Landsverordening Passagiersfaciliteitengelden - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Landsverordening Passagiersfaciliteitengelden

Publicatienummer: P.B. 2013, no. 75 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie:
Onderwerp(en): Passagiersfaciliteitengelden
Ministerie: Verkeer, Vervoer & Ruimtelijke Planning
Datum ondertekening: 17-06-2013
Datum inwerktreding: Nog niet bekend
Geregistreerd in:
Klapper Afkondigingsblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen )


LANDSBESLUIT van de 17de juni 2013, no. 13/1342, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Eilandsverordening passagiersfaciliteitengelden 1988

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
    n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2013, no. 75 n.v.t.

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Aeropuerto Hato: de ingevolge artikel 30, eerste lid, van de Luchtvaartlands-verordenig aangewezen luchtvaartterreinen ;
b. vertrekkende passagier: persoon die, anders dan als bemanningslid, aan boord van een luchtvaartuig de Aeropuerto Hato verlaat met als doel zich te laten vervoeren naar een bestemming buiten het grondgebied van het land Curaçao;
c. transito-passagier: een passagier die per luchtvaartuig op de Aeropuerto Hato is aangekomen en op doorreis is en de Aeropuerto Hato binnen 24 uren na aankomst met hetzelfde luchtvaartuig verlaat;
d. transfer-passagier: een passagier die per luchtvaartuig op de Aeropuerto Hato is aangekomen en op doorreis is en de Aeropuerto Hato binnen 24 uren na aankomst verlaat met een ander luchtvaartuig;
e. passagerbiljet: een schriftelijk stuk dat recht geeft op transport per luchtvaartuig;
f. terreinvlucht: een vlucht na welke het luchtvaartuig landt op dezelfde luchthaven waarvan het is opgestegen zonder een tussenlanding te hebben uitgevoerd op een andere luchthaven;
g. lesvlucht: een terreinvlucht die uitsluitend voor instructie doeleinden wordt uitgevoerd;
h. luchtvaartmaatschappij: de natuurlijke of rechtspersoon die het vervoer van de vetrekkende passagier verzorgt. Onder luchtvaartmaatschappij wordt mede verstaan de natuurlijke of rechtspersoon, die namens de vervoerder zorg en verantwoordelijkheid draagt voor de afhandeling van passagiers, die met diens luchtvaartuigen worden vervoerd;

HEFFINGSGRONDSLAG EN HEFFINGSSUBJECT

Artikel 2

Ten bate van een bij landsbesluit aan te wijzen instelling wordt onder de naam ‘passagiers-faciliteitengelden’ een bedrag geheven van alle vetrekkende passagiers.

DE VERSCHULDIGDE BEDRAGEN

Artikel 3

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld inzake de uitgangspunten en de methode voor de bepaling van de passagiersfaciliteitengelden.
Bij ministeriële regeling, met algemene werking, worden de bedragen van te heffen passagiers-faciliteitengelden vastgesteld.

VRIJSTELLINGEN

Artikel 4

De passagiersfaciliteitengelden zijn niet verschuldigd door:
a. leden van de Nederlandse Koninklijke familie en hun gevolg, de Gouverneur van Curaçao, zijn gezin en zijn gevolg, alsmede buitenlandse staatshoofden, hun gezin en hun gevolg;
b. houders van een diplomatiek paspoort;
c. transito-passagiers;
d. passagiers beneden de leeftijd van 2 jaar;
e. passagiers, aan wie op grond van de Landsverordening toelating en uitzetting , landing is geweigerd;
f. passagiers die kunnen aantonen dat zij de luchthaven verlaten uitsluitend met als doel deel te nemen aan een terreinvlucht, een lesvlucht dan wel een vlucht ten behoeve van opsporings- en reddingswerk;
g. passagiers die binnen 24 uur na aankomst aan boord van een cruise-schip Curaçao verlaten vertrekkend van de Aeropuerto Hato;
h. passagiers die voldoen aan de omschrijving van personen als bedoeld in artikel I, onder c. d. f en h, van het Verdrag inzake samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika betreffende toegang tot en gebruik van faciliteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba voor drugsbestrijding vanuit de lucht (Trb. Jrg. 2000, Nr. 34).

UITVOERING VAN DE HEFFING EN INNING

Artikel 5

  1. De passagiersfaciliteitengelden worden geheven en geïnd door een bij landsbesluit aan te wijzen instelling die bevoegd is de heffing en inning voor haar door derden te doen plaatsvinden.
  2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gegeven over de uitvoering van de heffing en inning, bedoeld in het eerste lid.
  3. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan worden bepaald dat de in het eerste lid bedoelde instelling luchtvaartmaatschappijen en andere derden aanwijst die worden belast met de heffing en inning van de passagiersfaciliteitengelden ten behoeve en onder leiding van deze instelling.
  4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gegeven ter uitvoering van het derde lid, waaronder de inrichting en de wijze van heffen en innen, de controle daarvan, de wijze waarop de aanwijzing plaatsvindt, alsook over de vergoeding die de in het eerste lid bedoelde instelling verschuldigd is aan de krachtens het derde lid belaste luchtvaartmaatschappijen en andere derden.
  5. Ten bewijze dat de passagiersfaciliteitengelden zijn voldaan, wordt door of namens degene die deze gelden int een betalingsbewijs afgegeven.
  6. De luchtvaartmaatschappij die het vervoer van de vetrekkende passagier verzorgt, is verplicht ervoor zorg te dragen dat alle met diens vertrekkende luchtvaartuig vertrekkende passagiers, voordat zij van de Aeropuerto Hato vertrekken, de passagiersfaciliteitengelden betaald hebben.

Artikel 6

Indien kan worden aangetoond dat de passagiersfaciliteitengelden ten onrechte werden geïnd, wordt het ten onrechte betaalde bedrag na overlegging van het desbetreffende plaatsbewijs of de desbetreffende kwitantie door de krachtens artikel 5, eerste lid, aangewezen instelling gerestitueerd.

Artikel 7

  1. Indien blijkt dat ten onrechte geen passagiersfaciliteitengelden werden geïnd, wordt het niet gehevene nagevorderd van de desbetreffende reiziger dan wel luchtvaartmaatschappij.
  2. Ingeval van toepassing van artikel 5, derde lid, worden de in het vorige lid bedoelde passagiersfaciliteitengelden nagevorderd van degene, die met de inning is belast.

Artikel 8

De invordering van de ingevolge artikel 7 na te vorderen bedragen geschied door de krachtens artikel 5, eerste lid, aangewezen instelling op grond van een hem door de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning verstrekte opdracht.

SLOTBEPALING

Artikel 9

Deze landsverordening kan worden aangehaald als ”Landsverordening Passagiersfaciliteitengelden”.

Naar boven