Verordening regelende de uitoefening van de tandheelkunst - Informashon tokante Gobièrnu di Kòrsou

Wet- en Regelgeving

Verordening regelende de uitoefening van de tandheelkunst

Publicatienummer: P.B. 2025, no. 77 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst Landsverordening
Ministerie: Gezondheid, Milieu & Natuur
Datum ondertekening: 08-04-2025
Datum inwerktreding: 03-07-1934
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad ( HOOFDSTUK VII Openbare gezondheid)


LANDSBESLUIT van de 8ste april 2025, no. 25/936, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Verordening van den 30sten Juni 1934, regelende de uitoefening van de tandheelkunst

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht tot en met Datum ingetrokken Betreft Vindplaats Zittingsjaar
03-07-1934 n.v.t n.v.t. Geconsolideerde tekst P.B. 2025, no. 77 (GT) n.v.t.

Artikel 1

  1. Tot de uitoefening van de tandheelkundige praktijk zijn, behalve de toegelaten geneeskundigen, uitsluitend bevoegd zij, die:
    a. in het bezit zijn van een in Nederland afgegeven diploma als tandarts;
    b. het examen als tandheelkundige met goed gevolg hebben afgelegd voor een commissie van ten minste drie personen, met dien verstande dat het aantal leden van de commissie steeds oneven moet zijn.
  2. De voorzitter van de in het eerste lid, onder b, bedoelde commissie is de Sector-directeur Gezondheid. De andere leden en hun plaatsvervangers worden op de voordracht van de Sector-directeur bij Landsbesluit benoemd.
  3. Indien het examen met goed gevolg wordt afgelegd, reikt de commissie daarvan een getuigschrift uit.

 

Artikel 2

  1. Het in artikel 1, eerste lid, onder b, bedoeld examen wordt niet afgenomen, dan na overlegging van:
    1°. een geboorteakte, of bij gebreke daarvan, van een getuigschrift, waaruit blijkt, dat de kandidaat de leeftijd van 21 jaren heeft bereikt;
    2°. hetzij een geldig aan een buiten Nederland gevestigde universiteit of hogeschool afgegeven diploma als tandheelkundige, hetzij het bewijs, dat de kandidaat gedurende ten minste vier jaren door een of meer bevoegde, in Curaçao gevestigde en praktiserende tandartsen of tandheelkundigen is opgeleid, vergezeld van een schriftelijke verklaring van deze(n) tandarts(en) of tandheelkundige(n), dat hij door hem (hen) bekwaam en geschikt wordt geacht om de tandheelkundige praktijk uit te oefenen;
    3°. het bewijs, dat voor dit doel het bedrag van vijfhonderd gulden in ’s Lands kas is gestort.
    Het onder ten 3°. bedoeld bewijs geeft het recht zich tweemaal voor het afleggen van het examen aan te melden, echter niet later dan twee jaar na de gedane storting.
  2. Het in het eerste lid, onder ten 3°, genoemde bedrag kan bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden gewijzigd.

 

Artikel 3

Aan hem, die met goed gevolg het in artikel 1, eerste lid, onder b, bedoeld examen heeft afgelegd, wordt door de daarin genoemde commissie een akte van bevoegdheid uitgereikt.

Artikel 4

Het is aan een tandarts of tandheelkundige, als in artikel 1 bedoeld, verboden in Curaçao de praktijk als zodanig uit te oefenen, alvorens door de Gouverneur tot de uitoefening er van te zijn toegelaten.

Artikel 5

(vervallen)

Artikel 6

Het is aan een tandarts of tandheelkundige, als in artikel 1 bedoeld, verboden de praktijk als zodanig uit te oefenen, alvorens:
1°. zijn akte van bevoegdheid door de Sector-directeur Gezondheid voor gezien is getekend;
2°. in handen van de Gouverneur de volgende eed (belofte) te hebben afgelegd:
“Ik zweer (beloof), dat ik de tandheelkunst volgens de daarop wettelijk vastgestelde bepalingen naar mijn beste weten en vermogen zal uitoefenen en dat ik aan niemand zal openbaren wat in die uitoefening als geheim mij is toevertrouwd of te mijner kennis is gebracht, tenzij mijn verklaring als getuige of deskundige door de rechter gevorderd, of ik anderszins tot het geven van mededeling door de wet verplicht word.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat beloof ik)”.

Artikel 7

Onder uitoefening van de tandheelkundige praktijk, als bedoeld in artikel 1, wordt verstaan:
a. de plaatselijke behandeling
1°. van ziekten van de tanden;
2°. van de tandkassen en van het tandvlees, voor zover die afhankelijk zijn van de ziekten van de tanden;
3°. van de anomalieën van de stand van de tanden;
b. de toepassing van de tandprothese.
Aanwending van algemeen gevoelloos makende middelen en het voorschrijven van inwendige geneesmiddelen, alsmede het afleveren van geneesmiddelen is de tandarts of tandheelkundige verboden.

Artikel 8

  1. Alleen de tandarts of de tandheelkundige, tot de uitoefening van de tandheelkundige praktijk toegelaten, mag binnen de grenzen van zijn bevoegdheid in het openbaar aankondigen, dat hij de tandheelkundige praktijk uitoefent en een titel voeren, die hem als zodanig aan het publiek aanwijst.
  2. De titel van tandarts mag alleen gedragen worden door hen, die in het bezit zijn van een wettig Nederlands diploma van tandarts.
  3. Alle andere tot de tandheelkundige praktijk toegelaten, mogen alleen de titel voeren van “tandheelkundige” of (en) de titel aan hun diploma verbonden.

Artikel 9

  1. Voor zover het Wetboek van Strafrecht er niet in voorziet, wordt overtreding van enige bepaling van deze landsverordening gestraft met geldboete van de eerste categorie.
  2. De feiten bij deze landsverordening strafbaar gesteld worden beschouwd als overtredingen.

Slot- en Overgangsbepalingen

Artikel 10

(vervallen)

Naar boven