Algemene Bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde wordt verstaan onder:
belasting : de in artikel 2 bedoelde scheepstonnagebelasting;
belastbaar schip : een schip dat is opgenomen in het in artikel 8 bedoelde register;
schip : een schip als bedoeld in artikel 1 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
vennootschappen : lichamen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940;
boekhouder : de boekhouder als bedoeld in artikel 163 van Boek 8 van het
Burgerlijk Wetboek;
register : het in artikel 8 bedoelde register waarin de belastbare schepen zijn ingeschreven;
zeescheepvaartbedrijf : de exploitatie, waaronder mede verstaan het beheren voor derden, inclusief het begeleiden van de bouw van nieuwe schepen of het voor een ander het bemanning of technisch beheer verrichten, het huren en verhuren, onder welke titel dan ook, van schepen, alsmede alle activiteiten die direct samenhangen met de hiervoor bedoelde exploitatie. Van het begrip zeescheepvaartbedrijf is uitgezonderd het gebruik van schepen binnen de territoriale wateren van Curaçao, anders dan incidenteel, alsmede het gebruik van schepen voor de exploratie of exploitatie van natuurlijke hulpbronnen binnen de territoriale wateren of exclusieve economische zone van Curaçao.
Hoofdstuk I
Voorwerp en bedrag van de Belasting
Artikel 2
- Onder de naam scheepstonnagebelasting wordt, op de voet van artikel 9A, achtste lid, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940, belasting geheven naar de winst uit zeescheepvaartbedrijf van belastbare schepen. De winst wordt bepaald aan de hand van de nettotonnage van de belastbare schepen.
- Het belastingtarief dat wordt geheven over de winst welke met toepassing van het eerste lid is berekend, is gelijk aan het tarief, bedoeld in artikel 15 van de Landsverordening op de winstbelasting 1940.
- In afwijking van het eerste lid, wordt de winst van jachten met een lengte van 24 meter of meer en in aanbouw zijnde schepen waarvan de tonnage niet kan worden vastgesteld, bepaald aan de hand van het vaste bedrag, bedoeld in artikel 3, zesde lid.
Artikel 3
- Per belastbaar schip en per netto ton wordt de winst in elk belastingjaar uit het zeescheepvaartbedrijf vastgesteld aan de hand van de hierna vermelde bedragen:
2 gulden tot 10.000 netto ton;
1 gulden en 35 cent voor het meerdere tot 25.000 netto ton;
60 cent voor het meerdere boven 25.000 netto ton.
- Per belastbaar schip en, in afwijking van het eerste lid, per 10 netto ton wordt de winst in elk belastingjaar uit het beheer van schepen voor derden, waaronder mede verstaan het begeleiden van de bouw van nieuwe schepen of het voor een ander het bemanning- of technische beheer verrichten, vastgesteld aan de hand van de hierna vermelde bedragen:
2 gulden tot 10.000 netto ton;
1 gulden en 35 cent voor het meerdere tot 25.000 netto ton;
60 cent voor het meerdere boven 25.000 netto ton.
- De tonnage welke tot grondslag voor de berekening van de winst dient, wordt naar boven afgerond tot een veelvoud van duizend ton.
- Wanneer een schip in de loop van het belastingjaar in het register wordt opgenomen, wordt de winst berekend over het aantal maanden waarin het schip in dat belastingjaar in het register is opgenomen. Gedeelten van een maand worden voor een volle maand gerekend.
- Bij uitschrijving van een schip uit het register van belastbare schepen in de loop van een belastingjaar wordt de winst berekend over een vol jaar.
- De verschuldigde belasting bedraagt per schip per jaar ten minste Cg 1.500,-. In geval van beheer van schepen voor derden als bedoeld in het tweede lid bedraagt de verschuldigde belasting per jaar ten minste Cg 750,-.
- Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen de in het eerste lid en tweede lid van dit artikel genoemde bedragen worden gewijzigd, met dien verstande dat een verhoging van die bedragen buiten toepassing blijft voor schepen die op de dag van inwerkingtreding van dat landsbesluit reeds in het register waren opgenomen.
Hoofdstuk II
Belastingplicht
Artikel 4
- Een vennootschap, op naam waarvan een of meer belastbare schepen in het register zijn opgenomen, wordt naar de winst belast volgens de bepalingen van artikel 3.
- Vanaf het tijdstip dat er geen schepen meer op naam van de vennootschap in het register zijn opgenomen geschiedt de bepaling van de winst vanaf dat tijdstip op grond van artikel 3, tweede lid, in samenhang met de andere ter zake toepasselijke bepalingen van de Landsverordening op de winstbelasting 1940. Indien binnen twaalf maanden na het tijdstip, bedoeld in de vorige volzin, een schip met ten minste een vergelijkbaar nettotonnage ten name van de vennootschap in het register wordt ingeschreven, wordt de vennootschap voor toepassing van dit artikel geacht steeds een schip in het register opgenomen te hebben gehad.
- Indien in een jaar de winst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 niet nagenoeg uitsluitend wordt behaald met de exploitatie van schepen die op naam van de vennootschap in het register zijn opgenomen, wordt de winst welke in dat jaar niet met de exploitatie van daarin opgenomen schepen wordt behaald, belast op grond van artikel 3, tweede lid, in samenhang met de andere ter zake toepasselijke bepalingen van de Landsverordening op de winstbelasting 1940. Bij de bepaling van de winst wordt de waarde van bezittingen en schulden per balansdatum gesteld op die in het economische verkeer. Inkomsten uit beleggingen worden gerekend tot de winst uit zeescheepvaart, indien de beleggingen worden aangehouden ter voldoening van lopende verplichtingen of verplichtingen die binnen 36 maanden zullen worden aangegaan voor de uitoefening van het zeescheepvaartbedrijf.
- Indien om andere redenen dan bedoeld in het tweede lid of het derde lid niet langer aan het eerste lid wordt voldaan, wordt de vennootschap vanaf dat tijdstip onderworpen aan de winstbelasting op grond van artikel 3, tweede lid, in samenhang met de andere ter zake toepasselijke bepalingen van de Landsverordening op de winstbelasting 1940.
Artikel 5
- Voor de toepassing van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 wordt:
a. het opnemen in het register van een belastbaar schip geacht te zijn een vervreemding in de zin van artikel 5A, tweede lid, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940, met dien verstande dat de in dat artikel bedoelde bijtellingen geheel ten bate worden gebracht van de winst van het boekjaar waarin de vervreemding geacht wordt te zijn geschied;
b. de in artikel 6, derde lid, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 bedoelde reserve alsmede andere voorzieningen of reserves die ter zake van het schip zijn gevormd, ten bate gebracht van de winst van dat boekjaar;
c. het in het register opgenomen schip gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer.
- De winst die wordt berekend op basis van het eerste lid, onderdelen a en c, wordt toegevoegd aan een scheepstonnagereserve. Deze reserve wordt bijgehouden per schip. Op deze reserve komen in mindering de aanspraken op verliescompensatie op grond van artikel 10 van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 over de tijdvakken voorafgaand aan die waarop deze landsverordening van toepassing wordt.
- Indien uiterlijk twaalf maanden na de datum waarop de vennootschap met toepassing van artikel 4, eerste lid, niet langer onderworpen is aan de Landsverordening op de winstbelasting 1940, en zij voldoet aan het vervangingsvereiste als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940, wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, de aldaar bedoelde reserve omgezet in een reserve als bedoeld in het tweede lid.
- Voor elk vol jaar dat de belastingplichtige een belastbaar schip in exploitatie heeft, valt éénvijfde deel van de gevormde scheepstonnagereserve die betrekking heeft op dat schip vrij, zonder heffing van winstbelasting.
- De na toepassing van het vierde lid resterende scheepstonnagereserve valt vrij ten bate van de winst waarop de Landsverordening op de winstbelasting 1940 van toepassing is, indien:
a. niet langer aan het bepaalde in artikel 4 wordt voldaan, voor het volledige bedrag;
b. een schip niet langer in exploitatie wordt gehouden, voor de reserve welke betrekking heeft op dat schip.
- Het vijfde lid, onderdeel b, is niet van toepassing indien binnen twaalf maanden nadat de vennootschap een schip heeft vervreemd, een ander schip met ten minste een vergelijkbare tonnage verkrijgt. Voor de toepassing van het vijfde lid wordt dit schip geacht in de plaats te zijn gekomen van het niet langer geëxploiteerde schip.
Artikel 5A
- Indien een schip wordt uitgeschreven uit het register en de vennootschap die het schip exploiteert is op dat tijdstip een vennootschap als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a of b, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940, wordt de waarde van het schip gesteld op die in het economische verkeer. Er is geen investering in de zin van artikel 5A van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 en evenmin bestaat recht op vervroegde afschrijving als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940.
- Het eerste lid is niet van toepassing indien voor het aldaar bedoelde schip, dan wel een schip waarvoor het uitgeschreven schip ter vervanging diende als omschreven in artikel 4, lid 2, niet eerder van de faciliteiten als in het eerste lid bedoeld gebruik is gemaakt. Indien echter het schip voorafgaand aan de uitschrijving werd verkregen in een transactie als bedoeld in artikel 5A, vierde lid, van de Landsverordening op de winstbelasting 1940, is dat lid van overeenkomstige toepassing ten tijde van de uitschrijving.
Artikel 6
- Schepen worden op verzoek van de belastingplichtige die het schip exploiteert in het register opgenomen. Toekenning van opname in het register geregistreerde schepen vindt plaats door middel van een voor bezwaar vatbare beschikking. Opname is mogelijk bij aanvang van een kalenderjaar, dan wel op het tijdstip waarop het schip door de vennootschap in exploitatie wordt genomen gedurende een kalenderjaar.
- Schepen worden slechts in het register opgenomen indien zij door de bevoegde autoriteit van de buitenlandse vlaggenstaat zijn voorzien van een geldige zeebrief en een geldige meetbrief. Indien een zeebrief of meetbrief is verlopen of ingetrokken, vervalt de inschrijving van rechtswege met ingang van de eerste dag van de volgende kalendermaand.
- Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op schepen waarvoor een geldige zeebrief en een geldige meetbrief is afgegeven door de bevoegde autoriteit van Curaçao, van Sint Maarten, van Nederland of van Aruba.
Artikel 7
- Een verzoek als bedoeld in het eerste lid van artikel 6 moet schriftelijk worden gericht tot de Inspecteur. Het door de belastingplichtige ondertekende verzoek bevat de naam, de nationaliteit, de nettotonnage en het IMO-nummer van het schip, alsmede de naam en het adres van de belastingplichtige. Tevens vermeldt de belastingplichtige of hij eigenaar, mede-eigenaar of rompbevrachter van het schip is, dan wel het beheer van het schip voor rekening van derden verricht of het schip in reis- of tijdcharter heeft.
- Bij het verzoek moet een gewaarmerkte kopie van de zeebrief en de meetbrief van het schip worden overgelegd.
- Bij ontvangst van het verzoek worden de aangegeven schepen door de Inspecteur terstond in het register opgenomen en wordt aan de verzoeker medegedeeld onder welk nummer het schip in het register is opgenomen en wordt de Ontvanger hiervan in kennis gesteld.
Artikel 8
- Het register behelst in een doorlopende nummervolgorde van inschrijving:
a. de naam, de nationaliteit, het nummer van de zeebrief, de meetbrief en zowel de bruto als de nettotonnage van het schip;
b. verklaring of het schip in eigendom, rompbevrachting, beheer, tijdcharter of reischarter is;
c. verklaring van indeling overeenkomstig artikel 3, eerste lid, of overeenkomstig artikel 3, tweede lid;
d. de naam en het adres van de belastingplichtige op wiens verzoek het schip in het register werd opgenomen; indien het schip toebehoort aan een rederij dan worden tevens de naam en het adres van de boekhouder vermeld.
- Ingeval het schip de Nederlandse nationaliteit bezit, wordt tevens in het register vermeld door welk land in het Koninkrijk de zeebrief en de meetbrief is afgegeven.
- In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, voor bepaalde groepen schepen afwijkende regels worden gesteld.
Artikel 9
- De inschrijving in het register wordt krachtens aangifte gewijzigd bij:
a. wijziging van de meetbrief of de zeebrief;
b. wijziging van eigendom voor schepen als bedoeld onder artikel 1, tweede lid, onderdeel a, ten eerste;
c. einde van rompbevrachtingsovereenkomst voor schepen als bedoeld onder artikel 1, tweede lid, onderdeel a, ten tweede;
d. einde van beheer voor schepen als bedoeld onder artikel 1, tweede lid, onderdeel b;
e. einde van charter voor schepen als bedoeld onder artikel 1, tweede lid, onderdeel c.
- De belastingplichtige is gehouden van de in het eerste lid bedoelde wijzigingen aangifte te doen bij de Inspecteur.
- Wijzigingen krachtens aangifte worden in het register aangebracht met ingang van de datum van aangifte.
- Wanneer het de Inspecteur blijkt dat in een afgelopen belastingjaar veranderingen als in het eerste lid bedoeld hebben plaats gevonden zonder dat daarvan aangifte is gedaan, brengt hij de daaruit voortvloeiende wijzigingen ambtshalve aan. Ambtshalve aangebrachte wijzigingen worden van kracht met ingang van het jaar volgende op dat waarin de veranderingen plaats vonden. Van de wijzigingen wordt aan de belastingplichtige alsmede aan degene die hoofdelijk voor de belasting aansprakelijk zijn, bij aangetekend schrijven onverwijld mededeling gedaan.
Artikel 10
- De inschrijving van een schip in het register wordt doorgehaald op verzoek van de belastingplichtige onmiddellijk nadat aan de Inspecteur een daartoe strekkend verzoek is overgelegd, alsmede een verklaring van de Ontvanger dat de belasting over het lopende jaar en de voorgaande jaren is voldaan.
- Doorhaling van de inschrijving is, anders dan bij tenietgaan of vervreemding, bij beëindiging van de overeenkomst tot rompbevrachting, de overeenkomst tot reis- of tijdcharter, dan wel van de beheersovereenkomst van het belastbare schip, niet mogelijk binnen vijf jaar na opname in het register.
Artikel 11
- Belastingplichtig is hij op wiens naam het schip bij de aanvang van het belastingjaar in het register is opgenomen, zelfs indien deze op dat moment niet meer de eigenaar mocht zijn.
- Indien het schip tijdens het belastingjaar in het register wordt opgenomen, is belastingplichtig degene op wiens verzoek die opname geschiedt.
- Bij eigendomsovergang van een schip, is de voormalige eigenaar bevoegd daarvan aangifte te doen onder vermelding van de naam en het adres van de nieuwe eigenaar en wordt door de Inspecteur de inschrijving met ingang van het volgende belastingjaar dienovereenkomstig gewijzigd.
Artikel 12
- Voor de opname in het register, als bedoeld in het eerste lid van artikel 6, de aangifte van wijzigingen als bedoeld in artikel 9, alsmede de aangifte voor de scheepstonnagebelasting als bedoeld in artikel 14, moet worden gebruik gemaakt van daartoe bestemde formulieren, die voor belanghebbenden kosteloos verkrijgbaar zijn bij de Inspecteur.
- De modellen van deze formulieren worden vastgesteld door de Directeur der Belastingen.
Hoofdstuk III
Aangifte
Artikel 12A
In afwijking van het bepaalde in artikel 14 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen gelden voor de aangifte en voldoening van deze belasting de bepalingen van dit hoofdstuk.
Artikel 13
Het belastingjaar is het kalenderjaar.
Artikel 14
- De in het belastingjaar verschuldigd geworden belasting moet door de belastingplichtige op aangifte worden voldaan.
- De aangifte moet bij de Ontvanger worden gedaan.
- (vervallen)
Artikel 15
- De belasting moet worden betaald:
a. binnen twee maanden na het begin van het belastingjaar; of
b. indien opname in het register in de loop van het belastingjaar geschiedt, binnen vijftien dagen na de opname.
- De Inspecteur is bevoegd de inschrijving in het register door te halen indien de belasting niet binnen de in het eerste lid, onder b. gestelde termijn wordt voldaan. Alsdan wordt het schip geacht nooit ingeschreven te zijn geweest.
- Voor het naar behoren betaalde bedrag aan belasting wordt door de Ontvanger op de aangifte kwitantie gesteld.
Hoofdstuk IV
Verschuldigdheid van de belasting en aansprakelijkheid
Artikel 16
- De belasting is verschuldigd door degene op wiens naam een of meer schepen staan ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 8.
- De bestuurders, beherende vennoten, de boekhouder en de vertegenwoordigers binnen Curaçao zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de in een belastingjaar verschuldigd geworden belasting.
Artikel 17
Indien een belastbaar schip in de loop van het jaar wordt vervreemd, dan is zowel de verkrijger als de belastingplichtige hoofdelijk aansprakelijk voor de belasting over het lopende en het vorige belastingjaar, zelfs wanneer het schip tijdens het vorige belastingjaar of daarna van het register is afgevoerd.
Artikel 17A
Artikel 11, eerste lid, en artikel 17 zijn van overeenkomstige toepassing ingeval van een opvolgende rompbevrachtingsovereenkomst, beheersovereenkomst, dan wel overeenkomst tot reis- of tijdcharter van een belastbaar schip.
Hoofdstuk V
Naheffing, bezwaar en beroep
Artikel 18
(vervallen)
Artikel 19
(vervallen)
Hoofdstuk VI
Invordering
Artikel 20
Tenzij bij of krachtens deze Landsverordening anders is bepaald, zijn ten aanzien van de invordering van de ingevolge deze Landsverordening bij aanslag geheven belastingen en verhogingen de regelen geldende voor de invordering van de inkomstenbelasting van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
Voor de invordering van de belasting, verschuldigd met toepassing van deze landsverordening zijn de artikelen 4, 6, 9, 10, 12, 13, 14, 14A en 15 van de Landsverordening op de invordering van directe belastingen overeenkomstig van toepassing.
Hoofdstuk VII
Bijzondere Bepalingen
Artikel 22
- Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen nadere regels ter uitvoering van deze landsverordening worden vastgesteld, tenzij bij landsverordening anders is bepaald.
- Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt in het Publicatieblad geplaatst.
Artikel 23
De Zegelverordening, 1908, de Registratieverordening 1908 alsmede de Overdrachtsbelastingverordening 1908, zijn niet van toepassing op de krachtens deze landsverordening verrichte rechtshandelingen.
Hoofdstuk VIII
Slotbepalingen
Artikel 24
(vervallen)
Artikel 25
Deze landsverordening is op een belastingplichtige waarvan een schip op het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening reeds was opgenomen in het register, met ingang van dat tijdstip van toepassing, tenzij hij binnen zes maanden na inwerkingtreding de Inspecteur verzoekt het schip uit te schrijven. In dat geval wordt deze landsverordening geacht wat betreft dat schip in het tijdvak vanaf de inwerkingtreding tot en met de dag van uitschrijving niet op de belastingplichtige toepasselijk te zijn geweest.
Artikel 26
Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening op de Scheepstonnagebelasting 2007.