Ministeriële regeling vaststelling prioriteiten uitvoering controle-autoriteit - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Ministeriële regeling vaststelling prioriteiten uitvoering controle-autoriteit

Publicatienummer: P.B. 2016, no. 43
Categorie: Ministeriële regeling met algemene werking
Onderwerp(en): Landsbelastingen
Ministerie: Financiën
Datum ondertekening: 27-07-2016
Datum inwerktreding: 30-07-2016
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK IV Belastingen )


MINISTERIËLE REGELING MET ALGEMENE WERKING, van de 27ste juli 2016 ter uitvoering van artikel 39, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (...)

Artikel 1

  1. Voor de naleving van de verplichtingen opgenomen in de artikelen 43, tweede tot en met negende lid, of 44a, eerste tot en met de zesde lid, dan wel met de naleving van het gestelde bij of krachtens artikelen 43, tiende lid, of bij of krachtens artikel 44a, achtste lid, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen, worden voor de uitvoering van de controle, door de controle-autoriteit, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Landsbesluit administratieve sanctie bij het niet nakomen fiscale verplichtingen, prioriteiten vastgesteld.
  2. De prioriteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn als volgt en worden in deze volgorde uitgevoerd:
    a. de controle-autoriteit controleert overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van het Landsbesluit fiscale kasregistratiesysteem , of een kassabon middels een fiscale kasregistratiesystemen wordt uitgereikt;
    b. de controle-autoriteit controleert of een kassabon voldoet aan hetgeen opgenomen in artikel 44a, vierde lid, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen;
    c. de controle-autoriteit controleert overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van het Landsbesluit fiscale kasregistratiesysteem, of het fiscale kasregistratiesysteem onafgebroken verzegeld is;
    d. de controle-autoriteit controleert overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van het Landsbesluit fiscale kasregistratiesysteem, of het fiscale kasregistratiesystemen onafgebroken deugdelijk functioneert;
    e. door de controle-autoriteit wordt de volledige administratie opgevraagd voor het lopend boekjaar;
    f. de controle-autoriteit onderzoek of de administratie voldoet aan hetgeen opgenomen in artikel 43, tweede, derde, vijfde, zevende, achtste en negende lid, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen;
    g. de controle-autoriteit controleert of er een sluitende kasadministratie is;
    h. de controle-autoriteit controleert of er een inkoopadministratie aanwezig is;
    i. de controle-autoriteit controleert of er een voorraadadministratie aanwezig is voor de producten opgenomen op de productcontrolelijst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover die producten door belastingplichtige worden verkocht;
    j. de controle-autoriteit controleert of de voorraadadministratie van een product opgenomen op de productcontrolelijst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, volledig aansluit op de inkoopadministratie van dat product, waardoor de verkopen van dat product, dat gelijk is aan de inkopen minus voorraden, middels kassabonnen volledig gevalideerd kunnen worden;
    k. de controle, bedoeld in onderdeel j, wordt herhaald voor alle producten op de productcontrolelijst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in de daarin opgenomen volgorde;
    l. de controle-autoriteit onderzoekt of de administratie voldoet aan hetgeen opgenomen in artikel 43, zesde lid, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen;
    m. de controle wordt door de controle-autoriteit overeenkomstig de onderdelen a tot en met k, herhaald voor de vijf boekjaren daarvoor.
  3. Indien de controle-autoriteit constateert dat de belastingplichtige niet voldoet aan een van de prioriteiten, bedoeld in het tweede lid, dan is er sprake van een overtreding, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Landsbesluit administratieve sanctie bij het niet nakomen fiscale verplichtingen.
  4. Na de constatering, bedoeld in het derde lid staakt de controle-autoriteit de controle voor een termijn als bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Landsbesluit administratieve sanctie bij het niet nakomen fiscale verplichtingen.
  5. De controle-autoriteit stelt overeenkomstig de prioriteiten, bedoeld in het tweede lid, een gedetailleerde controleplan op.

Artikel 2

  1. Voor de uitvoering van de controle, bedoeld in artikel 1, eerst lid, worden naast de interne beschikbare capaciteit van de Stichting Overheids Belastingaccountantsbureau, twaalf externe personen tijdelijk ingezet en aangewezen als controle-autoriteit.
  2. De controle-autoriteit, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Landsbesluit administratieve sanctie bij het niet nakomen fiscale verplichtingen, stelt voor de uitvoering van de controle, bedoeld in artikel 1, eerste lid, een roulatieschema van de personen, bedoeld in het eerste lid op.
  3. Voor de uitvoering van de controle, bedoeld in artikel 1, het eerste lid, wordt een persoon aangewezen als projectleider.
  4. De controle, bedoeld in artikel 1, eerst lid, vindt telkens, overeenkomstig het roulatieschema, bedoeld in het tweede lid, plaats door twee personen.

Artikel 3

  1. De controle-autoriteit, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Landsbesluit administratieve sanctie bij het niet nakomen fiscale verplichtingen, stelt voor de uitvoering van de controle, bedoeld in artikel 1, eerste lid, na overleg met de Minister, een interne productcontrolelijst op.
  2. De interne productcontrolelijst, bedoeld in het eerste lid, draagt een vertrouwelijke karakter en zal als zodanig door de controle-autoriteit worden behandeld.

Artikel 4

  1. De controle-autoriteit stelt naar aanleiding van de gevoerde controles, dagelijks en wekelijks, rapportages op.
  2. De controle-autoriteit stelt van de overtredingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Landsbesluit administratieve sanctie bij het niet nakomen fiscale verplichtingen, van alle belastingplichtige dagelijks een constateringslijst op en houdt deze bij.
  3. De controle-autoriteit stuurt de Minister langs elektronische weg wekelijkse de rapportages, de bijgehouden constateringslijst en de interne productcontrolelijst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, op.

Artikel 5

Met het toezicht op de naleving van de prioriteiten, bedoeld in artikel 1, eerste lid, wordt de Sectordirecteur Fiscale Zaken, dan wel door de Sectordirecteur Fiscale Zaken aan te wijzen personen, belast.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Ministeriële regeling vaststelling prioriteiten uitvoering controle-autoriteit.

Naar boven