Tijdelijk landsbesluit buitengewone bijstand COVID-19 - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou Uw mening

Wet- en Regelgeving

Tijdelijk landsbesluit buitengewone bijstand COVID-19

Publicatienummer: P.B. 2020, no. 95
Categorie: Landsbesluit, houdende algemene maatregelen
Ministerie: Sociale Ontwikkeling, Arbeid & Welzijn
Datum ondertekening: 08-09-2020
Datum inwerktreding: 09-09-2020
Geregistreerd in:
Klapper Afkondigingsblad ( Hoofdstuk XII Maatschappelijke Zorg)


LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 8ste september 2020 strekkende tot het stellen van tijdelijke regels in verband met het verlenen van steun aan personen die direct in hun inkomen worden getroffen door maatregelen genomen ter voorkoming van de verspreiding van COVID-19

§ 1 Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit landsbesluit wordt verstaan onder:
a. alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij deze een bloedverwant tot in de eerste graad is;
b. alleenstaande ouder de ongehuwde die volledig de zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij deze een bloedverwant tot in de eerste graad is;
c. handelsregister: het handelsregister, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Handelsregisterverordening;
d. het uitoefenen van een eigen bedrijf: het zijn van eigenaar van een eenmanszaak, of directeur van een rechtspersoon met 50% of meer van de aandelen van de rechtspersoon in het bezit en tevens diens enige werknemer zijn;
e. het uitoefenen van een zelfstandig beroep: het uitoefenen van een beroep zonder in dienst te zijn van een werkgever;
f. minister: de Minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn;
g. netto-inkomsten: de omzet van een zelfstandige en inkomsten uit andere bronnen minus de vaste bedrijfslasten;
h. werkzoekende de persoon die voor 15 maart 2020 werk zocht en hiertoe ingeschreven stond bij de Sector Arbeid, alsmede de persoon die normaliter in zijn onderhoud voorziet door het verrichten van diensten of losse arbeid op afroep of afspraak;
i. zelfstandige: de persoon die een eigen bedrijf voert of een zelfstandig beroep uitoefent en volledige zeggenschap in dat bedrijf of zelfstandig beroep heeft en de financiële risico’s daarvan draagt.

Artikel 2

  1. Beschikkingen ten aanzien van aanvragen voor buitengewone bijstand als bedoeld in de artikelen 4 en 5 worden gegeven door of namens de minister.
  2. Beschikkingen ten aanzien van aanvragen van buitengewone bijstand als bedoeld in artikel 6, worden gegeven door of namens de minister in overeenstemming met de Minister van Economische Ontwikkeling.
  3. Een beschikking tot toekenning van buitengewone bijstand vermeldt in elk geval:
    a. voor- en achternaam van de belanghebbende;
    b. identiteitsnummer;
    c. soort buitengewone bijstand;
    d. de periode waarvoor de bijstand wordt toegekend;
    e. het bedrag van de bijstand;
    f. ingeval van toekenning van een buitengewone bijstand als bedoeld in artikel 5, het bankrekeningnummer waar de bijstand op wordt gestort;
    g. ingeval van toekenning van een buitengewone bijstand als bedoeld in artikel 4, het serienummer van de betaalkaart.
  4. Een beschikking kan automatisch worden gegenereerd en wordt dan niet ondertekend.
  5. Een beschikking tot weigering van een aanvraag wordt gemotiveerd en schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld.
  6. Een beschikking kan via elektronische post aan de belanghebbende worden verzonden.
  7. De minister kan van artikel 7, vierde lid, afwijken, indien toepassing daarvan zal leiden tot onbillijkheden van overwegende aard die zich niet verenigen met het doel van deze regeling.
  8. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen voor de verschillende soorten buitengewone bijstand, nadere regels worden gesteld voor de behandeling en beoordeling van aanvragen.
  9. De deelnemende supermarkten, bedoeld in artikel 3, tweede lid en artikel 4, derde lid, worden in elk geval bekendgemaakt in het blad waar van landswege mededelingen worden gedaan.

§ 2 Vormen buitengewone bijstand

Artikel 3

(weerbaarheidsuitkering bijstand)

  1. Onder de benaming “weerbaarheidsuitkering bijstand” wordt aan personen die op 15 maart 2020 een algemene bijstand ontvangen als bedoeld in de Eilandsverordening verlening bijstand Curaçao 2008 , in de maanden april, mei en juni 2020 een buitengewone bijstand uitgekeerd voor de aanschaf van primaire levensbehoeften als volgt:
    a. een alleenstaande: NAf 75,=;
    b. een alleenstaande ouder: NAf 150,=;
    c. een al dan niet gehuwd paar zonder kinderen: NAf 150,=;
    d. een al dan niet gehuwd paar met kinderen: NAf 225,=.
  2. De buitengewone bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt per twee weken uitgekeerd door middel van verstrekking van een tegoed geregistreerd op een betaalkaart voor besteding bij de deelnemende supermarkten.

Artikel 4

(weerbaarheidsuitkering werkzoekenden)

  1. Onder de benaming “weerbaarheidsuitkering werkzoekenden” kan aan werkzoekenden die in de periode van 15 maart 2020 tot en met 30 juni 2020 vanwege de maatregelen getroffen ter voorkoming van de verspreiding van COVID-19 in Curaçao, geen werk kunnen zoeken, of niet in hun onderhoud kunnen voorzien, op aanvraag een buitengewone bijstand worden uitgekeerd voor de aanschaf van primaire levensbehoeften als volgt:
    a. een alleenstaande: NAf 300,=;
    b. een alleenstaande ouder: NAf 450,=;
    c. een al dan niet gehuwd paar zonder kinderen: NAf 450,=;
    d. een al dan niet gehuwd paar met kinderen: NAf 450,=.
  2. De buitengewone bijstand wordt aangevraagd door indiening van een volledig en naar waarheid ingevulde aanvraag via het elektronisch portaal “Fondo di Sosten”.
  3. De buitengewone bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt per maand uitgekeerd door middel van verstrekking van een tegoed geregistreerd op een betaalkaart voor besteding bij deelnemende supermarkten.

Artikel 5

(baanverliezersuitkering)

  1. Onder de benaming “baanverliezersuitkering” kan aan personen die in de periode van 15 maart tot en met 30 juni 2020 werkloos worden of anderszins geen inkomen genieten, op aanvraag een buitengewone bijstand worden uitgekeerd van maximaal NAf 1000,=, waarbij de verleende bijstand niet hoger is dan het laatstverdiende loon.
  2. De bijstand wordt aangevraagd door indiening van een volledig en naar waarheid ingevulde aanvraag via het elektronisch portaal “Fondo di Sosten”.
  3. Bij de aanvraag wordt gevoegd:
    a. bewijs dat de aanvrager:
    i. in de maanden februari en maart 2020 in dienst was bij een werkgever en vervolgens is ontslagen, of
    ii. in de maanden februari en maart 2020 in dienst was bij een werkgever en op het moment van het indienen van de aanvraag nog in dienst is, maar niet meer is opgeroepen door de werkgever als gevolg van overwegingen van de werkgever van bedrijfseconomische aard in het kader van maatregelen getroffen ter voorkoming van de verspreiding van COVID-19 in Curaçao;
    b. bewijs van het laatstverdiende loon.
  4. De bijstand wordt per maand uitgekeerd door middel van storting op de bankrekening van de aanvrager.

Artikel 6

(compensatie inkomstenverlies zelfstandige)

  1. Aan een zelfstandige die in april, mei of juni 2020 een terugval in de netto-inkomsten ervaart als gevolg van de maatregelen genomen ter beperking van de verspreiding van COVID-19 in Curaçao, kan een buitengewone bijstand worden verleend ter compensatie van het inkomensverlies.
  2. De buitengewone bijstand, bedoeld in het eerste lid, kan worden verstrekt aan de zelfstandige die:
    a. voor 16 maart 2020 een onderneming is gestart;
    b. is ingeschreven in het handelsregister; en
    c. beschikt over de nodige vergunningen om de onderneming te drijven;
    d. in april, mei of juni 2020 beschikt over netto-inkomsten lager dan NAf 1.335,=.
  3. Uitgesloten van de buitengewone bijstand is de zelfstandige:
    a. die in de periode 2019 tot en met maart 2020 een aanvraag van (persoonlijk) faillissement of surseance van betaling heeft ingediend;
    b. aan wie een werkgever onbetaald verlof heeft verleend.
  4. De buitengewone bijstand wordt verleend in aanvulling op de netto-inkomsten tot een maximum van NAf 1.335,=.

Artikel 7

  1. De buitengewone bijstand, bedoeld in artikel 6, wordt aangevraagd door indiening van een volledig en naar waarheid ingevulde aanvraag via het elektronisch portaal “Fondo di Sosten” .
  2. Een aanvraag voor bijstand kan worden ingediend tot en met 14 juni 2020 en heeft betrekking op een of meer maanden in de periode van april tot en met juni 2020.
  3. De aanvraag vermeldt voor welke periode de bijstand wordt aangevraagd.
  4.  De aanvraag omvat de volgende informatie en gegevens:
    a. naam, adres en contactgegevens van de aanvrager;
    b. het door de Kamer van Koophandel toegekende nummer bij inschrijving in het handelsregister;
    c. uittreksel uit het handelsregister;
    d. het crib-nummer, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel k, van de Algemene landsverordening Landsbelastingen ;
    e. naam onderneming;
    f. kopie van de geldige identiteitskaart (sedula) van de aanvrager;
    g. foto van het gezicht van de aanvrager, met een duidelijk leesbare identiteitskaart naast of onder het gezicht gehouden;
    h. rechtsvorm van de onderneming;
    i. indien de onderneming wordt gedreven door een naamloze of besloten vennootschap: kopie van het aandeelhoudersregister;
    j. indien de onderneming wordt gedreven door een vennootschap met twee aandeelhouders die elk 50% van de aandelen houden: een verklaring welke directeur de bijstand zal ontvangen;
    k. indien de onderneming wordt gedreven door een openbare vennootschap: samenwerkingsovereenkomst tussen vennoten en verklaring welke vennoot de bijstand zal ontvangen;
    l. eventueel kopie van vergunningen benodigd voor de uitoefening van het bedrijf of beroep;
    m. verklaring dat de financiële problemen zijn ontstaan door de COVID-19 crisis, met daarbij de volgende criteria:
    i. een omschrijving waarom de netto-inkomsten door de COVID-19 crisis zodanig zijn verminderd, dat de totale netto-inkomsten per maand onder het bedrag van NAf 1.335,= zijn gekomen;
    ii. een overzicht van de te verwachte inkomsten en vaste zakelijke lasten in de periode waarover de bijstand wordt aangevraagd;
    n. bewijs van zakelijke vaste lasten;
    o. eventueel jaarrekening voorafgaand jaar;
    p. aangifte omzetbelasting van de maanden voorafgaande aan de maand waarvoor bijstand wordt aangevraagd;
    q. een kopie van het bankafschrift van de bankrekening van de aanvrager waarop de bijstand moet worden gestort.

§ 3 Weigering, intrekking en terugvordering

Artikel 8

  1. Onverminderd artikel 6, derde lid, wordt geen buitengewone bijstand verleend, indien:
    a. de aanvrager rechtens van zijn vrijheid is ontnomen;
    b. de aanvrager zijn militaire plicht of vervangende dienstplicht vervult;
    c. de aanvrager wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan de arbeid;
    d. de aanvrager ingezetene is, maar langer dan vier weken verblijf houdt buiten Curaçao;
    e. de aanvrager jonger dan achttien jaar is;
    f. de alleenstaande of het gezin een beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening, die gezien zijn aard en doel wordt geacht toereikend te zijn;
    g. de alleenstaande of een gezinshoofd door eigen toedoen werkeloos is geworden;
    h. de alleenstaande of een gezinshoofd bij de Sector Arbeid als werkzoekende staat ingeschreven en weigert passende arbeid te aanvaarden;
    i. de alleenstaande ouder niet voldoet aan zijn onderhoudsplicht tot zijn ten laste komende kinderen, maar opzettelijk nalaat een vordering tot alimentatie in te dienen ter dekking van de kosten verbonden aan die onderhoudsplicht;
    j. de aanvrager verblijft in een inrichting die valt onder de werking van de Landsverordening algemene landsverordening bijzondere bijstand.
  2. Onverminderd het eerste lid wordt geen buitengewone bijstand als bedoeld in de artikelen 3, 4 of 5, gegeven, indien aanspraak bestaat op een pensioen als bedoeld in de Landsverordening algemene ouderdomsverzekering of de Landsverordening algemene weduwen- en wezenverzekering.

Artikel 9

De beschikking tot verlening van buitengewone bijstand wordt ingetrokken, indien de aanvrager:
a. bij de indiening van de aanvraag om bijstand onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt;
b. niet of niet behoorlijk heeft voldaan aan een voorschrift dat aan de bijstand is verbonden;
c. blijk geeft van besteding van de bijstand ten behoeve van het gebruik van drugs of overmatig alcoholgebruik, dan wel het beoefenen van hazardspelen;
d. wegens een misdrijf wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf;
e. gezinshoofd is en deze komt te overlijden, waarbij de beschikking binnen acht weken wordt ingetrokken.

Artikel 10

  1. De verstrekte buitengewone bijstand kan geheel of gedeeltelijk door de minister worden teruggevorderd, indien:
    a. de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend en de betrokkene gelet op de omstandigheden dit redelijkerwijs heeft of had kunnen begrijpen;
    b. anderszins onverschuldigd is betaald en de betrokkene gelet op de omstandigheden dit redelijkerwijs heeft of had kunnen begrijpen;
    c. de betrokkene naderhand met betrekking tot de periode waarover bijstand is verleend over middelen van bestaan beschikt of kan beschikken.
  2. De beschikking tot terugvordering geschiedt schriftelijk, is met redenen omkleed en vermeldt hetgeen teruggevorderd wordt, alsmede de termijn waarbinnen terugbetaling wordt verlangd.
  3. Bij niet tijdige betaling van het bedrag tot terugvordering wordt het bedrag verhoogd met de wettelijke rente en de kosten die gepaard gaan met de terugvordering en bij dwangbevel opgelegd naar regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
  4. De buitengewone bijstand die meer dan drie jaar voor datum van verzending van de beschikking tot invordering is verleend, wordt niet teruggevorderd.

Artikel 11

  1. Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit landsbesluit zijn belast de daartoe door de minister aangewezen medewerkers van de Sector Sociale Ontwikkeling van het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn en van het Ministerie van Economische Ontwikkeling.
  2. De toezichthouders, bedoeld in het eerste lid zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd om:
    a. alle inlichtingen op te vragen;
    b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die relevant zijn voor de met de bijstand samenhangende verplichtingen en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
    c. goederen aan opneming van onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen;
    d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden vergezeld van door hen aangewezen personen;
    e. gegevens en informatie uitwisselen met de diensten en organisaties aangewezen ingevolge artikel 31 van de Eilandsverordening verlening bijstand Curaçao 2008.
  3. Zo nodig wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.
  4. Een ieder is verplicht aan de toezichthouders, bedoeld in eerste lid, alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.
  5. Een toezichthouder kan zich bij het uitoefenen van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, doen bijstaan door een door een toezichthouder aan te wijzen externe deskundige.
  6. Een deskundige als bedoeld in het vijfde lid, rapporteert zijn bevindingen rechtstreeks en schriftelijk aan de toezichthouder en zendt daarvan, na verkregen toestemming van de toezichthouder.

§ 4 Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 12

  1. Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 april 2020, met dien verstande dat artikel 4 terugwerkt tot en met 15 maart 2020.
  2. Dit landsbesluit vervalt met ingang van een bij landsbesluit vast te stellen tijdstip, waarbij per artikel een andere datum kan worden gesteld.

Artikel 13

  1. Indien, gelet op de sociaaleconomische omstandigheden van Curaçao naar aanleiding van de COVID-19 crisis, de verstrekking van buitengewone bijstand wenselijk blijft na 30 juni 2020 en de financiële middelen daartoe beschikbaar zijn, dan wordt, in overeenstemming met de Minister van Financiën, bij ministeriële regeling met algemene werking vastgesteld voor welke maanden deze buitengewone bijstand kan worden aangevraagd.
  2. Indien een ministeriële regeling met algemene werking tot stand komt als bedoeld in het eerste lid, dan:
    a. worden in artikel 5, eerste lid, de woorden “laatstverdiende loon” gelezen als: het gemiddelde loon ontvangen in de twee maanden voorafgaande aan de maand waarvoor de bijstand wordt aangevraagd;
    b. wordt artikel 5, derde lid, onderdeel b, gelezen als volgt: bewijs van het loon ontvangen in de twee maanden voorafgaande aan de maand waarvoor de bijstand wordt aangevraagd.

Artikel 14

Dit landsbesluit wordt aangehaald als: Tijdelijk landsbesluit buitengewone bijstand COVID-19.

Naar boven