Petroleumlandsverordening zeegebied van Curaçao - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou Uw mening

Wet- en Regelgeving

Petroleumlandsverordening zeegebied van Curaçao

Publicatienummer: P.B. 2020, no. 53
Categorie: Landsverordening
Ministerie: Verkeer, Vervoer & Ruimtelijke PlanningFinanciënAlgemene Zaken en Minister President
Datum ondertekening: 18-05-2020
Datum inwerktreding: 01-06-2020
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK X Economische aangelegenheden)


LANDSVERORDENING van de 18de mei 2020 houdende regelen ten aanzien van petroleum in het zeegebied van Curaçao

Artikel 1

Deze landsverordening verstaat onder:

a. aardgas:  alle gasvormige koolwaterstoffen geproduceerd uit een put, inbegrepen nat aardgas, droog aardgas, puthoofdgas en residueel gas,  overblijvende na de extractie van vloeibare koolwaterstoffen uit nat gas, en gas niet bestaande uit koolwaterstoffen voorkomend  in  natuurlijke associatie met gasvormige of vloeibare koolwaterstoffen;
b. aardolie:  ruwe minerale olie, condensaat, asfalt, deelozokeriet en alle soorten koolwaterstoffen, zwavel en bitumina, in vaste en in vloeibare vorm, in hun natuurlijke staat of  verkregen uit aardgas door condensatie of extractie;
c. blok:  een oppervlaktedeel van het zeegebied van Curaçao dat bepaald is door uitmeting volgens een vastgesteld rasterpatroon;
d. fonds:  het fonds, bedoeld in artikel 7;
e. Land:  de openbare rechtspersoon Curaçao;
f.  last onder dwangsom:  een herstelsanctie inhoudende
a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd;
g. minister:  de Minister van Algemene Zaken;
h. natuurlijk gas:  gas dat verkregen is door de hergassing van vloeibaar gemaakt aardgas;
i. opsporingsonderzoek:  een onderzoek in één of meerdere blokken naar de aanwezigheid van petroleum, met het recht tot gebruikmaking van boringen dieper dan 150 meter onder de  zeebodem;
j. petroleum:  aardolie of aardgas;
k. Petroleumraad:  de raad, genoemd in artikel 12;
l. productieovereenkomst:  overeenkomst inzake de winning van petroleum;
m. vennootschap:  de Kompania di Petroli i Gas Kòrsou N.V. waarvan het Land alle aandelen houdt;
n. verkenningsonderzoek:  een onderzoek in één of meerdere blokken naar de aanwezigheid van petroleum, zonder het recht tot gebruikmaking van boringen  dieper dan 150 meter onder de zeebodem;
o. winning:  het met gebruikmaking van een boorgat of ander ondergronds werk onttrekken van petroleum aan de zeebodem of ondergrond daarvan anders dan in de vorm van monsters of formatiebeproevingen;
p. zeegebied van Curaçao:  de territoriale zee en de exclusieve economische zone, bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening maritiem beheer, alsmede de zeebodem en de ondergrond daarvan.

Artikel 2

  1. De in het zeegebied van Curaçao aanwezige petroleum is eigendom van het
  2. Petroleum in het zeegebied van Curaçao wordt door winning eigendom van de vennootschap.
  3. De vennootschap heeft in het zeegebied van Curaçao, onverminderd het bepaalde in artikel 30, eerste lid, van de Landsverordening maritiem beheer, het exclusieve recht op het onderzoek naar de aanwezigheid van petroleum, de winning van petroleum en op de in artikel 3, eerste lid, onder d, bedoelde activiteiten.

Artikel 3

  1. De vennootschap is gerechtigd om met derden de volgende overeenkomsten met betrekking tot het zeegebied van Curaçao aan te gaan:
    a. overeenkomsten ter zake van een verkenningsonderzoek;
    b. overeenkomsten ter zake van een opsporingsonderzoek;
    c. productieovereenkomsten;
    d. overeenkomsten ter zake het transport, de conditionering of verwerking van petroleum of natuurlijk gas, en de aanleg dan wel oprichting van daarvoor noodzakelijke inrichtingen.
  2. De vennootschap zorgt dat de overeenkomsten, genoemd in het eerste lid, voldoen aan de volgende vereisten:
    a. een overeenkomst ter zake van een verkenningsonderzoek wordt aangegaan voor een bepaalde tijd en daarin worden in elk geval voorwaarden opgenomen inzake de toepasselijke blokken,  de  rechten op, de openbaarmaking en de verhandeling van de onderzoeksresultaten en de rapportage aan de vennootschap;
    b. een overeenkomst ter zake van een opsporingsonderzoek wordt aangegaan voor een bepaalde tijd en daarin worden in elk geval voorwaarden opgenomen inzake de toepasselijke blokken, bescherming van het marien milieu, de rechten op, de openbaarmaking en de verhandeling van de onderzoeksresultaten en de rapportage aan de vennootschap;
    c. een productieovereenkomst wordt aangegaan voor een bepaalde tijd en daarin worden in elk geval voorwaarden opgenomen inzake de toepasselijke blokken, bescherming van het marien  milieu, het moment van eigendomsoverdracht van de gewonnen petroleum door de vennootschap, de rapportage aan de vennootschap en de aan de vennootschap toekomende  vergoedingen,  waarbij de vennootschap zich inspant rekening houdend met de mogelijkheden die de petroleummarkt biedt de meest optimale vergoedingen te bedingen;
    d. een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt aangegaan onder de voorwaarde van vestiging van een voorkeursrecht voor de vennootschap of een  of meer door de bij  landsbesluit aan te wijzen rechtspersonen ten behoeve van levering van petroleum of natuurlijk gas ten behoeve van de interne  markt van Curaçao en de rapportage aan de vennootschap. Een  aanwijzing geschiedt in overeenstemming met de wettelijke regelingen inzake de levering van brandstoffen
  3. Een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, of een wijziging daarvan, behoeft voorafgaande goedkeuring bij landsbesluit, gehoord de Petroleumraad.
  4. De Petroleumraad toetst een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, in elk geval aan internationale standaarden voor soortgelijke overeenkomsten.

Artikel 4

De vennootschap, gehoord de Petroleumraad, werkt zoveel mogelijk mee aan overeenkomsten met eigenaren van petroleum in aan het zeegebied van Curaçao grenzende gebieden ingeval van onderzoek naar en winning van petroleum aanwezig in een veld dat zich mogelijk uitstrekt tot binnen de grenzen van het zeegebied van Curaçao.

Artikel 5

  1. Het zeegebied van Curaçao wordt in overeenstemming met in de petroleumindustrie algemeen aanvaarde beginselen in blokken ingedeeld.
  2. De vennootschap biedt een voorstel voor de indeling van het gehele zeegebied of een deel daarvan aan de minister en de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning
  3. De indeling wordt op voordracht van de minister in overeenstemming met de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning bij landsbesluit vastgesteld. Het landsbesluit wordt geplaatst in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden opgenomen.

Artikel 6

  1. De vennootschap brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de minister schriftelijk verslag uit over de wijze van uitvoering in het afgelopen jaar van deze landsverordening en de door de vennootschap aangegane overeenkomsten, met inachtneming van het bepaalde in die overeenkomsten omtrent de rapportage aan de
  2. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen regels worden gesteld betreffende de inhoudelijke vereisten waaraan het verslag, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.

Artikel 7

 

  1. Er is een fonds ten behoeve van de duurzame sociaal-economische ontwikkeling van Curaçao.
  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 10 zijn de bepalingen gegeven bij of krach­tens de Landsverordening Comptabiliteit 2010 inzake de begroting en de rekening van overeen­komstige toe­pas­sing bij het beheer van het fonds.

Artikel 8

De inkomsten van het fonds zijn:
a. door de vennootschap aan het Land uit te keren dividend;
b. een bijdrage ten laste van de algemene middelen van het Land voorzover daaraan behoefte bestaat.

Artikel 9

Het fonds wordt beheerd door de Curaçao Development Institute N.V. waarvan het Land alle aandelen houdt.

Artikel 10

  1. Jaarlijks bij de indiening van de begroting dient de minister een beleidsplan in waarbij de projecten worden aangeduid welke in het begrotingsjaar voor financiering uit het fonds in aanmer­king komen.
  2. Een project als bedoeld in het eerste lid strekt in elk geval tot:
    a. de bevordering van de gezondheidszorg, de bescherming of het behoud van natuur of milieu;
    b. de bevordering van sociale ontwikkeling, armoedebestrijding of welzijn;
    c. de bevordering van de kwaliteit van het onderwijs, de ontwikkeling van de wetenschap, sport of cultuur;
    d. de bevordering van landbouw, visserij en voedselveiligheid;
    e. de ontwikkeling van openbare infrastructuur;
    f. de bevordering van duurzame economische ontwikkeling, waaronder duurzame energie;
    g. de bevordering van de kwaliteit van het openbaar bestuur.

3.  De uitgaven van het fonds zijn de kosten van de voorbereiding en uitvoering van de projecten aangeduid in het beleidsplan, bedoeld in het eerste lid.

3.  Ten laste van de begroting van het fonds van enig jaar wordt het nadelig saldo van het fonds van het voorgaande dienstjaar gebracht.

 

Artikel 11

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen in het algemeen belang regels gesteld worden ter zake het door de vennootschap openbaar maken van gegevens. Daarbij wordt geen afbreuk gedaan aan rechten van derden met wie de vennootschap een overeenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangegaan.

Artikel 12

  1. Er is een Petroleumraad die tot taak heeft de minister en de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning gevraagd en ongevraagd te adviseren omtrent de uitvoering van deze landsverordening en omtrent onderwerpen die van belang zijn voor het onderzoek naar en de winning, de verwerking, de overslag en het transport van petroleum in het zeegebied van Curaçao.
  2. De Petroleumraad brengt binnen zes weken na ontvangst van een verzoek van de minister of de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning schriftelijk advies uit.
  3. De vennootschap alsmede degenen waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangegaan zijn verplicht de Petroleumraad alle verlangde inlichtingen en gegevens te verschaffen betreffende het onderzoek naar en de winning van petroleum.
  4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld betreffende de werkwijze van de Petroleumraad en de maximale vergoeding verbonden aan het lidmaatschap.
  5. De Petroleumraad brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de minister en de Minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning schriftelijk verslag uit van haar werkzaamheden van het afgelopen jaar.
  6. De minister biedt het schriftelijk verslag, bedoeld in het vijfde lid, aan de Staten aan.

Artikel 13

  1. De Petroleumraad bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven leden, de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter daaronder begrepen. Een lid is deskundig op financieel-economisch, juridisch, milieu- of ruimtelijk gebied dan wel op het gebied van petroleumwinning.
  2. De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en overige leden van de Petroleumraad worden op voordracht van de Petroleumraad, de adviseur corporate governance gehoord, bij landsbesluit benoemd, herbenoemd, geschorst en ontslagen.
  3. De artikelen 4, vierde lid, 9 en 10 van de Landsverordening corporate governance zijn van overeenkomstige toepassing op het horen van de adviseur, bedoeld in het tweede lid.
  4. De leden van de Petroleumraad worden benoemd voor een zittingstermijn van vier jaren.
  5. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd voor een termijn van vier jaren.
  6. De leden hebben zitting in de Petroleumraad op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

Artikel 14

  1. Een lid van de Petroleumraad heeft geen financiële of andere belangen bij instellingen of bedrijven met activiteiten of belangen in Curaçao waardoor twijfel zou kunnen ontstaan over diens  onpartijdigheid, en voldoet aan het, de adviseur corporate governance gehoord, bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vastgestelde profiel. De artikelen 4, vierde lid, en 8 van de  Landsverordening corporate governance zijn op het horen van de adviseur van overeenkomstige toepassing.
  2. Met het lidmaatschap van de Petroleumraad is onverenigbaar:
    a. het werkzaam zijn in of bij een landsorgaan of een rechtspersoon waarin het Land financieel of anderszins overwegende invloed heeft;
    b. het lidmaatschap van de Staten van Curaçao;
    c. de functie van Gouverneur;
    d. de functie van vervanger van de Gouverneur;
    e. het lidmaatschap van de Raad van Advies;
    f. het lidmaatschap van de Algemene Rekenkamer;
    g. het lidmaatschap van de Sociaal Economische Raad;
    h. de functie van Ombudsman;
    i. de functie van minister;
    j. de functie van Secretaris of Adjunct-secretaris van de Raad van Ministers;
    j. de functie van gevolmachtigde of plaatsvervangend gevolmachtigde minister;
    k. de functie van:
    1° President, lid, of plaatsvervangend lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
    2° rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg;
    3° Procureur-generaal;
    4° Advocaat-generaal;
    5° Hoofdofficier van Justitie;
    6° Officier van Justitie;
    7° Griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
  3. Tussen de leden van de Petroleumraad mag niet bestaan de verhouding van echtgenoot, partner of bloed- of aanverwantschap tot en met de tweede graad.

Artikel 15

  1. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden, de adviseur corporate governance gehoord, de procedureregels met betrekking tot de voordracht, bedoeld in artikel 13, tweede lid,  vastgesteld,  waarbij in elk geval nadere regels worden gesteld ten aanzien van:
    a. het gebruik van een extern werving- en selectiebureau voor de selectie van geschikte kandidaten voor de voordracht;
    b. de publicatie van de sollicitatieoproep.
  2. De artikelen 4, vierde lid, en 8 van de Landsverordening corporate governance zijn op het horen van de adviseur, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16

  1. Aan een lid van de Petroleumraad wordt ontslag verleend:
    a. op eigen verzoek;
    b. met ingang van de eerste dag van de maand die direct volgt op de maand waarin de leeftijd van zeventig jaar wordt bereikt.
    c. wanneer hij in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
    d. wanneer hij onder curatele is gesteld;
    e. wanneer hij wegens misdrijf is veroordeeld;
    f. wanneer een strafrechtelijk onderzoek zoals bedoeld in het derde lid, na de schorsingsperiode nog niet is afgerond.
  2. Aan een lid kan ontslag worden verleend:
    a. wanneer hij wegens aanhoudende ziels- of lichaamsziekte of wegens ouderdomsgebreken zijn functie niet behoorlijk kan vervullen;
    b. wegens wangedrag of bij gebleken voortdurende achteloosheid in de vervulling van zijn functie;
    c. in geval van artikel 14, eerste lid, de benodigde voorzieningen in zijn vermogensbeheer niet zijn getroffen noch de desbetreffende nevenwerkzaamheid is neergelegd;
    d. wegens het bekleden van een van de onverenigbare functies, genoemd in artikel 14, tweede lid.
  3. In geval van een strafrechtelijk onderzoek wordt het betreffende lid voor de duur van het strafrechtelijk onderzoek doch ten hoogste voor drie maanden door de minister geschorst.
  4. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt het ontslag eervol verleend.
  5. Alvorens tot ontslag op grond van het tweede lid, wordt overgegaan, wordt het betrokken lid door de minister gehoord, althans daartoe opgeroepen.
  6. De minister wint over een te nemen beslissing als bedoeld in het tweede lid, advies in bij de adviseur corporate governance. De artikelen 4, vierde lid, en 10 van de Landsverordening corporate governance zijn op het horen van de adviseur van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17

  1. In een vacature van een lid wordt zo spoedig mogelijk voorzien, doch uiterlijk binnen vijf maanden nadat deze is opengevallen.
  2. Zolang in een vacature niet is voorzien, wordt de Petroleumraad gevormd door de overblijvende leden van de Petroleumraad die tezamen de bevoegdheden van de volledige Petroleumraad uitoefenen.
  3. Indien de Petroleumraad uit slechts één of geen enkel lid bestaat, worden in afwijking van de procedureregels, bedoeld in artikel 15, tweede lid, binnen veertien dagen nadat deze omstandigheid zich voordoet en, in afwijking van artikel 13, vierde lid, voor de duur van ten hoogste zes maanden bij landsbesluit, waarnemende leden benoemd. Artikel 13, eerste lid, en artikel 14 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18

  1. Voor de eerste benoeming van de leden van de Petroleumraad geschiedt de voordracht, genoemd in artikel 13, tweede lid, door de minister, gehoord de adviseur corporate governance.
  2. De minister maakt voor de selectie van kandidaten voor de voordracht, gebruik van een extern wervings- en selectiebureau. De oproep te solliciteren wordt genoeglijk bekendgemaakt.

 

Artikel 19

  1. In geval van overtreding van artikel 12, derde lid, of artikel 17, vijfde lid, kan de minister, op advies van de Petroleumraad, een last onder dwangsom opleggen.
  2. De last onder dwangsom omschrijft de te nemen herstelmaatregelen en de termijn waarbinnen deze moeten zijn verricht.

Artikel 20

  1. De minister stelt de dwangsom vast hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid waarin de last niet is uitgevoerd, dan wel per overtreding van de last.
  2. De minister stelt tevens een bedrag vast waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.
  3. De bedragen staan in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom.
  4. Een verbeurde dwangsom wordt betaald binnen zes weken nadat zij van rechtswege is verbeurd.

Artikel 21

  1. De minister kan op verzoek van de belanghebbende de last opheffen, de looptijd ervan opschorten voor een bepaalde termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend om aan zijn verplichtingen te voldoen.
  2. De minister kan op verzoek van de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend de last opheffen indien de beschikking een jaar van kracht is geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd.

 

Artikel 22

  1. De bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom verjaart door verloop van een jaar na de dag waarop zij is verbeurd.
  2. Alvorens aan te manen tot betaling van de dwangsom, beslist de minister bij beschikking omtrent de invordering van een dwangsom.
  3. De minister geeft voorts een beschikking omtrent de invordering van de dwangsom, indien een belanghebbende daarom verzoekt.
  4. De minister beslist binnen zes weken op het verzoek.
  5. Indien uit een beschikking tot intrekking of wijziging van de last onder dwangsom voortvloeit dat een reeds gegeven beschikking tot invordering van die dwangsom niet in stand kan blijven, vervalt die beschikking.
  6. De minister kan een nieuwe beschikking tot invordering geven die in overeenstemming is met de gewijzigde last onder dwangsom.

Artikel 23

Deze landsverordening treedt in werking met ingang van een nader bij landsbesluit te bepalen tijdstip.

 

Artikel 24

Deze landsverordening wordt aangehaald als: Petroleumlandsverordening zeegebied van Curaçao.

 

Naar boven