Quarantaine-verordening - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Quarantaine-verordening

Publicatienummer: P.B. 2026, no. 123 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsverordening
Ministerie: Gezondheid, Milieu & Natuur
Datum ondertekening: 11-05-2026
Datum inwerktreding: 01-01-1918
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK VII Openbare gezondheid )


LANDSBESLUIT van de 11de mei 2026, no. 26/1287, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Quarantaine-verordening

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
01-01-1918 n.v.t n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2026, no. 123 (GT) n.v.t.

Artikel 1

  1. Onder schepen verstaan deze landsverordening en de daarop berustende besluiten alle vaar- en vliegtuigen, van welke aard en vorm en tot welk doel dienende ook.
  2. (vervallen)

Artikel 2

De jongste zeereis wordt, in deze landsverordening en in de daarop berustende besluiten gerekend te zijn aangevangen in de haven waar het schip thuis behoort en overigens op niet langer dan zes maanden gesteld.

Artikel 3

Onder quarantainemaatregelen verstaat deze landsverordening en de daarop berustende besluiten de maatregelen, die ter voorkoming of wering van besmettingsgevaar, op uit zee komende en in Curaçao liggende schepen, hun inhoud en hun opvarenden, geheel of gedeeltelijk kunnen worden toegepast, als daar zijn:
1°. een gezondheidsonderzoek;
2°. het buiten gemeenschap met de wal en met andere schepen houden;
3°. het voorkomen en verhinderen van verontreiniging of besmetting van bodem, lucht of water, door schepen en hun opvarenden;
4°. het reinigen en ontsmetten van schepen met hun gehele inhoud, het opslaan van ladingen en goederen, het onschadelijk maken van smetstof in stoffen en goederen en het vernietigen van ratten of ander ongedierte en insecten aan boord;
5°. de afzondering of waarneming van en toezicht op de opvarenden, reiniging, ontsmetting, geneeskundig onderzoek, verzorging en verpleging en geneeskundige behandeling;
6°. het verbieden of aan voorwaarden onderwerpen van de invoer, de doorvoer of het vervoer van huiden, lompen, gebruikte kledingstukken, gebruikt lijf- en beddengoed en van andere goederen, scheepslading of scheepsinhoud.

Artikel 4

Het gezondheidsonderzoek, in deze landsverordening en in de daarop berustende besluiten genoemd, kan zich uitstrekken tot alle scheepspapieren, tot het schip met zijn gehele inhoud en tot alle opvarenden, met aanwending van alle hulpmiddelen, die voor het onderzoek nodig of bevorderlijk zijn.

Artikel 5

Onder de geneeskundige verstaat deze landsverordening en de daarop berustende besluiten een geneeskundige, die door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur met het gezondheidsonderzoek van schepen en met de uitvoering van quarantainemaatregelen is belast.

Artikel 6

  1. Elk schip, uit zee in Curaçao aankomende of na aankomst daar liggende, wordt onderworpen aan een gezondheidsonderzoek:
    1°. wanneer het komt uit landen, landstreken of plaatsen, die, op het tijdstip van het vertrek van het schip, door de Gouverneur zijn besmet verklaard of van besmetting verdacht verklaard, wegens een van de ziekten, in of krachtens het volgend artikel aangewezen, of waarvan op het tijdstip van aankomst van het schip in Curaçao bekend is, dat er een of meer gevallen van een van de ziekten in of krachtens het volgend artikel aangewezen, voorkomen;
    2°. wanneer een of meer gevallen van ziekte, al dan niet in het volgende artikel genoemd, tijdens de jongste zeereis zijn voorgekomen of nog voorkomen;
    3°. wanneer een van de opvarenden tijdens de jongste zeereis aan boord is overleden;
    4°. wanneer er veel ratten aan boord zijn of sterfte onder de ratten is waargenomen of met pest besmette of van pest verdachte ratten aan boord gevonden zijn;
    5°. wanneer de geneeskundige, die steeds de bevoegdheid heeft, om op elk binnenkomend schip de scheepspapieren in te zien, een gezondheidsonderzoek nodig acht;
    6°. wanneer een schip, niet vallende onder het bepaalde onder 1° tot en met 5° van dit artikel, in Curaçao aankomt en ligt op een plaats, die niet voor het gezondheidsonderzoek en voor quarantainemaatregelen is aangewezen.
  2. De Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur is in voorkomende gevallen bevoegd tot de verklaring, bedoeld onder 1° van het eerste lid van dit artikel.
  3. De genomen maatregel wordt ten spoedigste aan de beslissing van de Gouverneur onderworpen.

Artikel 7

  1. De ziekten, in het voorgaande artikel bedoeld, zijn: cholera, gele koorts, pest en pokken.
  2. Bij besluit van de Gouverneur kan deze landsverordening ook van toepassing verklaard worden op daarin niet genoemde ziekten.
  3. Dit besluit is niet langer van kracht dan gedurende een jaar na zijn afkondiging, tenzij het binnen dat tijdperk door een landsverordening bekrachtigd is.

Artikel 8

  1. De Gezagvoerder van een schip, als bedoeld onder 1°, 2°, 3°, 4° en 6° van artikel 6, dat uit zee Curaçao wil aandoen en niet rechtstreeks komende van een haven, plaats of baai van Curaçao zorgt, zodra hij in het gezicht van de wal is, dat zijn schip een bij besluit van de Gouverneur te omschrijven sein voert totdat het schip tot het vrije verkeer of totdat het schip Curaçao heeft verlaten en zorgt voorts, dat geen gemeenschap met de wal of met andere schepen plaats heeft, alvorens het gezondheidsonderzoek is afgelopen of het schip door of vanwege de geneeskundige tot het vrije verkeer is toegelaten.
  2. De loods, die het schip hulp verleent, is gehouden voor de naleving van het in de eerste alinea van dit artikel vermelde voorschrift te waken, voor zover dit nog niet vóór zijn komst is nageleefd, en de gezagvoerder zoveel mogelijk bekend te maken met zijn verplichtingen krachtens deze landsverordening.
  3. De gezagvoerder is verplicht met zijn schip de ligplaats hem, door of vanwege de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aangewezen in te nemen en aldaar te blijven totdat hem, in verband met op een andere plaats te nemen quarantainemaatregelen, bevel tot opvaren daarheen is verstrekt, of zijn schip tot het vrije verkeer is toegelaten, of hij, gebruik makende van de bevoegdheid hem bij artikel 13 toegekend, weer zee kiest.
  4. (vervallen)

Artikel 9

  1. Het verbod van gemeenschap met de wal of met andere schepen brengt mee, dat geen van de opvarenden het schip mag verlaten en dat niemand zich aan boord van het schip mag begeven dan de loods, de geneeskundige, de desbetreffende Inspecteur voor de Volksgezondheid, de ambtenaren van de sector Gezondheid, de personen onder hun leiding met de uitvoering van quarantainemaatregelen belast, de dienaren van de Godsdienst, voor zover hun ambtsplicht hen aan boord roept, de ambtenaren der belastingen, de ambtenaren, bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering, wanneer hun ambtsverrichtingen dit vereisen, notarissen, voor zover hun tegenwoordigheid aan boord, voor het opmaken van een testament, verlangd wordt, en de naaste betrekkingen van een ernstig zieke, die niet naar de wal kan worden vervoerd; dat geen goederen uitgezonderd de post gelost mogen worden tenzij met toestemming van de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur en geen andere goederen aan boord gebracht mogen worden dan die voor het levensonderhoud van de opvarenden, voor de uitvoering van quarantainemaatregelen of voor de verpleging van zieken nodig zijn, met bepaling, dat de personen met het overbrengen belast zich niet aan boord mogen begeven.
  2. De personen, die krachtens het vorig lid aan boord worden toegelaten, zijn verplicht zich te onderwerpen aan de voorschriften van de geneeskundige, ook voor wat betreft de ontsmetting van hun kleren en andere materialen, die de besmetting kunnen overbrengen.
  3. Zij, die zich in strijd met het verbod aan boord hebben begeven, worden onder de opvarenden gerekend en zijn aan dezelfde bepalingen als deze onderworpen, onverminderd de straffen tegen de overtreding bedreigd.
  4. De gezagvoerder van een buiten gemeenschap met de wal of met andere schepen gehouden schip, die zich met de geneeskundige in verbinding wil stellen is verplicht een bij besluit van de Gouverneur te omschrijven sein te geven.

Artikel 10

(vervallen)

Artikel 11

  1. Het gezondheidsonderzoek heeft plaats tussen zonsopgang en zonsondergang.
  2. Het gezondheidsonderzoek wordt tussen zonsondergang en zonsopkomst ingesteld:
    a. indien een of meer opvarenden aan boord van een schip, dat aan een gezondheidsonderzoek onderworpen is, zodanig ongesteld zijn, dat hun onmiddellijke overbrenging naar een ziekeninrichting aan de wal nodig is;
    b. indien de aard of toestand van lading aan boord van een schip, als onder a bedoeld, bespoedigd onderzoek nodig maakt, om des te eerder met lossen te kunnen aanvangen;
    c. om andere gewichtige redenen, ook die, in verband met de navigatie en de veiligheid van het schip;
    d. indien de betrokken eigenaar, gezagvoerder of scheepsagent daartoe het verzoek doet;
    e. in spoedeisende gevallen, dit ter beoordeling van de door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aangewezen geneeskundige.
  3. Door belanghebbenden is ten behoeve van het Land verschuldigd:
    1. indien het onderzoek plaats heeft tussen 6 uur ’s namiddags en 10 uur ’s namiddags een bedrag van Cg 33,-;
    2. indien het onderzoek plaats heeft tussen 10 uur ’s namiddags en 6 uur ’s voormiddags een bedrag van Cg 55,-.

Artikel 11a

  1. De beoordeling van de toestand onder a, b en c van het vorig artikel aangeduid, staat aan de geneeskundige, genoemd in artikel 5.
  2. Het gezondheidsonderzoek kan slechts op die schepen des nachts worden voltooid, die met zodanige middelen van verlichting zijn uitgerust, als voor het onderzoek bij kunstlicht nodig zijn; op de overige schepen, vallende onder de bepalingen van artikel 11 en 11a, wordt het des nachts aangevangen onderzoek overdag herhaald en voltooid.

Artikel 12

  1. De gezagvoerder van een in Curaçao liggend vaartuig geeft uiterlijk binnen twaalf uren kennis wanneer een van de opvarenden ziek is geworden.
  2. Deze kennisgeving geschiedt aan de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur of aan een ambtenaar van de sector Gezondheid of aan een van de ambtenaren, bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 13

  1. De gezagvoerder zorgt met al de tot zijn beschikking staande middelen voor de stipte naleving van de voorschriften, die in of krachtens deze landsverordening worden gegeven.
  2. Het staat hem evenwel vrij weer naar zee te vertrekken, wanneer hij zich aan deze voorschriften niet wil onderwerpen; hij neemt daarbij de hem gegeven bevelen in acht.
  3. In het geval, in het vorige lid bedoeld, kan het ontschepen van passagiers, van poststukken en van enige lading door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur worden toegestaan, onder nader te stellen voorwaarden.
  4. Echter mag de gezagvoerder, die zich eerst aan de gegeven voorschriften onderwierp, niet naar zee vertrekken zolang de voorgeschreven maatregelen nog niet zijn uitgevoerd, tenzij met vergunning van de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur en onder inachtneming van de nader gegeven bevelen.
  5. De Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur is gehouden de hem door of vanwege de Gouverneur gegeven aanwijzingen in acht te nemen.

Maatregelen, waaraan het schip,
dat aan een gezondheidsonderzoek onderworpen is geweest,
zijn inhoud en zijn opvarenden worden of kunnen worden onderworpen

Artikel 14

  1. De geneeskundige, genoemd in artikel 5, zal bij de keuze en de mate van toepassing van de door hem nodig geachte maatregelen, rekening houden met:
    a. de gezondheidsmaatregelen, die op een schip, in de haven van vertrek of in een andere haven zijn toegepast, indien van die maatregelen blijkt door juiste, volledige, ondertekende en gedagtekende verklaringen van bevoegde ambtenaren van de gezondheidsdienst ter plaatse;
    b. de aanwezigheid aan boord van een scheepsgeneeskundige, indien de wijze waarop de zieken verzorgd worden, maatregelen worden genomen, registers en ziektegeschiedenissen worden bijgehouden, vertrouwen wekken kan;
    c. de aanwezigheid aan boord van een ontsmettingstoestel of van een inrichting tot het verdelgen van ratten en insecten, indien het gebruik en de bruikbaarheid van die toestellen en inrichtingen geen bedenking geven.
  2. Hij is gehouden de hem door de Inspectie voor de Volksgezondheid gegeven aanwijzingen in acht te nemen.

Artikel 14a

  1. Poststukken zullen niet aan ontsmetting worden onderworpen, uitgezonderd postpakketten, indien deze, naar het oordeel van de geneeskundige, ontsmetting behoeven.
  2. De zakken, waarin de poststukken worden aangebracht, zullen zo nodig worden ontsmet.
  3. Waardeloze bedvulling en kledinglorren, gebruikte verbandstoffen, papier en andere voorwerpen of goederen van weinig waarde, worden met goedvinden van de gezagvoerder, niet ontsmet, maar verbrand.

Artikel 14b

  1. Voor de toepassing van quarantainemaatregelen worden de schepen in de volgende klassen verdeeld:
    klasse A omvat de schepen, waar aan boord gevallen van cholera, gele koorts, pest of pokken voorkomen of gedurende de jongste zeereis zijn voorgekomen;
    klasse B omvat de schepen, komende uit landen of plaatsen, die besmet of van besmetting verdacht verklaard zijn wegens cholera, gele koorts, pest of pokken, maar waar aan boord geen geval van een van die ziekten voorkomt of gedurende de jongste zeereis voorkwam, benevens de schepen genoemd onder 4° van artikel 6;
    klasse C omvat de schepen vallende onder 2° (voor zover niet schepen van klasse A bedoeld zijn), 3°, 5° en 6° van artikel 6.
  2. Verdachte gevallen van de ziekten, in dit artikel genoemd, worden, tot de definitieve uitslag van het ingestelde onderzoek bekend is, voor werkelijke gevallen van die ziekten gehouden.

Van maatregelen bij cholera

Artikel 14c

  1. Schepen van klasse A worden aan de volgende maatregelen onderworpen:
    1°. de zieken worden, tenzij hun toestand dit niet gedoogt, ontscheept en overgebracht naar een daarvoor aan te wijzen inrichting; zij worden afgezonderd, gereinigd, nader onderzocht, geneeskundig behandeld en verpleegd tot zij geen gevaar voor het overbrengen van besmetting meer opleveren;
    2°. de personen, die met de lijders in aanraking zijn geweest en zij, die als verdacht worden beschouwd, worden eveneens ontscheept, gereinigd, nader onderzocht, verpleegd en gedurende een tijd van ten hoogste zes dagen na de aankomst van het schip afgezonderd;
    3°. de overige opvarenden worden, zo mogelijk en zo nodig, eveneens ontscheept, gereinigd, nader onderzocht en gedurende ten hoogste zes dagen na de aankomst van het schip, hetzij afgezonderd, hetzij aan waarneming en toezicht buiten afzondering onderworpen;
    Zij die aan waarneming en toezicht buiten afzondering worden onderworpen, zijn verplicht:
    a. nauwkeurig hun verblijfplaats op te geven; wanneer die verblijfplaats, naar het oordeel van de geneeskundige, te veraf gelegen is moet een andere dichterbij worden gezocht;
    b. zich in persoon voor een geneeskundig onderzoek aan te melden ter plaatse en ten tijde door de geneeskundige bepaald, en bij verhindering door overmacht om te komen, onmiddellijk kennis daarvan te geven aan de geneeskundige. Dit geneeskundig onderzoek geschiedt voor zover het de bemanning van schepen betreft, zoveel doenlijk (ter beoordeling van de geneeskundige) aan boord van die schepen;
    c. wanneer dit door de geneeskundige nodig wordt geoordeeld, tot het storten van een waarborgsom van Cg 5,- tot Cg 25,- ten kantore van de sector Gezondheid. Deze storting kan ook ten behoeve van de belanghebbenden vanwege de agentuur, rederij of gezagvoerder geschieden. De gestorte gelden worden behoudens het in de volgende zinsnede bepaalde de laatste observatiedag teruggegeven.
    Wanneer iemand zich niet strikt houdt aan de voorschriften onder a en b gegeven of op andere wijze hinderlijk, nalatig en wederstrevig is, wordt waarneming en toezicht in afzondering veranderd, onverminderd de straffen bedreigd in artikel 23 en 24. De gestortte som wordt alsdan verbeurd en gestort in de kas van het Land.
    De geneeskundige is bevoegd van de aanvang af, de waarneming en het toezicht te veranderen in afzondering, voor die personen, van wie hij vreest, dat zij de gegeven voorschriften niet of niet getrouw zullen nakomen.
    De personen in afzondering of onder waarneming en toezicht buiten afzondering, gedragen zich naar de bevelen en aanwijzingen, hun door de bevoegde autoriteiten gegeven.
    4°. lijf- en beddengoed, gebruiksvoorwerpen, kleding en bagage van de opvarenden worden, zoveel nodig, ontsmet en die opvarenden zelf gereinigd;
    5°. de gedeelten van het schip, waarin choleralijders verblijf hebben gehouden, toiletten, urinoirs, badkamers en andere gedeelten, die als besmet worden beschouwd, zomede, voor zoveel nodig, drink- en ballast-watertanks en de vullingen of het ruimwater worden ontsmet;
    6°. het drinkwater aan boord, als het verdacht is, wordt onschadelijk gemaakt en – zo mogelijk ten koste van het schip – vervangen door goed drinkwater; op dezelfde wijze kan met levensmiddelen en eetwaren worden gehandeld;
    7°. ballastwater, ingenomen in een besmet verklaarde haven, vulling- of ruimwater, huishoudwater en fecaliën mogen niet dan met vergunning en na ontsmetting uit het schip worden geloosd.
  2. Aan boord kunnen de nodige voorzieningen worden getroffen om het bepaalde onder 7° te bevorderen als daar zijn: het plaatsen van hulp-toiletten en tonnen voor menagewater, het afsluiten van toiletten en huishoud- en badleidingen.

Artikel 14d

  1. Op schepen van klasse B kunnen de voorschriften onder 4°, 6° en 7° van het vorig artikel toegepast worden.
  2. Het schip kan, zo dit nodig wordt geoordeeld, geheel of gedeeltelijk worden gereinigd of ontsmet.
  3. Aan de bemanning kan, gedurende hoogstens zes dagen, na het verlaten van het besmette land of de besmette haven, verboden worden van boord te gaan, behoudens voor zover dienstredenen, naar het oordeel van de geneeskundige, het verlaten van het schip vereisen.
  4. Alle opvarenden, voor zover hen het verlaten van het schip niet verboden is, kunnen worden onderworpen aan waarneming en toezicht buiten afzondering, als in het vorig artikel beschreven, van gelijke tijdsduur als in het vorig lid vermeld.

Artikel 14e

Op schepen van klasse C kunnen, indien de omstandigheden zulks vereisen, de maatregelen in de beide vorige artikelen aangegeven eveneens in hun geheel of gedeeltelijk worden toegepast.

Van maatregelen bij gele koorts

Artikel 14f

  1. Voor schepen van klasse A gelden naar de omstandigheden de maatregelen voorgeschreven in artikel 14c tot aan het bepaalde onder 5°, evenwel met dien verstande, dat de zieken en verdachten worden afgezonderd in ruimten, die vrij zijn van en ontoegankelijk voor muggen; voorts worden geen maatregelen van afzondering of waarneming en toezicht buiten afzondering toegepast op gezonde personen, die bewijzen kunnen, dat zij tien jaar vertoefden in een land, waar gele koorts voorkomt, of dat zij aan gele koorts hebben geleden.
  2. Het schip moet ankeren op minstens 200 m. verwijderd van de wal en van andere schepen, indien het tot de vastgestelde ligplaatsen voor het gezondheidsonderzoek en voor de quarantaine-maatregelen aangewezen, wordt toegelaten.
  3. Het schip zal, als regel, eerst naar de Caracasbaai worden verwezen, om van daar terug te keren zodra de nodige maatregelen van muggenverdelging zijn toegepast.
  4. De verdelging van de muggen aan boord moet hebben plaats gehad vóór tot de lossing of lading van het schip kan worden overgegaan.
  5. Het schip kan geheel of gedeeltelijk worden gereinigd of ontsmet.

Artikel 14g

Op schepen van klasse B kan de afgezonderde ligging, de verdelging van muggen, de waarneming en toezicht buiten afzondering, en de reiniging of ontsmetting worden toegepast, een en ander als bedoeld in het vorig artikel; eveneens het bepaalde in het derde lid van artikel 14d.

Artikel 14h

Op schepen van klasse C kunnen, indien de omstandigheden zulks vereisen, de maatregelen in de beide vorige artikelen aangegeven, eveneens in hun geheel of gedeeltelijk worden toegepast.

Van maatregelen bij pest

Artikel 14i

  1. Voor schepen van klasse A gelden naar de omstandigheden de maatregelen voorgeschreven in artikel 14c, met dien verstande, dat het bepaalde in het tweede gedeelte onder 5°, 6° en 7° niet van toepassing te achten is.
  2. Voorts mag met de lossing of lading van het schip niet worden begonnen dan na vernietiging van ratten en insecten aan boord; deze uitroking zal uiterlijk binnen 24 uur na de aanvang moeten zijn afgelopen.
  3. Terstond na aankomst worden de kabels van het schip voorzien van rattenschermen, terwijl het schip op minstens vijf meter uit de wal wordt vastgemeerd en vooral na zonsondergang en vóór zonsopkomst, niet door loopplanken of bruggen voortdurend met de wal mag verbonden zijn.
  4. De in de vorige alinea voorgeschreven maatregelen worden minstens gehandhaafd tot de uitroking van het schip is afgelopen.

Artikel 14j

  1. Op schepen van klasse B kunnen de voorschriften onder 4° van artikel 14c worden toegepast.
  2. Het schip kan, zo dit nodig wordt geoordeeld, worden gereinigd, ontsmet en uitgerookt. Totdat de eventueel voorgeschreven maatregelen zijn uitgevoerd, mag met het lossen of laden niet worden aangevangen; eveneens gelden de voorschriften betreffende rattenschermen en betreffende de in acht te nemen afstand van de wal.
  3. Aan de bemanning kan, gedurende hoogstens zes dagen, na het verlaten van het besmette land of de besmette haven, verboden worden van boord te gaan, behoudens voor zover dienstredenen, naar het oordeel van de geneeskundige, het verlaten van het schip vereisen.
  4. Alle opvarenden, voor zover hun het verlaten van het schip niet verboden is, kunnen worden onderworpen aan waarneming en toezicht buiten afzondering, van gelijke tijdsduur, als in het vorig lid vermeld.

Artikel 14k

Op schepen van klasse C kunnen, indien de omstandigheden zulks vereisen, de maatregelen in de beide vorige artikelen aangegeven, eveneens in hun geheel of gedeeltelijk worden toegepast.

Van maatregelen bij pokken

Artikel 14l

Schepen van klasse A worden aan de volgende maatregelen onderworpen:
1°. de zieken worden, tenzij hun toestand dit niet gedoogt, ontscheept en overgebracht naar een daarvoor aan te wijzen inrichting; zij worden afgezonderd, gereinigd, nader onderzocht, geneeskundig behandeld en verpleegd tot zij geen gevaar voor het overbrengen van besmetting meer opleveren;
2°. de personen, die met de lijders in aanraking zijn geweest, en zij, die als verdacht worden beschouwd, worden eveneens ontscheept, gereinigd, nader onderzocht, zo nodig ingeënt, verpleegd en gedurende een tijd van ten hoogste twee weken na de aankomst van het schip afgezonderd;
3°. de overige opvarenden worden, zo mogelijk en zo nodig, eveneens ontscheept, gereinigd, nader onderzocht en gedurende ten hoogste twee weken na de aankomst van het schip, hetzij afgezonderd, hetzij aan waarneming en toezicht buiten afzondering, onderworpen;
Voor waarneming en toezicht gelden verder de bepalingen in artikel 14c tussen 3° en 4° ingelast.
4°. lijf- en beddengoed, gebruiksvoorwerpen, kleding en bagage van de opvarenden worden, zoveel nodig, ontsmet en die opvarenden zelf gereinigd;
5°. de gedeelten van het schip, waarin pokkenlijders hebben verblijf gehouden, en andere gedeelten, die als besmet worden beschouwd, worden ontsmet;
6°. de koepokinenting wordt toegepast op alle opvarenden, voor wie dit nodig wordt geoordeeld, in de eerste plaats bij het ontbreken van volledige en betrouwbare bewijzen, dat de koepokinenting met goed gevolg en binnen de laatst verlopen tien jaren is ondergaan;
7°. maatregelen van ontsmetting of uitroking van lading worden niet genomen, tenzij daarvoor bijzondere aanleiding bestaat, in de eerste plaats gelegen in de aard van de goederen en voorts in de mogelijkheid van besmetting.

Artikel 14m

  1. Op schepen van klasse B kunnen de voorschriften onder 3°, 4°, 6° en 7° van het vorig artikel worden toegepast.
  2. Het schip kan, zo dit nodig wordt geoordeeld, geheel of gedeeltelijk worden gereinigd of ontsmet.
  3. Aan de bemanning kan, gedurende hoogstens twee weken na het verlaten van het besmette land of de besmette haven, verboden worden van boord te gaan, behoudens voor zover dienstredenen, naar het oordeel van de geneeskundige, het verlaten van het schip vereisen.
  4. Alle opvarenden, voor zover hen het verlaten van het schip niet verboden is, kunnen worden onderworpen aan waarneming en toezicht buiten afzondering, als in het vorig artikel beschreven, en van gelijke tijdsduur als in het vorig lid vermeld.

Artikel 14n

Op schepen van klasse C kunnen, indien de omstandigheden zulks vereisen, de maatregelen in de beide vorige artikelen aangegeven eveneens in hun geheel of gedeeltelijk worden toegepast.

Artikel 15

  1. Een schip zijn inhoud en opvarenden kunnen vóór en bij vertrek uit Curaçao aan maatregelen worden onderworpen:
    a. indien in Curaçao een van de ziekten voorkomt, bedoeld in artikel 7;
    b. indien goederen of lading van welke aard ook, eerst na de invoer van elders als besmet of van besmetting verdacht, zijn kenbaar geworden;
    c. indien andere redenen, voornamelijk in verband met de gezondheid van de opvarenden, tot het nemen van maatregelen nopen.
  2. De hier bedoelde maatregelen zijn het verbod dat het schip vertrekt, voordat de algemene reiniging, ontsmetting en of uitroking daarvan heeft plaats gehad, het verbod dat zieken of bepaalde zieken worden meegenomen en kunnen voorts ontleend worden aan de voorschriften, die, ter wering en bestrijding van de ziekten bedoeld in artikel 7 in Curaçao van kracht zijn.
  3. Het in het voorgaand lid bedoeld verbod wordt door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur uitgevaardigd.

Artikel 15a

  1. Op verzoek van belanghebbenden kunnen, buiten het bepaalde in het vorig artikel om, maatregelen van reiniging, ontsmetting en uitroking, ter verdelging van ratten en insecten, door de sector Gezondheid worden toegepast op vertrekkende schepen en hun inhoud.
  2. Belanghebbende zullen daarvoor een in elk bijzonder geval door de Gouverneur te bepalen som, wegens gebruik van materialen en de hulp van personeel van de sector Gezondheid, ten bate van de Landskas moeten voldoen.
  3. Van de toegepaste maatregelen wordt, door of namens de door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aangewezen geneeskundige een verklaring aan belanghebbenden afgegeven, volgens model door de Gouverneur vast te stellen.
  4. Indien bij onderzoek door het personeel van de sector Gezondheid is gebleken, dat er geen ratten aan boord van een schip zijn, kan de door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur aangewezen geneeskundige een vrijstellingscertificaat afgeven, volgens model door de Gouverneur vast te stellen.
  5. Dit certificaat is geldig voor ten hoogste zes maanden. De kosten van dit vrijstellingscertificaat worden door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur vastgesteld.

Artikel 15b

  1. Bij besluit van de Gouverneur kunnen de invoer, doorvoer en vervoer worden verboden, of aan maatregelen worden onderworpen van: huiden, lompen, gebruikte kledingstukken, gebruikt lijf- en beddengoed en van andere voorwerpen, goederen en dieren, die voor het overbrengen van besmetting gevaarlijk zijn.
  2. Dit besluit is niet langer van kracht dan gedurende een jaar na zijn afkondiging, tenzij het binnen dat tijdperk door een landsverordening bekrachtigd is.

Artikel 16

Bij besluit van de Gouverneur kunnen voorschriften worden gegeven ten aanzien van de periodieke verdelging van ratten aan boord van alle schepen in Curaçao liggende.

Artikel 17

  1. Desverlangd wordt kosteloos aan belanghebbenden een gezondheidspas afgegeven, benevens desgevraagd verklaringen betreffende de quarantainemaatregelen toegepast op hun persoon, en op de schepen en goederen in hun eigendom of aan hun zorg toevertrouwd.
  2. Bij besluit van de Gouverneur wordt de vorm van deze gezondheidspas en van deze verklaringen vastgesteld.

Artikel 18

  1. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden de plaatsen aangewezen, waar het gezondheidsonderzoek wordt ingesteld en waar de quarantainemaatregelen worden toegepast.
  2. In het besluit kunnen tevens de gevallen worden aangegeven, waarin afwijking van de regel kan worden toegestaan en de voorwaarden waaronder.

Artikel 19

Op oorlogsschepen kan het gezondheidsonderzoek zich bepalen tot een schriftelijke en ondertekende beantwoording van vragen door de geneeskundige gedaan.

Artikel 20

  1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst.
  2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:
    a. alle inlichtingen te vragen;
    b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
    c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen;
    d. de in Curaçao aankomende of afgemeerde schepen met uitzondering van tot woning bestemde gedeelten daarvan zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen;
    e. de tot woning bestemde gedeelten van schepen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner binnen te treden.
  3. Zo nodig, wordt de toegang tot een schip verschaft met behulp van de sterke arm. Van de handeling en van de aanleiding daartoe maken de betrokken personen binnen twee etmalen proces-verbaal op, dat aan de bij de handeling betrokken gezagvoerder in afschrift wordt toegezonden.
  4. Op het binnentreden in woningen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, is titel X van het Derde boek van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de Minister van Justitie.
  5. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen.
  6. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.

Artikel 21

(vervallen)

Artikel 22

  1. De kosten van het gezondheidsonderzoek, indien dit tussen 6 uur ’s namiddags en 6 uur ’s voormiddags plaats heeft, alsmede de kosten van de quarantainemaatregelen, komen ten laste van de belanghebbende en worden door of namens deze in de Landskas gestort.
  2. Voor de nachtdienst krijgt de havendokter de door de belanghebbende te storten bedragen tot een maximum van Cg 6.000,- per jaar. Blijven die jaarlijkse bedragen beneden Cg 3.000,- dan vult het Land het ontbrekende tot dit bedrag aan.
  3. De Gouverneur bepaald bij besluit de hoegrootheid van de vergoeding voor quarantainemaatregelen.
  4. Schepen, die ná 6 uur ’s voormiddags en vóór 6 uur ’s namiddags voor het gezondheidsonderzoek gereed liggen – dit ter beoordeling door de loods, die het schip binnenbracht en vastmeerde – worden ten aanzien van de volgens het eerste lid van dit artikel anders verschuldigde gelden beschouwd als voor die tijd onderzocht te zijn.

Artikel 23

  1. Overtreding van de artikelen 8, 9, 12 en 13 van deze landsverordening of van de krachtens deze landsverordening uitgevaardigde besluiten wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar of geldboete van de tweede categorie.
  2. Met dezelfde straf wordt gestraft:
    1°. overtreding van de maatregelen genomen ter uitvoering van het in deze landsverordening bepaalde betreffende de afzondering van zieken en andere personen en betreffende de waarneming en het toezicht buiten afzondering;
    2°. het in strijd met deze landsverordening lossen of laden, van boord gaan of uit een schip lozen van ballast, vulling-, ruim- of huishoudwater of faecaliën;
    3°. het niet in acht nemen van de bij deze landsverordening voorgeschreven afstand van de wal;
    4°. overtreding van de maatregelen bedoeld in artikel 15, voorlaatste lid.

Artikel 24

(vervallen)

Artikel 25

(vervallen)

Artikel 26

De stukken krachtens deze landsverordening of krachtens de naar aanleiding hiervan uit te vaardigen regelingen op te maken, zijn vrij van zegel.

Artikel 26a

De in artikel 11, derde lid, onder 1 en 2 en artikel 22, tweede lid, genoemde bedragen kunnen bij landsverordening worden gewijzigd.

Artikel 27

Deze landsverordening wordt aangehaald als: Quarantaine-landsverordening.

Artikel 28

(vervallen)

Naar boven