Landsverordening openbaarheid van bestuur Curaçao (bijlage t) - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsverordening openbaarheid van bestuur Curaçao (bijlage t)

Publicatienummer: A.B. 2010, no. 87 (bijlage t), zoals laatstelijk gewijzigd bij   P.B. 2020, no. 111
Categorie: Landsverordening
Onderwerp(en): Openbaarheid
Ministerie: Algemene Zaken en Minister President
Datum ondertekening: 04-09-2010
Datum inwerktreding: 10-10-2010
Geregistreerd in:
Klapper Afkondigingsblad ( HOOFDSTUK XVIII Organisme van het land)


LANDSVERORDENING van de houdende regelen betreffende de openbaarheid van bestuur

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
19 oktober 2020   n.v.t. Art 1, onderdeel a, k.t.l. P.B. 2020, no. 111 2019-2020-169

DOORLOPENDE TEKST

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1

In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. bestuursorgaan: de minister die het rechtstreeks aangaat of het zelfstandig bestuursorgaan belast met de overheidstaak;
b. document: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat;
c. bestuurlijke aangelegenheid: een aangelegenheid die betrekking heeft op beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering ervan;
d. niet-ambtelijke adviescommissie: een van overheidswege ingestelde commissie, met als taak het adviseren van een of meer bestuursorganen en waarvan geen ambtenaren lid zijn, die het bestuursorgaan waaronder zij ressorteren adviseren over de onderwerpen die aan de commissie zijn voorgelegd. Ambtenaren, die secretaris of adviserend lid zijn van een adviescommissie, worden voor de toepassing van deze bepaling niet als leden daarvan beschouwd.

Hoofdstuk 2. Openbaarheid

Artikel 2

Een bestuursorgaan betracht bij de uitvoering van zijn taak openbaarheid en verstrekt hiertoe informatie.

Hoofdstuk 3. Informatie op verzoek

Artikel 3

  1. Een ieder kan verzoeken om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of tot de onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame directies, departementen, diensten, bureaus, secretariaten en instellingen.
  2. De verzoeker vermeldt de bestuurlijke aangelegenheid of het daarop betrekking hebbend document, waarover hij informatie wenst te ontvangen.
  3. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan een informatiepunt binnen het bestuursorgaan worden aangewezen waar het verzoek moet worden ingediend.
  4. Een verzoek wordt ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 11 en 12.

Artikel 4

Indien het verzoek betrekking heeft op gegevens in documenten die berusten bij een ander bestuursorgaan dan dat waarbij het verzoek is ingediend, wordt de verzoeker naar dat orgaan verwezen. Is het verzoek schriftelijk gedaan, dan wordt het doorgezonden onder mededeling van de doorzending aan de verzoeker.

Artikel 5

  1. De beslissing op een verzoek wordt genomen door het bestuursorgaan.
  2. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een schriftelijk verzoek wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de verzoeker medegedeeld. Ingeval van een mondeling verzoek vindt een
    dergelijke afwijzing schriftelijk en gemotiveerd plaats indien de verzoeker daarom vraagt. De verzoeker wordt op deze mogelijkheid gewezen.
  3. Indien de informatie op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een derde, wordt deze hiervan op de hoogte gesteld en worden de beslissing en de informatie, voor zover die op hem betrekking hebben, schriftelijk aan deze medegedeeld, indien hij dit verzoekt.

Artikel 6

Het bestuursorgaan beslist op het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie weken na de dag waarop het verzoek is ontvangen. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste drie weken verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk gemotiveerd mededeling gedaan aan de verzoeker.

Artikel 7

  1. Het bestuursorgaan verstrekt de met betrekking tot documenten verlangde informatie door:
    a. kopie ervan te geven of de letterlijke inhoud ervan in andere vorm te verstrekken,
    b. kennisneming van de inhoud toe te staan,
    c. een schriftelijk uittreksel of een samenvatting van de inhoud te geven, of
    d. mondeling of schriftelijk inlichtingen daaruit te verschaffen.
  2. Bij het kiezen tussen de vormen van informatie, genoemd in het eerste lid, houdt het bestuursorgaan rekening met de voorkeur van de verzoeker en met het belang van een vlotte voortgang van de werkzaamheden.

Hoofdstuk 4. Informatie uit eigen beweging

Artikel 8

Het bestuursorgaan verschaft uit eigen beweging informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen.

Artikel 9

  1. Het bestuursorgaan draagt zorg voor het openbaar maken, zo mogelijk met toelichting, van door niet-ambtelijke adviescommissies aan het orgaan uitgebrachte adviezen met het oog op het te vormen beleid, tezamen met de door het orgaan aan de commissies voorgelegde adviesaanvragen en voorstellen.
  2. De in het eerste lid bedoelde stukken kunnen openbaar worden gemaakt door deze:
    a. op te nemen in een algemeen verkrijgbare uitgave,
    b. afzonderlijk uit te geven en algemeen verkrijgbaar te stellen, of
    c. ter inzage te leggen, in kopie te verstrekken of uit te lenen.
  3. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken nadat de adviezen zijn ontvangen, heeft openbaarmaking plaats. Hiervan en van de plaats van tervisielegging wordt  mededeling gedaan in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst of in een plaatselijk algemeen verkrijgbaar dag- of weekblad.

Hoofdstuk 5. Openbaarmaking van adviezen van de Raad van Advies
en van de Sociaal-Economische Raad

Artikel 10

  1. De openbaarmaking van de adviezen van de Raad van Advies geschiedt door de Minister van Algemene Zaken.
  2. De openbaarmaking geschiedt voor zover het betreft:
    a. adviezen over ontwerpen van landsverordeningen: gelijktijdig met de indiening van het ontwerp door de Gouverneur bij de Staten, of, indien artikel 75 van de Staatsregeling van Curaçao van toepassing is: gelijktijdig met de kennisgeving van de beslissing van de Gouverneur, bedoeld in artikel 78 van de Staatsregeling van Curaçao;
    b. adviezen over alle andere ontwerpen dan van landsverordeningen waarvan publicatie in het Publicatieblad is vereist: gelijktijdig met die publicatie;
    c. adviezen over andere gevallen dan genoemd onder a en b: binnen 6 weken nadat het advies is uitgebracht.
  3. Artikel 9, tweede en derde lid, vindt overeenkomstige toepassing.
  4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de adviezen van de Sociaal-Economische Raad.

Hoofdstuk 6. Uitzonderingen en beperkingen

Artikel 11

  1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze landsverordening blijft achterwege voor zover dit:
    a. de eenheid van de regering, bedoeld in artikel 31 van de Staatsregeling van Curaçao, zou kunnen schaden;
    b. de veiligheid van het Land zou kunnen schaden;
    c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld.
  2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze landsverordening blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
    a. de economische of financiële belangen van het Land;
    b. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
    c. de inspectie, controle of het toezicht door of vanwege bestuursorganen;
    d. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
    e. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie;
    f. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden;
    g. de betrekkingen van Curaçao en van het Koninkrijk met andere staten of internationale organisaties

Artikel 12

  1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over tot personen herleidbare beleidsopvattingen. Onder intern beraad wordt verstaan het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een bestuursorgaan dan wel een kring van bestuursorganen in het kader van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor die bestuurlijke aangelegenheid. Onder tot personen herleidbare beleidsopvatting wordt verstaan een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde argumenten.
  2. Op adviezen van een ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie is het in het eerste lid gestelde van overeenkomstige toepassing. Onder ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie wordt verstaan een commissie met als taak het adviseren van een of meer bestuursorganen, die geheel of gedeeltelijk is samengesteld uit ambtenaren tot wier functie behoort het adviseren van het bestuursorgaan waaronder zij ressorteren over de onderwerpen die aan die commissie zijn voorgelegd.

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

Artikel 13

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het bij deze landsverordening bepaalde.

Artikel 14

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot in rekening te brengen vergoedingen voor het ingevolge een ingekomen verzoek vervaardigen van kopieën van documenten en van uittreksels of samenvattingen van de inhoud daarvan.

Artikel 15

De Minister van Algemene Zaken zendt jaarlijks voor 1 juli aan de Staten een verslag over de wijze waarop in het daaraan voorafgaande jaar de landsverordening is toegepast.

Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 16

Verzoekschriften als bedoeld in artikel 3 van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (P. B. 1995, no. 211), die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening waren ingediend bij het Land de Nederlandse Antillen dan wel het eilandgebied Curaçao en die bestuurlijke aangelegenheden betreffen waarvoor het Land Curaçao verantwoordelijk is, worden door het Land Curaçao afgehandeld.

Artikel 17

Deze landsverordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Naar boven