Richtlijnen examencommissie rijvaardigheid
Richtlijnen examencommissie rijvaardigheid
MINISTERIËLE BESCHIKKING van de 15de september 2026, no. 2026/002014, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Richtlijnen examencommissie rijvaardigheid
| Datum inwerkingtreding |
Terugwerkende kracht tot en met |
Datum ingetrokken |
Betreft |
Vindplaats |
Zittingsjaar |
| 21-05-1974 |
n.v.t. |
n.v.t. |
Geconsolideerde tekst |
P.B. 2026, no. 221 (GT) |
n.v.t. |
Artikel 1
- Het theoretische gedeelte van het examen wordt in het algemeen schriftelijk afgenomen, waarbij genummerde examenopgaven worden gebruikt.
- De leden van de commissie dienen door deze examenopgaven in het bijzonder te toetsen de kennis van de aanvrager van de bepalingen van de wegenverkeerswetgeving inzake:
a. het rijbewijs, het bewijs van goedkeuring en de motorrijtuigenbelasting;
b. het algemeen gedrag van de bestuurder en de voetganger;
c. het rijden onder invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank of andere bedwelmende middelen;
d. het rijden terwijl men door ouderdom, ziekte, zwakte of vermoeidheid of wegens andere oorzaken klaarblijkelijk daartoe onbekwaam is;
e. het houden van wedstrijden op de weg met voertuigen of dieren;
f. het door- of wegrijden na een ongeval te hebben veroorzaakt, waarbij een mens is gedood of gekwetst of de gezondheid is benadeeld of schade is toegebracht aan een ander dan een inzittende van het door- of weggereden voertuig;
g. het rijden ondanks een daartoe strekkend door of vanwege de Minister van Justitie opgelegd rijverbod op grond van overmatig gebruik van alcoholhoudende drank of andere bedwelmende middelen;
h. de voorrangregels, met dien verstande dat te ingewikkelde situaties moeten worden vermeden;
i. het veranderen van rijrichting door bestuurders;
j. de eisen ten aanzien van de banden, de remmen, het stuur, de stoplichten, de richtingaanwijzers, de verlichting, de belading, de geluidsinstallatie, de afvoer van afgewerkte gassen, de ruitenwissers en de voorruit van motorvoertuigen;
k. de bevoegdheden van de opsporingsambtenaar;
l. kennis van de verkeersborden en -aanwijzingen en verkeerstekens.
Artikel 2
- Elke examenopgave van dit gedeelte omvat:
a. tien (10) vragen over gedragsregels en eisen ten aanzien van de inrichting, belading en verlichting van voertuigen;
b. zeven (7) vragen over voorrangssituaties;
c. negen (9) vragen over afbeeldingen van verkeersborden, zuilen of tekens.
- De examinandus heeft de keuze uit drie antwoorden.
- Het antwoord wordt voor goed gerekend, als de examinandus in het hokje vóór het goede antwoord een kruisje heeft geplaatst.
- Staan er in de serie van 3 antwoorden meer dan één kruisje, dan is het antwoord fout.
Een eventuele vergissing kan hersteld worden door het verkeerd ingevulde hokje helemaal zwart te maken en daarna een kruisje te zetten voor het goede antwoord.
- Voor elk goed antwoord krijgt de examinandus:
1. op de vragen onder a bedoeld twee (2) punten;
2. op de vragen onder b bedoeld drie (3) punten;
3. op de vragen onder c bedoeld één (1) punt.
- De examinandus kan een maximum aantal van vijftig (50) punten behalen.
- Geslaagd is de kandidaat, wanneer hij in totaal tenminste veertig (40) punten heeft behaald, waarvan tenminste veertien (14) punten op de vragen, als bedoeld onder a, tenminste vijftien (15) punten op de vragen, als bedoeld onder b en tenminste zes (6) punten op de vragen, als bedoeld onder c.
Artikel 3
- In dit artikel wordt verstaan onder:
a. Motorrijtuig met handgeschakelde transmissie: een motorrijtuig met een koppeling die handmatig wordt bediend bij het wegrijden, stoppen en schakelen.
b. Motorrijtuig met automatische transmissie: een motorrijtuig dat niet is uitgerust met een handmatig bediende koppeling en dat is voorzien van vooraf ingestelde rijstanden, waarin het schakelen tussen overbrengingsverhoudingen automatisch plaatsvindt zonder handmatige tussenkomst van de bestuurder, of waarin de aandrijving zonder handmatige koppeling verloopt.
- Het praktische gedeelte van het examen omvat het onderzoek naar:
a. De bedrevenheid van de examinandus in het bedienen van de inrichtingen van het motorrijtuig, afhankelijk van het type transmissie:
l°. Voor alle motorrijtuigen: het op de juiste wijze starten van de motor en zonder schokken of stoten wegrijden;
2°. Voor motorrijtuigen met handgeschakelde transmissie: het behoorlijk overschakelen tussen versnellingen, zowel versnellend als vertragend, het handmatig inschakelen van de juiste versnelling, het bedienen van de ontkoppelings- en rempedalen.
b. De bedrevenheid van de examinandus in het rijden, blijkende uit:
l°. Het rijden op een wijze die de veiligheid van het verkeer waarborgt en de vrijheid van het verkeer niet onnodig belemmert;
2°. Het rijden met een snelheid die is aangepast aan de aard van het overige verkeer en de wegomstandigheden, waarbij voldoende stuurvastheid wordt getoond en het motorrijtuig volledig wordt beheerst.
c. De toepassing van de wegenverkeersvoorschriften door de examinandus tijdens het rijden, blijkende uit:
l°. Het correct voorsorteren;
2°. Het op de juiste wijze handelen bij diverse soorten kruisingen en splitsingen;
3°. Het correct en tijdig geven van signalen en rekening houden met verkeerstekens, signalen en verkeerslichten;
4°. Het zich op de juiste wijze gedragen bij inhalen, voorbijgaan en ingehaald worden.
d. Het beheerst uitvoeren door de examinandus van bijzondere verrichtingen met het motorrijtuig, waaronder:
l°. Een hellingproef;
2°. Het achteruitrijden om te parkeren of in bochten;
3°. Het correct en zorgvuldig neerzetten van het motorrijtuig op een aangegeven plaats;
4°. Het vlot en foutloos keren op een niet te brede weg.
e. Het juiste gebruik van de invoeg- en uitrijstroken door de examinandus.
- Indien tijdens het examen het commissielid door een fout of nalatigheid van de examinandus moet ingrijpen om een dreigend gevaar voor andere weggebruikers te voorkomen, wordt de examinandus voor het praktische gedeelte afgewezen.
- Een kandidaat wordt geacht geslaagd te zijn voor het praktische gedeelte van het examen als alle voor de kandidaat toepasselijke onderdelen, genoemd in het tweede lid, met een voldoende zijn beoordeeld.
Artikel 4
Het examen zal worden afgenomen in of vanuit de daartoe beschikbaar gestelde lokaliteiten van het gebouwencomplex van de politie te Rio Canario aan de Winston Churchillweg, tenzij anders wordt bepaald en bekendgemaakt.
Artikel 5
- Het theoretische en het praktische deel van het examen zullen in principe worden gehouden op werkdagen van maandag tot en met vrijdag.
- Het theoretische deel van het examen kan klassikaal plaats vinden tussen 08.00 en 22.00 uur.
- Het praktische deel van het examen vindt plaats tussen 07.30 uur en 18.00 uur.
- De voorzitter kan bepalen dat ook op zaterdagen examen wordt afgenomen.
Artikel 6
- Deze ministeriële regeling met algemene werking wordt aangehaald als: Richtlijnen examencommissie rijvaardigheid.
- (vervallen)