Ministeriële regeling rentebelasting - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Ministeriële regeling rentebelasting

Publicatienummer: P.B. 2015, no. 26
Categorie: Ministeriële regeling met algemene werking
Onderwerp(en): Inkomstenbelasting
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 01-07-2015
Datum inwerktreding: 11-07-2015
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen)


MINISTERIËLE REGELING MET ALGEMENE WERKING, van de 1 juli 2015 ter uitvoering van artikel 3, tweede, derde en vierde lid van de Landsverordening van de 30ste december 2014 regelende de inhouding van de inkomstenbelasting op rente-inkomen en artikel 6(...)

Artikel 1

  1. Met het bewerkstelligen van een rentebetaling, genoemd in artikel 1 onderdeel a, van de Landsverordening van de 30ste december 2014 regelende de inhouding van de inkomstenbelasting op rente-inkomen wordt bedoeld, elke handeling die ertoe leidt dat een rekeninghouder van inhoudingsplichtige een rentebetaling geniet.
  2. Rentebetalingen, waarvan de bank of de financiële instelling die de betaling bewerkstelligd, niet zelf de debiteur is, ontstaat de inhoudingsplicht uitsluitend ten aanzien van rente die als zodanig herkenbaar is als zijnde rente als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Landsverordening van de 30ste december 2014 regelende de inhouding van de inkomstenbelasting op rente-inkomsten.

Artikel 2

  1. De rentebelasting wordt geheven door inhouding op een rentebetaling.
  2. De opbrengsten van producten genoemd in bijlage A behorende bij deze ministeriële regeling worden niet aangemerkt als rentebetaling voor de toepassing van de Landsverordening van de 30ste december 2014 regelende de inhouding van de inkomstenbelasting op rente-inkomen.
  3. De inhoudingsplichtige houdt de rentebelasting in op het tijdstip waarop de rentebetaling feitelijk administratief wordt verwerkt ten gunste van de rekeninghouder.
  4. Onder rentebetaling wordt verstaan enkel dat deel van de rentebetaling, dat vorderbaar en tevens inbaar is geworden op of na 1 januari 2015.
  5. In geval van immigratie en emigratie van de rekeninghouder, wordt rentebelasting uitsluitend berekend en ingehouden over de rente die toe te rekenen is aan de periode waarin er sprake is van binnenlandse belastingplicht.
  6. Indien de feitelijke administratieve verwerking plaatsvindt na het moment van immigratie of van emigratie dient de inhoudingsplichtige de rentebelasting te berekenen en in te houden over uitsluitend de rente die toe te rekenen is aan de periode waarin er sprake is van binnenlandse belastingplicht.

Artikel 3

  1. De vaststelling van identiteit en de woonplaats van de belastingplichtige door de inhoudingsplichtige geschiedt overeenkomstig de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening.
  2. Indien het adres en de woonplaats van de rekeninghouder binnen Curaçao is gelegen, wordt de fiscale woonplaats voor de toepassing van de inhouding van rentebelasting door de inhoudingsplichtige steeds geacht binnen Curaçao te zijn gelegen.
  3. De inhoudingsplichtige stelt de rekeninghouder, van een rekening waarop rentebetalingen worden bewerkstelligd, op de hoogte van zijn kwalificatie als binnenlands belastingplichtige voor de toepassing van de rentebelasting.
  4. Indien het adres en de woonplaats van de rekeninghouder buiten Curaçao is gelegen, wordt de fiscale woonplaats voor de toepassing van de inhouding van rentebelasting door de inhoudingsplichtige geacht buiten Curaçao te zijn gelegen.
  5. De rekeninghouder kan, middels een op verzoek door de Inspecteur der Belastingen af te geven formulier, de inhoudingsplichtige verzoeken om de kwalificatie als binnenlands belastingplichtige voor de heffing van de rentebelasting te herzien. Dit ondertekende formulier dient inhoudingsplichtige in het betreffende cliënten dossier te bewaren.
  6. Het niet of niet volledig inhouden en op aangifte afdragen van rentebelasting wordt niet als een verzuim of vergrijp van de inhoudingsplichtige aangemerkt indien:
    a. de inhoudingsplichtige de bepalingen van de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening, alsmede de bepalingen van dit artikel in acht heeft genomen; en
    b. het niet of niet volledig inhouden en afdragen te wijten is aan onjuiste informatie die door de rekeninghouder is verstrekt.

Artikel 4

  1. De inhoudingsplichtige heeft voor de toepassing van de inhouding van de rentebelasting geen nadere onderzoek verplichting ten aanzien van rechtsvormen niet zijnde een natuurlijk persoon anders dan de verplichtingen die voortvloeien uit de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening ten aanzien van de identificatie van de rekeninghouder.
  2. Voor de bepaling van de inhoudingsplicht van de rentebelasting van de rekeninghouder mag de inhoudingsplichtige volstaan met de beoordeling van de informatie die op basis van de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening dient te zijn vastgelegd.
  3. Het niet of niet volledig inhouden en op aangifte afdragen van rentebelasting wordt niet als een verzuim of vergrijp van de inhoudingsplichtige aangemerkt indien de inhoudingsplichtige de bepalingen van de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening ten aanzien van de identificatieplicht in acht heeft genomen en op basis hiervan heeft vastgesteld dat de uiteindelijk gerechtigde van de rentebetaling geen natuurlijk persoon is.

Artikel 5

  1. Het model van het aangiftebiljet voor de aangifte en de afdracht van rentebelasting door de inhoudingsplichtige wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage B.
  2. De aangifte, bedoeld in artikel 3, tweede lid van de Landsverordening regelende de inhouding van de inkomstenbelasting op rente-inkomsten dient, met gebruikmaking van het aangiftebiljet als bedoeld in het eerste lid, bij de Inspecteur te worden ingediend.

Artikel 6

  1. De aangifte en afdracht over een tijdvak na 1 juli 2015, geschiedt overeenkomstig artikel 8, tweede lid van de Algemene landsverordening op de Landsbelastingen.
  2. In geval een inhoudingsplichtige vanwege de noodzaak tot aanpassing van geautomatiseerde administratie systemen niet in staat is om de aangifte over de tijdvakken van 1 januari tot en met 30 juni 2015 tijdig en volledig in te dienen, kan de Inspecteur op een gemotiveerd verzoek van de inhoudingsplichtige uitstel verlenen tot uiterlijk 15 oktober 2015.
  3. Een uitstel op basis van het derde lid, schort de verplichtingen over de tijdvakken na 30 juni 2015, niet op.
  4. Het niet of niet volledig inhouden en op aangifte afdragen van rentebelasting wordt niet als een verzuim of vergrijp van de inhoudingsplichtige aangemerkt indien de inhoudingsplichtige de tekortkoming uiterlijk in de aangifte en afdracht over het vierde tijdvak van het kalenderjaar 2015 door de inhoudingsplichtige heeft gecorrigeerd.

Artikel 7

Deze ministeriële regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

Artikel 8

Deze ministeriële regeling wordt aangehaald als: Ministeriële regeling rentebelasting.

Naar boven