. Overige opgaven ter inschrijving in het UBO-register en deponering van bescheiden ten kantore van het UBO-register, waartoe de verplichting ontstaat als gevolg van de inwerkingtreding van dit landsbesluit, worden, uitsluitend ten aanzien van lichamen welke op de datum van inwerkingtreding van dit landsbesluit reeds in het handelsregister zijn ingeschreven, in afwijking van artikel 7 gedaan binnen twaalf maanden na de eerste dag van de maand volgende op die van inwerkingtreding van dit landsbesluit.

Artikel 13

1. Voor zover opgave ter registratie of wijziging van een registratie nog niet op de wijze als bedoeld in artikel 3, eerste lid, mogelijk is, zorgt de Kamer ervoor dat opgave kan worden gedaan door toezending van een volledig ingevuld opgaveformulier per e-mail aan een specifiek daartoe door de Kamer geopend e-mailadres. De Kamer stelt daarvoor dan tevens een formulier beschikbaar voor het doen van de opgaven welke van de website van de Kamer te downloaden is.
2. Gedurende de periode, bedoeld in het eerste lid, is van artikel 9 van het Handelsregisterbesluit van overeenkomstige toepassing.
3. Zodra de website als bedoeld in artikel 3, eerste lid, beschikbaar is draagt de Kamer er zorg voor dat de gegevens die op de wijze als bedoeld in het eerste lid van dit artikel zijn geregistreerd, in het register op de website worden overgenomen.

Artikel 14

1. Als tijdstip waarop een bericht door de Kamer elektronisch is verzonden, geldt het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking bereikt waarvoor de Kamer geen verantwoordelijkheid draagt of, indien de Kamer en de geadresseerde gebruik maken van hetzelfde systeem voor gegevensverwerking, het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt voor de geadresseerde.
2. Als tijdstip waarop een bericht door de kamer elektronisch is ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt.

Artikel 15

De Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van dit landsbesluit aan de Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het UBO-register.

Artikel 16

Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 17

Dit landsbesluit wordt aangehaald als: Landsbesluit UBO-registratie.

Naar boven