Verordening houdende bepalingen betreffende de verklaringen van overlijden, af te geven door de geneeskundigen in de kolonie Curaçao - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Verordening houdende bepalingen betreffende de verklaringen van overlijden, af te geven door de geneeskundigen in de kolonie Curaçao

Publicatienummer: P.B. 2025, no. 137 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsverordening
Ministerie: Gezondheid, Milieu & Natuur
Datum ondertekening: 20-05-2025
Datum inwerktreding: 01-01-1922
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( VII OPENBARE GEZONDHEID)


LANDSBESLUIT van de 20ste mei 2025, no. 25/1193, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Verordening van den 13den September 1918, houdende bepalingen betreffende de verklaringen van overlijden, af te geven door de geneeskundigen in de kolonie Curaçao

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
01-01-1922     n.v.t.     n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2025, no. 137 (GT) n.v.t.

Artikel 1

  1. De geneeskundigen geven bij het vaststellen hunnerzijds van het overlijden van een persoon en van de geboorte van een dood kind ten behoeve van de ambtenaar van de burgerlijke stand een verklaring van overlijden respectievelijk van levenloze geboorte af.
  2. Zij geven de in het vorige lid bedoelde verklaringen niet dan na zich door persoonlijke schouwing overtuigd te hebben van het overlijden respectievelijk van de levenloze geboorte.

Artikel 2

  1. De geneeskundige, die de verklaring van overlijden of levenloze geboorte als bedoeld in het eerste lid van artikel 1 afgeeft, doet ten behoeve van de statistiek afzonderlijk opgave van de doodsoorzaak.
  2. De verklaring, behelzende de opgave van de doodsoorzaak, wordt tegelijk met de in artikel 1 bedoelde verklaring in een gesloten omslag aan de ambtenaar van de burgerlijke stand overgelegd. Deze zendt haar ongeopend aan de Inspecteur voor de Volksgezondheid, op zodanige wijze dat niet kan blijken op wie de opgave betrekking heeft.
  3. De modellen van de verklaringen als bedoeld in het eerste lid van artikel 1 en in het tweede lid van artikel 2 en van de bijbehorende omslagen worden bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, vastgesteld. De verklaringen zijn vrij van het recht van zegel en van registratie. De invulling geschiedt na voorafgaande kennisneming van geboortebewijzen of andere officiële stukken, welke omtrent naam, voornamen en leeftijd van de overledene, respectievelijk van de ouders van het doodgeboren kind inlichtingen bevatten.

Artikel 3

De nodige exemplaren van de modellen in de vorige artikelen bedoeld, worden door de Inspecteur voor de Volksgezondheid, kosteloos en vrachtvrij met de daarbij behorende enveloppen, aan de geneeskundigen toegezonden.

Artikel 4

Ontbreekt de verklaring in artikel 1 bedoeld, dan wordt de doodschouw verricht, door een door de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur daartoe aangewezen geneeskundige, die daarna een schriftelijke verklaring, ten behoeve van de ambtenaar van de burgerlijke stand, afgeeft.

Artikel 5

Wanneer de verklaringen, bedoeld in artikelen 1 en 4, ontbreken en niet alsnog tijdig kunnen worden verkregen, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand zich persoonlijk van het overlijden overtuigen, waarna hij een schriftelijke verklaring opmaakt, ten behoeve van zijn archief.
Ook kan hij bedienaren van de godsdienst of andere betrouwbare personen uitnodigen zich door eigen aanschouwing van het overlijden te overtuigen en hem daarvan een verklaring af te geven, zoveel mogelijk de gegevens bevattende in het formulier aangeduid.

Artikel 6

De ambtenaar van de burgerlijke stand betracht omtrent de bij hem ingekomen verklaringen, in deze landsverordening genoemd, de nodige geheimhouding.

Artikel 7

Indien de verklaringen, bedoeld in artikel 1 en artikel 4, ontbreken, is het hoofd van het gezin, of wie in zijn plaats treedt, verplicht hiervan onverwijld de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis te geven.

Artikel 8

  1. De met lijkbeschouwing belaste personen zijn ter verrichting daarvan bevoegd om woningen waarin zich een lijk bevindt, zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner binnen te treden.
  2. Op het binnentreden in woningen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, is titel X van het Derde boek van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de Minister van Justitie.

Artikel 9

De ambtenaar van de burgerlijke stand mag geen verlof tot begraven of verbranden geven zolang een van de verklaringen, in deze landsverordening aangeduid, niet bij hem zijn ingekomen.

Artikel 10

Ontbreekt een van de verklaringen, in deze landsverordening aangeduid, op het tijdstip, dat het lijk uit de woning moet worden verwijderd, dan gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand de overbrenging van het lijk naar het lijkenhuis van de begraafplaats, waarop de teraardebestelling zal plaats vinden, dan wel het lijkenhuis van het crematorium, waarin de verbranding zal geschieden.

Artikel 11

Bij het verlenen van het verlof, genoemd in artikel 9, en bij de lastgeving bedoeld in artikel 10, verbiedt de ambtenaar van de burgerlijke stand uitdrukkelijk het anders dan op een baar dragen van een kinderlijk, indien blijkt, dat het kind is overleden aan een besmettelijke ziekte.

Strafbepalingen

Artikel 12

  1. Met geldboete van de eerste categorie en, bij herhaling van dezelfde overtreding binnen 2 jaar na de eerste veroordeling, met geldboete van de tweede categorie worden de geneeskundigen gestraft, bij verzuim van de verplichtingen hun opgelegd in de artikelen 1, 2 en 4.
  2. Met geldboete van de eerste categorie en, bij herhaling van dezelfde overtreding binnen 2 jaar na de eerste veroordeling, met geldboete van de tweede categorie wordt gestraft de ambtenaar van de burgerlijke stand, bij verzuim van hetgeen hem is voorgeschreven in de artikelen 9 en 10.
  3. Met geldboete van de eerste categorie worden gestraft de personen, die met de aangifte van het overlijden belast zijn, bij verzuim van het hun opgelegde bij artikel 7.
  4. De bij deze landsverordening strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

Slotbepaling

Artikel 13

(vervallen)

Naar boven