Toelatingsbesluit - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Toelatingsbesluit

Publicatienummer: P.B. 2012, no. 7
Categorie: Landsbesluit
Onderwerp(en): Toelatingsbesluit
Ministerie: Justitie
Datum ondertekening: 10-02-2012
Datum inwerktreding: Nog niet bekend
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK V Openbare orde)


LANDSBESLUIT van de 5de december 2011, no. 11/3804, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van het Toelatingsbesluit.

Artikel 1

 

In dit landsbesluit wordt verstaan onder:
a. gezagvoerder : elke gezagvoerder van een schip of luchtvaartuig of degene die hem vervangt;
b. ontschepingsambtenaar : de met controle op de toelating belaste politieambtenaar of ambtenaar der immigratie;
c. opvarenden : allen die zich aan boord van een schip of luchtvaartuig bevinden, met uitzondering van de gezagvoerder.

Artikel 2

 

  1. Toeristen mogen zonder vergunning tot tijdelijk verblijf Curaçao binnenkomen en alhier verblijven gedurende een periode van maximaal dertig dagen. Voor toeristen die vóór binnenkomst in het bezit dienen te zijn van een visum geldt eveneens een periode van maximaal dertig dagen, tenzij hun visum is uitgegeven voor een kortere termijn.
  2. De in het eerste lid bedoelde periode is maximaal drie maanden voor toeristen van Nederlandse, Belgische en Luxemburgse nationaliteit en voor staatsburgers van landen, waarmede het Koninkrijk der Nederlanden een mede op Curaçao toepasselijke overeenkomst inzake afschaffing van de visumplicht heeft gesloten, of ten aanzien waarvan het Koninkrijk der Nederlanden bij mede op Curaçao toepasselijke unilaterale maatregel de visumplicht heeft afgeschaft.
  3. Toeristen zijn onderworpen aan de bepalingen die gelden voor personen, die tot tijdelijk verblijf zijn toegelaten.
  4. Door of namens de Minister van Justitie kan aan toeristen, die als ongewenst worden beschouwd, de binnenkomst worden geweigerd of een langer verblijf worden ontzegd. Van zodanige beslissing kan niet in beroep worden gegaan.
  5. De Gouverneur kan de in de leden 1 en 2 van dit artikel neergelegde regeling schorsen, behalve ten aanzien van personen van Nederlandse, Belgische of Luxemburgse nationaliteit. Indien de schorsing staatsburgers van landen betreft, waarmede het Koninkrijk der Nederlanden een mede op Curaçao toepasselijke overeenkomst inzake afschaffing van de visumplicht heeft gesloten, brengt de Gouverneur de schorsing, onder vermelding van de motieven die daartoe geleid hebben onverwijld ter kennis van de Gevolmachtigde Minister, die de Koninkrijksregering daaromtrent ten spoedigste inlicht.
  6. De in dit artikel neergelegde regeling geldt eveneens voor bemanningsleden van schepen en luchtvaartuigen met dien verstande echter dat hun recht op verblijf vervalt op het tijdstip van vertrek van het schip of luchtvaartuig.

Artikel 3

1. Aan vergunningen tot tijdelijk verblijf zijn de volgende voorwaarden verbonden:
1°. betrokkene dient in het bezit te zijn van:
a. een bij ministeriële beschikking toegelaten reisdocument;
b. een geldig visum, indien hij behoort tot de categorie van visumplichtige staatsburgers van bij landsbesluit daartoe bepaaldelijk aangewezen landen;
c. een pokkenvaccinatiebewijs, niet ouder dan drie jaar of een geneeskundige verklaring dat vaccinatie om medische redenen niet kan geschieden, met vermelding van die redenen, indien betrokkene in de zin van de Internationale Gezondheidsregeling afkomstig is uit een met pokken besmet gebied;
d. een retourpassagebiljet of een passagebiljet naar elders buiten Curaçao;
e. de nodige documenten om naar het land van herkomst te kunnen terugkeren dan wel om naar elders te kunnen doorreizen (visa etc.);
2°. betrokkene moet over voldoende middelen van bestaan beschikken om gedurende zijn verblijf in Curaçao in zijn onderhoud te kunnen voorzien en zulks bij aankomst in Curaçao desgevraagd aantonen;
3°. betrokkene zal zich op verzoek van de ontschepingsambtenaar bij de Toelatings¬organisatie Curaçao melden, teneinde zo nodig een schriftelijk bewijs van de vergunning tot tijdelijk verblijf in ontvangst te nemen en/of schriftelijk te verklaren, dat de voorwaarden, waaronder hij in Curaçao mag verblijven, hem bekend zijn;
4°. betrokkene mag geen werk verrichten, zoeken of aannemen zonder uitdrukkelijke toestemming van de autoriteit, die de tijdelijke verblijfsvergunning heeft verleend.
2. De Minister van Justitie kan bij beschikking ontheffing verlenen van een of meer van de in het eerste lid genoemde bepalingen.
3. De autoriteit die de vergunning tot tijdelijk verblijf verleent kan in bijzondere gevallen genoegen nemen met de waarborgsom genoemd in artikel 9 in plaats van een passagebiljet als bedoeld in het eerste lid onder c.
4. Zeelieden die onderdaan zijn van bepaalde bij ministeriële beschikking aan te geven landen en die zich naar Curaçao moeten begeven, teneinde alhier dienst te nemen aan boord van een bepaald schip, kunnen in plaats van het passagebiljet, bedoeld in het eerste lid onderdeel 1 sub c, een verklaring van hun rederij overleggen, die een garantie inhoudt voor betaling der repatriëringskosten door de rederij, indien de aanmonstering om welke reden dan ook geen doorgang vindt.
5. De in het vorige lid bedoelde zeelieden mogen zich op doorreis in Curaçao bevinden, zonder het daar genoemde passagebiljet, indien het doel van hun reis is om:
a. naar het land van herkomst terug te keren, of
b. zich aan boord te begeven van een schip dat zich in een buitenlandse haven bevindt.
In het laatste geval moeten zij het doel van hun reis kunnen aantonen, hetzij aan de hand van een verklaring van de betreffende rederij, hetzij op enigerlei andere wijze.

Artikel 4

1. Aan vergunningen tot verblijf zijn de volgende voorwaarden verbonden:
1°. betrokkene dient in het bezit te zijn van:
a. een voor Curaçao geldig paspoort;
b. drie goed gelijkende pasfoto’s;
c. een pokkenvaccinatiebewijs niet ouder dan drie jaar of een geneeskundige verklaring, dat vaccinatie om medische redenen niet kan geschieden, met vermelding van die redenen, indien betrokkene in de zin van de Internationale Gezondheidsregeling afkomstig is uit een met pokken besmet gebied;
d. een geneeskundige verklaring dat de houder niet lijdende is aan een besmettelijke of geestesziekte, afgegeven binnen 30 dagen vóór de aanvang van de reis;
e. een schriftelijk bewijs van goed gedrag gedurende de laatste vijf jaren, door het bevoegde gezag van de woonplaats(en) van betrokkene afgegeven binnen 2 maanden vóór aankomst in Curaçao of een schriftelijke verklaring, waaruit genoegzaam van het gedrag van betrokkene blijkt, zulks ter beoordeling van de Minister van Justitie;
f. het bewijs dat de vereiste waarborgsom is gestort, zo daarvan geen ontheffing is verleend;
g. het bewijs dat de garantieverklaring bedoeld in het vierde lid van dit artikel door zijn werkgever is afgegeven, indien betrokkene in dienstbetrekking werkzaam zal zijn; bedoelde garantieverklaring kan slechts afgegeven worden door een werkgever, die een aantoonbaar inkomen of een aantoonbare winst van f. 36 000,- of meer per jaar heeft, behoudens de mogelijkheid dat op diens schriftelijk en gemotiveerd verzoek, en al dan niet onder het stellen van voorwaarden door de autoriteit die vergunning tot verblijf verleent, van het vereiste van dit bedrag afgeweken wordt;
h. voor huishoudelijk personeel, schoonmakers en andere ongeschoolde of halfgeschoolde arbeiders, en andere zo nodig door de Minister van Justitie aan te geven werknemers zonder volledige school- of vakopleiding, met uitzondering van arbeiders die werkzaam zijn in de land- en tuinbouw en de veeteelt, een officiële verklaring waaruit blijkt dat de betrokkene niet gehuwd is.
2°. betrokkene zal zich binnen een week na aankomst bij de Toelatingsorganisatie Curaçao melden, teneinde zo nodig alsnog de verblijfsvergunning in ontvangst te nemen, en schriftelijk te verklaren dat de daaraan verbonden voorwaarden hem bekend zijn.
2. Indien degene die reeds tot verblijf is toegelaten naar aanleiding van diens verzoek om de aan zijn verblijfsvergunning verbonden voorwaarden te wijzigen, opnieuw tot verblijf wordt toegelaten, is deze toelating niet van kracht alvorens hij schriftelijk verklaard heeft, dat de aan de nieuwe verblijfsvergunning verbonden voorwaarden hem bekend zijn.
3. De Minister van Justitie kan bij beschikking nadere voorwaarden stellen, waaraan personen, die toelating verlangen teneinde een bepaald beroep uit te oefenen of in een bepaald bedrijf tewerk worden gesteld, moeten voldoen.
4. De garantieverklaring, waarop het eerste lid van dit artikel onder ten 1e sub g betrekking heeft, is de verklaring van de werkgever dat hij voor zijn rekening neemt alle onkosten door de overheid te maken ten behoeve van de betrokken werknemer, indien deze armlastig wordt, dan wel hij of zijn gezinsleden voor rekening van de overheid in een inrichting tot het verplegen van zieken wordt of worden opgenomen, een en ander als uitgewerkt in het model, overeenkomstig bijlage I .
5. De ingevolge dit artikel gestelde eis tot afgifte van een garantieverklaring vervalt indien de Minister van Justitie de in het eerste lid van artikel 11 bedoelde ontheffing verleent.
6. Door de autoriteit die vergunning tot verblijf verleent, kan ontheffing worden gegeven van de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid van dit artikel onder 1e. sub f.

Artikel 5

 

Bij het verlenen van een vergunning tot verblijf of tijdelijk verblijf aan huishoudelijk personeel of personen, die een zelfstandig beroep uitoefenen, kan de voorwaarde worden gesteld dat er voor betrokkene en eventueel voor diens gezin, een verzekering voor specialistisch-medische behandeling en verpleging in een ziekeninrichting voor tenminste negentig dagen moet zijn afgesloten.

Artikel 6

 

Aan de vergunning tot verblijf of tot tijdelijk verblijf kan ten aanzien van echtgenoten, minderjarige wettige, stief- en pleegkinderen behorend tot een gezin, waarvan het hoofd is toegelaten, de voorwaarde worden gesteld, dat deze slechts geldt voor de tijd, dat zij bij het gezinshoofd inwonen.

Artikel 7

De Minister van Justitie stelt de modellen vast van de vergunningen tot verblijf en tijdelijk verblijf en het visum.

Artikel 8

1. In verband met het passagiersverkeer zal de autoriteit die bevoegd is tot het verlenen van vergunningen tot verblijf of tijdelijk verblijf op verzoek van belanghebbenden de volgende verklaringen afgeven:
1e. aan personen die krachtens vergunning tot verblijf of tijdelijk verblijf zijn toegelaten: een verklaring waaruit blijkt tot welk tijdstip en onder welke voorwaarden betrokkene het recht heeft om in Curaçao terug te keren, nader te noemen “bewijs van terugkeer”;
2e. aan personen op wie de Landsverordening toelating en uitzetting niet van toepassing is of aan personen die van rechtswege toelating tot verblijf hebben: een verklaring waaruit van deze of gene status blijkt.
2. De modellen van de in het eerste lid bedoelde verklaringen worden door de Minister van Justitie vastgesteld.

Artikel 9

1. Bij toelating tot Curaçao is voor personen van 10 jaar en ouder een waarborgsom verschuldigd welke door de Minister van Justitie wordt bepaald aan de hand van de geldende vervoerstarieven.
2. Bij stijging van de geldende vervoerstarieven wordt de waarborgsom door de Minister van Justitie conform aangepast en dient aanvulling van de reeds betaalde waarborgsom plaats te vinden.
3. Voor kinderen beneden de leeftijd van 10 jaren bedraagt de waarborgsom 50% van bovenbedoeld bedrag.

Artikel 10

1. De waarborgsom moet worden gestort in Nederlands-Antilliaans courant.
2. Wordt toelating tot verblijf verkregen na aankomst in Curaçao, dan is betrokkene gehouden de verschuldigde waarborgsom binnen drie maal vierentwintig uren, nadat hem mededeling is gedaan, dat het verzoek om toelating tot verblijf is ingewilligd, te storten ten kantore van de Landsontvanger van Curaçao.
3. Zodra storting ingevolge het bepaalde in het tweede lid van dit artikel heeft plaatsgevonden, wordt aan betrokkene een bewijs van storting waarborgsom als opgenomen in bijlage II van dit landsbesluit, uitgereikt.

Artikel 11

1. Op schriftelijk gemotiveerd verzoek kan door de Minister van Justitie, al of niet onder het stellen van voorwaarden geheel of gedeeltelijk ontheffing worden verleend van het storten van een waarborgsom, dan wel toestemming worden verleend deze in termijnen te betalen.
2. Met betrekking tot personen, die in dienstbetrekking werkzaam zullen zijn, wordt in ieder geval als voorwaarde gesteld, dat een natuurlijke of rechtspersoon schriftelijk zal verklaren voor zijn (haar) rekening te nemen:
a. de overtochtskosten, nodig om toelatingsplichtige werknemers en hun gezinsleden voor wie door of namens hem (haar) garantiekaarten van de Toelatingsorganisatie Curaçao zijn getekend naar het land van herkomst terug te zenden;
b. alle onkosten door de Overheid te maken ten behoeve van de toelatingsplichtige werknemers van andere dan Nederlandse nationaliteit, voor wie door of namens hem (haar) garantiekaarten van de Toelatingsorganisatie Curaçao zijn getekend, indien deze armlastig worden, dan wel indien zij of hun gezinsleden voor rekening van de Overheid in een inrichting tot het verplegen van zieken worden opgenomen.
3. Een aansprakelijkheidsverklaring, als bedoeld in het vorige lid, kan slechts worden afgegeven door een natuurlijke of rechtspersoon, die naar het oordeel van de Minister van Justitie over voldoende middelen beschikt om zijn (haar) verplichting als garant na te komen.
4. Aan het in het eerste lid van dit artikel bedoelde verzoek worden geacht te hebben voldaan al de instellingen voorkomende op de door de Minister van Justitie vastgestelde en bij de inwerkingtreding van dit landsbesluit reeds vastgestelde lijst betreffende verleende ontheffing van het storten van waarborgsommen.

Artikel 12

1. Aan personen aan wie een vergunning tot verblijf of tijdelijk verblijf van langer dan drie maanden is verleend en die Curaçao metterwoon wensen te verlaten, zal tot vertrek niet worden toegestaan, vooraleer zij zich in het bezit hebben gesteld van een uitreisvergunning, een en ander onverminderd de bevoegdheid om aan alle personen, die tot verblijf of tijdelijk verblijf zijn toegelaten, het vertrek te weigeren op de gronden vermeld in artikel 21 tweede lid der Landsverordening toelating en uitzetting .
2. De uitreisvergunning wordt door of namens de Minister van Justitie verleend.

 

Artikel 13

De ontschepingsambtenaar heeft de volgende bevoegdheden:
a. inzage te vorderen van de identiteitsdocumenten van de opvarenden van een schip of luchtvaartuig en deze tijdelijk in te nemen;
b. zich te allen tijde, tot uitoefening van zijn dienst, aan boord te begeven van elk zich binnen de territoriale wateren en het grondgebied van Curaçao bevindend schip of luchtvaartuig;
c. het schip of luchtvaartuig te doorzoeken;
d. zich te allen tijde, tot uitoefening van zijn dienst, te begeven op particuliere werven, kaden of vliegvelden;
e. van de gezagvoerder inzage te vorderen van alle documenten betrekking hebbende op het schip of luchtvaartuig.

Artikel 14

1. De gezagvoerder van een op Curaçao aankomend schip of luchtvaartuig moet telkenmale zorgdragen, dat zonder voorafgaande toestemming van de Afdeling Vreemdelingenzaken van het Korps Politie Curaçao niemand aan boord wordt toegelaten of van boord gaat.
2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op ambtenaren die voor de uitoefening van hun dienst aan boord moeten zijn, evenmin als op personen voorzien van een vergunning afgegeven door of namens de Minister van Justitie.

Artikel 15

1. De gezagvoerder van een schip is na aankomst op Curaçao, telkenmale verplicht aan de ontschepingsambtenaar onverwijld een schriftelijke opgave in tweevoud te verstrekken houdende de namen, voornamen, ouderdom en nationaliteit van:
a. bemanningsleden;
b. landende passagiers;
c. passagiers bestemd om met hetzelfde schip wederom te vertrekken;
d. verstekelingen.
2. De gezagvoerder van een luchtvaartuig is verplicht zowel bij aankomst als vertrek aan de ontschepingsambtenaar onverwijld een schriftelijke opgave te verstrekken van:
a. de naam van de gezagvoerder;
b. het aantal bemanningsleden;
c. het aantal passagiers verdeeld naar bestemming (general declaration).
3. De gezagvoerder en diens luchtvaartmaatschappij zijn verplicht op diens verzoek aan de ontschepingsambtenaar alle inlichtingen te verschaffen betreffende personen die door deze luchtvaartmaatschappij zijn vervoerd van en naar Curaçao.

Artikel 15A

1. De gezagvoerder is verplicht aan iedere passagier een Embarcation Disembarcation Card (ED-kaart) te verstrekken.
2. De in het vorige lid bedoelde passagier is verplicht deze Embarcation Disembarcation Card (ED-kaart) volledig en naar waarheid in te vullen en deze bij aankomst dan wel bij vertrek van Curaçao onverwijld aan de ontschepingsambtenaar te overhandigen.
3. De Embarcation – Disembarcation Card (ED-kaart) wordt ingericht volgens het door de Minister van Justitie vastgestelde model en tegen kostprijs door een door de Minister van Justitie aangewezen instantie ter beschikking gesteld.

Artikel 15B

1. De gezagvoerder is verplicht de door hem aangebrachte personen te vervoeren naar het land van herkomst of naar elders buiten Curaçao, indien blijkt dat hun passagebiljet bedoeld in artikel 3, lid 1, onder 1e, sub d, om welke reden dan ook zijn geldigheid heeft verloren.
2. Het tweede en derde lid van artikel 22 van de Landsverordening toelating en uitzetting zijn bij niet nakoming van de in het vorige lid opgelegde verplichting van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16

1. De gezagvoerder van een schip of luchtvaartuig is verplicht vóór zijn vertrek van Curaçao, telkenmale aan de Afdeling Vreemdelingenzaken van het Korps Politie Curaçao opgave te doen van de namen, voornamen, ouderdom en nationaliteit van de opvarenden die niet met het vaartuig of luchtvaartuig kunnen vertrekken.
2. Tevens is hij telkenmale verplicht onverwijld aan de Afdeling Vreemdelingenzaken van het Korps Politie Curaçao kennis te geven van elke ongeoorloofde afwezigheid van bemanningsleden.
3. De verplichtingen gesteld in de leden 1 en 2 van dit artikel zijn niet van toepassing op personen voor wie ingevolge de Landsverordening toelating en uitzetting geen toelating is vereist.

 

Artikel 17

1. Door of namens de gezagvoerder dient tijdig, doch uiterlijk twee uur vóór de afvaart van Curaçao met zijn schip van zijn voorgenomen vertrek kennis te worden gegeven aan de Afdeling Vreemdelingenzaken van het Korps Politie Curaçao.
2. De gezagvoerder stelt de ontschepingsambtenaar in de gelegenheid de door deze nodig geachte controle uit te oefenen.

Artikel 18

De gezagvoerder van een schip is verplicht vóór zijn vertrek van Curaçao aan de ontschepingsambtenaar een schriftelijke opgave te verstrekken of te doen verstrekken houdende namen, voornamen, ouderdom en nationaliteit van de passagiers, die van Curaçao vertrekken.

Artikel 19

De gezagvoerder van een schip is verplicht bij aan- of afmonstering, zomede bij ontslag van bemanningsleden, de daarop betrekking hebbende wettelijke bepalingen in acht te nemen.

Artikel 20

Buiten de havens van Willemstad, Caracasbaai, Fuikbaai, Bullenbaai en Hato International Airport mogen geen personen worden ontscheept.

Artikel 21

Dit landsbesluit wordt aangehaald als: Toelatingsbesluit.

Naar boven