Landsverordening economische zones 2000 - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou Uw mening

Wet- en Regelgeving

Landsverordening economische zones 2000

Publicatienummer: P.B. 2019, no. 92 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Landsverordening
Onderwerp(en): Economische zones
Ministerie: Economische Ontwikkeling
Datum ondertekening: 19-04-2011
Datum inwerktreding: Nog niet bekend
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK X Economische aangelegenheden)


LANDSBESLUIT van de 19de april 2011, no.11/0892, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Landsverordening economische zones 2000

HOOFDSTUK 1

DEFINITIES, INSTELLING ECONOMISCHE ZONE,
TOELATING EN EXPLOITATIE

Paragraaf 1
Definities

Artikel 1

In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. economische zone : een als zodanig aangewezen terrein of terreinen, waar goederen kunnen worden opgeslagen, verwerkt, bewerkt, gemonteerd, verpakt, tentoongesteld en uitgeslagen dan wel andere behandelingen kunnen ondergaan, en waar of van waaruit goederen kunnen worden geleverd en diensten kunnen worden verleend;
b. goederen : roerende lichamelijke zaken;
c. invoer van goederen : het brengen van goederen in het vrije verkeer;
d. diensten : 1° het verrichten van onderhoud en reparatie in de economische zone aan goederen van buiten Curaçao hun bedrijf uitoefenende ondernemingen;
2° het verrichten van onderhoud en reparatie aan zich in het buitenland bevindende machines en ander materieel met in de economische zone opgeslagen goederen;
3° het veembedrijf

Paragraaf 2
Instelling economische zone

Artikel 2

  1. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen economische zones worden ingesteld en opgeheven.
  2. In het instellingsbesluit wordt opgenomen een nauwkeurige aanduiding en begrenzing van het terrein of de terreinen waar de economische zone zal worden ingesteld.
  3. Bij het in het eerste lid bedoelde landsbesluit worden ten aanzien van het terrein of de terreinen waar de economische zone zal worden ingesteld, voorschriften vastgesteld waaraan moet zijn voldaan in geval van overdracht van de eigendom van het terrein dan wel de vestiging of overdracht van een beperkt zakelijk recht daarop. De voorschriften zullen moeten waarborgen dat het terrein, zolang het deel uitmaakt van een economische zone, uitsluitend zal worden aangewend ten behoeve van een tot de desbetreffende zone toegelaten rechtspersoon.
  4. Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden regels gesteld inzake de bewaking van een economische zone door ambtenaren der invoerrechten en accijnzen en de daaraan verbonden kosten, inzake de afscheiding en de afsluiting van het terrein of de terreinen behorende tot een economische zone, alsmede voorschriften ten behoeve van een doeltreffende douanecontrole.

Paragraaf 3
Toelating tot een economische zone

Artikel 3

  1. Tot een economische zone wordt alleen toegelaten een rechtspersoon met een in aandelen verdeeld kapitaal, die uitsluitend in die zone een bedrijf zal uitoefenen. De toelating geschiedt bij ministeriële beschikking.
  2. De toelating wordt verleend indien van het door de rechtspersoon uit te oefenen bedrijf verwacht kan worden dat het zal bijdragen tot de economische ontwikkeling van Curaçao:
    a. door de uitbouw van Curaçao als internationaal distributiecentrum door goederen in hoofdzaak naar het buitenland te verhandelen dan wel door uitsluitend aan de in artikel 1, onderdeel d, gerelateerde activiteiten te verrichten ten behoeve van een in economische zone gevestigd bedrijf;
    b. door stimulering van de instroom van deviezen in Curaçao; en
    c. door directe of indirecte bevordering van de werkgelegenheid.
  3. Aan de toelating kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
  4. Bij landsbesluit houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regels worden vastgesteld ter uitvoering van het tweede lid.
  5. De Minister van Economische Ontwikkeling, of ingeval de toelating is geschied door de instantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, die instantie, doet binnen een maand na de toelating daarvan mededeling aan de Directie der Belastingen.
  6. Bij ministeriële regeling van de Minister van Economische Ontwikkeling, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de door de tot een economische zone toegelaten rechtspersoon bij te houden administratie.

Artikel 4

  1. Het besluit tot toelating kan bij ministeriële beschikking of ingeval de toelating is geschied door de instantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, door die instantie, worden ingetrokken, indien blijkt dat door of namens de belanghebbende:
    a. onjuiste of onvolledige gegevens werden verstrekt die van beslissende invloed zijn geweest op de totstandkoming van het besluit tot toelating;
    b. is gehandeld in strijd met de bepalingen van deze landsverordening of de daarop berustende bepalingen;
    c. de aan de toelating verbonden voorschriften en beperkingen niet of niet volledig in acht genomen zijn;
    d. is gehandeld in strijd met de bepalingen van de Landsverordening op de winstbelasting 1940 , de Landsverordening op de loonbelasting 1976 of de Algemene Verordening I.U. en D. 1908 ;
    e. het bedrijf is gestaakt.
  2. Het besluit tot toelating kan voorts worden ingetrokken indien het bedrijf naar het oordeel van de Minister van Economische Ontwikkeling dan wel de instantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, niet langer voldoet aan de in artikel 3, tweede lid, voor toelating tot een economische zone gestelde eisen.
  3. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel a, kan geschieden met terugwerkende kracht tot en met de dag van de vaststelling van het besluit tot toelating. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel b, c, d of e, kan geschieden met terugwerkende kracht tot en met de dag waarop de in de genoemde onderdelen aangegeven handeling werd verricht.
  4. Tot intrekking van een besluit tot toelating wordt niet overgegaan zonder dat de belanghebbende in de gelegenheid is gesteld binnen een termijn van ten minste twee weken schriftelijk bedenkingen tegen de intrekking kenbaar te maken.
  5. Het besluit tot intrekking is met redenen omkleed en wordt aan de belanghebbende toegezonden bij aangetekende brief.
  6. Intrekking van het besluit tot toelating verplicht de desbetreffende rechtspersoon haar bedrijf binnen een termijn van ten hoogste zes maanden uit de economische zone te verwijderen.
  7. Indien het bedrijf niet overeenkomstig het zesde lid wordt verwijderd, geschiedt de verwijdering op kosten van de betrokken onderneming.

Paragraaf 4
Beheer en exploitatie economische zones

Artikel 5

  1. De Minister van Economische Ontwikkeling is belast met het beheer en de exploitatie van economische zones.
  2. De Minister van Economische Ontwikkeling, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, kan besluiten het beheer en de exploitatie van economische zones te doen geschieden door een publiekrechtelijke instelling dan wel door een naamloze vennootschap of besloten vennootschap.

Artikel 6

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden de goederen aangewezen die niet dan wel slechts onder de in dat landsbesluit opgenomen voorwaarden in een economische zone aanwezig mogen zijn.

Paragraaf 5
Levering van goederen en diensten aan het binnenland

Artikel 7

  1. Op een in een economische zone gevestigd bedrijf is de Landsverordening belastingfaciliteiten investeringen niet van toepassing.
  2. Levering aan het binnenland van goederen aanwezig in een economische zone of onderhoud en reparatie in de zone ten behoeve van afnemers in het binnenland door een rechtspersoon als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is slechts mogelijk op grond van een door de Minister van Economische Ontwikkeling, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, verleende vergunning. De vergunning wordt voor een bepaalde termijn verleend en kan telkens door de Minister van Economische Ontwikkeling, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, worden verlengd.
  3. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden met betrekking tot onder meer de prijs, de kwaliteit en de distributie van de goederen, alsmede tot het voorkomen van ongewenste verstoringen van de binnenlandse markt. Voorschriften die tot strekking hebben ongewenste verstoringen van de binnenlandse markt te voorkomen, worden door de Minister van Economische Ontwikkeling, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, vastgesteld.
  4. Een vergunning als bedoeld in het tweede lid kan door de Minister van Economische Ontwikkeling, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, worden geweigerd indien naar zijn oordeel het sociaal-economisch belang van het Curaçao zulks vereist. De vergunning kan door de Minister van Economische Ontwikkeling, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën, worden ingetrokken indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet of niet volledig in acht zijn genomen.
  5. Onder levering aan het binnenland wordt voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid niet verstaan de levering aan schepen en luchtvaartuigen die Curaçao aandoen, alsmede de levering aan toeristen die Curaçao bezoeken, mits deze leveringen onderscheidenlijk de door de toeristen verrichte aankopen voldoen aan de door de Minister van Financiën gestelde regels.

Paragraaf 6
Bijzondere voorschriften inzake de toelating tot een economische zone

Artikel 8

(vervallen)

Paragraaf 7

Bepalingen betreffende de heffing van invoerrechten, uitvoerrechten, accijnzen, omzetbelasting, bijzondere heffingen en winstbelasting

Artikel 9

  1. Geen invoerrecht en belasting ingevolge de Landsverordening omzetbelasting 1999 zijn verschuldigd in geval van:
    a. inslag van goederen die bestemd zijn voor een economische zone;
    b. uitslag uit een economische zone van goederen bestemd voor een entrepot of een andere economische zone, onder de voorwaarden vermeld in het landsbesluit, bedoeld in artikel 6.
  2. Geen accijns is verschuldigd in geval van inslag van aan accijns onderworpen goederen die bestemd zijn voor een economische zone, met inachtneming van de door de Directeur der Belastingen vast te stellen voorschriften.
  3. Geen heffing als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Landsverordening In- en Uitvoer is verschuldigd in geval van inslag van goederen die bestemd zijn voor een economische zone.
  4. Het tweede en derde lid zijn van toepassing in geval van uitslag van goederen uit een economische zone, onverminderd het bepaalde in artikel 146, tweede lid, van de Algemene Verordening I.U. en D. 1908 .

Artikel 10

  1. Het opslaan in een economische zone van niet rechtstreeks uit het buitenland, uit een entrepot, uit het vrije verkeer van Curaçao of uit een andere economische zone afkomstige goederen, wordt beschouwd als uitvoer in de zin van de Algemene Verordening I.U. en D. 1908 .
  2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen ter vergemakkelijking van het gebruik van een economische zone, afwijkingen van de volgens de wettelijke regelingen betreffende de in-, uit- en doorvoer en de accijnzen geldende voorschriften van formele aard worden toegestaan.
  3. Behoudens het in artikel 9 en het in het eerste en tweede lid bepaalde, blijven de wettelijke regelingen betreffende de in-, uit- en doorvoer en de accijnzen van toepassing.

Artikel 11

(vervallen)

Paragraaf 8
Strafbepalingen, toezicht en opsporing

Artikel 12

  1. Degene die ter verkrijging van de toelating van een rechtspersoon tot een economische zone opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, wordt gestraft, hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en met geldboete van de vijfde categorie hetzij met één van deze straffen.
  2. Degene aan wiens schuld te wijten is dat de in het eerste lid bedoelde gegevens onjuist of onvolledig zijn verstrekt, wordt gestraft hetzij met hechtenisstraf van ten hoogste een jaar en met geldboete van de vijfde categorie, hetzij met één van deze straffen.
  3. Degene die goederen vanuit een economische zone in het vrije verkeer brengt zonder betaling van invoerrechten, dan wel goederen in een economische zone heeft die ingevolge het landsbesluit, houdende algemene maatregelen, bedoeld in artikel 6, daarin niet aanwezig mogen zijn, dan wel goederen in een economische zone heeft in strijd met de in genoemd landsbesluit voor het hebben van die goederen in een economische zone gestelde voorwaarden, wordt gestraft, hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf maanden en met geldboete van de vijfde categorie, hetzij met één van deze straffen.
  4. De goederen, bedoeld in het derde lid, worden verbeurd verklaard.
  5. De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven, met uitzondering van het in het tweede lid vermelde strafbaar feit, dat een overtreding is.

Artikel 13

  1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde zijn belast de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen alsmede de daartoe bij landsbesluit aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst.
  2. De in of krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:
    a. alle inlichtingen te vragen;
    b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
    c. goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen;
    d. alle plaatsen in en buiten een economische zone, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen;
    e. vaartuigen, stilstaande voertuigen, luchtvaartuigen en de lading daarvan te onderzoeken;
    f. woningen of tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner binnen te treden.
  3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.
  4. Op het binnentreden van woningen of van tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, is Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal.
  5. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de in of krachtens het eerste lid aangewezen personen.
  6. Een ieder is verplicht aan de in of krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd.

Artikel 14

  1. Met de opsporing van de bij deze landsverordening strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen, belast de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen alsmede de daartoe bij landsbesluit aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst. Een zodanige aanwijzing wordt in het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst.
  2. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld omtrent de vereisten waaraan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren dienen te voldoen.

HOOFDSTUK 2
WIJZIGINGEN IN DIVERSE LANDSVERORDENINGEN

Artikel 15

[Vervallen]

Artikel 16

[Vervallen]

Artikel 17

[Vervallen]

Artikel 18

[Vervallen]

HOOFDSTUK 3
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 19

[Vervallen]

Artikel 20

  1. De toelating van een bedrijf tot een vrije zone met toepassing van artikel 4 van de Landsverordening Vrije Zones 1975 blijft na het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening van kracht.
  2. De intrekking van een toelating als bedoeld in het eerste lid geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 van deze landsverordening.

Artikel 21

Vergunningen, verleend op grond van artikel 7, tweede lid, van de Landsverordening Vrije Zones 1975, worden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening geacht te zijn verleend op grond van artikel 7, tweede lid. Bij verlenging van deze vergunningen wordt het bepaalde in artikel 7 in acht genomen.

Artikel 22

Als instantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van deze landsverordening, wordt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening aangewezen de instantie die ingevolge artikel 6 van de Landsverordening Vrije Zones 1975 in Curaçao belast is met het beheer en de exploitatie van vrije zones.

Artikel 23

De ter uitvoering van de Landsverordening Vrije Zones 1975 vastgestelde wettelijke regelingen blijven van kracht tot het tijdstip waarop zij door andere ter uitvoering van deze landsverordening vastgestelde wettelijke regelingen zijn vervangen.

Artikel 24

  1. Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening economische zones 2000.
  2. Zij treedt in werking met ingang van de dag na die der uitgifte van het Publicatieblad, waarin de afkondiging is geschied.
  3. Met ingang van het in het tweede lid bedoelde tijdstip wordt de Landsverordening Vrije Zones 1975 ingetrokken.
  4. Met ingang van de in het tweede lid bedoelde tijdstip worden de benamingen “Landsverordening Vrije Zones 1975 , “Vrije zones”, “vrije zones” en “vrije zone” in de bestaande landsverordeningen en de daarop berustende bepalingen vervangen door respectievelijk “Landsverordening economische zones 2000” “Economische zones”, “economische zones” en “economische zone”.
Naar boven