| Publicatienummer: | P.B. 2012, no. 40 (Geconsolideerde Tekst) |
| Categorie: | Landsverordening |
| Ministerie: | Verkeer, Vervoer & Ruimtelijke Planning |
| Datum ondertekening: | 22-05-2012 |
| Datum inwerktreding: | Nog niet bekend |
| Geregistreerd in: |
Klapper Afkondigingsblad (
HOOFDSTUK IV Belastingen )
|
LANDSBESLUIT van de 22ste mei 2012, no. 12/2778, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Landsverordening regelende het gebruik van parkeermeters en de heffing van parkeergelden
In deze landsverordening wordt verstaan onder:
a. motorrijtuigen: alle rij- of voertuigen, bestemd om uitsluitend of mede door mechanische kracht op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig, te worden voortbewogen, met uitzondering van motorrijtuigen op twee wielen, motorrijtuigen ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, gelede motorrijtuigen en motorrijtuigen met aanhangwagen;
b. parkeren: het laten staan van een motorrijtuig anders dan gedurende de tijd, die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen, of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
c. parkeermeter: een apparaat voor het betalen van parkeertijd in parkeervakken op de openbare weg. Dit apparaat wordt tevens gebruikt voor de registratie van de betaalde, danwel de nog resterende parkeertijd. Een parkeermeter kan worden geplaatst in een enkelvoudige uitvoering bij één parkeervak, of in een meervaks uitvoering bij een groep parkeervakken; een centrale betaalautomaat voor een openbaar parkeerterrein wordt in het kader van deze verordening gelijkgesteld aan een parkeermeter;
d. parkeermeter: parkeermeter waaronder mede begrepen een parkeerautomaat of een centrale parkeerautomaat.
Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden de plaatsen aangewezen waarop, alsmede de dagen en uren vastgesteld gedurende welke parkeren is toegestaan, voor een door een parkeermeter aangegeven tijdsduur.
1. Voor het parkeren van een motorrijtuig op de door de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning krachtens artikel 2 aangewezen landsgronden, is een retributie genaamd parkeergeld verschuldigd:
Voor ieder halfuur of gedeelte daarvan f. 0,50.
2. Het parkeergeld wordt bij vooruitbetaling voldaan en gestort in de parkeermeter die bij het parkeervak is geplaatst.
3. Indien het verschuldigde parkeergeld niet overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid is voldaan en gestort, is het bepaalde in artikel 36 leden 2 tot en met 6 van de Wegenverkeersverordening Curaçao (A.B. 1957, no. 12) van overeenkomstige toepassing.
De kosten voor het aanbrengen en verwijderen van de wielklem, alsmede voor het wegslepen en in bewaring stellen van het motorrijtuig worden bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vastgesteld.
Het is verboden in enig door de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning ingevolge artikel 2 van deze landsverordening aangewezen tijdvak een motorrijtuig te parkeren bij een parkeermeter:
a. indien de parkeermeter niet in werking is gesteld;
b. indien de parkeermeter aangeeft dat de parkeertijd is verstreken;
c. op zodanige wijze, dat enig deel van het motorrijtuig zich bevindt buiten of uitsteekt over de grenzen van het bij de parkeermeter behorende, van landswege gemarkeerd weggedeelte;
d. indien bij de parkeermeter reeds een motorrijtuig staat geparkeerd.
Het is verboden in enig door de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning ingevolge artikel 2 van deze landsverordening aangewezen tijdvak een motorrijtuig te parkeren bij een parkeermeter:
a. indien de parkeermeter niet in werking is gesteld;
b. indien de parkeermeter aangeeft dat de parkeertijd is verstreken;
c. op zodanige wijze, dat enig deel van het motorrijtuig zich bevindt buiten of uitsteekt over de grenzen van het bij de parkeermeter behorende, van landswege gemarkeerd weggedeelte;
d. indien bij de parkeermeter reeds een motorrijtuig staat geparkeerd.
Het is verboden in enig door de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning ingevolge artikel 2 van deze landsverordening aangewezen tijdvak op een bij een parkeermeter behorend van landswege gemarkeerd weggedeelte enig voorwerp of een voertuig, niet zijnde een motorrijtuig, te plaatsen of te laten staan.
Het is verboden een parkeermeter in werking te stellen of handelingen te verrichten met het oogmerk een parkeermeter in werking te stellen.
a. op andere wijze, met andere middelen of met andere munten dan op de parkeermeter aangegeven;
b. in strijd met enige op de parkeermeter gegeven aanwijzing omtrent het gebruik van de meter.
Het is verboden enig muntstuk in de parkeermeter te werpen op een tijdstip dat niet samenvalt met of onmiddellijk volgt op de feitelijke aanvang van het parkeren.
1. Hij, die met een motorrijtuig, waarmee een overtreding is begaan van een bij of krachtens deze verordening gesteld voorschrift, heeft doen of laten rijden, is, indien de identiteit van de bestuurder, die de overtreding heeft gepleegd, niet kan worden vastgesteld, verplicht op de eerste vordering van een der in artikel 11 bedoelde personen binnen een daarbij te stellen termijn, die tenminste 48 uur bedraagt, de identiteit van de bestuurder bekend te maken.
2. Niet strafbaar is hij die, indien hij niet in staat is de identiteit van de bestuurder bekend te maken, de identiteit bekend maakt van degene, aan wie hij het motorrijtuig ter beschikking gesteld heeft.
De feiten strafbaar gesteld bij deze verordening worden beschouwd als overtredingen.
Overtreding van enige bepaling van deze landsverordening wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste vijfhonderd gulden.
Behalve de personen vermeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering, zijn met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze landsverordening en de opsporing van de daar strafbaar gestelde feiten, tevens belast de door de Minister van Justitie aangewezen personen, die ingevolge het Landsbesluit buitengewoon agenten van politie 1966 (P.B. 1966, no. 155) zijn benoemd tot buitengewoon agent van politie.
Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regelen worden gesteld met betrekking tot de bepalingen van deze landsverordening.
Deze landsverordening kan worden aangehaald als “Parkeermeterverordening”.