Landsverordening afvalstoffenbelasting en reinigingsrechten - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsverordening afvalstoffenbelasting en reinigingsrechten

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 81 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsverordening
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 18-11-2025
Datum inwerktreding: 01-01-1996
Geregistreerd in:
Klapper Afkondigingsblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen )


LANDSBESLUIT van de 18de november 2025, no. 25/2828, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Eilandsverordening afvalstoffenbelasting en reinigingsrechten

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
01 januari 1996 n.v.t. n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 81 (GT) n.v.t.

Hoofdstuk I
Algemene bepalingen
Definitiebepalingen

Artikel 1

1. In deze landsverordening wordt onder ,,inzameldienst”, “huishoudelijke afvalstoffen”, ,,grof huisafval”, ,,chemische afvalstoffen”, ,,ziekenhuisafval en andere medische afvalstoffen”, ,,autowrakken”, ,,bedrijfsafvalstoffen” en ,,openbare wegen” verstaan hetgeen in artikel 1 van de Landsverordening vaste en chemische afvalstoffen daaronder wordt begrepen, met dien verstande dat voor de toepassing van deze landsverordening onder ,,huishoudelijke afvalstoffen” mede wordt verstaan de daarmede bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, gelijkgestelde afvalstoffen.
2. Voor de toepassing van deze landsverordening wordt verstaan onder:
a. perceel: een gebouwd onroerend goed ‒ of een gedeelte ervan ‒ dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt en ook als zodanig wordt gebruikt.
Met perceel wordt gelijkgesteld een stacaravan, een woonboot, een woonwagen en een demontabel weekend- of vakantiehuisje, indien gebruikt door een particuliere huishouding;
b. bedrijfspand: een gebouwd onroerend goed ‒ of een zelfstandig gebruikt gedeelte ervan ‒ geen perceel zijnde;
c. plastic zakken: uit kunststof vervaardigde zakken van een door de inzameldienst goedgekeurde grootte en kwaliteit;
d. container: een door de inzameldienst ter beschikking gestelde opbergbak ter berging van daarvoor door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aangewezen afvalstoffen;
e. verzamelcontainer: een door de inzameldienst in een woonwijk of ander gebied geplaatste huisvuilcontainer;
f. minicontainer: een door de inzameldienst ter beschikking gestelde rolemmer met een inhoud van 140 liter, 240 liter of 360 liter ten behoeve van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafval van beperkte omvang, gelijktijdig ingezameld en verwerkt met huishoudelijke afvalstoffen;
g. binnenstad: het gedeelte van Willemstad dat door de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning als zodanig is aangewezen;
h. ophaalfrequentie: het aantal malen dat door de inzameldienst de afvalstoffen zullen worden ingezameld;
i. werkuur: een tijdsduur van zestig minuten met dien verstande dat een gedeelte van een zodanige periode wordt afgerond op een hele; een werkuur vangt aan bij de aankomst ter plaatse alwaar de werkzaamheden moeten worden of worden verricht en eindigt met de storting van de ingezamelde afvalstof;
j. verwerkingsinrichting: een door een bij besluit van de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aangewezen onderneming geëxploiteerde inrichting voor het gecontroleerd verwerken van afvalstoffen door middel van storten, verbranden, composteren of vergisten van afvalstoffen, dan wel anderszins be- of verwerken ervan;
k. overslagstation: een door een bij besluit van de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aangewezen onderneming geëxploiteerde inrichting voor het achterlaten van afvalstoffen welke door middel van overslag getransporteerd zullen worden naar een verwerkingsinrichting, waaronder een stortplaats mede wordt begrepen.
3. Onder verwijderen van afvalstoffen wordt voor de toepassing van deze landsverordening verstaan het inzamelen, overslaan, bewerken of verwerken van afvalstoffen.

Rechtspersonen en verenigingen van personen

Artikel 2

Indien door de werking van enige bepaling van deze landsverordening een verplichting wordt opgelegd of een bevoegdheid wordt gegeven aan een rechtspersoon, een vennootschap of enige andere vereniging van personen, rust de verplichting tevens op, respectievelijk komt de bevoegdheid tevens toe, aan de bestuurders van de rechtspersoon, de vennootschap of de vereniging van personen.

Heffingen

Artikel 3

Uit kracht van deze landsverordening worden geheven:
a. een afvalstoffenbelasting;
b. reinigingsrechten.

Hoofdstuk II

Afvalstoffenbelasting

Aard van de heffing

Vrijstelling

Artikel 4

  1. Onder de naam “afvalstoffenbelasting” wordt een belasting geheven ter bestrijding van de kosten voor het anders dan op verzoek verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen dan wel van bedrijfsafvalstoffen van bedrijven in de binnenstad.
  2. Van de afvalstoffenbelasting voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen zijn op een daartoe door hen gedaan verzoek vrijgesteld degenen wier zuiver inkomen minder bedraagt dan het laagste bedrag van het zuiver inkomen vermeld in de tabel behorende bij artikel 24 van de Landsverordening op de inkomstenbelasting.
  3. Van de afvalstoffenbelasting voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen dan wel van bedrijfsafvalstoffen in de binnenstad is vrijgesteld de Regering van de Verenigde Staten, in het kader van het tussen de Verenigde Staten en het Koninkrijk der Nederlanden gesloten Verdrag inzake samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika betreffende toegang tot en gebruik van faciliteiten in Curaçao voor drugsbestrijding vanuit de lucht (Trb. jrg. 2000 Nr. 34).

Belastingplicht

Artikel 5

  1. Belastingplichtig voor de afvalstoffenbelasting is de bewoner van een perceel gelegen in een door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur vastgesteld inzamelgebied, de bewoner van een perceel gelegen in een woonwijk of ander gebied waar ten behoeve van de inwoners een inzamelcontainer beschikbaar is gesteld, dan wel het bedrijf dat gebruik maakt van een bedrijfspand gelegen in de binnenstad.
  2. Gebruik door leden van een huishouding wordt aangemerkt als gebruik door het hoofd van die huishouding.
  3. Het gebruik van een perceel door meer dan een persoon, tezamen niet een huishouding vormend, wordt aangemerkt als gebruik door de persoon, de stichting, de vereniging of een ander rechtspersoon, die verantwoordelijk is voor het gebruik of die zulks mogelijk heeft gemaakt.

Maatstaf van heffing en tarief

Artikel 6

De afvalstoffenbelasting bedraagt voor het anders dan op verzoek verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen per belastingjaar Cg 420,­ per perceel en voor het anders dan op verzoek verwijderen van bedrijfsafvalstoffen van bedrijven in de binnenstad per bedrijfspand:
a. per eenheid van maximaal 10 m3 per maand Cg 161,­ per maand;
b. per eenheid van meer dan 10 m3 doch maximaal 20 m3 per maand Cg 241,­ per maand;
c. per eenheid van meer dan 20 m3 doch maximaal 30 m3 per maand Cg 322,­ per maand;
d. per eenheid van meer dan 30 m3 doch maximaal 40 m3 per maand Cg 405,­ per maand;
e. per eenheid van meer dan 40 m3 per maand Cg 405,­ per maand vermeerderd met Cg 85,­ voor iedere m3 of een gedeelte daarvan boven 40 m3.

Tijdstip van ontstaan van de belastingschuld.

Wijze van heffing en inning

Artikel 7

  1. Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
  2. De afvalstoffenbelasting voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen wordt geheven door middel van een gedagtekende aanslag van de Ontvanger.
  3. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. De tweede en derde volzin zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen Curaçao verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.
  4. De afvalstoffenbelasting voor het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen dient betaald te worden in twaalf gelijke maandelijkse termijnen, met dien verstande dat de termijn van betaling tenminste 30 dagen na de dagtekening van de aanslag beloopt.
  5. De afvalstoffenbelasting voor het verwijderen van bedrijfsafvalstoffen van bedrijven in de binnenstad wordt maandelijks bij wijze van aanslag geheven door de Ontvanger. De belastingaanslagen zijn invorderbaar vijftien dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
  6. De afvalstoffenbelasting wordt betaald aan de Ontvanger of aan door of vanwege de Minister van Financiën aangewezen ambtenaren of instanties.
  7. De invordering van de afvalstoffenbelasting geschiedt overeenkomstig de voorschriften opgenomen in hoofdstuk II van de Invorderingsverordening 1954.

Hoofdstuk III
Reinigingsrechten
Aard van de heffing

Artikel 8

1. Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven en tarieven in rekening gebracht door of vanwege de inzameldienst wegens het door of vanwege de inzameldienst aan derden verstrekken van diensten, dan wel van het gebruik of genot van werken, bezittingen of inrichtingen, als omschreven in het tweede lid.
2. De in het eerste lid bedoelde verstrekking van diensten en van het gebruik of genot van werken, bezittingen en inrichtingen bestaat uit:
a. het op verzoek periodiek verwijderen van bedrijfsafvalstoffen;
b. het op verzoek verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen en grof huisafval;
c. het op verzoek verwijderen van bedrijfsafvalstoffen en saneervuil;
d. het verwijderen van dode dieren, niet gelegen op de openbare weg;
e. het ledigen van beer- of zinkput, bak, kuil, septic tank of installatie bestemd voor de bewaring van vloeistoffen of fecaliën en het verwijderen van de daaruit komende stoffen;
f. het achterlaten van afvalstoffen op een daartoe door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur of de inzameldienst ter beschikking gestelde plaats of overslagstation;
g. het verwijderen van chemische afvalstoffen;
h. het achterlaten van afvalstoffen op een daartoe ter beschikking gestelde verwerkingsinrichting waaronder een stortplaats mede wordt begrepen;
i. het op verzoek uitvoeren van schoonmaakwerkzaamheden ten behoeve van derden;
j. het verhuren van licht en zwaar materieel aan derden;
k. het verwijderen van autowrakken en schrootafval;
l. de verkoop van vuilniszakken;
m. de verkoop of en verhuur van containers;
n. de verkoop of verhuur van minicontainers;
o. het overige gebruik of genot van werken, bezittingen en inrichtingen van de inzameldienst.

Belastingplicht

Artikel 9

Belastingplichtig voor reinigingsrechten is degene ten behoeve van wie een in artikel 8 bedoelde dienst wordt verstrekt of degene die van een werk, bezitting of inrichting, bedoeld in artikel 8, gebruik maakt.

Maatstaf van heffing en tarief voor het
verwijderen van bedrijfsafval

Artikel 10

1. De heffing voor het verwijderen van bedrijfsafvalstoffen bedraagt per maand per bedrijfspand:
a. per eenheid van minder dan 2 m3 per maand:
eenmaal per week Cg 125,-;
b. per eenheid van minimaal 2 m3 doch maximaal 5 m3 per maand met een ophaalfrequentie van:
1o. eenmaal per week Cg 160,-
2o. tweemaal per week Cg 230,-
3o. driemaal per week Cg 282,-
4o. vijfmaal per week Cg 335,-
5o. zevenmaal per week Cg 388,-;
c. per eenheid van meer dan 5 m3 doch maximaal 10 m3 per maand met een ophaalfrequentie van:
1o. tweemaal per week Cg 303,-
2o. driemaal per week Cg 338,-
3o. vijfmaal per week Cg 425,-
4o. zesmaal per week Cg 512,-
5o. zevenmaal per week Cg 601,-;
d. per eenheid van meer dan 10 m3 doch maximaal 15 m3 per maand met een ophaalfrequentie van:
1o. driemaal per week Cg 463,-
2o. vijfmaal per week Cg 602,-
3o. zesmaal per week Cg 672,-
4o. zevenmaal per week Cg 814,-;
e. per eenheid van meer dan 15 m3 doch maximaal 20 m3 per maand met een ophaalfrequentie van:
1o. driemaal per week Cg 606,-
2o. vijfmaal per week Cg 745,-
3o. zesmaal per week Cg 849,-
4o. zevenmaal per week Cg 1.027,-;
f. per eenheid van meer dan 20 m3 doch maximaal 30 m3 per maand met een ophaalfrequentie van:
1o. driemaal per week Cg 926,-
2o. vijfmaal per week Cg 1.030,-
3o. zesmaal per week Cg 1.239,-
4o. zevenmaal per week Cg 1.454,-;
g. per eenheid van meer dan 30 m3 doch maximaal 40 m3 per maand met een ophaalfrequentie van:
1o. driemaal per week Cg 1.107,-
2o. vijfmaal per week Cg 1.386,-
3o. zesmaal per week Cg 1.630,-
4o. zevenmaal per week Cg 1.880,-;
h. per eenheid van meer dan 40 m3 doch maximaal 60 m3 per maand met een ophaalfrequentie van:
1o. driemaal per week Cg 1.539,-
2o. vijfmaal per week Cg 2.026,-
3o. zesmaal per week Cg 2.374,-
4o. zevenmaal per week Cg 2.732,-;
i. per eenheid van meer dan 60 m3 doch maximaal 80 m3 per maand met een ophaalfrequentie van:
1o. driemaal per week Cg 2.218,-
2o. vijfmaal per week Cg 2.914,-
3o. zesmaal per week Cg 3.262,-
4o. zevenmaal per week Cg 3.623,-;
j. per eenheid van meer dan 80 m3 doch maximaal 100 m3 per maand met een ophaalfrequentie van:
1o. driemaal per week Cg 3.106,-
2o. vijfmaal per week Cg 3.802,-
3o. zesmaal per week Cg 4.150,-
4o. zevenmaal per week Cg 4.514,-;
k. per eenheid van meer dan 100 m3 per maand met de mogelijkheid tot een ophaalfrequentie van zevenmaal per week Cg 4.514,- per maand vermeerderd met Cg 426,­ voor iedere 10 m3 boven 100 m3.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de heffing voor het verwijderen van bedrijfsafvalstoffen door middel van lediging van bedrijfsvuilcontainers:
a. bij verwijdering gelijktijdig met het verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen per bedrijfsvuilminicontainer van 240 liter Cg 240,- per jaar;
b. bij verwijdering anders dan onder a. bedoeld per bedrijfsvuilminicontainer van 240 liter Cg 10,- per keer;
c. bij verwijdering met een bedrijfsvuilauto per bedrijfsvuilcontainer van 1000 liter/ 1100 liter Cg 35,- per keer;
d. bij verwijdering met een daartoe uitgeruste inzamelauto per bedrijfsvuilperscontainer van 6 m3 Cg 230,- per keer.

Maatstaf van heffing en tarief voor de overige dienstverleningen

Artikel 11

1. De heffing bedraagt voor:
a. het op verzoek ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en grof huisafval per truckrit Cg 40,-;
b. het op verzoek ophalen van bedrijfsafvalstoffen en saneervuil per truckrit NAf. 75,-;
c. het ophalen van dode dieren, niet gelegen op de openbare weg, met een gewicht van boven 50 kg per keer Cg 75 ,-;
d. het ophalen van dode dieren, niet gelegen op de openbare weg, met een gewicht van 50 kg of minder per keer Cg 40,-;
e. het ledigen van beer- of zinkput, bak, kuil, septic tank of installatie bestemd voor de bewaring van vloeistoffen of fecaliën en het verwijderen van de daaruit komende stoffen, per rit, waarbij maximaal 3 m3 wordt vervoerd Cg 50,- en waarbij maximaal 6 m3 wordt vervoerd Cg 75,-;
f. het op verzoek verlenen van andere door de inzameldienst krachtens de Landsverordening vaste en chemische afvalstoffen te verrichten diensten waarvoor in deze landsverordening geen afzonderlijk tarief is vermeld:
1o) per auto, met inbegrip van chauffeur per half uur of gedeelte daarvan Cg 25,-;
2o) per man per half uur of gedeelte daarvan Cg 15,-, met dien verstande dat in rekening wordt gebracht de tijdsduur gelegen tussen aankomst en vertrek bij de uit te voeren werkzaamheden, vermeerderd met een half uur voor het aan- en afrijden;
g. het achterlaten, door bedrijven, van afvalstoffen op een daartoe door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur of de inzameldienst ter beschikking gestelde plaats of een gecontroleerde stortplaats Cg 30,- per 1000 kg;
h. het achterlaten, door bedrijven, van afvalstoffen op een daartoe door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur of de inzameldienst ter beschikking gestelde overslagstation Cg 30,- per 1000 kg;
i. het achterlaten, door bedrijven, van schoon puin en diabaas op een daartoe door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur of de inzameldienst ter beschikking gestelde plaats Cg 3,- per 1000 kg;
j. het op verzoek dan wel regelmatig verwijderen van chemische afvalstoffen, ziekenhuisafval en andere medische afvalstoffen: een nader bij landsverordening vast te stellen bedrag.
2. Ten aanzien van hoeveelheden minder dan 1000 kg worden de in het eerste lid onder g en h genoemde tarieven naar evenredigheid toegepast.
3. De heffing bedraagt voor de huur van artikel 10, tweede lid, onder a, b, c en d bedoelde bedrijfsvuilcontainers:
a. voor een bedrijfsvuilminicontainer van 240 liter Cg 5,- per maand;
b. voor een bedrijfsvuilcontainer van 1000 liter / 1100 liter Cg 20,- per maand;
c. voor een bedrijfsvuilperscontainer Cg 400,- per maand.

Verhogingen van heffingen

Artikel 12

1. De in de artikel 10 en 11 bedoelde heffingen kunnen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden verhoogd of verlaagd indien de marktontwikkelingen daartoe aanleiding geven, met dien verstande dat de verhoging of verlaging niet meer dan 25 procent kan bedragen. Indien de Minister van Financiën niet binnen dertig dagen na de inwerkingtreding van het landsbesluit, houdende algemene maatregelen, een voorstel tot wijziging bij de Staten van Curaçao indient tot wijziging van de in artikelen 10 en 11 bedoelde heffingen vervalt het landsbesluit, houdende algemene maatregelen.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in artikel 11 bedoelde heffingen verhoogd:
a. met 50% indien de werkzaamheden op werkdagen (met uitzondering van de zaterdagen) buiten de normale werkuren worden verricht;
b. met 100% indien de werkzaamheden plaatsvinden op zaterdag of zondag en de daarmede gelijkgestelde dagen.

Tijdstip van ontstaan van de belastingschuld

Wijze van heffing en inning

Artikel 13

  1. De in de artikelen 10 en 11 bedoelde heffingen worden geheven door middel van een gedagtekende bon, nota of ander schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.
  2. De in de artikelen 10 en 11 bedoelde heffingen zijn verschuldigd bij de aanvang van het verlenen van de gevraagde dienst of bij aanvang van het gebruik van de werken, bezittingen of inrichtingen en moeten worden voldaan bij vooruitbetaling.

Hoofdstuk IV

Bezwaar en beroep

(vervallen)

Artikel 14

(vervallen)

Artikel 15

(vervallen)

Hoofdstuk V

Vermindering en navordering

Artikel 16

  1. Vermindering van een aanslag ter zake een heffing kan op verzoek van de aangeslagene of ambtshalve worden verleend, indien blijkt dat deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag werd opgelegd.
  2. Indien blijkt dat een heffing ten onrechte niet of tot een te laag bedrag werd geheven, wordt het niet of te weinig gehevene nagevorderd, zolang niet sedert de datum waarop de heffing krachtens de bepalingen van deze landsverordening verschuldigd werd, vijf jaren zijn verstreken.

Hoofdstuk VI

Strafbepaling

Artikel 17

  1. Hij die met het oogmerk om de afvalstoffenbelasting of een reinigingsrecht te ontduiken een onjuiste of onvolledige aangifte of opgave doet, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. Hij kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
  2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
  3. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, of vrijwillig voldaan is aan de voorwaarde door de bevoegde ambtenaren van het Openbaar Ministerie krachtens artikel 1:149 van het Wetboek van Strafrecht gesteld, kan hechtenis of geldboete tot het dubbele van het in het eerste lid voor elk gestelde maximum worden opgelegd.

Hoofdstuk VII

Slotbepalingen

Artikel 18

Voor zover daarin bij deze landsverordening niet is voorzien, kunnen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, nadere regelen ter uitvoering van de bepalingen van deze landsverordening worden vastgesteld.

Artikel 19

(vervallen)

Artikel 20

  1. Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening afvalstoffenbelasting en reinigingsrechten.
  2. (vervallen)
  3. (vervallen)

 

Naar boven