Ministeriële regeling ex-patriates 2013
Ministeriële regeling ex-patriates 2013
| Publicatienummer: |
P.B. 2013, no. 67, zoals laatstelijk gewijzigd bij P.B. 2025, no. 1
|
| Categorie: |
Ministeriële regeling met algemene werking
|
| Ministerie: |
Financiën |
| Datum ondertekening: |
31-05-2013 |
| Datum inwerktreding: |
29-06-2013
|
| Geregistreerd in: |
|
MINISTERIËLE REGELING, met algemene werking, van de 31ste mei 2013, ter uitvoering van artikel 39, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene landsverordening Landsbelasting (Ministeriële regeling ex-patriates 2013)
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht tot en met |
Datum ingetrokken |
Betreft |
Vindplaats |
Zittingsjaar |
| 29-06-2013 |
n.v.t. |
n.v.t. |
t.u.v. art. 39, lid 1, onderdeel a van de AlL |
P.B. 2013 no. 67 |
n.v.t. |
| 01-02-2025
|
n.v.t. |
n.v.t. |
wijziging art. 5, lid 2 en lid 3; art. 8 lid 2; art. 12, van de Ministeriële regeling ex-patriate 2013 |
P.B. 2025, no. 1 |
n.v.t. |
Doorlopende tekst
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. ex-patriate : de werknemer die direct voorafgaand aan zijn tewerkstelling in Curaçao gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaar in het buitenland heeft gewoond;
b. werkgever : de inhoudingsplichtige, bedoeld in artikel 4, van de Landsverordening op de Loonbelasting 1976.
Artikel 2
- Deze regeling is van toepassing op de ex-patriate:
a. die een opleiding op wetenschappelijk of hoger beroepsopleidingsniveau met een diploma heeft afgerond en ten minste vijf jaar relevante werkervaring heeft; en
b. die een bruto loon van zijn werkgever geniet van tenminste NAf 150.000,– per jaar; en
c. wiens specifieke deskundigheid op de lokale arbeidsmarkt niet of in beperkte mate beschikbaar is.
- Bij een nettoloonafspraak dient het netto loon verhoogd met de daarover berekende loonbelasting te voldoen aan de grens gesteld in het eerste lid, onderdeel b.
Artikel 3
- In afwijking van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, van de Landsverordening op de Loonbelasting 1976 worden niet tot het loon van de ex-patriate gerekend de in verband met zijn dienstbetrekking genoten:
a. beloningen in natura voor zover die gezamenlijk per kalenderjaar niet meer dan NAf 15.000,– bedragen;
b. vergoedingen ter dekking van kosten gemaakt ten behoeve van het bezoeken van scholen in Curaçao, alsmede gelijkwaardige onderwijsinstellingen in het buitenland, tot een maximum per kind van NAf 25.000,– per kalenderjaar;
c. vergoedingen ter dekking van de reiskosten verbonden aan de uitzending en repatriëring van de werknemer en diens gezin:
1° voor een alleenstaande tot een maximum van NAf 4.000,–;
2° voor een echtpaar zonder kinderen tot een maximum van NAf 8.000,–;
3° voor een echtpaar met kinderen tot een maximum van NAf 12.000,–;
d. vergoedingen ter dekking van de hotelkosten gedurende maximaal twee maanden na de aankomst van de werknemer in Curaçao:
1° voor een alleenstaande tot een maximum van NAf 10.000,–;
2° voor een echtpaar zonder kinderen tot een maximum NAf 15.000,–;
3° voor een echtpaar met kinderen tot een maximum van NAf 21.000,–;
e. vergoedingen ter dekking van de herinrichtingskosten bij vestiging in Curaçao tot een maximum van twee maanden bruto loon en tot een maximum van NAf 12.000,–;
f. vergoedingen ter dekking van kosten verbonden met de huur van een vervoermiddel bij aankomst van de werknemer in Curaçao gedurende maximaal 2 maanden tot een maximum van NAf 2700,– per maand.
- De bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b worden naar tijdsgelang toegepast indien de dienstbetrekking in de loop van een jaar aanvangt of eindigt.
Artikel 4
Indien de werkgever de door de werknemer verschuldigde loon- of inkomstenbelasting voor zijn rekening neemt, vindt geen brutering van het loon plaats indien tussen de werknemer en werkgever schriftelijk een netto loon is overeengekomen.
Artikel 5
- Op schriftelijk verzoek van de werkgever wordt de werknemer voor een periode van 5 jaar, te rekenen vanaf de eerste dag van de tewerkstelling, aangemerkt als ex-patriate in de zin van deze regeling. Het verzoek van de werkgever wordt mede ondertekend door de werknemer.
- Na goedkeuring van het verzoek, genoemd in het eerste lid, draagt de werkgever ervoor zorg dat de ex-patriate een in het lokale bevolkingsregister ingeschreven persoon opleidt om het werk van de ex-patriate, na het verstrijken van de periode van 5 jaar, genoemd in het eerste lid, te kunnen verrichten.
- De opleiding van de persoon, bedoeld in het tweede lid, vangt aan binnen één jaar na tewerkstelling van de ex-patriate.
Artikel 6
- Het verzoek, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt door de werkgever binnen drie maanden na aanvang van de tewerkstelling van de ex-patriate in Curaçao bij de Inspecteur ingediend. De Inspecteur beslist op het verzoek bij beschikking.
- Het verzoek bevat de volgende gegevens van de werknemer:
a. het curriculum vitae;
b. afschriften van relevante diploma’s, cijferlijsten en getuigschriften;
c. afschriften van de werk- en verblijfsvergunning;
d. afschrift van de arbeidsovereenkomst; en
e. een overzicht van de toegekende vergoedingen en beloningen in natura.
- De werknemer wordt als ex-patriate aangemerkt met ingang van de eerste dag van zijn tewerkstelling, met dien verstande dat bij overschrijding van de termijn, genoemd in het eerste lid, de werknemer niet eerder als ex-patriate wordt aangemerkt dan met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het verzoek is gedaan.
- Als bij het indienen van het verzoek de vergunning, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, niet kan worden overgelegd, wordt – indien aan de overige voorwaarden is voldaan – de werknemer als ex-patriate aangemerkt met ingang van de eerste dag van zijn tewerkstelling voor een periode van één jaar.
- De periode van één jaar wordt verlengd tot en met vijf jaar indien vóór het verstrijken van het jaar de werk- en verblijfsvergunning aan de Inspecteur wordt overgelegd.
Artikel 7
- Deze regeling vindt niet langer toepassing indien de dienstbetrekking van de ex-patriate is beëindigd.
- De werkgever is gehouden binnen een maand na beëindiging van de dienstbetrekking met de ex-patriate dit kenbaar te maken aan de Inspecteur.
Artikel 8
- Indien de ex-patriate van werkgever verandert, kan op verzoek van de nieuwe werkgever de werknemer opnieuw als ex-patriate worden aangemerkt voor het nog niet verstreken gedeelte van de periode, genoemd in artikel 5, eerste of tweede lid, mits de periode tussen de beëindiging van de oorspronkelijke dienstbetrekking en de aanvang van de opvolgende dienstbetrekking niet meer dan drie maanden bedraagt en de opvolgende werkgever kan aantonen dat de regeling op de werknemer van toepassing is geweest, alsmede wie de voormalige werkgever van de werknemer is.
- De termijn, genoemd in artikel 5, eerste lid, wordt verlengd met de termijn die aanvangt met het einde van de vorige dienstbetrekking en eindigt met de dag van de tewerkstelling bij de nieuwe werkgever, maar met maximaal drie maanden.
- Het verzoek dient bij de Inspecteur ingediend te worden binnen drie maanden na de aanvang van de tewerkstelling bij de nieuwe werkgever. Bij overschrijding van de termijn van drie maanden in de vorige volzin, wordt de werknemer niet eerder als ex-patriate aangemerkt dan met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het verzoek is ingediend.
Artikel 9
- Deze regeling laat onverlet de formele verplichtingen en sancties ingevolge de Landsverordening op de Loonbelasting 1976 met betrekking tot het inhouden en de afdracht van de loonbelasting, en de formele verplichtingen en sancties, bedoeld in de Algemene landsverordening Landsbelastingen.
- De werkgever is gehouden duidelijk gespecificeerd de bestanddelen van het loon aan te geven, alsmede de beloningen in natura en die in contanten, bedoeld in artikel 4.
Artikel 10
- De maximale boete, bedoeld in artikel 21 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen, wordt opgelegd aan degene die:
a. de verplichtingen of voorwaarden gesteld bij deze regeling geheel of gedeeltelijk niet naleeft;
b. opzettelijk onjuiste informatie verschaft met betrekking tot voor deze regeling relevante zaken;
c. nalaat inlichtingen te verschaffen die voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijk zijn.
- Indien één of meer van de feiten, genoemd in het eerste lid, zich voordoet worden de artikelen 3, 4, en 8 geacht nimmer van toepassing te zijn geweest ten aanzien van de desbetreffende werknemer.
Artikel 11
Artikel 9, eerste tot en met vierde lid, van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 is, voor zover het betreft de categorie beroepskosten, niet van toepassing op de werknemer die wordt aangemerkt als ex-patriate in de zin van deze regeling.
Artikel 12
- De bepalingen van de Beschikking ex-patriates 1998 blijven van toepassing op verzoeken die zijn ingediend tot de datum van bekendmaking van deze regeling.
- Voor de toepassing van artikel 8, derde lid, wordt een verzoek geacht tijdig gedaan te zijn indien dit betrekking heeft op een vóór de datum van bekendmaking van deze regeling aangevangen nieuwe dienstbetrekking en dit verzoek binnen drie maanden na de datum van bekendmaking van deze regeling bij de Inspecteur wordt ingediend. Artikel 8, derde lid, tweede volzin is in dit geval niet van toepassing.
Artikel 13
- De Beschikking ex-patriates 1998 wordt ingetrokken.
- De door de Inspecteur krachtens de Beschikking ex-patriates 1998 afgegeven beschikkingen, blijven tot de daarin vermelde einddatum van kracht.
Artikel 14
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van bekendmaking.
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Ministeriële regeling ex-patriates 2013.