Landsbesluit winstbelasting - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou Uw mening

Wet- en Regelgeving

Landsbesluit winstbelasting

Publicatienummer: P.B. 2018, no. 19, zoals laatstelijk gewijzigd bij   P.B. 2021, no. 19
Categorie: Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Onderwerp(en): Winstbelasting
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 04-07-2018
Datum inwerktreding: 04-08-2018
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen)


LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 4de juli 2018 ter uitvoering van de artikelen 45, tweede lid, en 46, derde lid, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 en houdende wijziging van het Landsbesluit uitvoering internationa(...)

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats                 Zittings-

jaar

5-3-2021  1-1-2020 artt. 1t/m 7 P.B. 2021, no. 19
4-8-2018

4-8-2018

 

 

 

4-8-2018

 

 

4-8-2018

 

4-8-2018

 

(zie hierna)

1-1-2018

 

 

 

1-1-2018

 

 

1-1-2018

 

1-1-2017

 

 

Art. 42 onderdelen i, j en k

 

Art. 1, onderdeel e

 

Art. 6

 

Artt. 2a lid 9 en 4a

 

P.B. 2018, no. 19

P.B. 1965, no. 58

 

 

 

P.B. 2016, no. 23

 

 

P.B. 2015, no. 53

 

P.B. 2015, no. 53

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk I
Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit landsbesluit wordt verstaan onder:
Landsverordening: de Landsverordening op de winstbelasting 1940.

Hoofdstuk II
Nadere regelster bepaling van voordelen verkregen uit binnenlandse onderneming

Artikel 2

  1. Als voordelen verkregen uit binnenlandse onderneming, als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940, wordt aangemerkt alle winst die haar bron vindt in enige activiteit in Curaçao.
  2. Bepaling van de voordelen verkregen uit binnenlandse onderneming, geschiedt met inachtneming van de in bijlage G, behorende bij dit landsbesluit, vastgestelde nadere regels.

Hoofdstuk III

Rapportage aanvullende documentatieverplichtingen verrekenprijzen

Artikel 3

Het landenrapport, bedoeld in artikel 42, onderdeel i, van de Landsverordening, wordt in de Nederlandse taal opgemaakt overeenkomstig de bij dit landsbesluit behorende bijlage A, dan wel in de Engelse taal overeenkomstig bijlage B behorende bij dit landsbesluit en opgesteld in XML format.

Artikel 4

Het groepsdossier, bedoeld in artikel 42, onderdeel j, van de Landsverordening, wordt in de Nederlandse taal opgemaakt overeenkomstig de bij dit landsbesluit behorende bijlage C, dan wel in de Engelse taal overeenkomstig bijlage D behorende bij dit landsbesluit.

Artikel 5

Het lokale dossier, bedoeld in artikel 42, onderdeel k, van de Landsverordening, wordt in de Nederlandse taal opgemaakt overeenkomstig de bij dit landsbesluit behorende bijlage E dan wel in de Engelse taal overeenkomstig bijlage F behorende bij dit landsbesluit.

Hoofdstuk IV

Wijziging andere wettelijke regelingen

Artikel 6

Het Landsbesluit uitvoering internationale bijstandsverlening wordt als volgt gewijzigd:

  1. Aan artikel 2a, achtste lid, wordt een nieuw negende lid toegevoegd, luidende:
    9.  Een administratieplichtige stelt bij toepassing van de procedures, bedoeld in dit artikel, vast van elke houder van een rekening of hij fiscaal inwoner is van een of meer van de bij ministeriële regeling met algemene werking, aan te wijzen rechtsgebieden.
  2. Na artikel 4 wordt een nieuw artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 4a

  1. Voor hogewaarderekeningen wordt uiterlijk op 31 december 2017 voor het eerst vastgesteld of sprake is van een te rapporteren rekening.
  2. Voor lagewaarderekeningen wordt uiterlijk op 31 december 2018 voor het eerst vastgesteld of sprake is van een te rapporteren rekening.
  3. Voor bestaande entiteitsrekeningen wordt uiterlijk op 31 december 2018 voor het eerst vastgesteld of sprake is van een te rapporteren rekening.

3.  Artikel 6 komt te vervallen.

Artikel 7

Artikel 1, onderdeel e, van het Landsbesluit administratieve sanctie bij niet nakomen fiscale verplichtingen komt te luiden:

e.  overtreding: het niet, dan wel niet op de voorgeschreven wijze, voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit Hoofdstuk VI van de Algemene landsverordening Landsbelastingen.

Artikel 8

Dit Landsbesluit wordt aangehaald als: Landsbesluit winstbelasting.

BIJLAGE A

behorende bij artikel 2 van het Landsbesluit winstbelasting

BIJLAGE B

behorende bij artikel 2 van het Landsbesluit winstbelasting

BIJLAGE C

behorende bij artikel 3 van het Landsbesluit winstbelasting

 

In het groepsdossier wordt de volgende informatie opgenomen:

 

  1. Organisatiestructuur

Schema waarin de juridische structuur en de eigendomsstructuur van de multinationale groep en de geografische locatie van de bedrijfsentiteiten wordt verduidelijkt.

 

  1. Beschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de multinationale groep

Algemene schriftelijke beschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de multinationale groep, waaronder:

  1. Belangrijke pijlers van de ondernemingswinst.
  2. Een beschrijving van de toeleveringsketen voor de vijf grootste producten en/of aangeboden diensten van de groep op basis van omzet plus andere producten en/of diensten die meer dan 5 procent bedragen van de groepsomzet. De vereiste beschrijving mag de vorm hebben van een schema of grafiek.
  3. Een lijst en beknopte beschrijving van belangrijke dienstverleningsafspraken tussen leden van de multinationale groep, anders dan diensten op het gebied van speur- en ontwikkelingswerk, waaronder een beschrijving van de capaciteiten van de belangrijkste locaties alwaar belangrijke diensten worden verricht en beleid wordt gemaakt inzake verrekenprijsgrondslagen voor het toerekenen van servicekosten en het vaststellen van de voor intra-groepsdiensten te betalen prijzen.
  4. Een beschrijving van de belangrijkste geografische markten voor de onder b genoemde producten en diensten van de groep.
  5. Een beknopt beschreven functionele analyse waarin de belangrijkste bijdragen aan waarde creatie door individuele entiteiten binnen de groep beschreven worden, dat wil zeggen uitgeoefende sleutelfuncties, belangrijke op zich genomen risico’s, en belangrijke aangewende activa.
  6. Een beschrijving van belangrijke bedrijfsreorganisatietransacties, bedrijfsovernames en bedrijfsoverdrachten die tijdens het verslagjaar plaatsvonden.

 

  1. Immateriële activa van de multinationale groep zoals gedefinieerd in hoofdstuk VI van de OESO ‘Transfer Pricing Guidelines for Multinational Enterprises and Tax Administrations’
  1. Een algemene beschrijving van de algehele strategie van de multinationale groep voor de ontwikkeling, eigendom en exploitatie van immateriële activa, waaronder de locatie van de voornaamste speur- en ontwikkelingsfaciliteiten en de locatie van het speur en ontwikkelingsmanagement.
  2. Een lijst van immateriële activa of groepen van immateriële activa van de multinationale groep die belangrijk zijn voor verrekenprijsdoeleinden met daarbij welke entiteiten de juridische eigendom hiervan hebben.
  3. Een lijst van belangrijke overeenkomsten tussen vastgestelde gelieerde lichamen die verband houden met immateriële activa, waaronder afspraken over kostenbijdragen, de voornaamste dienstverleningsovereenkomsten op onderzoeksgebied en licentieovereenkomsten.
  4. Een algemene beschrijving van de verrekenprijsgedragslijn van de multinationale groep met betrekking tot speur- en ontwikkelingswerk en immateriële activa.
  5. Een algemene beschrijving van alle belangrijke overdrachten van belangen in immateriële activa tussen gelieerde lichamen gedurende het betreffende verslagjaar, met inbegrip van de betrokken entiteiten, landen en vergoedingen.

 

  1. Onderlinge financiële activiteiten van de multinationale groep
  1. Een algemene beschrijving van hoe de groep gefinancierd wordt, waaronder belangrijke financieringsafspraken met niet gelieerde geldschieters.
  2. Het benoemen van alle leden van de multinationale groep die een centrale financieringsfunctie voor de groep vervullen, met inbegrip van het land naar het recht waarvan de entiteit is opgericht en de plaats van werkelijke leiding van die entiteit.
  3. Een algemene beschrijving van de algemene verrekenprijsgedragslijn van de multinationale groep die verband houdt met financieringsafspraken tussen gelieerde lichamen.

 

  1. Financiële en fiscale positie van de multinationale groep
  2. De geconsolideerde jaarrekening van de multinationale groep voor het betreffende verslagjaar, indien deze ook anderszins wordt opgemaakt met het oog op de financiële verslaglegging, het naleven van regelgeving, interne beheerscontrole, belasting- of andere doeleinden.
  3. Een lijst en beknopte beschrijving van de bestaande eenzijdige vaststellingsovereenkomsten – advance pricing agreements (APA’s) – van de multinationale groep en andere belastingafspraken met betrekking tot de allocatie van inkomen tussen landen.

BIJLAGE D

behorende bij artikel 3 van het Landsbesluit winstbelasting

 

The following information should be included in the master file:

 

  1. Organisational structure

Chart illustrating the Multinational Enterprises (hereafter: MNE’s) legal and ownership structure and geographical location of operating entities.

 

  1. Description of MNE’s business(es)

General written description of the MNE’s business including:

  1. Important drivers of business profit.
  2. A description of the supply chain for the group’s five largest products and/ or service offerings by turnover plus any other products and/or services amounting to more than 5 percent of group turnover. The required description could take the form of a chart or a diagram.
  3. A list and brief description of important service arrangements between members of the MNE group, other than research and development (R&D) services, including a description of the capabilities of the principal locations providing important services and transfer pricing policies for allocating services costs and determining prices to be paid for intra-group services.
  4. A description of the main geographic markets for the group’s products and services that are referred to under b.
  5. A brief written functional analysis describing the principal contributions to value creation by individual entities within the group, i.e. key functions performed, important risks assumed, and important assets used.
  6. A description of important business restructuring transactions, acquisitions and divestitures occurring during the fiscal year.

 

 

  1. MNE’s intangibles as defined in Chapter VI of these Guidelines[1]
  1. A general description of the MNE’s overall strategy for the development, ownership and exploitation of intangibles, including location of principal R&D facilities and location of R&D management.
  2. A list of intangibles or groups of intangibles of the MNE group that are important for transfer pricing purposes and which entities legally own them.
  3. A list of important agreements among identified associated enterprises related to intangibles, including cost contribution arrangements, principal research service agreements and licence agreements.
  4. A general description of the group’s transfer pricing policies related to R&D and intangibles.
  5. A general description of any important transfers of interests in intangibles among associated enterprises during the fiscal year concerned, including the entities, countries, and compensation involved.

 

  1. MNE’s intercompany financial activities
  1. A general description of how the group is financed, including important financing arrangements with unrelated lenders.
  2. The identification of any members of the MNE group that provide a central financing function for the group, including the country under whose laws the entity is organised and the place of effective management of such entities.
  3. A general description of the MNE’s general transfer pricing policies related to financing arrangements between associated enterprises.

 

  1. MNE’s financial and tax positions
  1. The MNE’s annual consolidated financial statement for the fiscal year concerned if otherwise prepared for financial reporting, regulatory, internal management, tax or other purposes.
  2. A list and brief description of the MNE group’s existing unilateral advance pricing agreements (APAs) and other tax rulings relating to the allocation of income among countries.

[1] The OECD report ‘Guidance on Transfer Pricing Documentation and Country-by- Country Reporting.

BIJLAGE E

behorende bij artikel 4 van het Landsbesluit winstbelasting

 

In het lokale dossier wordt de volgende informatie opgenomen:

 

  1. Lokale entiteit
  1. Een beschrijving van de managementstructuur van de lokale entiteit, een lokaal organisatieschema, en een beschrijving van de natuurlijke personen aan wie het lokale management rapporteert en het land of de landen waarin deze personen hun hoofdkantoor houden.
  2. Een gedetailleerde beschrijving van de onderneming en de ondernemingsstrategie die gevolgd wordt door de lokale entiteit, waaronder begrepen een indicatie of de lokale entiteit betrokken is geweest bij of is geraakt door bedrijfsreorganisaties of overdrachten van immateriële activa in het huidige of voorafgaande jaar en een toelichting op die aspecten van dergelijke transacties die invloed hebben op de lokale entiteit.
  3. Belangrijkste concurrenten.

 

  1. Gelieerde transacties

Verschaf de volgende informatie voor iedere van wezenlijk belang zijnde categorie van gelieerde transacties waarbij de entiteit betrokken is:

  1. Een beschrijving van de van wezenlijk belang zijnde gelieerde transacties (bijvoorbeeld de verwerving van fabricagediensten, inkoop van goederen, het verlenen van diensten, het verstrekken van leningen, financiële en prestatiegaranties, licenties met betrekking tot immateriële activa enzovoorts) en de context waarin dergelijke transacties plaatsvinden.
  2. Het bedrag aan intragroepbetalingen en ontvangsten voor iedere categorie van gelieerde transacties, waar de lokale entiteit bij betrokken is (dat wil zeggen betalingen en ontvangsten voor producten, diensten, royalty-rechten, rente etc.) gespecificeerd naar belastingjurisdictie van de buitenlandse betaler of ontvanger.
  3. Een inventarisatie van gelieerde lichamen die betrokken zijn bij iedere categorie van gelieerde transacties, en hun onderlinge verhouding.
  4. Afschriften van alle significante intragroepsovereenkomsten die gesloten zijn door de lokale entiteit.
  5. Een gedetailleerde vergelijkbaarheids- en functionele analyse van de belastingplichtige en relevante gelieerde lichamen met betrekking tot iedere gedocumenteerde categorie van gelieerde transacties, inclusief alle veranderingen in vergelijking tot eerdere jaren. Waar bij deze functionele analyse informatie uit het groepsdossier gekopieerd wordt, volstaat een verwijzing naar het groepsdossier.
  6. Een indicatie van de meest geschikte verrekenprijsmethode met betrekking tot de transactiecategorie en de redenen om die methode te selecteren.
  7. Een indicatie van welk gelieerd lichaam geselecteerd wordt als de getoetste partij, indien van toepassing, en een uiteenzetting van de redenen voor deze selectie.
  8. Een overzicht van de belangrijke vooronderstellingen waarvan wordt uitgegaan bij de toepassing van de verrekenprijsmethodologie.
  9. Indien relevant, een uiteenzetting van de redenen voor het uitvoeren van een meerjarenanalyse.
  10. Een lijst en beschrijving van geselecteerde vergelijkbare niet-gelieerde transacties (intern of extern), indien die er zijn, en informatie omtrent relevante financiële indicatoren voor onafhankelijke lichamen waarop men zich baseert bij de verrekenprijsanalyse, waaronder een beschrijving van de vergelijkbaarheidszoekmethodologie en de bron van die informatie.
  11. Een beschrijving van alle verrichte aanpassingen op basis van vergelijkbaarheid, en een indicatie of er aanpassingen zijn verricht aan de uitkomsten van de getoetste partij, de vergelijkbare niet-gelieerde transacties, of beide.
  12. Een beschrijving van de redenen om tot de conclusie te komen dat voor relevante transacties een prijs werd vastgesteld op zakelijke basis, gebaseerd op de toepassing van de geselecteerde verrekenprijsmethode.
  13. Een overzicht van de financiële informatie gebruikt bij de toepassing van de verrekenprijsmethodologie.
  14. Een afschrift van bestaande unilaterale en bilaterale/multilaterale vaststellingsovereenkomsten – advance pricing agreements (APA’s) – en andere belastingafspraken, waarin de lokale belastingjurisdictie geen partij is en die verband houden met hierboven beschreven gelieerde transacties.

 

 

  1. Financiële informatie
  1. Jaarrekening van de lokale entiteit voor het betreffende verslagjaar. Indien er een gecontroleerde jaarrekening bestaat, dient deze verstrekt te worden en zo niet, dan dient er een niet-gecontroleerde uiteenzetting verstrekt te worden.
  2. Informatie en allocatieschema’s die laten zien hoe de financiële gegevens die gebruikt zijn bij de toepassing van de verrekenprijsmethode gekoppeld kunnen worden aan de jaarrekening.
  3. Samenvattende schema’s van relevante financiële gegevens voor vergelijkingen die bij de analyse gebruikt zijn en de bronnen waaruit die gegevens zijn verkregen.

BIJLAGE F

behorende bij artikel 4 van het Landsbesluit winstbelasting

 

The following information should be included in the local file:

 

  1. Local entity
  1. A description of the management structure of the local entity, a local organization chart, and a description of the individuals to whom local management reports and the country(ies) in which such individuals maintain their principal offices.
  2. A detailed description of the business and business strategy pursued by the local entity including an indication whether the local entity has been involved in or affected by business restructurings or intangibles transfers in the present or immediately past year and an explanation of those aspects of such transactions affecting the local entity.
  3. Key competitors.

 

  1. Controlled transactions

For each material category of controlled transactions in which the entity is involved, provide the following information:

  1. A description of the material controlled transactions (e.g. procurement of manufacturing services, purchase of goods, provision of services, loans, financial and performance guarantees, licences of intangibles, etc.) and the context in which such transactions take place.
  2. The amount of intra-group payments and receipts for each category of controlled transactions involving the local entity (i.e. payments and receipts for products, services, royalties, interest, etc.) broken down by tax jurisdiction of the foreign payer or recipient.
  3. An identification of associated enterprises involved in each category of controlled transactions, and the relationship amongst them.
  4. Copies of all material intercompany agreements concluded by the local entity.
  5. A detailed comparability and functional analysis of the taxpayer and relevant associated enterprises with respect to each documented category of controlled transactions, including any changes compared to prior years. To the extent this functional analysis duplicates information in the master file, a cross-reference to the master file is sufficient.
  6. An indication of the most appropriate transfer pricing method with regard to the category of transaction and the reasons for selecting that method.
  7. An indication of which associated enterprise is selected as the tested party, if applicable, and an explanation of the reasons for this selection.
  8. A summary of the important assumptions made in applying the transfer pricing methodology.
  9. If relevant, an explanation of the reasons for performing a multi-year analysis.
  10. A list and description of selected comparable uncontrolled transactions (internal or external), if any, and information on relevant financial indicators for independent enterprises relied on in the transfer pricing analysis, including a description of the comparable search methodology and the source of such information.
  11. A description of any comparability adjustments performed, and an indication of whether adjustments have been made to the results of the tested party, the comparable uncontrolled transactions, or both.
  12. A description of the reasons for concluding that relevant transactions were priced on an arm’s length basis based on the application of the selected transfer pricing method.
  13. A summary of financial information used in applying the transfer pricing methodology.
  14. A copy of existing unilateral and bilateral/multilateral APAs and other tax rulings to which the local tax jurisdiction is not a party and which are related to controlled transactions described above.

 

  1. Financial information
  2. Annual local entity financial accounts for the fiscal year concerned. If audited statements exist they should be supplied and if not, existing unaudited statements should be supplied.
  3. Information and allocation schedules showing how the financial data used in applying the transfer pricing method may be tied to the annual financial statements.
  4. Summary schedules of relevant financial data for comparables used in the analysis and the sources from which that data was obtained.

BIJLAGE G

behorende bij het Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, tot wijziging van het Landsbesluit winstbelasting

 

Per 1 januari 2020 is, in verband met het aanpassen van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 aan internationaal acceptabele standaarden, artikel 4 van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 gewijzigd zodat vanaf deze datum slechts voordelen verkregen uit binnenlandse onderneming in de belastingheffing wordt begrepen.

 

Als binnen Curaçao gegenereerde winst c.q. voordelen verkregen uit binnenlandse onderneming wordt aangemerkt alle winst die haar bron vindt in enige activiteit in Curaçao. Ter bepaling of winst als binnenlands wordt aangemerkt wordt aangesloten bij de locatie waar de kosten die verband houden met het behalen van de omzet van de onderneming worden gemaakt, de zogenaamde causale kosten. Voor de vraag of causale kosten aan het binnen- of buitenland toegerekend moeten worden is bepalend waar de aan deze kosten onderliggende waarde-toevoegende handelingen worden verricht.

 

Ten aanzien van in Curaçao verrichtte handelingen kan worden gedacht aan commerciële, industriële, innovatieve of vergelijkbare activiteiten of beroepen, dienstverlening en dergelijke die worden ondernomen, verricht of uitgeoefend in Curaçao. Ook middelen die worden aangewend in Curaçao geven aanleiding tot binnenlandse winst zoals onder andere de verhuur en gebruik van roerende en onroerende zaken maar ook het ter beschikking stellen van rechten, kennis of andere immateriële activa voor gebruik in Curaçao. Onder Curaçao wordt verstaan het grondgebied van Curaçao, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Staatsregeling van Curaçao.

 

Ten aanzien van bedrijfsactiviteiten die verbonden zijn aan in Curaçao gelegen (onroerende) zaken of in Curaçao gebruikte rechten zullen de waardetoevoegende handelingen nagenoeg altijd in Curaçao worden verricht en deze activiteiten zullen derhalve bijna altijd tot voordelen verkregen uit binnenlandse onderneming behoren. Bijvoorbeeld werkzaamheden van aannemers, loodgieters, architecten, landmeters, etc., in Curaçao, maar ook de bedrijfsmatige verhuur van zaken in Curaçao zullen over het algemeen resulteren in winst uit een binnenlandse onderneming.

De omstandigheid dat commerciële, industriële of vergelijkbare activiteiten of verrichtingen of uitoefening van beroep of dienstverlening die in het buitenland worden ondernomen of verricht en slechts in het buitenland effect hebben worden ondersteund en/of bestuurd vanuit Curaçao maakt nog niet dat deze als binnenlandse bron worden aangemerkt.

 

Voordelen uit onderneming zullen steeds worden aangemerkt als voordelen verkregen uit binnenlandse onderneming tenzij kan worden aangetoond welk deel van het voordeel als buitenlands kan worden aangemerkt. Het buitenlandse deel van de winst kan worden aangetoond middels de verhouding van binnenlandse en buitenlandse kosten die causaal verband houden met het genereren van de omzet. Onder kosten in dit verband worden niet begrepen de in het product begrepen materiaalkosten. Materiaalkosten zijn de kosten voor fysieke materialen, waaronder mede begrepen grondstoffen, halffabricaten en hulpstoffen en producten die in het productieproces van een product worden gebruikt of eindproducten voor de verkoop. Hulpmiddelen voor dienstverleners zijn voorbeelden van materiaalkosten en zo ook voorraden en voorraadbewegingen. Prijsfluctuaties en eventuele schade in voorraden door brand, diefstal et cetera zijn eveneens materiaalkosten.

 

Kosten die geen verband houden met winst die in Curaçao kan worden belast kunnen niet in aftrek worden gebracht op de voordelen verkregen uit binnenlandse onderneming. Hierbij kunnen twee soorten kosten worden onderscheiden.

  • Kosten die causaal verband houden met het genereren van aan het buitenland te rekenen omzet zoals bijvoorbeeld reiskosten, maar ook kosten van afschrijving en financiering van bedrijfsmiddelen in het buitenland of renten en andere kosten van ingeleende gelden die vervolgens worden aangewend voor geldverstrekkingen aan niet-ingezetenen.
  • Er zijn ook kosten die niet een dergelijk onmiddellijk verband kennen met de in het buitenland gegenereerde omzet, zoals administratiekosten, kosten van jaarrekeningen en belastingaangiften, directiebeloningen, kosten van financiering van algemeen werkkapitaal en dergelijke. Dit zijn de zogenaamde niet-causale kosten. Voor zover dergelijke kosten volgens de ratio buitenlandse causale kosten concern/wereldwijde causale kosten concern – aan het buitenland worden toegerekend mogen deze niet in mindering worden gebracht op de winst die wordt verkregen uit binnenlandse onderneming. Het begrip “concern” betreft hier de vennootschappen die gevestigd zijn in Curaçao alsmede buitenlandse vennootschappen voor zover deze hun bedrijf uitoefenen middels een vaste inrichting in Curaçao behorend tot hetzelfde concern, bedoeld in artikel 1A, eerste lid, onderdeel a van de Landsverordening op de winstbelasting 1940.

 

Vereenvoudigde voorbeeldberekening:

 

Fiscale Jaarrekening   Binnenlandse Winst

 

Bruto Omzet                                        1.200

Materiaal kosten                                     200

Netto omzet                                         1.000

Causale kosten binnenland        500

Causale kosten buitenland         100

Totale Causale kosten                            600

Bruto winst                                             400              x 500/600 = 333

Niet-causale kosten                                300              x 500/600 = 250

Netto winst                                             100                                     83

 

Het, in het kader van een onderneming – bijvoorbeeld het met een vergunning van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: Centrale Bank) uitgeoefende bank- of verzekeringsbedrijf – uitzetten van gelden bij of verstrekken van leningen aan ingezetenen en de ontvangst van premies en kapitaal ter zake van binnen Curaçao gelegen gevaren worden als binnenlands aangemerkt.

Indien daarentegen de financiële middelen in het kader van actieve handel, of het bijvoorbeeld met een vergunning van de Centrale Bank uitgeoefende actieve (bank) bedrijf, buiten Curaçao worden aangewend zoals deposito’s, geldverstrekkingen aan of handel in effecten of financiële instrumenten met niet-ingezetenen of buitengaatse ondernemingen zoals bedoeld in de Regeling Deviezenverkeer Curaçao en Sint Maarten, zullen de inkomsten hieruit over het algemeen niet worden aangemerkt als voordelen verkregen uit binnenlandse onderneming. Dit geldt tevens voor de ontvangst van premies en kapitaal ter zake van buiten Curaçao lopend gevaar verkregen met de uitoefening van het – met een vergunning van de Centrale Bank uitgeoefende – verzekeringsbedrijf. Ook in rekening gebrachte transactiekosten, commissies en andere vergoedingen voor financiële transacties uitgevoerd voor deze partijen zullen doorgaans niet als voordelen verkregen uit binnenlandse onderneming kunnen worden aangemerkt. De voor het genereren van deze buitenlandse omzet gemaakte causale kosten worden als buitenlandse kosten aangemerkt.

 

Passief inkomen

 

Passief inkomen, dat wil zeggen inkomen dat niet voortvloeit uit de materiële onderneming van de ontvanger ervan zoals rente, royalty, huur en dividendinkomsten, wordt altijd aangemerkt als inkomsten uit binnenlandse onderneming. Dit geldt niet slechts voor de binnenlands belastingplichtige lichamen, maar ook voor buitenlandse lichamen die in Curaçao over een vaste inrichting beschikken. Het geldt ook voor passief inkomen van financiële instellingen, zoals bijvoorbeeld banken en verzekeraars. Onder passief inkomen wordt niet begrepen de opbrengst van middelen die verplicht worden aangehouden ter zekerheid van de bancaire en kredietactiviteiten of ter dekking van aanspraken of die een andere functie in de bedrijfsvoering van de bank of het verzekeringsbedrijf vervullen. Bijvoorbeeld, indien banken om commerciële redenen een hogere “capital adequecy ratio” (CAR) of een hoger liquiditeitsprofiel hanteren of indien ze ter bescherming van depositohouders reserves niet mogen uitkeren dan zal het aanhouden van de middelen een functie vervullen in het uitoefenen van hun materiële onderneming en kunnen de opbrengsten niet als passief inkomen worden aangemerkt.

Ten aanzien van alle royalty inkomsten zal, in principe, gelden dat deze inkomsten als passief worden aangemerkt. Voor het begrip royalty wordt aangesloten bij hetgeen daarover is bepaald door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het OESO modelverdrag betreffende belasting op inkomen en kapitaal van 2017 en het daarbij behorende commentaar. Het betreft vergoedingen van welke aard ook voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, een auteursrecht op een werk op het gebied van letterkunde, kunst of wetenschap, waaronder begrepen bioscoopfilms, een octrooi, een fabrieks- of handelsmerk, een tekening of model, een plan, een geheim recept of een geheime werkwijze of voor informatie omtrent ervaringen op het gebied van nijverheid, handel of wetenschap.

 

Volledigheidshalve zijt opgemerkt dat kwalificerende voordelen afkomstig van kwalificerend immaterieel activum waarvoor het lichaam met succes een beroep heeft gedaan op artikelen 8A tot en met 8D van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 niet als passieve inkomsten worden aangemerkt. De voordelen zoals bedoeld in artikelen 8A tot en met 8D van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 zijn afkomstig van enkel de specifiek in die artikelen genoemde kwalificerende immateriële activum, voordelen van immateriële activa zoals bijvoorbeeld een handelsmerk kwalificeert hier niet voor.

 

De winst van Curaçaose beleggingsvennootschappen zal worden geacht geheel te bestaan uit passief inkomen. Belastingplichtigen hebben het recht tegenbewijs te leveren door aan te tonen dat de vennootschap een materiële onderneming drijft.

 

Vermogensresultaten

 

Resultaten behaald als gevolg van een vervreemding van duurzame bedrijfsmiddelen (vaste activa), dat wil zeggen bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar zullen bijdragen aan de winst van het bedrijf of die meer dan NAf 1.000 hebben gekost, worden toegerekend op basis van de locatie van het gebruik van het bedrijfsmiddel.

 

Bijvoorbeeld een machine met een levensduur van tien jaar heeft NAf 10.000 gekost. De machine is twee jaar in Curaçao gebruikt en drie jaar in het buitenland. Op de machine is NAf 5.000 afgeschreven en hij wordt voor NAf 6.000 verkocht. Van de boekwinst op de machine wordt NAf 400 als binnenlandse winst aangemerkt en NAf 600 als buitenlandse winst niet in de grondslag begrepen. Deze berekeningswijze wordt ook gevolgd voor de berekening van resultaten bij fusie of splitsing. De verkoop van activa met een levensduur van minder dan een jaar of een aanschafwaarde tot NAf 1.000 wordt tot de omzet gerekend en de boekwaarde van deze activa wordt tot de materiaalkosten gerekend.

 

Met betrekking tot voorraden volgen deze resultaten de behandeling van materiaalkosten.  Resultaten op andere courante activa zijn in het algemeen geen kosten die causaal verband houden met het behalen van omzet en worden daarom tot de niet-causale kosten gerekend en als niet-causale kosten tussen binnen en buitenland verdeeld op basis van de bovenvermelde berekeningswijze.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven