Uw mening

Wet- en Regelgeving

Ministeriële regeling bekrachtiging verblijfstitel mede-genaturaliseerden

Publicatienummer: P.B. 2015, no. 24
Categorie: Ministeriële regeling met algemene werking
Ministerie: Justitie
Datum ondertekening: 10-06-2015
Datum inwerktreding: 07-08-2015
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK V Openbare orde)


MINISTERIËLE REGELING MET ALGEMENE WERKING, van de 10 juni 2015 ter strekkende tot de bekrachtiging verblijfstitel van mede-genaturaliseerden in de periode tussen 1 juni 1992 en 1 april 2003 (Ministeriële regeling bekrachtiging verblijfstitel mede-ge(...)

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum ingetrokken

Betreft

Vindplaats               

Zittingsjaar

8 augustus 2017

31 mei 1992

n.v.t.

Ministeriële Regeling

P.B. 2015, no. 24

n.v.t.

 

Artikel 1

 

a.         Voor zover nodig, aan de betrokken personen c.q. de minderjarige kinderen die in Curaçao zijn geboren, wier ouder(s) in de periode vanaf 1 juni 1992 tot 1 april 2003 genaturaliseerd is/zijn tot Nederlander, die deel uitmaakten van het in Curaçao gevestigde gezin en stonden ingeschreven in het bestand van het “Bevolkingsregister van Curaçao” de verblijfstitel (bij geboorte) vóór de naturalisatie, te bekrachtigen dan wel te bewerkstelligen;

 

b.         Voor zover nodig, met terugwerkende kracht tot en met de datum van ten minste één dag vóór de afgifte van het Koninklijk Besluit tot naturalisatie aan hun ouder (s) en uiterlijk tot 31 mei 1992, verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te verlenen aan de betrokken personen c.q. minderjarige kinderen die in Curaçao zijn geboren en voorts voldoen aan de navolgende voorwaarden, te weten:

 

•           dat hun ouder(s) is/zijn genaturaliseerd in de periode tussen 1 juni 1992 en 1 april 2003;

•           dat zij in dezelfde periode stonden ingeschreven in de bevolkings­register van Curaçao, dan wel verblijvende in Curaçao;

•           dat in het Koninklijk besluit waarbij de ouder(s)is/zijn genaturaliseerd, niet is bepaald dat zij zijn uitgesloten van mede-naturalisatie.

 

Artikel 2

 

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van uitgifte van het publicatieblad waarin deze is geplaatst en werkt terug tot 31 mei1992.

 

 

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Ministeriële regeling bekrachtiging verblijfstitel mede-genaturaliseerden.

 

 

 

Gegeven te Willemstad, 10 juni 2015

De Minister van Justitie,

N.G. NAVARRO

 

 

Uitgegeven de 7de augustus 2015

De Minister van Algemene Zaken a.i.,

I.A. DICK

 

                                                                                                                                               

 

 

 

Nota van toelichting behorende bij Ministeriële regeling bekrachtiging verblijfstitel mede-genaturaliseerden

 

Bij controles verricht door de Publieke Zaken zijn bedenkingen ontstaan met betrekking tot de juistheid van de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap ten aanzien van een bepaalde groep personen tijdens de periode van 1 juni 1992 tot 1 april 2003 die als Nederlanders werden aangemerkt. De betreffende personen in voornoemde periode waren minderjarige kinderen van (een) ouder(s) die in aanmerking is/zijn gekomen voor de Nederlandse nationaliteit middels een Koninklijke Besluit.

 

In het dossier van genoemde bepaalde groep werden geen bewijsstukken aangetroffen van een geldige verblijfstitel van niet-tijdelijke aard ten tijde van de mede-naturalisatie. Dit fenomeen komt voor in het gehele Caribische gedeelte van het Koninkrijk.

 

In de notitie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van 20 februari 2015, is voorgesteld om, voor zover nodig, een vergunning tot verblijf met terugwerkende kracht af te geven aan minderjarige kinderen die in voornoemde periode als mede-genaturaliseerden werden aangemerkt, doch waarvan thans geen bewijsstukken bestaan dat zij een geldige verblijfstitel hadden bij de naturalisatie:

“In voorkomende gevallen beziet de huidige vreemdelingrechtelijke autoriteit of er alsnog met terugwerkende kracht vóór de datum van het naturalisatiebesluit van de vader of van de moeder een vergunning van niet-tijdelijke aard (bijvoorbeeld voor verblijf bij ouder (s) kan worden verleend, zodat betrokkene ten tijde van het naturalisatiebesluit verblijf voor onbepaalde duur had. De vergunningverlening moet in dat geval wel door middel van een officiële beschikking plaatsvinden en ook opgenomen worden in de bevolkingsadministratie. In dat geval kan achteraf geconstateerd worden dat deze persoon (als kind) destijds niet is uitgesloten opgrond van het voorbehoud en met de ouder is mee-genaturaliseerd. Uit de beschikking moet blijken dat de vergunning onder een beperking is verleend, die naar zijn aard niet-tijdelijk is, op welk adres in de Nederlandse Antillen of Aruba de destijds minderjarige wasingeschreven in de bevolkingsadministratie en voor welke periode de vergunning is verleend. Desgewenst kan de volgende zinsnede worden gebruikt: De vergunning tot verblijf is verleend onder de beperking (beperking vermelden), geldig van (datum) tot (datum).”Het geen voorts in gelijkluidende bewoordingen herhaald is in het bericht van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, d.d. 23 maart 2015, namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

 

Gelet op het feit dat genoemde bepaalde groep wel als Nederlanders werden aangemerkt staat vast dat zijdens de Minister van Justitie, ten tijde van de naturalisatie van de ouders van betrokkenen (in de periode 1 juni 1992 tot 1 april 2003), geen bedenkingen als bedoeld in artikel 8 lid 1 onderdeel b van de Rijkswet op het Nederlanderschap bestonden tegen verblijf voor onbepaalde tijd in Curaçao van betreffende personen.

 

In de genoemde periode was de Minister van Justitie, ingevolge artikel 7 van de “Landsverordening toelating en uitzetting” het bevoegd gezag [in de zin van artikel 1 RWN] om een vergunning tot tijdelijk verblijf, dan wel een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd [bestendig verblijf] af te geven. Hierbij werd het beleid gehanteerd dat indien het verblijfsrecht van de ouders voortdurend,  dan wel  bestendig was, in de zin van art 8 lid 1 onderdeel b RWN, er als dan eveneens geen bedenkingen golden ten aanzien van het verblijf voor onbepaalde tijd in Curaçao, ten opzichte van de kinderen met een afhankelijk verblijfsrecht en dat betrokkenen derhalve mede-genaturaliseerd werden op het moment dat de ouders het ‘Koninklijk Besluit’ tot naturalisatie ontvingen.

 

 

De Minister van Justitie heeft, voor zover nodig geen bezwaar tegen de afgifte van een formele beschikking, hoewel de Minister meent, dat, op grond van het voorgaande en de toepasselijke wettelijke bepalingen, mag worden aangenomen dat betrokkenen voor onbepaalde tijd waren toegelaten in Curaçao, ten tijde van de naturalisatie van hun ouder(s), althans dat er destijds geen bedenkingen tegen het verblijf van betrokkenen voor onbepaalde tijd in de zin van artikel 8 lid 1 onder b van het Rijkswet op het Nederlanderschap bestonden.

 

Gelet op voorgaande overwegingen, alsook de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba in haar beschikking van 19 mei 2015, registratienummer Ghis 71922 – HAR 63/14, is deze Ministeriële Regeling in het leven geroepen.

 

 

 

Minister van Justitie,

N.G. NAVARRO