Landsverordening financiën politieke groeperingen (bijlage l) - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsverordening financiën politieke groeperingen (bijlage l)

Publicatienummer: A.B. 2010, no. 87 (bijlage l), zoals laatstelijk gewijzigd bij  P.B. 2020, no. 111
Categorie: Landsverordening
Onderwerp(en): Politieke groeperingen
Ministerie: Bestuur, Planning & Dienstverlening
Datum ondertekening: 04-09-2010
Datum inwerktreding: 10-10-2010
Geregistreerd in:
Klapper Afkondigingsblad ( HOOFDSTUK XVIII Organisme van het land)


Landsverordening van de regelende de financiën van politieke groeperingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
10-10-2020 n.v.t. n.v.t. artt. 1, onderdeel c en f, 3, 5, 6, 12, lid 1 en 2, 13, lid 1, 17, lid 1, 2 en 3, 18 P.B. 2020, no. 111 2019–2020-169
16-12-2015 n.v.t. n.v.t. artt. 20, lid 2, onderdeel a, a, 21, lid 1 P.B. 2015, no. 74 2015-2016-051
10-10-2010 n.v.t. n.v.t. art. 9a A.B. 2010, no. 87, bijlage l n.v.t.

DOORLOPENDE TEKST

§1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze landsverordening en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften wordt verstaan onder:
a. Staten: de Staten van Curaçao;
b. ingezetenen: zij, die werkelijk woonplaats hebben op Curaçao en zijn opgenomen in de basisadministratie persoonsgegevens;
c. Electorale Raad: de Electorale Raad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Landsverordening Electorale Raad;
d. politieke groepering: een politieke groepering die op voet van het Kiesreglement kandidaten stelt voor de verkiezingen. Onder politieke groepering wordt mede verstaan een persoon die zich als individu kandidaat stelt voor de verkiezing;
e. de Minister: de Minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening;
f. Kiesreglement: het Kiesreglement Curaçao.

§2. De financiële administratie van politieke groeperingen

Artikel 2

  1. Een politieke groepering voert een zodanig ingerichte financiële administratie dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen, alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.
  2. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende ten minste tien jaar bewaard.

Artikel 3

Jaarlijks vóór 1 april zendt de politieke groepering aan de Electorale Raad een jaarverslag waarin tenminste de volgende gegevens zijn opgenomen:
a. de samenstelling van het bestuur gedurende dat jaar;
b. het aantal contribuerende personen aan het begin en het einde van dat jaar;
c. de hoogte van de contributie gedurende dat jaar en
d. de door de groepering in dat jaar verrichte activiteiten.

Artikel 4

Bij het jaarverslag is gevoegd een financieel verslag, waarin tenminste is opgenomen:
a. de vermogenspositie aan het begin en aan het einde van het jaar;
b. een geconsolideerd overzicht van de inkomsten en uitgaven vastgesteld door het daartoe, volgens de statuten van de desbetreffende politieke groepering, bevoegde orgaan.

Artikel 5

De Electorale Raad zendt het financieel verslag aan de Stichting Overheidsaccountantsbureau teneinde de juistheid van de in voormeld verslag vermelde gegevens te controleren. De Stichting Overheidsaccountantsbureau brengt haar advies uit aan het hoofdstembureau.

Artikel 6

De Electorale Raad kan nadere voorschriften stellen ten aanzien van de financiële administratie, het jaarverslag en het financiële verslag. Deze voorschriften behoeven, alvorens in werking te treden, goedkeuring bij landsbesluit.

§ 3. Giften aan politieke groeperingen en kandidaten

Artikel 7

  1. Voor de toepassing van deze paragraaf worden onder giften verstaan alle door een politieke groepering of een kandidaat ontvangen geldbedragen en op geld waardeerbare geleverde goederen en diensten.
  2. Geldinzamelingactiviteiten, zoals kaartenverkoop ten behoeve van diners, feesten en “bon ku ne”, worden niet aangemerkt als giften en vallen niet onder de toepassing van dit artikel.

Artikel 8

  1. Een politieke groepering houdt een permanente chronologische registratie bij van alle giften van Cg 5.000,- of meer afkomstig van natuurlijke personen en rechtspersonen.
  2. Kandidaten voor het lidmaatschap van de Staten houden vanaf de dag van hun kandidaatstelling als kandidaat tot de dag van de stemming een registratie bij van alle door hen ontvangen giften, van Cg 5.000,- of meer afkomstig van natuurlijke personen en rechtspersonen.

Artikel 9

In de registratie wordt van elke gift vermeld:
a. de naam en adres van de persoon, het bedrijf of de instelling die de gift heeft gedaan;
b. het bedrag of de waarde van de gift;
c. de datum van de gift.

Artikel 10

  1. Een politieke groepering en een kandidaat nemen alleen giften aan indien deze afkomstig zijn van:
    a. ingezetenen van Curaçao;
    b. op Curaçao gevestigde rechtspersonen en maatschappelijke organisaties;
  2. Een politieke groepering en een kandidaat nemen geen giften aan van door de overheid gesubsidieerde instellingen..

Artikel 11

Giften, gedaan aan een persoon of organisatie met de bedoeling dat deze ten goede komen aan een politieke groepering of kandidaat, worden beschouwd als giften aan de desbetreffende groepering of kandidaat.

Artikel 12

  1. Jaarlijks vóór 1 februari wordt door de groepering een kopie van het op het voorafgaande jaar betrekking hebbende deel van de door een groepering bijgehouden registratie, voorzien van een door de groepering ondertekende verklaring, ingediend bij de Electorale Raad.
  2. Binnen een maand na de dag van de stemming voor de verkiezing van de Staten wordt door de kandidaat een kopie van de door deze bijgehouden registratie van giften, voorzien van een door deze ondertekende verklaring, ingediend bij de Electorale Raad.

Artikel 13

  1. Op verzoek van de voorzitter van de Electorale Raad controleert de Stichting Overheidsaccountantsbureau de juistheid van de gedane opgaven.
  2. De politieke groepering en de kandidaten verschaffen ten behoeve van een controle als bedoeld in het eerste lid alle gevraagde inlichtingen en geven inzage in hun financiële administratie.
  3. De resultaten van een controle worden door het hoofdstembureau bewaard.

Artikel 14

Met betrekking tot het bewaren en vernietigen van de in de artikelen 12 en 13 bedoelde stukken worden op de voordracht van de minister in overeenstemming met de Raad van Ministers, bij ministeriële beschikking, met algemene werking, regels gesteld.

Artikel 15

  1. en politieke groepering en een kandidaat bewaren de registraties van giften tenminste twee jaar.
  2. De Minister kan regels stellen ten aanzien van de bewaarplicht en een termijn vaststellen voor de vernietiging van de kopieën van de registraties.

Artikel 16

  1. Een persoon, bedrijf of instelling doet aan dezelfde politieke groepering en haar kandidaten in een kalenderjaar in totaal ten hoogste voor een bedrag of waarde van Cg 25.000,- aan giften
  2. Giften die het in het eerste lid gestelde maximum te boven gaan, worden niet door een politieke groepering of kandidaat aanvaard, dan wel aan de gever geretourneerd.
  3. Anonieme giften worden in de Landskas gestort.

§ 4. Toezicht en Strafbepalingen

Artikel 17

  1. De Electorale Raad is belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze landsverordening gestelde regels.
  2. De Electorale Raad is bevoegd, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs noodzakelijk is:
    a. alle inlichtingen te vragen;
    b. inzage te verlangen van alle zakelijke boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen.
  3. Een ieder verleent de door de Electorale Raad gevorderde medewerking.

Artikel 18

Indien de Electorale Raad constateert of vermoedt dat een politieke partij of een kandidaat een feit heeft gepleegd dat in deze landsverordening strafbaar is gesteld, doet hij hiervan aangifte bij het Openbaar Ministerie.

Artikel 19

Bij de geloofsbrief legt een als lid van de Staten gekozen verklaarde kandidaat aan de Staten over een door hem ondertekende schriftelijke verklaring dat hij tijdens de verkiezingscampagne niet in strijd heeft gehandeld met de bepalingen van deze landsverordening.

Artikel 20

  1. Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze landsverordening en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing:
    a. ten aanzien van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 2:147 em 2:150 van het Wetboek van Strafrecht;
    b. voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
  3. Vervolging inzake schending van de geheimhouding wordt slechts ingesteld op klacht van hem, te wiens aanzien de geheimhouding is geschonden.

Artikel 21

  1. Handelen in strijd met de artikelen 3, 4, 8, 10, 12, eerste en tweede lid, 13, tweede lid, 15, eerste lid, 16, eerste en tweede lid, en 20, eerste lid wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie, dan wel met beide straffen.
  2. De strafbare feiten, bedoeld in het eerste lid, zijn overtredingen.

Artikel 22

Deze landsverordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Artikel 23

Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening financiën politieke groeperingen.

Naar boven