LANDSBESLUIT van de 31ste januari 2025, no. 25/215, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Besluit van den 26sten September 1939, houdende eenige bepalingen betreffende bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

LANDSBESLUIT van de 31ste januari 2025, no. 25/215, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Besluit van den 26sten September 1939, houdende eenige bepalingen betreffende bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen

Publicatienummer: P.B. 2025, no. 25 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Algemene Zaken en Minister President
Datum ondertekening: 31-01-2025
Datum inwerktreding: 28-09-1939
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK VIII Openbare Veiligheid)


LANDSBESLUIT van de 31ste januari 2025, no. 25/215, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Besluit van den 26sten September 1939, houdende eenige bepalingen betreffende bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
28 september 1939 n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2025, no. 25 (GT) n.v.t.

Artikel 1

  1. Indien, ter beoordeling van de Gouverneur, de omstandigheden maatregelen vereisen, strekkende om de gevaren van eventuele luchtaanvallen voor de bevolking te beperken, is hij bevoegd een luchtbeschermingsdienst in te stellen, hetzij voor geheel Curaçao hetzij voor een of meer bijzonder aangewezen delen daarvan, en daartoe op tijdstippen, welke hem dienstig voorkomen, te bepalen dat:
    a. daartoe geschikte Landsdiensten, zo nodig aangevuld door particulieren, voor de luchtbescherming werkzaam zullen zijn en van de nodige uitrusting zullen worden voorzien;
    b. Landsgebouwen als openbare schuilplaatsen zullen worden ingericht;
    c. bij nieuwbouw of verbouwing van daartoe geëigende bouwwerken als voorwaarde voor het verlenen van een bouwvergunning ingevolge de Bouw- en Woningverordening, gesteld wordt de eis, dat voorzieningen worden getroffen tot het inrichten van openbare schuilplaatsen in die gebouwen;
    d. oefeningen zullen worden gehouden, opdat de nodige ervaringen kunnen worden verworven omtrent de wijze waarop bij de bescherming tegen luchtaanvallen door de daartoe ingestelde diensten en belanghebbenden moet worden samengewerkt;
    e. bedrijven en personen hun medewerking tot die oefeningen zullen verlenen volgens te stellen algemene of bijzondere gedragsregels;
    f. zodra hij openbaar bekend maakt, dat gevaar voor luchtaanvallen bestaat:
    1°. bepaalde eigendommen in gebruik kunnen worden genomen;
    2°. de gedeelten van de gebouwen in sub c bedoeld, welke tot openbare schuilplaatsen zijn ingericht, door de eigenaars of gebruikers onverwijld ontruimd en te zijner beschikking gesteld worden;
    3°. verbruiksartikelen voor bescherming en ontsmetting kunnen worden gevorderd;
    4°. bedrijven en personen hun medewerking zullen verlenen aan handelingen tot bestrijding of beperking van de gevolgen voortvloeiende uit een luchtaanval naar te stellen algemene of bijzonder gedragsregels;
    5°. bedrijven en personen zich zullen onthouden van daden, welke ernstig gevaar voor de inwoners zouden kunnen doen ontstaan.
  2. De Gouverneur kan ambtenaren aanwijzen, die vanwege hem tot het geven van een of meer van de bovenbedoelde bevelen/doen van een of meer van de bovenbedoelde vorderingen bevoegd zijn.

Artikel 2

De gevallen waarin de eis bij artikel 1, sub c, kan worden gesteld en al hetgeen verder ter uitvoering van de maatregel nodig is, worden door de Gouverneur geregeld.

Artikel 3

  1. De Gouverneur doet de maatregelen, welke hij nodig acht, zomede de algemene bekendmaking bedoeld sub f, aanhef, van artikel 1 bij “openbare bekendmaking” publiceren middels aanplakking op de daarvoor door of vanwege hem aangewezen plaatsen en middels advertentie in een of meer dagbladen.
    In de gevallen waarin algemene gedragsregels worden gesteld, worden deze in de “openbare bekendmaking” opgenomen.
  2. Bijzondere gedragsregels worden de betrokkenen door of vanwege de Gouverneur schriftelijk medegedeeld.

Artikel 4

  1. Indien in het geval van artikel 1, sub c, de betrokkenen ten gevolge van de hun gestelde eisen verplicht worden tot extra uitgaven, worden deze hun vergoed.
  2. Indien in de gevallen van artikel 1, sub f, 1°. en 2°., door de eigenaren of gebruikers ten gevolge van het in gebruik nemen of de ontruiming van de percelen schade wordt geleden, worden zij volledig schadeloos gesteld.
  3. De in het geval van artikel 1, sub f 3°., gevorderde verbruiksartikelen worden de rechthebbenden vergoed.
  4. De hiervoor bedoelde vergoedingen en schadeloosstellingen worden bepaald middels schatting door een commissie van drie door de Gouverneur daartoe benoemde schatters.
  5. Indien de betrokkene met die schatting zich niet verenigt, kan hij ter zake de beslissing inroepen van de rechter.

Artikel 5

Indien en waar zulks door of vanwege de Gouverneur nodig geacht wordt, kan bij onwil of afwezigheid van de betrokkenen met behulp van de sterke arm worden overgegaan tot de maatregelen, waartoe ingevolge het bepaalde in sub e en f van artikel 1 is besloten of tot dwang ter opvolging van de geboden, ingevolge het daarbij bepaalde bevolen.

Artikel 6

  1. Indien door of vanwege de Gouverneur bepaald wordt zoals bedoeld in sub e en sub f, 4°. en 5°., van artikel 1, zullen de bedrijven en personen, aan wie bij openbare bekendmaking of schriftelijk opgedragen wordt hun medewerking daartoe te verlenen, gehouden zijn de hun opgelegde verplichtingen na te komen.
  2. Op schadeloosstelling ter zake zal geen aanspraak kunnen worden gemaakt, doch de Gouverneur kan in bijzonder gevallen, indien hij daartoe aanleiding vindt, een schadeloosstelling toekennen.

Artikel 7

  1. Hij, die opzettelijk aan enige bij artikel 6 bedoelde verplichtingen niet voldoet, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste eenduizend gulden.
  2. Hij aan wiens schuld is te wijten, dat aan de hiervoor bedoelde verplichting niet wordt voldaan, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijfhonderd gulden.
  3. De feiten, strafbaar gesteld in dit artikel, worden beschouwt als misdrijven.

Artikel 8

Met het opsporen van de feiten bij deze regeling strafbaar gesteld, zijn belast, behalve de ambtenaren aangewezen bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering, de daartoe bijzonderlijk door de Gouverneur aangewezen personen.

Artikel 9

  1. Zij, die met het opsporen van de overtredingen van deze regeling zijn belast, alsmede de hen op hun last vergezellende personen hebben te allen tijde vrije toegang tot alle plaatsen, waar redelijkerwijze vermoed kan worden dat zich de bij sub f, 3°., van artikel 1 bedoelde goederen bevinden of dat daden en handelingen worden verricht/nagelaten in strijd met het verbod/gebod bedoeld bij hetzelfde artikel sub f, 4°. en 5°. Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich die desnoods met behulp van de sterke arm.
  2. Is de plaats tevens een woning of alleen door een woning toegankelijk en is de procureur-generaal bij het binnentreden niet zelf tegenwoordig, dan moet een bijzondere of algemene schriftelijke last van de procureur-generaal tot het binnentreden worden getoond. Van dit binnentreden wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel 10

(vervallen)

Naar boven