Landsverordening vervallenverklaring lidmaatschap (bijlage m)
Landsverordening vervallenverklaring lidmaatschap (bijlage m)
Landsverordening vervallenverklaring Lidmaatschap van de Staten
Artikel 1
- Een lid van de Staten houdt op lid van de Staten te zijn, indien hij, na zijn toelating, bij onherroepelijk rechterlijke uitspraak is veroordeeld:
a. tot een tijdelijke gevangenisstraf voor de duur van tenminste een jaar;
b. wegens het plegen van een misdrijf als bedoeld in de artikelen, 183, 184, 372bis, 372 quienquies, 373, 374, 374bis, 374ter, 374quater, 375 tot en met 379, 381 tot en met 393 van het Wetboek van Strafrecht.;
c. een vrijheidsstraf wegens het begaan van een misdrijf in verband met artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht.
- Het betrokken lid van de Staten geeft terstond kennis aan de Voorzitter van de Staten, dat hij verkeert in een van de gevallen bedoeld in het voorgaande lid.
- De procureur generaal of de hoofdofficier van justitie stelt de Voorzitter van de Staten terstond in kennis van de onherroepelijkheid van een veroordeling als bedoeld in het eerste lid.
- Indien de in het derde lid bedoelde kennisgeving is gedaan, deelt de Voorzitter van de Staten het betrokken lid van de Staten bij aangetekend schrijven mede dat hij heeft opgehouden lid van de Staten te zijn.
- Indien de in het tweede lid bedoelde kennisgeving niet is gedaan, doch de Voorzitter van de Staten op grond van kennisneming van een onherroepelijk vonnis ten aanzien van een lid van oordeel is dat bedoeld lid verkeert in een van de in het eerste lid bedoelde gevallen, deelt de Voorzitter van de Staten het lid bij aangetekend schrijven mede dat hij heeft opgehouden lid van de Staten te zijn.
Artikel 2
- Vanaf het moment dat een lid van de Staten ingevolge de bepalingen van deze landsverordening heeft opgehouden lid van de Staten te zijn kan het betrokken Statenlid overeenkomstig de bepalingen van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie met dien verstande dat de termijnen zoals genoemd in de Landsverordening Administratieve Rechtspraak met twee derde worden ingekort en dat de beroepstermijn aanvangt nadat de kennisgeving in artikel 1, tweede lid is gedaan.
- Indien de kennisgeving bedoeld in artikel 1, tweede lid niet is gedaan, vangt de beroepstermijn aan nadat de voorzitter van de Staten het lid bij aangetekend schrijven heeft medegedeeld dat hij heeft opgehouden lid van de Staten te zijn.
Artikel 3
Degene die heeft opgehouden lid van de Staten te zijn wordt vervangen, nadat de in artikel 2 bedoelde beroepstermijn is verstreken dan wel een onherroepelijke uitspraak is gedaan.
Artikel 4
Ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is niet benoembaar tot lid van de Staten het gewezen Statenlid waarvan het lidmaatschap van de Staten na de laatstgehouden periodieke verkiezing is vervallen verklaard.
Artikel 5
De Staten kunnen een wijziging van deze landsverordening alleen aannemen met ten minste twee derde meerderheid van het aantal zitting hebbende leden.
Artikel 6
Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip.
Artikel 7
Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening vervallenverklaring lidmaatschap Staten.